Boeken

 over muziek

 

© Gerard van der Leeuw, juni 2022

 

Ewoud Kieft: Concerto

Uitg. De Bezige Bij, Amsterdam (2021)
ISBN 9789403130910
352 blz., paperback, met notenapparaat
Verkoopprijs € 23,99


Toen ik muziekwetenschappen studeerde kon je in Amsterdam op talloos veel plekken terecht voor je broodnodige platen en cd’s. In de Leidsestraat zat de Nieuwe Muziekhandel, in de P.C. Hooft Richter, naast Brasserie Keyzer zat Broekmans, aan het Spui Van Praag en daar vlakbij de winkel waar ik zelf als student jarenlang heb gewerkt: Bender. Voor goedkope ramsj kon je terecht op de Ceintuurbaan bij Ton Klumperer ‘diploma conservatorium’, bij de Koperen Hoorn op de Leliegracht of bij Holst op de Overtoom. Allemaal verdwenen. Eén winkel, opgericht in 1955, bestaat nog altijd: Concerto in de Utrechtsestraat (klik hier voor een overvloeidge bloemlezing uit een rijke geschiedenis). En dat is de winkel waar Ewoud Kieft, de schrijver van deze 337 pagina’s lange ode min of meer toevallig ging solliciteren:

Wat ik op dat moment niet eens wist, was dat sollicitanten bij Concerto inderdaad op hun muzieksmaak en kennis gekeurd werden. Iedereen die er kwam te werken werd geacht een expert te zijn. Dat was een erekwestie, een lange traditie geworden, waaraan de winkel zijn goede naam te danken had. Concerto’s oprichter, Gijs Molenaar, was hier ergens in de jaren vijftig mee begonnen, nadat een van de winkelmeisjes tot zijn afgrijzen luidkeels door de winkel schallend had gevraagd of ze ook iets van het ‘Hormonenkoor’ hadden. Vanaf dat moment was hij de kennis van zijn personeel gaan trainen en testen. (blz. 12)

Hilarisch het verslag van zijn ‘examen’:

‘Als een klant jou vraagt naar Dave Brubeck…’ Ik keek recht voor me uit, zonder iets te zeggen. Van Dave Brubeck, de vrolijke, bebrilde jazzpianist, bekend van de cool jazzstandard ‘Take five’, had ik toen nog nooit gehoord. (blz. 17)

En laat dat nu net de vraag zijn waar ik wel het antwoord op had geweten! Maar ja, Brubeck studeerde dan ook bij Darius Milhaud en Arnold Schönberg. Het boek gaat - op een prachtig hoofdstuk over Joop Homan, de Groninger die jarenlang op zijn geheel eigen wijze de klassieke afdeling bestierde na - vooral over de ‘populaire’ muziek: van jazz tot metal en van hiphop tot soul. Maar precies dat maakt het voor mij, een doorgewinterde klassiekfreak, nu juist zo interessant. Het boek is met grote kennis van zaken en met de nodige humor geschreven. Neem alleen al de karakterisering van de winkel in een hoofdstukje over Wouter Molenaar, die na een ongeluk met zijn zeilboot Concerto moet verkopen:

Gegadigden waren er genoeg: grote spelers in de muziekindustrie die forse bedragen boden om Concerto te kunnen overnemen. Hans Breukhoven, oprichter en eigenaar van de Free Record Shop, op dat moment met zo'n tweehonderd filialen op afstand de grootste keten van platenzaken in Nederland deed een voorstel waar Wouter toch wel even serieus over heeft nagedacht - ook al gold ‘de Free’, zoals die in Concerto op nogal geringschattende toon genoemd werd, al jaren als de vijand: de belichaming van precies de commerciële eenvormigheid die tijdens de jaren tachtig de muziekindustrie zo'n slechte naam bezorgde. Breukhoven had al langer plannen om een megastore te beginnen, een muziekwinkel waar werkelijk álles te koop zou zijn - en daar zou Concerto uitstekend voor in aanmerking komen. Alleen zag hij geen enkel nut in Concerto’s tweedehands afdeling. Wat moest een toonaangevende platenzaak nu met al die oude rommel? Het zou het eerste zijn wat eruit zou vliegen als hij het voor het zeggen zou krijgen.
Bij andere geïnteresseerden merkte Wouter precies hetzelfde: ze waren helemaal weg van Concerto, zeiden ze, maar ze snapten niet waarom die smoezelige tweedehands afdeling er per se bij moest. De vraag was natuurlijk of ze dan wel écht iets in Concerto zagen.
Want de tweedehands afdeling was niet zomaar een afdeling die er voor de aardigheid bijzat, het was de essentie, de kern, het fundament waarop Gijs Molenaar Concerto had gebouwd; de reden waarom de winkel tijdens de jaren vijftig en zestig het toevluchtsoord was geworden van de jeugd, en van andere arme sloebers; het was de reden waarom klanten altijd terug bleven komen, omdat je nooit wist wat je nu weer in de bakken aan zou treffen. Het was de reden waarom je in Concerto werkelijk alle soorten mensen door elkaar zag lopen: junks en hoogleraren, scholieren en bejaarden, vuilnismannen, trambestuurders, reclamemakers en travestieten, Suri’s, Mocro’s en kaaskoppen, plat en chic, volks en elitair. Het gaf Concerto zijn unieke, van de tijd losgezongen karakter, bevrijd van alle hypes en tijdelijke bevliegingen, alsof je in een andere dimensie stapte als je de winkel binnenliep.
(blz. 262ev.)

Ewoud Kieft werkte zo’n zeven jaar bij Concerto en leerde zo de winkel en de klanten van haver tot gort kennen. Twintig jaar later zocht hij zijn oude winkel weer op met dit prachtboek, een levende muziekgeschiedenis, als resultaat.

Meer dan 75 jaar is Concerto voor duizenden en duizenden mensen de plek geweest waar bliksemflitsen insloegen. En daar bleef het niet bij, want met elke blikseminslag werd een nieuwe muzikale wereld geopend. Als je dat eenmaal hebt meegemaakt, als je een idee hebt gekregen van wat er allemaal nog te ontdekken valt, blijft de plek waarop dat je overkwam iets bijzonders houden, iets persoonlijks, iets wat een beeldscherm of een bezorgservice niet zomaar kan vervangen. (blz. 337)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links