Boeken

 over componisten

 

© Maarten Brandt, juni 2015

 

 

Etty Mulder: Het vruchtbare land - Pierre Boulez
Paul Klee Zielsverwantschap / Teksten, vertalingen en bewerkingen


Stichting Pierre Boulez / Uitgeverij Roelants Maarn-Nijmegen, ISBN / EAN 978-90-74241-34-2 (2015)

120 blz. 15 illustraties in kleur en zwartwit

 

 


Wie of wat is eigenlijk Pierre Boulez? Is hij componist, dirigent, essayist, dichter, denker om niet te zeggen: filosoof? Welnu, zoveel is duidelijk: hij is noch het een noch het ander afzonderlijk, maar een unieke en in wezen ondeelbare combinatie van al deze facetten, een soort 'homo universalis' die in onze tijd bijkans volstrekt zonder precedent is. Niettemin staat hem slechts één doel voor ogen. Namelijk het voor de volle honderd procent en zonder ook maar een spoor van compromis streven naar de verwezenlijking van het Kunstwerk sui generis. Het Kunstwerk geschreven met een kapitale letter dus, en waarbij alle composities en andere uitingen, dus om het even belichaamd in klank of in woord, evenzovele deeltrajecten zijn of, zo men wil: fascinerende omtrekkende bewegingen. We hebben het dan, om het alchemistisch te formuleren, over een Grandoeuvre of Opus Magnum, waarbinnen alles maar dan ook alles, de schijnbaar onbeduidendste bestanddelen niet uitgezonderd, met elkaar ten nauwste samenhangt en waarom dan ook onverschillig welk element - en dat ook nog eens op meerdere uiteenlopende en niet zelden gelijktijdig manifeste niveaus - verwijst naar een ander detail. Wijlen de Duitse musicoloog, Carl Dahlhaus, merkte ooit het volgende op:

"Die Boulezsche Proza ist differenziert analytisch, aber auch rhetorisch. Sie ist ebenso präzise und direkt wie sie andererseits voller Andeutungen und Indirekter Mitteilungen steckt, die sich erst aus der Konfiguration verschiedener Texte oder Textpartien ergeben, aber zweifellos von Boulez, der auch als Schriftsteller strategisch verfährt, kalkuliert sind."

'Gecalculeerd' of niet - en met het woord 'calculeren' dient men in verband met Boulez bij voorkeur prudent om te springen, want ook anno 2015 wordt de meester nog, en volkomen onterecht, te dikwijls als een dorre tooningenieur en afstandelijke goochelaar met reeksen gedoodverfd - een van de meest belangrijke eigenschappen van het, onverschillig hoe direct dan wel indirect uitpakkende, unieke en gelaagde stijlgemiddelde van Boulez' proza (die mede daardoor voor een treffende pendant in woord van zijn muziek mag doorgaan) is het bij uitstek allusieve karakter ervan. Met andere woorden, telkens wanneer men een tekst van Boulez opnieuw leest, geeft deze nieuwe en diepere geheimen prijs en wel op een wijze waardoor ook deze essays zonder enige terughoudendheid als kunstwerken kunnen worden beschouwd, indachtig Boulez' ideaal van het Grote Kunstwerk dat juist bij de gratie daarvan groot is, omdat het nooit definitief al zijn geheimen zal prijs geven. Niet bij de eerste, tweede of derde maal en al evenmin bij de honderdste of duizendste keer.

 
 
Paul Klee (1879-1940)

Interdisciplinair karakter
Dit alles speelde mij weer eens door het hoofd tijdens het lezen van het onder auspiciën van de Stichting Pierre Boulez en ter gelegenheid van diens 90ste verjaardag uitgegeven boek 'Het vruchtbare land' van Etty Mulder - emeritus hoogleraar musicologie en vergelijkende cultuurwetenschappen aan de Radbouduniversiteit te Nijmegen en al jaren lang presidente van voornoemde Stichting. Hierin staat nadrukkelijk het interdisciplinaire karakter van Boulez' kunstenaarschap centraal en gaat het in het bijzonder over de zielsverwantschap van laatstgenoemde met beeldend kunstenaar en - eminent - pedagoog Paul Klee. Het gaat Etty Mulder in het bijzonder om de bijna gelijknamige aquarellen die Paul Klee vervaardigde na een Egyptische reis in 1929, respectievelijk Monument an der Grenze des Fruchtlandes en Monument im Fruchtland waar Pierre Boulez de essays aan wijdde die Mulder in haar boek centraal stelt, en waar hij ook de titels van deze essays uit 1950 en 1989 aan ontleende.
En, over zielsverwantschap gesproken, die bestaat tevens ondubbelzinnig duidelijk tussen de auteur en Boulez. Een zielsverwantschap die, zoals uit dit boek zonneklaar blijkt, in alle hevigheid is opgevlamd tijdens een reeks colleges over Boulez' aan een van zijn lievelingsdichters, Stephan Mallarmé, gewijde en monumentale vijfluik 'Pli selon pli' die werd gegeven door componist Rudolf Escher aan het Instituut voor Muziekwetenschap van de Rijksuniversiteit te Utrecht, waar Mulder toen studeerde. Niet voor niets bevat 'Het vruchtbare land', naast een aantal fraaie reproducties van werk van Klee, ook een afbeelding van een pagina uit Mulders collegedictaat over de eerste 'Improvisation sur Mallarmé' uit voornoemde compositie, waarvan het gedicht in kwestie handelt over een in het ijs vastgevroren zwaan en dat - evenals de nodige andere gedichten die door Boulez voor zijn muziek zijn gebruikt - in een door Mulder zelf vervaardigde (en uitstekende) vertaling in het boek is opgenomen.

Destructie en scheppingskracht
Trouwens, compositie is ook de juiste karakteristiek om de opzet van deze uitgave mee te typeren. 'Componeren' betekent immers letterlijk 'samenstellen'. En dat laatste is het wat hier met een uitgekiende en hoogstaande smaak is geschied. Na een inleiding 'Denken over muziek in het tijdperk Boulez', volgt het eerste hoofdstuk, 'Gebroken beelden', waarin eerder genoemde en diep-inkervende confrontatie met Boulez' 'Pli selon pli' in het middelpunt staat, gevolgd door 'bloeiend stro' omvattende twee vertalingen van teksten die Boulez schreef over een van zijn andere favoriete dichters, René Char. In 'Ontketening' gaat Mulder in het bijzonder in op Boulez' relatie met de beeldende kunst, maar ook de archetypische betekenis van het creatieve proces in het algemeen en dat van Boulez in het bijzonder, in welk verband de Egyptische mythologie van leven en dood - waaronder speciaal de mythe van Osiris - in al haar aspecten als metafoor dient voor de problematiek die men op zijn of haar weg onvermijdelijkerwijs tegenkomt bij de realisatie van het Kunstwerk. Het volgende citaat van de auteur wil ik u niet onthouden, omdat dit, althans figuurlijk gezien, zo nadrukkelijk van toepassing is op Boulez' eigen uiteenzetting met dat Kunstwerk:

"Het bijeenzoeken van de Goddelijke resten als noodzaak tot reïntegreren na gruwelijke vernietiging wordt door Anton Ehrenzweig geduid met de term poëmagogisch, waarmee wordt aangeduid dat het kunstwerk zijn eigen bestaan aan de orde stelt. Er is een gelijktijdigheid van destructie en scheppingskracht. In 'The hidden of art, a study in the psychology of artistic imagination' stelt hij: 'Poëmagogische beelden in hun enorme variëteit, vormen de directe weergave van de diverse fasen en aspecten van creativiteit, en wel op een heel directe manier, maar het centrale thema van dood en wedergeboorte schijnt alle andere te overschaduwen. Het gaat om een interactie van basale instincten van leven en dood die binnen het creatieve ego werkzaam zijn.' "

Inperking en bevrijding
Wie zich verdiept in bijvoorbeeld de ontstaansgeschiedenis en inhoud van 'Pli selon pli' zal tal van aanknopingspunten met bovenstaand citaat aantreffen. Even verderop schrijft Mulder:

"Het uiteengereten lichaam van Osiris dat over de aarde wordt uitgestrooid vormt een analogie met het sacrale beeld van het zaad dat aan de aarde wordt geschonken omwille van de nieuwe groei in de komende lente. In alle mogelijke variaties weerspiegelen de poëmagogische kunstwerken stadia van de creativiteit. Het gaat om overbekende mythische thema's van dood en wederopstanding, inperking en bevrijding (mijn cursivering, MB) in de rituele noodzakelijkheid van het offer."

'Inperking' en 'bevrijding' zijn niet helemaal ontoevallig de twee polen waartussen Boulez' 'Werdegang' als componist zich op een hoogst imposante wijze heeft voltrokken. Inperking en vrijheid zijn binnen onderhavige context dan ook niet als tegenstellingen op te vatten maar te beschouwen als twee fasen die in diepste wezen naadloos in elkaars verlengde liggen. Neem werken als 'Répons' en '.explosante-fixe.' die worden gekenmerkt door een onmiskenbare sensualiteit en uitbundigheid, twee fenomenen die zich echter niet zonder slag of stoot lieten veroveren. Boulez zelf heeft in dit verband ooit gesproken over de 'herwonnen vrijheid van de uitbundigheid' na bij momenten een 'gevangene' te zijn geweest 'van zijn eigen experimenten' en het is juist die 'gevangenschap' die een absolute voorwaarde is tot het verwerven van die vrijheid. Vandaar dat teruggaan van Boulez naar de 'Stunde null' in de Darmstadt-periode van de jaren vijftig uit de vorige eeuw, dus die ultieme uiteenzetting met de weerbarstigheid van de meest rigide doorgevoerde structuren. Dit in de vorm van het totaal gedetermineerde serialisme en tijdens een periode die overigens maar heel kort heeft geduurd, maar door tegenstanders van Boulez om al dan niet opportunistische redenen enorm is - en soms nog wordt - uitvergroot.

Maar die fase van verregaande fragmentatie - inderdaad in overdrachtelijke zin vergelijkbaar met het eerste of zwarte stadium van het alchemistische proces of, om het in de terminologie van het in het boek afgedrukte schilderij van Paul Klee te formuleren, het zich begeven naar het gebied van de 'grens met het vruchtbare land' waarbij, figuurlijk gesproken, tevens een analogie bestaat met het verblijf van Christus in de woestijn - is een fase waar ook iedere kunstenaar die zijn of haar roeping serieus opvat, doorheen moet. En dat laatste is een van de belangrijkste rode draden in Mulders (en Boulez') exposés.

Grenzenloosheid - begrenzing
Het volgende hoofdstuk. 'ongehoorde muziek', betreft een verhandeling van Boulez over elektronische muziek. En opnieuw komt daarbij het thema van de vrijheid om de hoek kijken, of om Boulez zelf in de parafraserende vertaling van Mulder aan te halen:

"In de begintijd van de elektronische muziek was er sprake van hooggestemde maar naïeve doelen: vrijheid, precisie, grenzeloosheid - het waren geschenken van een waarlijk moderne beschaving die de componist in de schoot vielen (.) Alleen de vrijheid waar de componist zo naar hunkerde werd al gauw oeverloos en moest worden ingedamd, wilde hij niet ten prooi vallen aan experimentele willekeur. Hoe meer precisie er wordt nagestreefd, des te verder wijkt die precisie terug, zij wordt zelfs onbereikbaar. Grenzeloosheid en begrenzing zoeken voortdurend vormen van onderling evenwicht."

In de begintijd van de elektronische muziek: Luigi Nono, Pierre Boulez en Karlheinz Stockhausen

Overbodig te zeggen dat dit niet alleen voor de elektronische muziek in het algemeen opgaat, maar tegelijkertijd voor Boulez klinkende nalatenschap in het bijzonder, die immers wordt getypeerd door een uiterst nadrukkelijk tot de verbeelding sprekend evenwicht tussen grenzeloosheid en begrenzing. Men zou het ook aldus kunnen stellen: juist dankzij die begrenzing en de enorme greep op onverschillig welke - en al dan niet elektronische - media wordt door het ondergaan van Boulez' muziek ('Répons') een intrigerende om niet te zeggen haast trancematige sensatie van grenzeloosheid opgeroepen, wat al het andere is dan waar Boulez niets van moet hebben, namelijk - zoals hij dat ooit noemde - 'libertinage' ofwel 'losbandigheid'.

Interactie en verrijking
'Het vruchtbare land' - het zwaartepunt van deze publicatie wat Mulders Boulez-vertalingen betreft - is een van de grootste essays die Boulez ooit het licht deed zien en heeft vooral zijn bewondering voor het werk en meer in het bijzonder de pedagogie van Paul Klee tot onderwerp. Niet alleen in relatie tot zijn eigen muziek maar ook tot die van de door hem ten diepste gekoesterde componisten als Wagner, Berg, Debussy, Schönberg, Mahler, Stravinsky en Webern. Boekdelen zou men kunnen volschrijven over deze fascinerende ontboezemingen die niet alleen een dringend beroep doen op ons tekstuele maar tevens ons beeldende vermogen. Eenvoud en complexiteit liggen in dit grandioze essay op een steenworp afstand. Een van de boodschappen is dat om tot een complex in de zin van een rijk (en voor de toehoorder/beschouwer: verrijkend) kunstwerk te komen het onontbeerlijk is heldere en in beginsel eenvoudige vertrekpunten te kiezen. In dit verband behandelt Boulez twee in navolging van Klee's lessen gemakkelijk te visualiseren elementen, te weten: (1) een cirkel en (2) een rechte lijn. Wanneer beide even sterk dan wel even zwak zijn is er geen spanningsveld. Is de cirkel sterker dan de rechte lijn, dan wordt de rechte lijn vervormd, is de rechte lijn daarentegen dominant, vervormt de cirkel. Maar de meest productieve situatie is natuurlijk die waarbij beide elementen elkaar zodanig doordringen dat ze beide veranderen. Dan pas is sprake van wezenlijke interactie en dus, en daar is het Boulez apert om begonnen, verrijking van het materiaal. Dit is het principe dat hij ook in Wagner herkent en enorm bewondert, maar dat tevens op een eigen wijze karakteristiek is voor bepaalde benaderingen binnen het serialistische denken. Muzikaal vertaald komt het er op neer dat er verschillende elementen zijn die men kan manipuleren door die met elkaar op een kruisbestuivende manier te verbinden, zoals een al dan niet ritmisch motief, een akkoord of groep van akkoorden, een melodische frase en noem maar op. En dit vervolgens binnen diverse en, al dan niet gelijktijdig optredende, lagen. In dit kader is serialisme aanzienlijk meer dan tellen van 1 tot 12, en vooral te beschouwen als het hanteren van materiaal volgens allerhande slagordes, waarbij niet zozeer reeksen het ultieme doel zijn, maar het scheppen van een zowel in termen van dichtheid, transparantie als beweging veelkleurig klankuniversum, een universum dat de luisteraar door zijn betovering in de ban slaat.

Hierna volgt een aantal afsluitende tekstfragmenten waaronder een vertaling van een deel van een interview van Boulez met Michel Baumgartner, dat oorspronkelijk werd gepubliceerd in de tentoonstellingscatalogus ter gelegenheid van de zowel in Bern als Brussel gehouden expositie 'La leçon de Paul Klee'. In dit interview stipt Boulez een aantal van de in zijn lijvige essay over Klee aan de orde komende onderwerpen op een ook voor de niet in de Boulez-kunde ingewijde lezer hoogst inzichtelijke en begrijpelijke wijze aan. Het verdient daarom dringend aanbeveling eerst dit te lezen alvorens zich in het bewuste essay te storten.

Poëtische wetten
Tenslotte nog een enkele opmerking over de door Mulder vervaardigde vertalingen, die zij parafraserende vertalingen noemt. Het zijn dus geen in de formele zin des woords letterlijke vertalingen. Dit laatste hangt ook samen met Boulez' bijzondere schrijfstijl, die zich niet zonder meer laat scharen onder het alledaagse Frans, maar die veelal aan eigen poëtische wetten beantwoordt, net zoals dit in veel sterkere mate het geval is met de door Boulez zozeer bewonderde Franse taalvernieuwer en dichter Mallarmé. Nee, dit zijn vertalingen in de geest van Boulez, die de lezer veel dichter bij de wezenlijke bedoelingen van de auteur brengen als in het geval waarin sprake zou zijn geweest van een louter cosmetisch en volgens de regels van het gangbare boek Jan Soldaat inzake de Franse vertaalkunst tot stand gekomen geheel. Mulders vertaling is muzikaal, muzisch en poëtisch en voert daarom de geïnteresseerde lezer op een voorbeeldige wijze in de fascinerende en pionierende erudiete denkwereld van een 20ste en 21ste eeuwse componist en duizendkunstenaar die als nauwelijks een ander van zijn generatie qua puurheid, diepgang, kwaliteit en veelzijdigheid met het niveau van de allergrootste kunstenaars en toondichters ooit - een Da Vinci, Bach, Goethe, Beethoven, Wagner en Debussy niet uitgezonderd - kan worden vergeleken. De reproducties van schilderijen van Paul Klee zijn in kleur en van prima kwaliteit, terwijl een gedegen bibliografie de afsluiting van deze uiterst aanbevelenswaardige Boulez-monografie vormt (met op de achterflap een pracht van een zwart/foto uit 1955 van de nog zeer prille Boulez), waarin binnen het kortst mogelijke bestek een zeer volledig beeld ontstaat van de immense inhoudelijke betekenis van deze grote en eigentijdse renaissancemens.

Rest nog te melden dat het boek op een voortreffelijke wijze ook in het Engels is vertaald (te bestellen onder ISBN / EAN 978-90-74241-35-9) door Eva Pelgrom en dat de strakke en prachtige vormgeving alsmede de opmaak en het zetwerk in handen was van respectievelijk Reynoud Homan en Koen van der Weide.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links