Boeken

 over muziek (algemeen)

 

© Kees de Leeuw, mei 2009

 

 

Baku, Symphony of Sirens: Sound Experiments in the Soviet Avant Garde

ReR RAG 1 & 2 (boek, 71 pagina's† + 2 cd's) · 154' •

ISBN 978-0-9560184-0-3

 

 

 


"Original documents and reconstructions of 74 keyworks of music, poetry and agitprop from the Russian Avant Garde 1908-1942" is de ondertitel van deze 2 cd's en een uitgebreid boek. De cd's zijn gevuld met teksten, vooral gedichten en †toespraken, én muziek.

De eerste cd bevat voor ťťn deel muziekreconstructies, met name van Leopoldo Amigo en Miguel Molina Alarcůn, de grote man achter dit project. Het andere deel van deze cd is gevuld met gedichten die prachtig en overtuigend worden voorgedragen door hedendaagse declamatoren.

Op de tweede cd zijn originele opnamen te horen. Ook hier een deel met teksten, met in hoofdzaak gedichten en toespraken. Zo zijn toespraken van Lenin en Trotzki (in Mexico, Engels gesproken) te beluisteren en de stem van Sjostakovitsj in een opname uit 1941. Hij spreekt over zijn deels voltooide Leningrad symfonie, beschouwd als een symbool van verzet tijdens het beleg van de Duitsers van de stad. Gedichten worden voorgedragen door onder andere Vladimir Majakovski, Ilja Ehrenburg, Anna Achmatova en Boris Pasternak. †

De gemeenschappelijke factor van deze opnamen is dat de uitingen van literatuur en muziek tot de Russische avant-garde worden gerekend. Waar in West-Europa bewegingen als kubisme, dada, futurisme en orfisme actief waren, ontstonden in het nog tsaristische Rusland bewegingen als egofuturisme, cubofuturisme, neo-futurisme, eggisme en suprematisme. Ook na de revolutie bestond er aanvankelijk nog artistieke vrijheid, en ontstonden onder meer luminisme, biocosmisme en constructivisme. Na de dood van Lenin in 1924 kwam het socialistisch realisme en was er snel helemaal geen ruimte meer voor avant-gardisme. Op muziekgebied ontstonden er nog wel avant-gardistische composities, waarvan Zavod (De ijzergieterij) uit 1927 van Alexander Mosolov waarschijnlijk het meest bekend is. Zijn muziek werd niet gewaardeerd door de autoriteiten en de componist werd spoedig na Zavod slachtoffer van de repressie van het stalinistisch regime. Ook het ballet Le pas d'acier (1928) van Prokofjev met in enkele delen een imitatie van fabrieksgeluiden kon in 1929 geen genade meer vinden in Sovjet ogen. Met de veroordeling van Lady Macbeth van het district Mtsenk van Sjostakovitsj in 1936 was het geheel gedaan met de toch al sterk ingeperkte artistieke vrijheid op muziekgebied.

De literatuur heeft soms grote invloed gehad op de muziek. Belangwekkend in dit verband is het werk van de dichter Vasilisk Gnedov die zijn bundel "Dood aan de kunst" in 1913 publiceerde. Twee van zijn gedichten hieruit zijn opgenomen op cd. De gedichten worden steeds korter, en worden beperkt tot ťťn regel, ťťn woord, ťťn letter en uiteindelijk tot een lege bladzijde. Het minimalisme in de dichtkunst dus, al lang voor het een stroming in de muziek werd. Het gedicht zonder tekst roept het beeld op van de partituur zonder noten van John Cage 4'33, uit 1952.

Het voert hier te ver om op nader op de gedichten in te gaan, maar het is erg boeiend. Het is een belangrijk en goed overzicht van wat toen als avant-gardistisch gold en erg interessant om bekende schrijvers al dan niet eigen werk te horen† voordragen.

Het was niet alleen de literatuur en beeldende kunst waar veel geŽxperimenteerd werd met nieuwe vormen, want ook in de muziek werden nieuwe wegen gezocht. Zo hielden componisten als Alexander Scriabin, Nikolaj Roslavets, Arthur Louriť en Nikolaj Obouhov† zich zeer intensief bezig met onder meer tonaliteit, atonaliteit en chromatiek. Op de hier besproken cd's staan enkele fragmenten van de eerste (cubo-)futuristische opera Victory over the sun met muziek van Mikhail Matiushin. Ook Matiushin was bezig met het gebruik van harmonische dissonanten en het kwarttoonsysteem. Hij was ook bezig met kleur in de muziek en het is niet vreemd dat beeldend kunstenaar Kasimir Malevitsj bij deze opera, beschouwd als een totaal kunstwerk betrokken, werd. Hoewel de fragmenten nogal beknopt zijn krijgt de luisteraar toch een redelijke indruk.

Anderen experimenteerden met apparatuur als radio en de fonograaf. Eťn van hen was Denis Arkadievitsj Kaufman (1896-1954) die het pseudoniem Dziga Vertov gebruikte. Hij maakte opnamen van een zaagmolen en een waterval en probeerde deze geluiden te 'vertalen' in woorden en letters. Hij maakte vooral geluidsregistraties van het gewone dagelijkse leven en in het bijzonder op werkplekken, zoals bij fabrieken en de mijnbouw. Vertov komt nog ter sprake met zijn 'industriŽle' Dombass-film en symfonie.

Het gebruik van meer aangename geluiden werd echter ook gepropageerd. In het eerste lenteconcert van het universele futurisme van egofuturist Ivan Ignatyev en zijn groep wordt onder meer gebruik gemaakt van eolische klokken, onzichtbare occarino's en buizen.

Met prettige geluiden hield zich ook Konstantin Melnikov (1890-1974) bezig. Hij maakte rond 1930 een ontwerp voor een 'groene' stad op een rustige plek nabij Moskou waar arbeiders zich optimaal zouden kunnen herstellen van gedane arbeid. Tot het ontwerp behoorden slaapwijken, wellness voorzieningen en rustgevende en slaapopwekkende muziek. Melnikov zag al in 1930 het grote belang van goede en voldoende nachtrust in, terwijl het wetenschappelijk onderzoek naar slapen nog niet bestond. Wat de muziek betreft zocht hij naar aangename klanken in plaats van hinderlijke geluiden uit het dagelijks leven, zoals burengerucht met onder meer gesprekken en gesnurk. In zijn slaapsonate gebruikt hij geluiden die nu geassocieerd worden met new-age muziek, zoals stromend water en vogelgefluit, en tot slot een stukje van Claire de Lune van Debussy. Maar ondanks zijn visionaire ideeŽn die nu nog bijna allemaal actueel zijn werd zijn project voor de groene stad niet gerealiseerd.

Al deze, nogal korte, opnamen zijn overigens reconstructies. Het grootste deel van de muziek op deze cd's is gewijd aan de machines en de industrie. Lenin zei immers al dat communisme bestond uit de Sovjets en elektriciteit. Muziek gebaseerd op geluiden van mijnbouw, fabrieken, treinen en allerlei andere 'industriŽle' geluiden vond daarom weerklank bij enkele componisten. Gefascineerd door de snelle industrialisatie, dat een indicatie was van de snelle ontwikkeling van de Sovjet-Unie sprak het waarschijnlijk ook meer luisteraars aan dan de niet zo makkelijk in het gehoor liggende muziek van musici als Nikolaj Roslavets, Arthur Louriť en Mikhail Matiushin.

Er zijn drie originele, dus niet-gereconstrueerde, registraties uit de jaren '30 te beluisteren. Al genoemd werd Zavod van Mosolov, dat als een klassieker geldt en op deze cd's niet ontbreekt. De opname uit 1931 is van het Symfonisch Orkest van Parijs onder leiding van Julius Ehrlich. Mede door het gebruik van plaatstaal wist Mosolov met zijn compositie een overweldigende indruk te maken, met de enorme ritmiek van de hamerende machines. Hoewel het Parijse orkest niet zo'n imponerende indruk maakt als bijvoorbeeld het KCO onder Chailly is het toch een fascinerende uitvoering.†

Het Parijse orkest nam voor de b-kant van de grammofoonplaat met het werk van Mosolov het minder bekende Dnieprostroi, the Dnieper Hysro-electric power station van Julius Meytuss op. Deze enorme dam gebouwd in de rivier was toentertijd de grootste in zijn soort in Europa. Een enorme prestatie, waarbij de componist vooral geÔnspireerd was door de bouwactiviteiten Met gebruik van veel percussie instrumenten bereikt hij weliswaar niet het effect van† Zavod maar het is toch een interessante compositie waarvan het goed is dat het op deze cd's te beluisteren valt.

De laatste niet geconstrueerde muziekopname is een selectie uit de filmmuziek Enthusiasm!, the Dombass symphony (1930) van de reeds eerder genoemde† Dziga Vertov. In een klein half uur horen we onder meer opnamen op locatie Dombass. Dombass is een groot industrieel complex in de OekraÔne. Vertov maakte vooral geluidsopnamen van de industriŽle activiteiten. Behalve allerhande fabrieksgeluiden zijn veel geluiden van treinen te horen. Verder is er plaats voor toespraken over de zegeningen van de arbeid en het socialisme en zingen de arbeiders opgewekte liederen. Een imponerend gebeuren, maar natuurlijk wel met een propagandistisch karakter. Zonder filmbeelden ontbreekt overigens wel de samenhang tussen een en ander, maar met enige fantasie kan de luisteraar toch wel een beeld vormen. Charlie Chaplin mocht het een van de meest imponerende symfonieŽn vinden, in de Sovjet Unie werd er afwijzend gereageerd. Een duidelijke indicatie dat de artistieke vrijheid, zelfs als men propaganda voor de heilstaat maakte, steeds verder aan banden werd gelegd.†

Resten drie nog niet besproken composities, allemaal reconstructies. Een ervan is het deel L'usine uit het ballet Le pas d'acier (1928) van Prokofjev. Tijdens de uitvoeringen werd in† sommige delen het industriŽle karakter benadrukt door het gebruik van enorme hamers. Deze aanvulling is inderdaad een aanwinst in vergelijking met de gewone partituur, ook al is een 'gewone' uitvoering zeer de moeite waard.

Wellicht heeft Nikolai Foregger en zijn orkest van geluiden gediend als voorbeeld voor Zavod van Mosolov. Choreograaf Foregger zag het lichaam als een machine en liet zijn dansers een transmissieketen uitbeelden. De hier opgenomen mechanische dansen zijn nogal monotoon hoewel het gebruik van metaal en glas wel een apart effect geeft. Maar gezien de monotonie waarbij de danser en ook de arbeider als slaaf aan een ketting kan worden gezien lijkt het geen propaganda voor het arbeidersparadijs. Foregger oogstte geen lof met zijn werk. In 1924 werd zijn atelier door brand verwoest. Hoewel de oorzaak onbekend was lijkt het voor de hand liggend dat het regime hem een lesje wilde leren.

Het meest opvallende aan deze uitgave is de reconstructie van de symphony of signals (ook wel als symphony of horns aangeduid) van Arseny Avraamov, het pseudoniem van Arseny Mikhaylovich Krasnokutsky (1886-1944). Ter ere van de herdenking van de Oktoberrevolutie componeerde hij zijn symfonie die met recht een spektakel kan worden genoemd. Hij leidde enkele uitvoeringen in verschillende plaatsen. De laatste vond plaats in Moskou in 1923, de meest geslaagde in 1922 in Bakoe.

Deze uitvoering werd als model genomen en door Leopoldo Amigo en† Miguel Molina Alarcůn gereconstrueerd. Er is een kakofonie aan geluiden, die gebaseerd zijn op fabrieks- en machinegeluiden. Naast de fabrieksfluiten en -sirenes, werden misthoorns van de Kaspische vloot, fluitende stoomlocomotieven, auto's, klokken, kanonslagen, vliegtuigen en machinegeweren gebruikt. Aangevuld met koren, draagbare fluitende stoommachines die allebei de Internationale ten gehore brachten ontstond een compositie die de triomf van de arbeid, de industrialisatie en vooral van het socialisme moesten uitbeelden. Vanaf een speciaal gebouwde toren dirigeerde Arseny Avraamov met vlaggen. Een imponerende gebeurtenis die goed gedocumenteerd is en daardoor zorgvuldig kon worden gereconstrueerd, hetgeen naar mijn mening ook gebeurd is. †

Een oordeel over de muziek en de uitvoeringen valt eigenlijk niet te geven. Een symfonie zoals die van Arseny Avraamov beluisteren in de huiskamer is feitelijk absurd, maar na een korte gewenningsperiode vond ik het een uiterst imponerende ervaring. Als historisch geluidsdocument, voorzien van uitgebreide toelichtingen in een boek met vele foto's een uitgave van groot belang!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links