Boeken

 over muziek

 

© Maarten Brandt, april 2017

 

 

Emanuel Overbeeke: Ruhe sanfte, sanfte Ruh - Passiemuziek, een veelkleurig plaet door de eeuwen heen

2017, Berne Media / Uitgeverij Abdij van Berne, Heeswijk

176 blz., met 21 zwart/wit illustraties, begrippenlijst, bibliografie en register

ISBN 978-90-8972-120-4

Verkoopprijs € 17,50 (paperback)

www.berneboek.com

 

 


Tal van boekenkasten zijn volgeschreven over de Passionen van Johann Sebastian Bach in het algemeen en diens Matthäus- en Johannes-Passion in het bijzonder, variërende van kleinschalige gidsen tot en met lijvige publicaties waarin tot in het kleinste detail op de materie wordt ingegaan. Echter, en zeker in ons taalgebied, heeft het tot dusverre aan een gedegen overzicht van de muziek die direct dan wel indirect is betrokken op de lijdenstijd en aanverwante thematiek ontbroken. In deze leemte wordt nu voorzien door de heet van de naald verschenen en boeiende publicatie van de hand van musicoloog Emanuel Overbeeke, een van de meest productieve schrijvers over klassieke muziek in den lande, die onder meer spraakmakende monografieën schreef over Boulez en Debussy, die beide op onze site lofrijk zijn besproken.

De opmerking van Overbeeke in het voorwoord dat dit boek is bestemd voor zowel gelovigen als ongelovigen, is me recht uit het hart gegrepen. Vooral de oudere voorbeelden van de passiemuziek en soortgelijke composities hadden oorspronkelijk immers een louter liturgische functie, terwijl wij deze werken nu ook en meer in het bijzonder in esthetische zin genieten, om het even van welke al dan niet religieuze pluimage wij zijn. Met andere woorden, voor ons 21 e eeuwers is bijvoorbeeld de Matthäus Passion een ander stuk dan voor de tijdgenoten van Bach, een omstandigheid waartoe Zelter en Mendelssohn die het stuk herontdekten alsmede Mengelberg, die de passietraditie in ons land inaugureerde, zonder twijfel het nodige hebben bijgedragen. Vast staat echter dat voor een juist begrip van de status van de muziek voor de lijdenstijd enige kennis van de liturgie onontbeerlijk is. Nu zijn er ook over dit onderwerp talrijke en in hoge mate specialistische boekdelen geschreven, maar het is een niet te loochenen en grote verdienste van deze uitgave dat de auteur niet alleen een apart hoofdstuk aan deze materie wijdt, maar er als bijlage ook een compleet overzicht van de liturgie voor Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag bijlevert. Zodoende kan de lezer in slechts een luttele oogopslag zien op welk liturgisch onderdeel de in het boek aangehaalde en beschreven composities zijn terug te voeren.

Conflict
Boeiend is zeker ook het steeds weer oplaaiende, vroeger veel meer dan tegenwoordig overigens, conflict tussen wat Overbeeke de liturgische muziek die ‘verticaal' en ‘horizontaal' is georiënteerd, noemt. In het eerste geval betreft dit de prioriteit aan het doorgeven van Gods woord en de daarmee samenhangende dogmatische regelgeving waaraan alle esthetiek ondergeschikt diende te zijn. Ook Bach heeft dat geweten, getuige de enorme kritiek van de Leipziger Clerus op onder meer zijn Johannes-Passion . Bij de ‘horizontale' benadering ligt het accent echter veeleer op de wijze waarop de mensen de geloofsboodschap persoonlijk ervaren en heeft het subjectieve veel meer het primaat dan bij het ‘verticale' uitgangspunt. Iemand die daarin een voorbeeldige middenpositie innam was bijvoorbeeld Da Palestrina, die nogal wat kritiek heeft moeten verduren naar aanleiding van de toen nog in zwang zijnde (en ook door hem gehanteerde) renaissancepolyfonie, met als gevolg dat – volgens de kerkvaders – de boodschap dreigde onder te sneeuwen. Palestrina's klinkende nalatenschap is dan ook aanzienlijk homofoner dan die van zijn voorgangers, wat allerminst betekent dat de kwaliteit van zijn muziek daarom minder zou zijn, integendeel. Hierin bewijst zich het genie!

Luistertips
Uiteraard beperkt de muziek van de lijdenstijd zich allesbehalve tot passionen. Zo zijn ‘De Zeven Laatste Woorden' en het Stabat Mater (de moeder van Christus wenende aan het Kruis van haar Zoon) dankbare onderwerpen die door Overbeeke om die reden dan ook uitvoerig worden belicht. Verder komen uiteraard diverse oratoria, cantates, opera's en zelfs aan deze onderwerpen gelieerde instrumentale composities aan bod. Ook grensgevallen als bijvoorbeeld Mahlers Tweede symfonie , waarvan de tekst van Klopstock immers hoe men het ook wendt of keert, het gegeven van de Opstanding tot thema heeft, zij het dan in hoge mate ‘ontliturgiseerd'. En zoals de Matthäus Passion onmogelijk valt los te denken van het gebeuren op Goede Vrijdag, zo is dit evenzeer het geval met Wagners ‘Bühneweihefestspiel' Parsifal waar Overbeeke tevens aandacht aan schenkt. Uiteraard was het in het bestek van dit boek met een omvang van slechts 176 pagina's onmogelijk alle composities, gewijd aan deze liturgie, te behandelen. Om de lezer wat dat aangaat verder tegemoet te komen heeft de auteur aan het einde van de nodige hoofdstukken een aantal luistertips gegeven aan de hand waarvan het mogelijk is om bijvoorbeeld via Spotify en Youtube verder op zoek te gaan.

Overigens wordt ook de twintigste en eenentwintigste eeuw niet vergeten. Niet alleen componisten als Arvo Pärt en Frank Martin komen aan bod, ook onder anderen Tan Dun, Krzystof Penderecki, Peter-Jan Wagemans (aan de hand van diens orkestwerk De stad en de engel uit 1997) en de Fransman Tristan Murail passeren de revue, getuige diens verpletterende compositie Les Sept Paroles voor koor, elektronica en orkest, die tijdens de NTR Zaterdagmatinee van 10 april 2010 ten doop werd gehouden. En populaire voorbeelden ontbreken al evenmin, want Overbeeke is de musical Jesus Christ Superstar en de film The Life of Brian niet vergeten. Kortom, de subtitel van deze uitgave ‘een veelkleurig palet' dekt de lading volledig.

Aanrader
Zo nu en dan bestaat wel de indruk dat een extra correctieronde niet overbodig zou zijn geweest. Zo lezen we op pagina 82, waar het gaat over de Vierde symfonie van de Tsjechische componist, Bohuslav Förster, het volgende:

Die sfeer is duidelijk in het eerste deel waarin de componist een Mahleriaanse treurmars voorbij laat komen. Het openingsdeel van Mahlers Tweede symfonie is een plechtige treurmars zonder Joodse elementen. In het tweede deel van Försters symfonie horen we koraalachtige passages (etc).

Met andere woorden, hoe het ene zich hier tot het andere verhoudt is niet erg duidelijk, het is alsof er een deel tekst ontbreekt dan wel dat die zin over Mahlers Tweede hier niet thuishoort. Verder maakt de bij vlagen wat rommelige mix van tegenwoordige en verleden tijd in Overbeeke's stijl (ook nogal eens manifest in zijn andere boeken) dat het geheel niet altijd even soepel leest. Maar dit laat onverlet dat Ruhe sanfte, sanfte Ruh zowel voor de fijnproever als de gewone liefhebber van alles wat met de muzikale belichaming van de Christelijke liturgie rond dood en Opstanding heeft te maken een geduchte aanrader is.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links