Boeken

 over componisten

 

© Emanuel Overbeeke, november 2021

 

Steven Isserlis: The Bach Cello Suites - A Companion

Faber & Faber, Londen 2021
ISBN 978-90-571-36624-8
228 blz., gebonden
Verkoopprijs varieert per aanbieder


Niet alleen een roman, ook een boekbespreking kan op drie gelijkwaardige manieren beginnen en eindigen:

- De beste musici zijn zij die ook musicoloog zijn, niet omdat hun extra vaardigheid meer broodnodige zekerheid geeft, maar meer inspirerende relativering.
- Soms kan een schrijver beter niet beginnen met de essentie.
- De essentie van een Bijbel is de meerduidigheid.

Om deze oneliners uit te breiden tot een palet:

- Steven Isserlis is een terecht beroemde cellist die net als elke zichzelf respecterende cellist de cellosuites van Bach uitvoert en daar, voor zover ik weet als enige cellist behalve Anner Bijlsma, een boek aan wijdde dat getuigt van groot inzicht in het karakter van deze werken. Aan bod bij Isserlis komen onderwerpen als de geschiedenis van de suite voor Bach, de biografie van Bach, de ontstaansgeschiedenis van de cellosuites, de onderliggende dansen, Bachs omgang met de dansen en overige vormen, de vier versies van de overgeleverde manuscripten, de afzonderlijke delen en de receptie tot en met Pablo Casals.
- Ondanks de vele informatie in zeer bondige vorm, ondersteund door een uitvoerige literatuurlijst en een verklarend begrippenoverzicht, geeft hij halverwege het boek op de hamvraag een ondubbelzinnig antwoord.

Zijn er regels voor de uitvoering?

‘There are NO rules for playing this music - music this free and original transcends any restriction whatsoever.'

- Na de voorgaande honderd bladzijden is dat ‘gesprek' geen verrassing meer want bij dit onderwerp hebben we meer vermoedens dan zekerheden. Even voor de hand liggend is de constatering dat Isserlis daar absoluut niet mee zit, want hij kent de materie op zijn duimpje. Zijn liefde voor het zestal spreekt uit elke zin, mede omdat hij een goede schrijver is. Dit is zijn eerste boek over muziek, maar niet zijn eerste boek. Eerder schreef hij twee kinderboeken en een biografie van Tsjaikovski. Die drie plus de lectuur die hij verstouwde voor zijn Companion moeten hem hebben bijgebracht dat een goede tekst over muziek evenzeer overtuigt door de stijl als door de informatie. Isserlis' stijl is een onderhoudende mix van humor, relativering, anekdotes, globale analyses in een voor redelijk geïnformeerden begrijpelijke taal, oog voor sprekende details en besef van de beperking van de wetenschap. De mooiste anekdote is dat hij de suites uitvoerde met een bladomslaander die bijna voortdurend een pagina te ver was waaruit Isserlis de conclusie trok dat hij het stuk goed genoeg kende om het uit het hoofd te spelen. En zijn vergelijking van de vier bekende versies van het manuscript is verplichte kost voor wie gelooft in een definitieve versie. Men kan stellen: hoe minder we weten over de uitvoeringspraktijk, hoe meer ruimte er is voor de verbeelding. Isserlis ziet het weinige dat we weten eerder als een stimulans dan als een beperking. De duidelijkste voorbeelden zijn de passages over het tempo en het dansante karakter van de delen. Isserlis doet geen poging de muziek levend te maken door die te verbinden met een anekdote uit het leven van de auteur, zoals Kennicott dat deed in zijn boek over de Goldberg-variaties. Hij heeft zo'n anekdote ook niet nodig. Uit elke zin spreekt dat Isserlis permanent leeft met deze stukken. Men kan slechter gezelschap treffen.

Isserlis is te beschaafd en te diplomatiek om zich uit te laten over levende collega's. In zijn boek noemt hij slechts twee dode: Pablo Casals en Anner Bijlsma, volgens Isserlis de belangrijkste cellist na Casals. Toen de dirigent Jeffrey Tate gevraagd werd naar zijn favoriete dirigenten was zijn antwoord ‘Veel dirigenten zijn vooral enthousiast over dode collega's'. Als je een vraag ontwijkend wil beantwoorden, moet je het zo doen.

- De onzekerheid van de musicoloog is een paradijs voor de musicus. Muziek die voor de bewonderaars staat voor de verklanking van de rijkdom van het aardse bestaan in het licht van de eeuwigheid en van het licht, in en aan het einde van de tunnel, leent zich bij voorkeur voor een palet aan interpretaties. Hij is getuige zijn stijl intelligent genoeg om te weten dat een uitvoering, wat er ook musicologisch op valt aan te merken, aanvaardbaar wordt door de muzikale kracht ervan. Die kracht is voelbaar, maar mag niet worden uitgesproken. ‘Don't demonstrate your ideas! Many performances are ruined by that. Have ideas, by all means, but don't give a lecture-recital. We want to hear the music as if it is being composed as you play, as if it's travelling through you unhindered by prefabricated theories.' (blz. 100) En Isserlis is een groot artiest (zijn uitvoering van de cellosuites ooit uitgebracht door Hyperion beluisterde ik met groot genoegen, ook al staan deze stukken bij mij zozeer boven de wet dat ik zelfs bij mindere uitvoeringen geboeid wil blijven luisteren). Zijn boek lijkt een sobere inleiding omdat veel aspecten kort worden behandeld en ook omdat hij woorden tekort komt om de ontroering te duiden (zichzelf hiervoor generen is overbodig want een mysterie is per definitie een mysterie). Maar als zakelijke inleiding is het boek uitstekend, als getuigenis van een liefde volstrekt geslaagd en als opstapje tot (her)beluistering van de muziek volmaakt geschikt. Het mooiste aan het boek is dat de erkenning van de machteloosheid van het woord dit woord juist sympathiek maakt en uitnodigt tot het opnieuw luisteren naar iets dat een bijbel is, juist omdat die oersterk is en niet eenkennig.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links