Boeken

 over componisten

 

© Aart van der Wal, januari 2016

 

 

Jan Christiaens: Ravel ontrafeld -
Leven en werk van Maurice Ravel

Lipsius Leuven/Universitaire Pers Leuven

Paperback (2015), 130 blz., ISBN 978-94-6270-038-3

Verkoopprijs € 19,95

http://upers.kuleuven.be/nl/
book/9789462700383

 

 


Twee rake typeringen: Theodor Adorno karakteriseerde Maurice Ravel 1875-1937) als de 'meester van de klinkende maskers', de onlangs overleden Pierre Boulez beschouwde hem als een van de beste leermeesters op het gebied van de orkestratiekunst. Olivier Messiaen had voor Ravel eveneens een diepe bewondering: samen met zijn vrouw Yvonne Loriod (zij verzorgde de redactie) schreef hij een boek met uitgebreide analyses van Ravels pianowerken (in het Engels vertaald door Paul Griffiths, Durand 2005), waarin naast veel lof (Gaspard de la nuit, Ma mère l'oye) gelukkig ook plaats was voor kritiek (Le tombeau de Couperin). Gelukkig maar, want ook aan Ravel was niets menselijks vreemd, niet als componist noch als mens. Wat uiteraard in een adem ook van Messiaen kan worden gezegd.

Hoe moeten wij Ravel plaatsen binnen de kaders van de zo langzamerhand nogal onoverzichtelijk geworden muziekgeschiedenis? De Belgische pianist en musicoloog Jan Christiaens is er in zijn nieuwe boek Ravel ontrafeld duidelijk over. Hij is een van degenen die Ravel niet als een componist beschouwen die aansluiting zocht bij de nieuwe toonspraak van de Tweede Weense School (met Arnold Schönberg in de voorste gelederen) maar juist vastgeklonken bleef aan de esthetiek van de negentiende eeuw. Bij Pierre Boulez vinden we een soortgelijke invalshoek met diens constatering dat Debussy oorspronkelijker, inventiever en doortastender was, een componist die wel aan de traditionele patronen wilde ontsnappen en daarin ook slaagde. Ravel hield echter niet alleen vast aan de zo beproefde en in alle denkbare varianten uitgekauwde klassieke sonatevorm, maar hij schrok er evenmin voor terug om de gevarieerde barokke dansvorm als volwaardig model in zijn composities te betrekken. Hij had niets op met de gigantische bouwsels uit de laatromantiek en al helemaal niet met de uitspansels van de 'modernist' Gustav Mahler. Met hem vergeleken was Ravel - Christiaens meldt het bijna terloops - een miniaturist. Enigszins misleidend misschien, want Ravel beheerste wel degelijk de grote vorm, zoals hij ruimschoots heeft bewezen in werken als Daphnis et Chloé, L'enfant et les sortilèges en niet te vergeten de beide pianoconcerten (ze blijven overigens qua tijdsduur alle binnen een uur). Toch slaat Christiaens de plank niet echt mis, want Ravel gebruikte zijn basismotieven nooit als springplank naar het monumentale, het ontzagwekkende, maar uitsluitend als samenbindend element. Bij Ravel geen voortdurend uitdijen, geen overtreffende trap in zijn structuren, maar bondige helderheid, zijn thema's scherp geformuleerd, zijn lyriek nooit smachtend en oeverloos.

Zijn creatieve leven lang bleef Ravel onbetwist op bekend terrein. Volgens Adorno had hij zich vrijwillig 'verbannen' naar de traditionele muziekvormen. Er klonk kritiek in, de muziek van Ravel leed onder een chronisch gebrek aan diep ingrijpende hervormingen.

Maar er staat gelukkig wel degelijk iets substantieels tegenover dit zeker niet vleiende oordeel: Ravels feilloze gevoel voor de onaantastbaarheid van de melodie ('objet juste') en zijn buitengewoon verbeeldingsvolle orkestratie en instrumentatie. Daarin huist Ravels oorspronkelijkheid, daarin toont hij zich een meester als geen andere. Magische sfeertekening, de suggestie van betoverende geuren ('un parfum exotique'), charmante kleurwaaiers, zijn muziek is ervan doordesemd, met de blik ook gericht op het Oosten, op de exuberante klankschilderingen van een Rimski-Korsakov en Moesorgski. In zijn opvatting over muziek stond Ravel dicht bij die van Stravinsky die vond dat muziek uitsluitend over muziek moest gaan, daar geen (gesuggereerde) metafysische vergezichten bij hoorden, net zo min als religieuze denkbeelden, titanenstrijd, filosofische openbaringen of puur subjectief getinte expressie (waarin bijvoorbeeld Richard Strauss grossierde en in zekere zin ook excelleerde). Volgens Ravel diende de muziek niet als uitlaatklep van de zielenroerselen van de componist, diende het geen programma hebben, waren alle buitenmuzikale gedachten uit den boze. Voor Ravel gold alleen de melodie als uitgangspunt, zoals hij dat in zijn vroege jaren had geleerd van zijn compositieleraar André Gédalge, die als componist en muziektheoreticus een grote reputatie genoot (hij schreef onder meer het standaardwerk over de behandeling van de fuga, 'Traité de la Fugue'). Dat beeld overziende kon, we schrijven de jaren twintig, het contrast niet groter zijn: in Wenen de 'nieuwe taal' van de Arnold Schönberg en in Parijs de 'oude taal' van de 'tonale' Maurice Ravel.

Misschien heeft u het al gezien aan de hand van het aantal pagina's: Ravel ontrafeld is geen volwaardige biografie van Maurice Ravel. Daarvoor zijn andere bronnen. Ik noem in dit verband een van de meest toonaangevende en meest recente: Ravel van Roger Nichols een uitgave van Yale University Press (2011), 420 blz., ISBN 978-03-0010-882-8 (maar liefst zo'n 90 US$, maar ook tweedehands wel binnen te slepen). Bijzonder fascinerend is ook Ravel Reader door Arbie Orenstein, een standaardwerk op dit gebied, heruitgegeven door Dovers (2003), 653 blz., ISBN 978-04-8643-078-2, een herdruk van de Columbia-uitgave uit 1990.

De uitgave van Universitaire Pers Leuven telt vijf hoofdstukken, een inleiding, proloog en epiloog, naast een overzicht van de composities van deze 'compositeur français de l'époque moderne' wiens sterke artistieke persoonlijkheid - ik citeer zijn eerste biograaf Vladimir Jankélévitch - niet substantieel door de 'buitenwereld' kon worden beïnvloed. Een wat eenzijdige kijk op de werkelijkheid misschien, want Ravel liet zich wel degelijk beïnvloeden, door de jazz, door Stravinsky, door het neoclassicisme en door de Russische romantiek. Maar een punt had Jankélévitch wel: Ravel volgde zijn eigen koers en was - in tegenstelling tot Debussy - niet meer dan 'technisch nieuwsgierig' naar de nieuwe ontwikkelingen in muziek en literatuur om hem heen. In zijn inleiding brengt Christiaens dat niet alleen helder over het voetlicht, maar hij werkt het ook elders in het boek met groot vakmanschap en overtuigend uit. Het belangrijkste voordeel van dit boek is dat het in vogelvlucht een goed volwaardig inzicht biedt in leven en werken van Ravel, waarbij het culturele klimaat waarin hij verkeerde, en met name dat in Parijs, eveneens aan bod komt. Boeiende onderwerpen genoeg, zoals de klankingenieur met zijn mechaniek en motoriek als esthetiek, het exotisme, de dans rond Diaghilev en semantiek als symbool en suggestie, aangevuld met passende analyses van een aantal belangrijke werken. Christiaens stelde zich met zijn publicatie vooral ten doel om 'enkele luistersleutels aan te reiken om de luisterervaring zo rijk en zo diep mogelijk te maken.' Daarin is hij wat mij betreft met vlag en wimpel geslaagd. U vindt in dit kernachtige, met aandacht en zorg samengestelde overzicht van Ravels leven en werk geen diepgaande besprekingen of musicologische verhandelingen en dus evenmin notenvoorbeelden of andere illustraties. Als u Ravel verder wenst te 'ontrafelen' kunt u daarvoor echter elders terecht.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links