Boeken

 over muziek (algemeen)

 

© Emanuel Overbeeke, februari 2018

 

Kathleen Coessens (red.): Experimental Encounters in Music and Beyond

Leuven University Press (2017)
ISBN 9789462701106
310 blz., paperback
Verkoopprijs € 45.00

http://upers.kuleuven.be/nl/book/


Deze bundel behandelt verschillende aspecten van het experiment. Dat woord heeft, blijkens de inleiding van de samenstelster, de filosofe en kunstenaar Kathleen Coessens, meerdere betekenissen. Enerzijds het verkennen van tot dusver onbekend terrein, anderzijds het overtreden van regels die een bepaalde vrijheid in de weg staan. In dit boek overheerst de eerste betekenis. Uitgaan van de tweede roept meteen de vraag op: welke regels? Als er voor sommige deelnemende schrijvers in dit geval relevante regels zijn, valt onder meer de naam van Cage. Dat voorbeeld geeft meteen aan hoe betrekkelijk regels zijn. Toen ik mij in moderne muziek begon te verdiepen, was Cage met zijn ideeën en zijn composities een boegbeeld van vernieuwing, wat je verder ook van zijn muziek vond. Als Cage in deze bundel al ter sprake komt, dan is hij een historische figuur, net als Carter, Czerny en Perotinus. Want ongeacht hoe ver we in de tijd teruggaan, het gaat in dit boek om de vernieuwing op vele manieren en op vele manieren ten opzichte van wie of wat ook. Het boek beschrijft vele zeer uiteenlopende experimenten, of bedacht en uitgevoerd door de schrijver(s), of door anderen, zoals Bob Gilmore die de strijkkwartetten van Ben Johnson onder handen neemt. Andere hoofdstukken handelen onder meer over dans (Kathleen Coessens), het experiment als ontdekking (Chaya Czernowin), de consequenties van een experiment voor onze ideeën omtrent esthetische autonomie (Svetlana Maras), een experiment met enkele etudes van Czerny (Frederik Croene), het uitbreiden van de speeltechnische mogelijkheden van enkele muziekinstrumenten (David Gorton en Christopher Redgate), de relatie tussen vertolker en computermuziek (Sebastian Berweck), het belang van schetsen (Jan Schacher), de kwestie van vrijheid en improvisatie die al een rol speelt bij muziek van Perotinus (Penelope Turner), de rol van associatie (Valentin Goor), de stap van experiment naar constructie (Richard Barrett), het experiment in jazz (Steve Tromans), improvisatie en experiment als alledaagse fenomenen (Anne Douglas en Kathleen Coessens), de relatie tussen improvisatie en compositie (David Horne en Melinda Maxwell) en een orkest als educatief project (Reto Stadelmann).

Naarmate het boek vorderde, bleek de overeenkomst meer en meer te zitten in de aanpak in plaats van de onderwerpen. De beschrijvingen zijn globaal, altijd vanuit een op filosofische wijze gebracht idee over het onderwerp zodat het experiment meteen in een breed kader staat. Die ‘grootheid van de kwestie' versus ‘de kleinheid' van het experiment' maakt dat het onderzoek vaak niet meer is dan een bescheiden bijdrage zodat de auteurs vaak begrijpelijk voorzichtig zijn met het trekken van vergaande conclusies. Of hun onderwerp en de uitkomsten representatief zijn voor wat wij moeten denken inzake de grote kwestie, blijft dan ook soms onduidelijk; vaak beseffen de auteurs dat deze grote kwestie vele verschijningsvormen kan hebben, zodat het experiment niet meer dan een mogelijke uitkomst of verschijningsvorm biedt. Bij de beschrijving van de grote kwestie worden grote woorden niet geschuwd, terwijl bij de beschrijvingen van de experimenten de aandacht voor het detail zo sterk is dat het grote belang soms even op de achtergrond raakt. Tenslotte is de vraag: wat is de artistieke waarde van de experimenten? Hebben ze alleen een theoretische betekenis of zijn ze ook zonder de filosofische achtergrond de moeite? Het antwoord is gedeeltelijk te vinden op een website waarnaar verwezen wordt in het boek, met visuele en auditieve illustraties bij enkele hoofdstukken. De getoonde resultaten konden mij eerlijk gezegd niet altijd zeer boeien, maar daar staat gelukkig tegenover dat de pretenties van de onderzoekers en/of artiesten vaak niet al te hoog waren. De experimenteerders zijn zich gelukkig zeer bewust van de beperkte waarde van hun experimenten, zij het meer getuige hun aandacht voor de context van hun experimenten dan voor de kwaliteit van de kunst. Dit bevestigt meteen een oude paradox: de meeste theorieën worden toegelicht en ontwikkeld aan de hand van kunst die deze theorieën eenvoudig overstijgt. Heeft de kunst zo'n theorie nodig om aandacht te krijgen, dan verdient ze die meestal niet en krijgt ze die ook niet, zeker niet op termijn als de hedendaagse context verdwenen is.

De neiging van de uitgever en samenstelster het boek gewichtiger te maken dan is, komt wellicht voort uit de prachtige vormgeving, de overdaad aan eindnoten, de imposante literatuurlijst en de behoefte de experimenten in een ruimer kader te plaatsen. De verleiding een synthese te ontwerpen of te behandelen als vertrekpunt is groot want begrijpelijk, maar leidt af van de mogelijke waarde van de afzonderlijke teksten. Ondanks de inleidingen en de daarin gebrachte poging tot synthese lezen de hoofdstukken vooral als zelfstandige experimenten die waarschijnlijk de grootste invloed zouden hebben gehad als ze in een tijdschrift werden gebracht als proeven zonder kader. Die teksten zijn denk ik vooral interessant voor wie in één kwestie en één experiment geïnteresseerd is en de theorie belangrijker vindt dan het creatieve resultaat.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links