Boeken

 over musici

 

© Maarten Brandt, augustus 2016

 

 

J.E. Spruit: Henk Spruit, dirigent van het Omroeporkest - een levensschets in 30 miniaturen

Amsterdam University Press, 228 blz., 48 foto's en illustraties in zwart/wit en kleur

ISBN 97894 62981 492 - € 24,50

http://nl.elementaire-deeltjes.aup.nl/books/9789462981492-henk-spruit-dirigent-van-het-omroeporkest.html

 


De beschrijving van het Nederlandse muzieklandschap van de vorige eeuw wordt steeds completer. Na, om slechts enkele voorbeelden te noemen, de voortreffelijke biografie van dirigent Willem van Otterloo door Niek Nelissen, het proefschrift Nederlandse muziek bij Nederlandse Symfonieorkesten 1945-2000 van Emanuel Overbeeke en het recentelijk verschenen eerste deel van de bevlogen geschreven biografie van Peter Schat door Bas van Putten is er dan nu bovengenoemde levensschets van dirigent Henk Spruit (1906-1998) door zijn zoon J.E. (Jop) Spruit. Dan hebben we het over een tijd waarin "geluk nog heel gewoon [was]." En tot dat geluk behoorde tevens de vanzelfsprekende en royale aanwezigheid van de Nederlandse symfonische muziek. Niet alleen op de lessenaars van de omroepensembles, ook op die van de landelijke en regionale orkesten.

Vraag
Het gaat hier over de jaren vijftig en zestig van die al genoemde vorige eeuw, jaren die ook wel bekend stonden als de periode van de 'spruitjesgeur'. Afgezien van het feit dat de per definitie negatieve connotatie van deze groentensoort met kunst en cultuur betwijfeld mag worden is het nog maar helemaal de vraag of de opvatting van de daaropvolgende generatie van de in het middelpunt van de muziekpolitieke belangstelling staande componisten en uitvoerenden als zou er voor die bewuste periode "helemaal niets zijn gebeurd" op juistheid berust. Met terugwerkende kracht kan deze vraag nu in volmondig ontkennende zin worden beantwoord. En dan hoeft men alleen maar aan de status van de Nederlandse muziek te denken, die anno nu bij verreweg de meeste symfonieorkesten van zowel landelijke als regionale aard volstrekt is gemarginaliseerd. Als we naar de status van die muziek kijken, is het vooral de voortrekkersrol van de omroep geweest die dan in beeld komt en meer in het bijzonder de onloochenbare grote betekenis van dirigent Henk Spruit. Spruit was niet alleen orkestleider maar ook een uitstekend violist, een nijver beoefenaar van kamermuziekuitvoeringen en een eminent pedagoog (een voorbeeld van zijn toelichting op Rimsky Korsakovs Shéhérazade tijdens een jeugdconcert is in het boek van Spruit Jr. opgenomen). Daarnaast was hij weliswaar een immens bewonderaar van Willem Mengelberg, maar dat was allesbehalve van invloed op zijn manier van werken, integendeel. Net als Mengelbergs opvolger bij het Koninklijk Concertgebouworkest, Eduard van Beinum, was ook Spruit eerst en vooral een musicus te midden van de musici, een nadrukkelijk democratische persoonlijkheid en tot in het diepst van zijn lever doordrongen van de humane betekenis van de muziek. Die zag hij bovenal als een abstracte kunst, indachtig zijn opvatting dat men bij een stuk programmamuziek de extra-muzikale aspecten niet per se hoefde te kennen teneinde van het geheel te kunnen genieten.

Wederopbouw / optimisme
De 'Werdegang' van Henk Spruit is karakteristiek voor de naoorlogse jaren van de wederopbouw, waarin niet alleen de cultuurspreiding haar beslag begon te vinden - met als gevolg het ontstaan van de talrijke regionale orkesten in den lande - maar waarbij ook het idee van het verheffen van het volk (wat de oosterburen treffend 'Bildung' noemen) een belangrijke rode draad in het bestel vormde. Het is dezelfde tijd waarin bijvoorbeeld de Duitse en onverdachte componist Karl Amadeus Hartmann artistiek leider werd van het befaamde en volstrekt onmodieuze muziekfestival Musica Viva in München. Een gezonde 'Neue Sachlichkeit' gekoppeld aan een verfrissend elan en optimisme waren de drijfveren achter een cultureel klimaat waar we nu nog slechts van kunnen dromen. Een klimaat waarin het gewoon was dat het Rotterdams Filharmonisch Orkest nagenoeg elk programma met een Nederlands werk opende en dat een regionaal orkest als het nu opgeheven Limburgs Symfonie orkest tien of meerdere Nederlandse composities per jaar uitvoerde. En dit waren toen bepaald geen incidenten. De omroep, met het Omroeporkest voorop, had in deze een belangrijke voorbeeldfunctie door vooral die werken te programmeren die bij de regionale orkesten minder gemakkelijk waren in te plannen. Wel te verstaan het Omroeporkest, waar Spruit maar liefst 22 jaar chefdirigent van was en waar hij in 1949 aantrad, na een aantal jaren als tweede dirigent naast Willem van Otterloo van het Utrechts Stedelijk orkest te hebben gefunctioneerd.

Niveau
De auteur verzuimt niet in zijn 30 miniaturen, zoals hij zijn boek noemt, de belangrijke rol van het Omroeporkest te schetsen, wat niet zelden tot een merkwaardige situatie leidde. Immers voor het merendeel werd er gewerkt in de studio en nam men karrevrachten aan weinig tot voor het merendeel volstrekt onbekende muziek op, waarbij men verstoken was van publiek. En tot een uitvoering waar de vonken van afspatten, daar draagt vanzelfsprekend de aanwezigheid van datzelfde publiek wezenlijk het nodige toe bij. Daarom mag het aan de balk dat het peil van de vertolkingen onder Spruit doorgaans goed tot voorbeeldig was, zeker die tijd in aanmerking genomen waarin nauwelijks sprake was van een uitvoeringspraktijk van het repertoire dat doorgaans op de lessenaars prijkte, laat staan dat er veel elpees met opnames daarvan beschikbaar waren op basis waarvan men zich verder kon orienteren. Schrijver dezes herinnert zich nog als de dag van gisteren hoe hij gewapend met een kleine Revox-bandrecorder een studio-opname onder Spruit van de Tweede symfonie van Willem Pijper in de orkestratie door Karel Mengelberg van de radio plukte en daar met volle teugen van genoot. Andere ontdekkingen uit die tijd - in het boek wordt er ook uitvoerig bij stilgestaan; onder andere aan de hand van een beschouwing van Spruit zelf - waren de orkestwerken van Max Reger (die overigens vandaag de dag nog steeds niet echt bij het ijzeren repertoire zijn ingelijfd - wat heet!) en, verrassend genoeg, de toen volstrekt onbekende 'Nulde' symfonie van Anton Bruckner (de hoes staat in het boek afgedrukt), die in ons land eerder slechts door het KCO onder Van Beinum is gespeeld en waarvan Spruit met 'zijn' Omroeporkest de eerste commerciële registratie vervaardigde. Het mag dan zo zijn dat de latere opnames van deze symfonie onder Haitink (Philips), Scrowaczewski (Oehms) en Young (Oehms) hogere ogen gooien, Spruit laat hier een hoogst idiomatisch Bruckner-geluid horen in evenwichtige maar nooit overdreven tempi (aan om het even welke overdrijving had Spruit een broertje dood), wat niet alleen een groot inlevingsvermogen verraadt, maar ook het niveau van het toenmalige Omroeporkest op buitengewoon overtuigende wijze aantoont.

Coryfeeën
Dat dit alles niet op zichzelf staat blijkt overduidelijk uit het feit dat componisten en solisten van nationale in internationale faam dolgraag met Spruit samenwerkten. Veel citaten van huldeblijken komt men dan ook in dit boek tegen, evenals fragmenten uit recensies die niets aan duidelijkheid te wensen overlaten en Spruits reputatie tot ver buiten de grenzen haarscherp aantonen. En dat in een tijd zonder huidige communicatiemiddelen als internet. Ook stond Spruit zo nu en dan voor het Radio Filharmonisch Orkest, waarmee hij een spraakmakende opname maakte van Beethovens ook nu nog hoogst zelden te horen oratorium Christus am Ölberge en waaraan verder beroemde coryfeeën als Fritz Wunderlich, Erna Spoorenberg en Hermann Schey meewerkten. Met het Omroeporkest tekende Spruit als het grootschalige composities betrof voor werken als Honeggers Jeanne d'Arc au bûcher en het Requiem van Verdi die ook internationaal veel bewondering wekten, blijkens opnieuw een aantal recensies waarin men ondubbelzinnig de loftrompet over Spruit stak. Uit dit alles en meer blijkt hoezeer Spruit als muzikale persoonlijkheid lichtjaren ver was verwijderd van de sterdirigent, de ' Pultvirtuos '. Om het even welke sterallures waren hem vreemd. Als hij al met collega's kan worden vergeleken dan eerder met dirigenten als bij voorbeeld Hans Rosbaud, Ernest Bour en Hans Zender. Met alleskunners dus, waarbij natuurlijk eerlijkheidshalve wel dient te worden aangetekend dat de - mede als gevolg van de later ontstane specialisaties in uitvoeringspraktijken - segmentering in repertoire-gebieden en stijlperiodes nog niet aan de orde was. Dit met als belangrijk voordeel dat men op een programma een reikwijdte aan stijlen kon tegenkomen variërend van barok/klassiek tot en met romantisch en modern. Tegenwoordig is dit slechts mogelijk in het kader van de NTR-zaterdagmatinee door verschillende gespecialiseerde ensembles binnen een productie te laten samenwerken, terwijl destijds een ensemble als het Omroeporkest onder Spruit het hele repertoire moest 'coveren'.

Sloop
Uiteraard is ook het Omroeporkest het slachtoffer geworden van de in de loop der tijden steeds meer hun tol eisende bezuinigingen. Zo werd halverwege de jaren tachtig besloten het Omroep Orkest en het Promenade Orkest te laten fuseren en ontstond het Radio Symfonie Orkest, dat - uit nood gedwongen en uit diezelfde nood een deugd makend - zijn activiteiten in de geest van Henk Spruit bleef voortzetten, door zich vooral op die symfonische repertoiregebieden te richten die niet alleen de landelijke orkesten verzuimden te spelen, maar tevens in toenemende mate ook het Radio Filharmonisch Orkest, grotendeels of helemaal links liet liggen. Met name onder Edo de Waart en ook Jaap van Zweden zien we bij laatstgenoemd ensemble de tendens ontstaan om in repertoire te wedijveren met het Koninklijk Concertgebouworkest, door het spelen van componisten als Mahler, Bruckner en aanverwante componisten. Dit terwijl het Radio Symfonie Orkest zich onvermoeibaar bleef inzetten voor de Nederlandse muziek, maar tevens voor zelden gehoord werk van onder meer Petrassi en Maderna. Het heeft allemaal niet mogen baten, want tijdens een volgende bezuinigingsronde in 2005 werd het Radio Symfonie Orkest gedwongen te fuseren met het Radio Kamerorkest met als uitkomst de Radio Kamer Filharmonie. Een ensemble dat zich in korte tijd een enorme reputatie wist te verwerven op zowel het gebied van het klassieke als het eigentijdse repertoire en daarmee op een onvervreemdbaar eigen wijze de tradities van beide hiervoor genoemde gezelschappen voortzettend. Echter de sloop binnen het muzikale bestel van de omroep was nog niet ten einde, want tijdens het barbaarse bewind van kabinet Rutte I met de gedoogsteun van Wilders' PVV legde ook dit voortreffelijke ensemble, ondanks uit alle windstreken hoog oplaaiende protesten, in 2013 het loodje. Aan de balk mag wel dat het Radio Filharmonisch Orkest zich sedert de komst van Markus Stenz als chefdirigent, meer in de geest van het aloude Omroeporkest van zijn taak is gaan kwijten dan in voorgaande jaren door zich weer toenemende mate met die repertoire-segmenten bezig te houden, welke elders nauwelijks of niet aan bod komen. En, zoveel is zeker, en het boek van Jop Spruit bewijst het in alle toonaarden, Henk Spruit en het onvolprezen Omroeporkest hebben in deze - het koesteren van die muziek, die andere orkesten niet willen of kunnen spelen - de basis gelegd en dit op een uiterst onbaatzuchtige en wars van onverschillig welke ego-mentaliteit zijnde wijze.

Ouderwets goed
Dat laatste blijkt overigens tevens uit de publicaties van Spruit, die - na te zijn gepensioneerd - de nodige jaren recensies schreef voor het destijds toonaangevende klassieke platenblad 'Luister' (nu verworden tot een glossy magazine waarin de inhoud heeft moeten wijken voor de cosmetica) en waarvan een aantal voorbeelden in het boek is opgenomen. Opvallend is hoe er nooit op de man of vrouw wordt gespeeld, en respect wordt betoond aan hen die zowel voor de muzikale als de opname-technische verrichtingen verantwoordelijkheid droegen. En voorts hoe eventuele kritische kanttekeningen (die Spruit zeker niet omzeilt) heel opbouwend worden gemotiveerd. Echt ouderwets goed (zoals men dat tegenwoordig nauwelijks meer tegenkomt) en volledig in de geest van degene die Spruit aanstelde: wijlen muziekjournalist en oud-hoofdredacteur van het blad in kwestie, Cor Molenbeek. Één omissie moet wel worden rechtgezet en die betreft de geciteerde recensie van een opname van het New York Philharmonic Orchestra met onder meer de Vierde symfonie van Sibelius onder Leonard Bernstein, waarbij in de discografie abusievelijk de Vijfde symfonie staat vermeld. In de recensie wordt de aanwezigheid van de overmatige kwart c-fis in het eerste deel genoemd, waaruit onomstotelijk blijkt dat het om de Vierde symfonie gaat. Ook zijn enkele taalfouten niet gecorrigeerd en leest het Nederlands van de auteur van het boek bij vlagen behoorlijk stijfjes. Dit neemt allesbehalve weg dat Jop Spruit met dit portret van zijn vader een geslaagd tijdsbeeld heeft geschetst dat is aangevuld met een register alsmede - zij het niet volledige - lijsten van werken die door het Omroeporkest onder Henk Spruit zijn uitgevoerd. Daaronder een opsomming van Nederlandse composities met, naar blijkt, het leeuwendeel van het orkestrale en orkestraal/vocale oeuvre van Diepenbrock en tal van stukken van Henk Badings, waaronder een spraakmakende en ook in het boek elders gedetailleerd belichte, productie in de vorm van de wereldpremière op 18 september 1954 van diens 'radiofonische' opera 'Orestes'. Een productie die, mede vanwege de incorporatie van elektronische muziek (hoewel we bij het veelvuldig optreden van smurfengeluiden een milde glimlach moeilijk kunnen onderdrukken.) en zeker de omstandigheden van toen in aanmerking genomen, heel wat voeten in aarde heeft gehad. Een jaar later tekende Spruit ook voor de Engelstalige versie van deze partituur, die op 15 april 1955 is uitgestraald en die ook op cd is opgenomen (zie https://open.spotify.com/album/6mW80VxwJlNQivoKEyUA6Q) Het gebeuren rond dit bijzondere project is een van de meest interessante onderdelen van deze soms qua schrijfstijl ietwat saai overkomende maar verder zeer in uw aandacht aan te bevelen uitgave.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links