Boeken

 over muziek (algemeen)

 

© Emanuel Overbeeke, december 2023

 

Táhirih Motazedian: Key Constellations - Interpreting Tonality in Film

University of California Press (2023)
ISBN 9780520382169
198 blz., paperback


Filmmuziek is inmiddels zozeer geaccepteerd dat het onderzoek ernaar een serieuze tak van wetenschap is, maar niet eerder werd aldus de schrijfster van dit boek, de Amerikaanse musicologe Tahirh Motazedian, door een wetenschapper zo uitvoerig geschreven over de rol in filmmuziek van tonaliteit. Volgens Motazedian is die rol in film minstens zo cruciaal als in autonome tonale muziek die al eeuwen wordt bestudeerd. Daarbij stelt de schrijfster vijf kwesties centraal die zij aan het begin van haar boek kort toelicht en beantwoordt.

1. Wat betekent tonaliteit in film? Een centrale toonsoort in een film is iets anders dan die in een compositie, maar er is een besef, hoe onbewust ook, van een centrum van de harmonische verwikkelingen.

2. Moeten wij iets waarnemen om het valide te kunnen laten zijn? Waarneming is voor een deel onbewust maar daarmee niet minder van belang.

3. Hoe wordt een soundtrack een compositie? De compositie van de soundtrack is zowel het werk van de filmcomponist als van de regisseur.

4. Wie is de componist van een soundtrack? Zie vraag 3.

5. Gebeurt alles opzettelijk? Ja. Dat de toeschouwer wellicht niet alles waarneemt, doet daar niets aan af.

Om het belang van die kwesties te onderbouwen geeft Motazedian voorbeelden uit films die wat betreft verhaal, dramatische opbouw en niet-muzikale filmische middelen weinig of niets met elkaar gemeen hebben, maar waarin de tonaliteit van de gekozen muzikale middelen getuigt van een streven naar coherentie. Dit streven is voelbaar bij de behandeling van muziek speciaal voor de film geschreven en reeds bestaande muziek aangewend voor de film. Als voorbeeld geeft zij onder meer de film Expulsion waarin de regisseur of filmcomponist (wie wordt mij niet duidelijk) de Sarabande uit Bachs Derde Franse suite, door Bach geschreven in b klein, heeft getransponeerd naar cis klein omdat de nieuwe toonsoort beter aansluit bij de toonsoorten van de overige werken in de film. Een ander voorbeeld dat Motazedian aandraagt is Enrico Morricone, die onder meer de muziek maakte voor de film A Fistful of Dollars, alle stukken schreef op één dag en al die werken zette in d-klein.

Het korte, sterk theoretische deel van het boek vond ik overtuigender dan het veel langere tweede deel waarin vooral voorbeelden ter sprake komen. Het beste aan dit tweede deel vond ik het uitgangspunt dat het in wezen niet uitmaakt of de gehanteerde muziek meer een muziekstuk is, al dan niet speciaal voor de film geschreven, dan alledaags klinkend materiaal, omdat beide klankbronnen kunnen bijdragen aan de coherentie tussen de gekozen klanken.

Naarmate het boek vorderde, kwamen meer en meer twee vragen op waarop de schrijfster vind ik niet helemaal een bevredigend antwoord geeft. Het grote verschil in tonaliteit tussen een film en een muziekstuk is dat in een muziekstuk de muziek permanent klinkt (rusten in de compositie zijn bijna altijd te kort om het besef van tonale opbouw te verstoren). Anders is dat in film waarin soms minuten lang geen muziek klinkt. Weet of voelt de luisteraar bij de verschijning van nieuwe muziek dan nog wat de toonsoort is van de vorige klanken? Wél iemand met een absoluut gehoor, waarschijnlijk niet de velen die dit niet hebben. Coherentie kweken door melodieën of delen van muziekstukken te herhalen in een andere context kan ik mij wel zeer goed voorstellen en werkt denk ik veel meer dan een toonsoort. Het is zelfs een oud gegeven. In zekere zin maakt Motazedian van de toonsoort een soort wagneriaans leidmotief. Zij geeft van diverse films een lijst met de muziekstukken, hun toonsoorten en de momenten in de film waarop ze verschijnen. Om haar stelling te onderstrepen vermeldt ze dat de toonsoorten van de gekozen stukken vaak verwant zijn, maar als dat voor velen al lastig is om waar te nemen bij een muziekstuk, dan denk ik zeker bij de film.

De tweede vraag luidt: is deze coherentie er meer in de geest van de maker of de ontvanger? Motazedian citeert enkele uitspraken van filmmakers, maar deze gaan zelden bewust op de kwestie in. Dat kan twee dingen betekenen: of ze willen anderen niet in de eigen keuken toelaten of het aspect heeft voor hen een kleinere rol dan men gezien een studieus boek mag verwachten.

Als tonaliteit een rol speelt in de beleving van de filmkijker, wat doet een toonsoort dan met mensen die geen absoluut gehoor hebben? Het voornaamste argument van Motazedian is dat in de besproken films de toonsoorten dicht genoeg bij elkaar liggen om een verband te kunnen ervaren, eventueel onbewust. Dit lijkt mij gelet op het boek meer een hypothese dan een onderbouwde stelling. Voor sommigen met een sterk ontwikkeld gevoel voor harmonie zal het misschien gelden. Wellicht dat muziekpsychologen hier iets over kunnen zeggen.

De concentratie van Motazedian op toonsoorten is wellicht onbedoeld en in ieder geval onuitgesproken ook een muzikaal-conservatief uitgangspunt in een tijd waarin veel componisten, zowel van filmmuziek als van muziek voor de concertzaal en de huiskamer, gebruik maken van tonaal aandoende harmonieën om hun werk meer samenhang te geven, alsof coherentie met dit middel zwaarder weegt (voor componist en/of luisteraar) dan samenhang door middel van ritme, klank en volume.

De concentratie op muziek in film heeft een groot nadeel. In de beste films is de muziek een cruciaal onderdeel van een Gesamtkunstwerk en valt de muziek pas goed op als ze uit de toon valt, bijvoorbeeld doordat ze disproportioneel sterk of zwak aanwezig is. Andere aspecten van dit Gesamtkunstwerk verdienen kortom evenveel aandacht. Hopelijk iets voor een volgend boek waarin de auteur, anders dan Motazedian, zich niet beperkt tot het verhaal maar ook de andere filmische bouwstenen in het betoog betrekt.

____________________

Naschrift: De tot nu toe laatste film die ik zag was Anselm van Wim Wenders, een portret van de Duitse beeldend kunstenaar Anselm Kiefer. De film (zeer aanbevolen!) heeft wel een opbouw, maar geen verhaal in de vorm van een anekdote die men kan vertellen als ware het een nieuwsbericht. De muziek klinkt in flarden en met grote tussenpozen, tonaal kan men die zeker niet noemen, effectief is ze zeer zeker. De film van Wenders plus het boek van Motazedian wekten bij mij de indruk dat het boek is afgestemd op een soort Hollywood-achtige relatie tussen geluid en beeld. Die relatie kan weliswaar zeer overtuigend worden overgebracht (want dat is Hollywood wel toevertrouwd), maar ze is slechts één mogelijkheid, commercieel ongetwijfeld succesvol en artistiek vooral conventioneel en te gieten in regels die Motazedian probeert te beschrijven. Wenders zoekt en vindt zijn kracht in niet-schoolse intuïtie en uniciteit. Deze tegenstelling is uiteraard niet zwart-wit, maar het principiële verschil is evident, net als het feit dat een filmmaker met een toonsoort kan doen wat men wil.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links