Boeken

 over muziek (algemeen)

 

© Emanuel Overbeeke, november 2021

 

Donald Greig: Baroque Music in Post-War Cinema

Cambridge University Press 2021
ISBN 978-1-108-82786-7
81 blz., paperback
Verkoopprijs € 22.00

 

 

 

 

 

Max Erwin: Herbert Eimert and the Darmstadt School
Cambridge University Press 2020
ISBN 9078-1-108-79971-3
62 blz., paperback
Verkoopprijs € 22.00


Onlangs presenteerde Cambridge University Press een nieuwe serie: Cambridge Elements – Music since 1945. De tot nu toe verschenen delen die - zeer essentieel voor deze serie - ook online beschikbaar zijn zitten qua omvang tussen een gemiddeld boek en een gemiddeld artikel. De teksten hebben, zo is de bedoeling, de onderbouwing van een gedegen wetenschappelijk artikel, een onderwerp dat bij een goede behandeling meer vraagt dan twintig pagina's en de breedte van een boek waarin het vele materiaal vooral wordt gedragen door een alomvattende visie. Gemeten naar dat ideaal voldoet het boekje over Herbert Eimert meer aan de verwachtingen, al is het deel over film bepaald niet te versmaden.

Het leest vooral als een catalogus van naoorlogse films waarin barokmuziek een rol speelt. Ook al zegt de auteur niet te hebben gestreefd naar volledigheid, de lijst is enorm en voor zover ik weet niet eerder gemaakt. Goed aan het boek is dat de auteur dit overzicht verbindt aan de groeiende belangstelling voor barokmuziek binnen de muziekwereld, de rol van de muziek binnen enkele van de besproken films en de diverse culturen binnen de filmwereld; Hollywood is slechts één daarvan.

Muziek is in de films niet slechts verklanking van emoties van de hoofdrolspelers, maar stuwt ook het verhaal en draagt bij aan het verschil in kennis over de situaties bij spelers en toeschouwers. Opmerkelijk in de passages over de expressieve waarde van muziek voor filmmakers is dat die groep kennelijk meer had met ‘pre-authentieke' dan met ‘authentieke' uitvoeringen, alsof de vettere klank van oudere uitvoeringen meer appelleerde aan de behoefte bij regisseurs aan een ‘vette betekenis' in plaats van aan een meer verhulde of gesuggereerde lading.

Nog een interessante conclusie is deze: terwijl met de jaren in de muziekwereld de kennis van barokmuziek toenam en dankzij radio en grammofoon veel meer muziek beschikbaar kwam, bleven de filmmakers vooral vasthouden aan de componisten uit de laatste fase van de Barok die al in de pre-authentieke tijd bekend waren, iets dat ook veel zegt over de onveranderde ideeën van regisseurs over hun medium.

Eimert
Het boekje over Eimert mag dan meer aan de verwachtingen voldoen, het is net als het boekje over film niet meer dan een zeer nuttige fase in een veel groter project dat hopelijk ooit resulteert in een lijvig boek.

De Duitser Herbert Eimert (1897-1972) was onder meer een musicoloog die al in de jaren twintig publiceerde over atonaliteit en dodecafonie. In de jaren vijftig was hij bij de jaarlijkse ontmoetingen voor nieuwe muziek in Darmstadt een belangrijke figuur achter de schermen. Hij was een drijvende kracht achter het tijdschrift Die Reihe en had intensieve contacten met de componisten die daar optraden, met name Stockhausen.

Aan het einde van het boekje komt de aap uit de mouw als een soort conclusie of uitgangspunt. In de eerste helft lezen we hoe hij Stockhausen promootte, niet altijd tot genoegen van andere componisten, met name de Belg Goeyvaerts. Erwin bevestigt daarmee een beeld dat al bekend was uit eerdere publicaties: de avant-gardistische voormannen waren lang niet de enigen die in Darmstadt en Donaueschingen te horen waren en ze waren soms niet alleen tegen meer traditioneel ingestelde componisten maar ook tegen elkaar; vooral Stockhausen was niet altijd aardig en gedroeg zich als keizer. Eimert stond dit gedrag volgens Erwin toe om twee redenen. Eimerts huwelijk was kinderloos en de Eimerts zagen de veelbelovende componist die al vroeg wees was geworden als hun geadopteerde zoon. Bovendien sloten Stockhausens ideeën over dodecafonie en serialisme aan bij de ideeën die Eimert al voor de oorlog koesterde. Die verwantschap (een zeer technisch verhaal waarvan Erwin alleen de grote lijnen geeft, want meer is in dit bestek niet mogelijk) stelde Eimert in staat om in de jaren zestig te verklaren dat de compositietechnieken ontwikkeld in de jaren vijftig een logische voortzetting waren van wat zich reeds voor de oorlog had gepresenteerd. Dat schreef hij niet alleen om de waarde van zijn vooroorlogse geschriften te onderstrepen maar ook om het idee te benadrukken dat de geschiedenis een doelgericht project is.

Over dat laatste denken we nu anders, mede dankzij de muziek die na 1960 werd gecomponeerd, maar de visie op atonaliteit, dodecafonie en serialiteit die sinds 1960 dominant is in overzichtsboeken gaat grotendeels terug op het werk van Eimert. Dat die conclusie van Erwin een beetje uit de lucht komt vallen is een consequentie van de opgelegde kortheid, maar ook deze studie is een welkome aanzet tot verder onderzoek. Bovendien is het een goed teken dat de muziekwetenschap zich niets aantrekt van het feit dat Darmstadt in de rest van het muziekleven zowat een verdoemde plek is.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links