Boeken

 over muziek algemeen

 

© Emanuel Overbeeke, februari 2017

 

Serrou: Entretiens de Pierre Boulez (1983-2013) - recueillis par Bruno Serrou
Château-Gontier (Frankrijk): Éditions Aedam Musicae, 2017
ISBN 9782919046348
269 blz., verkoopprijs € 22,--

http://www.musicae.fr/livre-Entretiens-de-Pierre-Boulez--1983-2013-de-Bruno-Serrou-172-167.html


Het nieuwste boek over Boulez is voor aficionado's. Het bevat gesprekken die Boulez tussen 1983 en 2013 voerde met de Franse muziekjournalist Bruno Serrou, telkens naar aanleiding van een actuele gebeurtenis, zoals de première van een nieuwe compositie, de verschijning van een cd of cd-doos, het zoveeljarig bestaan van het IRCAM en Ensemble Intercontemporain en de honderdste verjaardag van Olivier Messiaen. Tussen de interviews, afgenomen voor diverse podia en hier afgedrukt in chronologische volgorde, liggen soms jaren, waardoor het boek niet de opzet heeft van een compositie van onderdelen in een bewuste volgorde zoals in het boek met gesprekken met Maarten Brandt. Bovendien had Boulez zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een ervaren geïnterviewde die precies wist wat hij wel en niet wilde onthullen. Pas in zijn laatste levensfase wilde Boulez soms afwijken van het officiële beeld dat mede hijzelf geschapen had, ook dankzij de goede verhouding tussen interviewer en geïnterviewde.

Het effect van dit alles is dat het boek het meest onthullend is in de recentere interviews die vaak handelen over oudere kwesties. Daartoe behoren de gesprekken over de lessen tijdens de oorlog bij Olivier Messiaen, zijn grote interesse in niet-Westerse muziek vlak na de oorlog, de totstandkoming van Domaine musical en zijn plannen met IRCAM bij de oprichting en de werken die hij schreef na 1993 en dus niet besprak met Maarten Brandt. De nieuwe informatie zit meer in details dan in visies. Bekend was reeds dat hij zich in de jaren zestig verdiepte in de mogelijkheden van elektronische muziek en daarvoor diverse studio's in allerlei landen bezocht. Nieuw, in ieder geval voor mij, was dat hij ook de Utrechtse studio voor sonologie bezocht. Zijn er in Nederland nog getuigen die daar meer over weten? Boulez laat het bij de mededeling dat hij op bezoek ging. Wat dit betreft lijkt de onthulling op die uit het boek van Roland de Beer over Audi waarin kort wordt gemeld dat Boulez in de jaren zestig wellicht verbonden had kunnen raken aan De Nederlandse Opera. Even een blik op een fenomeen van wellicht grote, onvermoede betekenis, meer niet.

Over opera is Boulez tegenover Serrou voor zijn doen zeer openhartig. Boulez gaat niet uitvoerig in op zijn samenwerking met tekstschrijvers, maar wil wel kwijt dat hij de term libretto onbruikbaar acht, alsof in een opera tekst en muziek gescheiden zouden kunnen worden en de muziek grotendeels of uitsluitend een verklanking zou zijn van de tekst. De opera die hij in gedachten had, zou dan een soort Marteau sans maître of Pli selon pli met toegevoegde theatrale dimensie zijn geworden in die zin dat de muziek ook los moet kunnen staan van de tekst.

Boulez had duidelijke ideeën over het genre opera en wilde die gerealiseerd zien in het operagebouw dat op de Place de la Bastille zou komen, precies zoals de Philharmonie de Paris en de Cité de la Musique voor een deel een architectonische realisatie zijn van de ideeën die Boulez (en ook anderen) hadden over de plaats van ruimte in muziek. Veel interessanter dan de veel belichte perikelen en de machtsstrijd tussen bobo's bij de strijd rond het operagebouw waarover journalisten maar wat graag berichtten, was Boulez' mislukte streven om in het nieuwe gebouw zijn ideeën over het genre te kunnen realiseren. Toen deze perikelen speelden, had Boulez nog het plan een opera te schrijven, maar in een van de laatste interviews is daarvan duidelijk geen sprake meer (terwijl in dezelfde tijd buiten Frankrijk het bericht werd verspreid dat hij zou werken aan een opera op een tekst van Beckett die in 2015 in première had zullen gaan).

Wel wil hij iets loslaten over de staat van wording waarin diverse composities op dat moment verkeren (Notations 5, 6 en 8, de Derde pianosonate, Répons en Anthème 3). Daarom is het aldus de dirigent David Robertson die veel met Boulez werkte, jammer dat hij in zijn laatste jaren, toen zijn ogen het steeds meer lieten afweten, weigerde een assistent te nemen die in staat was de finishing touch aan te brengen; volgens Robertson was Boulez, als hij daartoe de urgentie voelde, uitstekend in staat om in zeer korte tijd een werk af te leveren dat hij beschouwde als voltooid en dat de tand des tijds uitstekend kon weerstaan op deze wijze ontstond in de jaren tachtig Mémoriale en aldus gesprekken ook Incises, sur Incises en Anthèmes 2. Boulez' perfectionisme en de complexe gevoelens bij de presentatie van een nieuw werk waren er vaak de oorzaak van dat Boulez de finishing touch groter en problematischer maakte dan die feitelijk was. De informatie van de componist over latere voltooide werken maakt het boek tot een interessante aanvulling op het boek van Brandt.

Dit ontbreken van een finishing touch speelt, zo vertelde een van de leden van het Quatuor Diotima eind vorig jaar, ook bij de afronding van deel 4 van Boulez' Livre pour quatuor. Boulez schreef dit werk in eerste instantie eind jaren veertig en was over het resultaat lange tijd niet helemaal tevreden. Vlak voor zijn dood maakte hij in samenwerking met de leden van het Quatuor Diotima een nieuwe versie (zijn laatste) die de Diotima's meteen daarop op cd zette. Toen Serrou Boulez voor het laatst sprak, was die revisie nog in de maak en zweeg Boulez over deze arbeid en sprak hij wel over zijn eerdere samenwerking met het Quatuor Parisii dat het werk rond 2000 op cd zette. De Diotima's namen het gehele Quatuor op (voor Harmonia Mundi), met uitzondering van deel 4 omdat Boulez dit deel niet zijn finishing touch had gegeven. Die touch is nu aangebracht door een Franse componist (ik geloof Manoury) en is aldus een lid van het kwartet een marginale ingreep, meer het werk van een redacteur dan van een auteur. Die nu afgeronde versie gaat nog dit jaar in première; twee kwartetten (Diotima en Arditti) zullen het gelijktijdig spelen in verschillende steden.

Het venijn van het boek zit in een handvol details waarvan de waarde aan je voorbijgaat als de feiten, genoemd in andere publicaties, niet reeds bekend zijn. Maar voor de specialist is het een welkome uitbreiding.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links