Boeken

 over componisten

 

© Aart van der Wal, juni 2022

 

Ondrej Pivoda en Lubomír Spurný: Pavel Haas - A Catalogue of the Music and Writings

Bärenreiter Praha 2022
ISBN 978-80-86385-42-6
235 blz., gebonden en geïllustreerd
Verkoopprijs ca. € 33,50
Verschijnt in juli 2022

https://www.baerenreiter.com/shop
/produkt/details/H8054/


Hij had het postuum al lang geleden verdiend: een zorgvuldig samengestelde en keurig gedrukte werkcatalogus, maar het is er eerst nu van gekomen: Pavel Haas, A Catalogue of the Music and Writings onder redactie van Ondrej Pivoda en Lubomír Spurný, financieel mogelijk gemaakt door de Tsjechische Stichting Wetenschappen. Want een dergelijk project is een hele onderneming, neemt u dat maar van mij aan.

Het boek verschijnt in juli, maar het idee ontstond al veel eerder, in 2014, ten tijde van de aan Haas gewijde tentoonstelling naar aanleiding van diens 75ste sterfjaar (hij overleed in 1944 in Auschwitz). Organisator Pivoda had de tentoonstelling de subtitel Janáčeks meest begaafde leerling meegegeven, wat overeenkomstig de werkelijkheid is. Het bleek tevens het begin van de geleidelijke accumulatie van bijzonderheden over leven en werk van deze Tsjechische componist. Het aantal artikelen en commentaren bleef vervolgens groeien, deel uitmakend van de vele meest uiteenlopende bronnen op grond waarvan de verschillende scheppingsstadia in het leven van Haas in kaart konden worden gebracht. Het daarmee gepaard gaande, diepgaande onderzoek leverde tevens de in het boek opgenomen, overwegend zeer gedetailleerde werkbeschrijvingen op. Niet in de laatste plaats was er het wetenschappelijk onderzoek naar de door Haas nagelaten manuscripten en kunnen de de uitkomsten ervan worden gebruikt ten behoeve van de uitvoering van het werk van Haas.

Pavel Haas (ca. 1935)

Een belangrijke en bovenal betrouwbare informatiebron in het beginstadium van de samenstelling van de catalogus werd gevonden in de persoon van Lubomír Peduzzi, eens een leerling van Haas en de auteur van de monografie Pavel Haas: Život a dílo skladatele (Pavel Haas: Het leven van een componist), verschenen in 1993. Het boek was op menig punt een ware ‘eye-opener' op het leven en werk van Haas. Een ander onmisbaar baken was het beluisteren van de composities zoals Peduzzi die vermeldt aan het einde van zijn boek. De daarin voorkomende fouten werden door Pivoda en Spurný in hun catalogus rechtgezet en bovendien aangevuld met nieuwe informatie omtrent eerst onlangs ontdekte composities en schetsen.

Haas' handschriften en schetsen, uiteraard voor zover overgeleverd, bevinden zich helaas op meerdere locaties, waarvan de belangrijkste te vinden is in Brno, in de geboorte- en werkplaats van Haas: de afdeling muziekgeschiedenis van het Moravisch Museum. Daar is tevens een omvangrijke verzameling correspondentie, foto's, persoonlijke documenten, boeken, concertprogramma's en posters van opera-uitvoeringen ondergebracht. Feitelijk vormt deze collectie de officiële nalatenschap van Pavel Haas zoals die in verschillende stadia aan het museum is geschonken, eerst in 1953 en vervolgens in 1957, door Sona Haasová, de weduwe van Haas, waarna in 1959 nog belangrijke items daaraan werden toegevoegd door het staatsconservatorium. Daarmee was het echter nog niet gedaan, want in 1976 volgden waardevolle documenten die afkomstig waren van de inmiddels ter ziele zijnde Moravische Componistenvereniging; dit op initiatief van de componist Josef Kohout. Ten tijde van de publicatie van zijn boek breidde Peduzzi de verzameling zelfs nog verder uit. In 2015 en 2021 was het Olga Haasová-Smrcková, de dochter van de componist, die de meest recente bijdragen leverde. Met horten en stoten werd aldus als het ware een papieren monument voor Pavel Haas opgericht.

Fragment uit de Sonate voor hobo en piano (1939) (autograaf)

Wat Haas' creatieve activiteiten in het doorgangskamp in Theresienstadt (Terezín) betreft zijn als belangrijkste stille getuigen de ter plekke door de componist vervaardigde manuscripten en afschriften. Ze zijn bewaard gebleven in het Joods Museum in Praag en in het archief van het Terezín Memorial.

Levensloop
De op 21 juni 1899 in Brno (Brünn) geboren Pavel Haas had evenals Gustav Mahler zijn wortels in Oost-Bohemen. De joodse en Tsjechische families op het platteland spraken dezelfde taal en waren zowel maatschappelijk als cultureel volkomen geïntegreerd. In de grotere steden was dit echter anders en had het Duits sprekende deel het overwegend voor het zeggen. Hun politieke invloed was aanmerkelijk groter en zij hadden de betere banen. Ook Mahler moet dat hebben ervaren, want hij ging voor zijn muziekstudie naar de Oostenrijkse hoofdstad en kreeg daar ook de kans om zich muzikaal te ontplooien, wat hem in zijn geboorteland nooit zou zijn gelukt.

Voor Pavel Haas gold dat inmiddels niet meer. De Tsjechisch sprekende bevolking had voor de eerste maal de meerderheid in de Tsjechische landdag (het regionale bestuur) veroverd en de daaruit voortvloeiende sociale, taalkundige en culturele veranderingen hadden vanzelfsprekend ook een positieve invloed op de mogelijkheden voor Pavel om in zijn geboortestreek te studeren en er een carrière op te bouwen.

 
 

Pavel Haas (l.) met zijn broer Hugo en vader Zikmund (ca. 1935)

Pavels vader, Zikmund, had zich in de jaren negentig van de negentiende eeuw in Brno gevestigd en begon daar een al snel goed lopende schoenenwinkel, later gevolgd door nog twee zaken. Zoon Hugo (1901-1968) groeide niet alleen uit tot een vooraanstaande toneel- en filmacteur, maar was ook bestuurslid van het beroemde Nationale Theater in Praag. Hij emigreerde vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog naar de V.S. en bouwde in Hollywood een eveneens succesvolle loopbaan op.

Pavel ging evenals zijn broer Hugo eerst naar een Duits georiënteerdebasisschool. Thuis werd alleen Tsjechisch gesproken, maar de ouders hadden voor hun beide zonen een zakelijke carrière voor ogen en daarvoor was de beheersing van de Duitse taal onontbeerlijk. Vervolgens bezocht Pavel de technische staatsschool, de Reálka, en kreeg hij pianoles, wat hem ertoe aanzette om componist te worden. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog had hij een ouverture, verschillende pianostukken en liederen op zijn naam staan. Uit de daarvan bewaard gebleven fragmenten blijkt in ieder geval dat hij toen al grote aanleg voor het componeren had.

Met instemming van zijn ouders verliet Pavel het schoolleven om zich volledig aan de muziekstudie te kunnen wijden, maar niet zonder ten minste enige uren per dag in de schoenenwinkel te werken: zijn vader achtte een zakelijke 'onderbouw' voor zijn zoon van groot belang. Dan was er voor de 18-jarige ook nog de militaire dienst, waaraan hij zich niet kon onttrekken. Pavel nam dienst in het Oostenrijks-Hongaarse leger, maar erg veel indruk heeft dit niet op hem gemaakt.

Na de oprichting van de onafhankelijke Tsjecho-Slowaakse republiek kwam er in Brno naast het al bestaande Duitse conservatorium nu ook een Tsjechische pendant, waar de componist Leoš Janáček lesgaf. In september 1920 meldde Pavel zich bij diens meesterklas en werd aangenomen. Op 28 juni 1922 kon hij niet zonder gepaste trots het diploma in ontvangst nemen. Een van de composities waarmee hij zich in die tijd bezighield was een opera naar de komedie De derde van de Russische auteur Viktor Krylov. Hij componeerde toen ook stukken die hij van een opusnummer voorzag, zoals het Eerste strijkkwartet op. 3, de Chinese liederen voor altstem en piano op. 4 en het Scherzo triste voor orkest op. 5. Hij ontving zelfs de opdracht tot het schrijven van de toneelmuziek bij R.U.R., een theaterstuk van Karl Capek, dat in het stadtheater van Brno werd opgevoerd. Kort daarna werd hij door het toen zeer bekende Revolutionaire Theater in Praag gevraagd om zowel de muziek voor drie losse nummers als bij enige tekstdelen te componeren voor de voorstelling van Georg Büchners Wozzeck. Ondanks die in het oog springende activiteiten brak de carrière van Pavel Haas als componist niet echt door. Hij trok daaruit de conclusie dat hij zich als toondichter niet in zijn levensonderhoud zou kunnen voorzien en besloot om zich te wijden aan de schoenenwinkels van zijn vader. Van nu af aan was Pavel gelegenheidscomponist.

 
 

Leoš Janáček (1854-1928)

Pavel bezat een hoge mate van zelfkritiek en gaf alleen opusnummers aan zijn werk als hij er met hart en ziel achter kon staan. Vele composities sneuvelden onder zijn kritische oog en uiteindelijk kende hij aan slechts achttien werken een opusnummer toe. Zijn persoonlijke ontwikkeling als componist stond zeker sterk onder invloed van zijn leermeester Janáček, die als leraar hoge eisen stelde aan onder meer de opbouw van melodie en harmonie binnen het idioom van het Moravische volkslied. Evenzo het op muziek zetten van teksten en de ritmiek als structureel element van de compositie gaven menige student een moeilijk uurtje. Maar Janáčeks kwistig rondgestrooide opgaven hebben zeker, waar het Haas betreft, hun dienst bewezen want de neoclassisistische technieken à la Stravinsky en de jazz-achtige bewerkingen van de Moravische folklore in combinatie met joodse-synagogemuziek en vooral een eigen, zelfbewuste stijl hebben hem tot een van de belangrijkste componisten van zijn generatie gemaakt. Dat hij slechts kort heeft mogen leven, doet daaraan niets af.

De opera in drie akten en zeven scènes Šarlatán (Charlatan of Kwakzalver) is een van Haas' belangrijkste werken en daarnaast een keerpunt in zijn veelbelovende componeerstijl. Het draait om de kwakzalvende dokter Johann Andreas Eisenbart (1663-1727), die het onderwerp is van een novelle van de Duitse auteur Josef Winckler. Haas maakte zijn eigen selectie van de vele gedenkwaardige gebeurtenissen in het boek en slaagde erin een dramatisch libretto samen te stellen. Hij had er slechts twee maanden voor nodig (mei en juni 1934), maar het muzikale discours moet hem veel hoofdbrekens hebben gekost, want pas in juni 1937 was de opera voltooid. Daaraan vooraf ging overigens nog een zesdelige Orkestsuite (op. 14), die op de muziek uit de eerste en tweede akte is gestoeld.

Zoals Haas het zelf omschreef, betrof het een muzikale tragikomedie waarin allerlei stemmingen de revue passeren, van het groteske naar het tragische. De moderne uitdrukkingsmiddelen verhelen niet het folkloristische karakter. "In dit werk probeerde ik ook om de tijd op te roepen waarin de handeling speelt. De snel wisselende situaties, de scherp met elkaar contrasterende scènes en het gevoel van ononderbroken beweging beïnvloedden alle de muzikale stijl. De tekst is hoofdzakelijk in proza geschreven, maar enige delen zijn in versvorm in de stijl van de oude vlugschriftballaden gegoten. Aria's ontbreken, maar ik heb geprobeerd om aan het orkest een meer melodieuze rol te geven." Aldus de componist op 26 maart 1938 in Moravské slovo.

De première vond plaats op 2 april 1938 in het Oude Theater in Brno en werd zo enthousiast ontvangen dat de opera in dat voorjaar nog vijf uitvoeringen beleefde. Haas was bijzonder ingenomen met het succes, maar de donkere wolken pakten zich reeds samen en in de loop van dat jaar verslechterde de toestand in Tsjecho-Slowakije dusdanig dat verdere uitvoeringen moesten worden geschrapt.

 
 

Struikelsteen...

In oktober 1935 trouwde Pavel met de arts Soňa Jakobsonová, maar na de Duitse bezetting van Tsjecho-Slowakije besefte hij dat zijn joodse achtergrond niet alleen hem, maar ook zijn vrouw en dochter grote beperkingen zou opleggen en vroeg hij om die reden formeel echtscheiding aan, hoewel Pavel gewoon thuis met zijn gezin verbonden bleef. Daaraan kwam evenwel een abrupt einde toen Pavel op 2 december 1941 op transport werd gesteld naar Theresienstadt. Met Gideon Klein behoorde Pavel tot een van de eerste componisten die werden gedeporteerd. Zijn vrouw en kind bleven gespaard.

Voor Pavel Haas was Theresienstadt zoals voor vrij alle gedeporteerden een oord van verschrikking waaruit hoop noch levenskracht kon worden geput. Alleen Gideon Klein wist hem steeds weer opnieuw uit zijn lethargische toestand te halen, maar de dagelijkse omstandigheden in het kamp trokken een enorme wissel op Pavels creativiteit. Van de minstens acht in Theresienstadt gecomponeerde werken is het merendeel helaas verdwenen. Een drietal bleef echter behouden, Al sefod (Treur niet) (1942) voor mannenkoor a capella op teksten van David Shimoni, de intens tragisch-lyrische Vier liederen op Chinese teksten (1944) en de kleurrijke Studie voor strijkorkest (1943). Dat laatst werk werd van de vergetelheid gered door de eveneens in Theresienstadt geïnterneerde Tsjechische dirigent Karel Ancerl, die in het kamp meerdere uitvoeringen ervan leidde en er na de oorlog in slaagde om de orkestpartijen in het kamp alsnog op te sporen. Het handschrift van Haas bleef echter onvindbaar.

Beeld uit de film ‘Der Fuehrer schenkt den Juden eine Stadt'. Rechts Pavel Haas, die luistert naar de uitvoering van zijn 'Studie voor Strijkers' door het getto-orkest onder leiding van Karel Ancerl.

Na de oorlog is relatief veel energie gestoken in het opsporen van een Requiem dat Haas in Theresienstadt zou hebben gecomponeerd, maar door de omstandigheden onvoltooid is gebleven. Er werd voor het eerst melding van gemaakt in een brief van Karel Ancerl van 1 november 1945, waarin de dirigent de componist Bohumir Štedron in kennis stelt van de composities die Haas in Theresienstadt had geschreven. Daarin valt ook te lezen dat Haas in het bezit was van een schets van het Requiem en een (niet nader aangeduide) symfonie, waaraan hij nog in Brno begonnen zou zijn. De musicus Joža Karas noteerde, blijkbaar op grond van diezelfde brief, dat Haas in 1944 van plan was een Requiem te componeren voor solisten, koor en orkest. Volgens Peduzzi was de dodenmis bedoeld als herinnering aan de onschuldige slachtoffers van het getto (van Brno).

In oktober 1944 werden Haas en duizenden anderen, waaronder vrijwel alle musici, op transport gesteld naar Auschwitz, waar hij kort na aankomst, op 17 oktober, werd vergast. Een dag eerder waren Viktor Ullmann en Hans Krása hem voorgegaan.

Catalogus
De samenstellers hebben gezorgd voor een overzichtelijke indeling, die in verschillende segmenten uiteenvalt, te beginnen bij Pavels levensloop, een lijst met gebruikte afkortingen en de aangelegde structuur van de catalogus. De twaalf secties zijn op hun beurt onderverdeeld naar genre: opera, vocaal-orkestraal, koraal, vocaal, orkestraal, kamermuziek, piano, incidenteel, film, onvoltooid, verloren en ten slotte Haas' artikelen (merendeels recensies die betrekking hebben op uitvoeringen in Brno). De detaillering ervan is indrukwekkend, de gekozen afbeeldingen (van Haas, zijn familie, manuscripten) zijn binnen de gegeven context zeer treffend. Aan het einde van het boek is een uitvoerige bibliografie opgenomen, naast de lijst met illustraties, een systematische maar ook chronologische index van Haas' composities met alle daarbij behorende data (partituur, instrumentatie, manuscript[en], eventuele reconstructies, [eerste] uitvoeringen, enz.), de index van zowel de originele als de Engelstalige titels van zijn werk, de index van de eerste tekstregel in het werk van Haas, en ten slotte de personen- en zakenindex.

Het resultaat van al die inspanningen mag er zijn, waardoor we voor het eerst kunnen beschikken over een subliem samengestelde en vormgegeven catalogus die mijns inziens niet alleen voor de Haas-adepten van groot belang is.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links