Boeken

 over musici

 

© Tjako Fennema, juli 2016

 

 

J.E. Spruit: Henk Spruit, dirigent van het Omroeporkest - een levensschets in 30 miniaturen

Amsterdam University Press, 228 blz., 48 foto's en illustraties in zwart/wit en kleur

ISBN 97894 62981 492 - € 24,50

http://nl.elementaire-deeltjes.aup.nl/books/9789462981492-henk-spruit-dirigent-van-het-omroeporkest.html

 

 


Moet je zoons over hun vader laten schrijven? Mogelijk wel over hun jeugd, zeker in zwaar protestante kringen. Daar hebben auteurs als bijvoorbeeld 't Hart, Wolkers en Siebelink garen bij gesponnen. De componist Wagner zei het al: "God beware me voor mijn vrienden, met mijn vijanden reken ik zelf wel af." Was het boek over de dirigent Paul van Kempen (Kees de Leeuw, 2007) al niet om te harden, dit boek, hoewel zorgvuldiger opgezet, wedijvert er mee. Het kitscherige omslag van de 'anekdotische surrealist' Tjerk Zijlstra fungeert onbedoeld als een waarschuwing. Het lijkt erop dat de auteur, prof. em. in Romeins recht en Nederlandse rechtsgeschiedenis, Jop Spruit naar een zekere mijns inziens niet noodzakelijke rehabilitatie van zijn vader zocht. Overigens was de auteur van 1963 tot 1964 directeur van het Rotterdams Philharmonisch orkest, actief als musicograaf en als bestuurder in de Nederlandse muziekwereld. Maar herwaardering van senior was helemaal niet nodig! Junior ging met een vergrootglas door de materie, hanteerde kwistig de opklopper en bluste het af met een uitgebreid voetnotenapparaat. Daarmee werd het boek een schizofrene combinatie van wetenschappelijke pretentie en priegelwerk, gevat in een hier misplaatste erudiete walm. Dat resulteert in saaie pagina's vol petite histoire en eindeloos geannoteerde, futiele details. Die aanpak maak je niet goed door het excuus om een tijdsbeeld te willen schetsen, wat overigens deels is gelukt. Dat neemt niet weg dat over de oudviolist van het USO (Utrechts Symfonie Orkest) Henk Spruit (1906-1998) veel goeds is te melden. Hij dankte zijn opkomst aan de Kulturkammer-turbulenties van de oorlogsjaren en daarna aan de Ereraad die de toenmalige dirigent Willem van Otterloo een tijdelijk dirigeerverbod oplegde en wat hem bij het USO tot 1949 als tweede dirigent naast Van Otterloo maakte.

 
  Henk Spruit
(aquarel van Joseph Gillain (1952)

Werd over Cornelis Dopper, de assistent van Willem Mengelberg, geschreven dat hij schitterde op de tweede rang, van Henk Spruit kun je mogelijk vaststellen dat hij uitblonk op de tweeëneenhalfde rang. Henk Spruit was meer Kapellmeister dan dirigent en daar is niks mis mee; ons buurland zit er vol mee. Maar met zijn aantreden in 1949 als chefdirigent van het Omroeporkest en daar omheen nog twee ensembles kreeg hij wel de taak toegeschoven om werken te dirigeren waar het Radio Filharmonisch Orkest 'geen tijd voor had'. Maar hij nam die taak 22 jaar lang gewetensvol op zich en dirigeerde ook veel repertoire van hedendaagse - Nederlandse en Belgische - componisten, terwijl hij bovendien een voorliefde voor de muziek van Max Reger aan de dag legde. Het instuderen van veel van die contemporaine werken is in een conservatieve wereld als die van een orkestgemeenschap niet altijd gemakkelijk en vergt veel van 's dirigenten partituurkennis en wagenmennerstalenten. Het is al eerder beschreven: orkestmusici die de neus ophalen voor 'alweer' een Haydnsymfonietje maar zich letterlijk ziek melden na een paar zware repetities voor die 'meuk van Stockhausen'.

De opmerkelijkste regelen in dit boek zijn die van een helder formulerende vader die letterlijk wordt geciteerd in rapporten en adviezen over de cultuur bij de omroeporkesten. Dat waren ensembles die aanvankelijk overwegend zonder publiek speelden en het bij een uitvoering slechts met het rode licht van STILTE OPNAME moesten doen. Dat had zo zijn beklemmingen. Verbluft zit je dan te kijken naar de lange lijst met werken van de 120 Nederlandse en Belgische componisten die Spruit uitvoerde en waarvan het gros de 21ste eeuw niet heeft gehaald en mogelijk nimmer meer boven water komt. Daarmee had Spruit sr. toch iets van een onverwoestbare en zorgvuldig werkende partijganger; en dat is niet genoeg te prijzen. Overigens kon de auteur dienaangaande veel informatie putten uit het proefschrift van Emanuel Overbeeke: Nederlandse muziek bij Nederlandse symfonieorkesten 1945-2000 en uit de lijvige biografie van Willem van Otterloo, geschreven door Niek Nelissen (beide boeken zijn elders op deze site besproken).

Geharde babyboomer-muziekliefhebbers zullen wel glimlachen bij namen van musici die ze nog vanuit de schooljaren herinneren, zoals Phia Berghout, David Hollestelle, Wouter Paap en Elisabeth Lugt. Ook aan bod komt de fameuze Muzikale Meesterwerkenserie, een postorderbedrijf met abonnees die maandelijks twee goedkope lp's kregen toegezonden, aanvankelijk in 25 cm-formaat en in betrekkelijk anonieme hoezen. Daarop speelden vaak orkesten met fantasienamen en ook het Concerthall Orchestra is hier te beluisteren, achter welke naam zich schnabbelende Nederlandse omroepmusici verscholen, maar waarbij dirigentennamen als Walter Goehr en Henk Spruit wél konden.

Junior, inmiddels 79, had de nagedachtenis van zijn vader de beste dienst bewezen door een ander te vragen om dit klusje, dat zeker boekstaving verdient, te klaren. Geheel in de sfeer van Von Karajan doet de auteur het overlijden van zijn vader terloops in een bijzin af: 'The music stops, but the melody lingers on!', getuige ook een opgave van nog verkrijgbare cd's en antiquarisch lp's onder Spruits directie. Een goedbedoelende vadermoordenaar; erger kun je je niet voorstellen.

(Uw recensent zag in zijn schooltijd Henk Spruit menigmaal dirigeren in de gratis toegankelijke concerten in VARA studio 2 en ontmoette hem jaren later in het redactieteam van LUISTER.)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links