Boeken

 over muziek (algemeen)

 

© Ankie van Savooyen, januari 2024

 

Erik Heijerman & Albert van der Schoot (red.): Muziek zit tussen je oren - Muziekfilosofische beschouwingen

Uitgeverij Damon, Eindhoven (2023)
ISBN 9789463403467
176 blz., paperback


Afgelopen jaar verscheen onder redactie van Erik Heijerman en Albert van der Schoot de bundel Muziek zit tussen je oren: Muziekfilosofische beschouwingen. Het boek bevat naast de bijdragen van de redacteuren die van nog negen andere auteurs, waaronder een van de hoofdredacteur van uw Rode Leeuw. De auteurs schrijven ieder vanuit een andere invalshoek en er is een brede waaier aan onderwerpen. Ik geef een overzichtje en licht enkele thema’s voor u uit.

Albert van der Schoot opent met een uitleg over de notie ‘verbeeldingskracht’ bij Immanuel Kant. Kant bespreekt in zijn kenleer het vermogen van de mens om te aanschouwen wat aan de zintuigen ontsnapt: de verbeeldingskracht waarmee we tot een reflecterend oordeel kunnen komen. Dat muziek meer is dan alleen een opeenvolging van klanken weten we dankzij dat vermogen. We hebben de kantiaanse kenvermogens nodig om muziek te verstaan, maar hoe we deze verstaan is afhankelijk van veel andere factoren.

Luisteraars komen niet allemaal tot eenzelfde oordeel, ze hebben hun eigen associaties bij een muziekstuk. De context doet ertoe. Joris Roelofs wijst erop dat zelfs een verandering van samenstelling van publiek al leidt tot andere voorkeuren. De funeste invloed van extreme omstandigheden (martelingen) op muziekbeleving komt aan de orde bij Tomas Serrien. Van belang is ook een mate van relevante voorkennis bij de luisteraar. Pablo Muruzabal Lamberti stelt dat we van bepaalde muziek moeten leren houden, zoals ogen moeten wennen aan het licht. Gerard van der Leeuw bespreekt de wijze waarop componisten met name in renaissance en barok affecten uitdrukken in hun werk.

Het publiek dat deze retorische technieken kent, zal de muziek anders ervaren dan de naïeven onder hen. Maar de naïeven hebben niet per se daarom een mindere beleving, stelt Leo Samama. Hans Fidom verwijst naar de hermeneutiek van Gadamer wanneer hij betoogt dat geen enkele uitvoering van een werk dè uitvoering is, en dat de ervaring van dat werk ook steeds een andere kan zijn. Hij wijst bovendien op het verschil in beleving tussen levende muziek en opnames. We kunnen ons oefenen beter te luisteren door oortrainingen. Bij de oordelen over muziek blazen ook muziektheoretici een partijtje mee. Ze geven aan wat ze in de muziekpraktijk van belang achten. Van der Schoot wijst op drie verschillende denkstijlen die de blik op muziek in verschillende eeuwen hebben bepaald. Muziek, concludeert Serrien, heeft geen essentie. Er zijn alleen interpretaties. Iedere tijd kent eigen compositievoorschriften, eigen uitvoeringspraktijken en eigen luisterculturen. Dat moet wel betekenen dat oordelen over muziek relatief zijn.

Maar er is ook een andere filosofische positie mogelijk. In de bundel vallen de termen ‘absoluut’ en ‘universeel’ regelmatig. Muziek wordt door sommigen gezien als een mogelijkheid een andere werkelijkheid te schouwen.

In dit verband noemen Samama en Wouter Capitain Beethoven, die verheven muziek wil schrijven waarin universele waarden worden uitgedrukt. Hij wil de luisteraar verheffen. Erik Heijerman ziet (naast subjectieve oordelen) bij bepaalde muziekfragmenten ruimte voor een de alledaagse werkelijkheid overstijgende ervaring. Hij gebruikt termen als ‘perfect’, ‘oneindig’ en ‘tijdloos’ om deze beleving uit te drukken, - allemaal verwijzingen naar zaken die in onze alledaagse rommelige wereld niet te vinden zijn. De titel van zijn bijdrage luidt veelbetekenend Even raken aan de eeuwigheid. Volgens Lamberti kan muziek de basis zijn van een spirituele oefening om zintuigen voorbij de zintuigen brengen.

Ruud Welten ziet in navolging van Arthur Schopenhauer muziek als uitdrukking van de Wil. Waar alle andere dingen slechts representaties van deze Wil zijn, is muziek er een manifestatie van. Muziek biedt geen schaduwen, maar gaat over het 'Ding an sich'.

Componisten, uitvoerende musici en luisteraars moeten leren muziek te schrijven, uit te voeren en te begrijpen en omgekeerd leert muziek hun ook iets. Albert van der Schoot vertelt over Plato, die meent dat toonsoorten het karakter beïnvloeden. Plato wil daarom in zijn Ideale Staat slechts enkele toonsoorten toestaan, zegt Lamberti. In de renaissance, waar Jacomien Prins over schrijft, leven deze gedachten voort bij de Neoplatonici. Volgens deze denkers helpt een goede soort muziek de mens tot morele perfectie te komen en leidt schadelijke muziek tot losbandigheid. Muziek heeft dus een zekere macht over de mens. Deze macht wil Plato inzetten om in zijn Ideale Staat burgers op te voeden. Latere religieuze en wereldlijke machtshebbers brengen dit in praktijk, waarbij ze soms tot tegenstrijdige oordelen komen: Roelofs vertelt dat jazzimprovisaties in de VS gepromoot werden vanuit de idee dat ze kapitalistische waarden vertegenwoordigden, terwijl ze in de DDR juist geacht werden blijk te geven van een revolutionaire, antikapitalistische houding.

De rollen van componist, uitvoerend musicus en luisteraar zijn verenigbaar in één persoon. Het is moeilijk voorstelbaar dat er een conflict kan zijn: Mahlers oordeel over een werk moet in elk van deze drie rollen wel hetzelfde zijn. Anders ligt dat met de rollen van politiek schrijver en privé muziekluisteraar. Capitain bespreekt het probleem aan de hand van de keuzes van Edward W. Said. Deze stelt de westerse blik op oosterse culturen aan de kaak in zijn boek Oriëntalisme, en heeft tegelijk zelf een duidelijke voorkeur voor Europese klassieke muziek en een afkeer van Arabische muziek. Dit leidt tot prikkelende vragen. Is muziek politiek neutraal?

Behoort een pleidooi voor gelijkwaardigheid van culturen samen te gaan met een gelijke waardering voor voortbrengselen uit die culturen? Is er de plicht van een publieke persoon zijn/haar smaak te verhullen om zijn/haar politieke boodschap niet te verzwakken? De lezer zal hier en in de andere kwesties die in het boek besproken worden zelf positie willen kiezen. Het boek daagt daartoe uit.

Albert van der Schoot:
De glimlach van Sint Ursula
Erik Heijerman:
Even raken aan de eeuwigheid
Tomas Serrien:
Muziek als een bijzondere betekenis
Hans Fidom:
Oefen je muzikaliteit: luister klankbewust
Ruud Welten:
De stilte vóór de muziek
Gerard van der Leeuw:
Retorica vraagt ook om goed leren luisteren!
Leo Samama:
Componeren tussen inspiratio en elaboratio
Joris Roelofs:
De belofte van het moment: improviseren in woord en klank
Pablo Muruzabal Lamberti:
Spiritueel luisteren bij Plato
Jacomien Prins:
Muziek en liefde in de Italiaanse Renaissance
Wouter Capitain:
De persoonlijke en politieke luisterervaring van Edward W. Said


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links