Boeken

 over muziek

 

© Tjako Fennema, maart 2009

 

 

Hans Abbing: Van hoge naar nieuwe kunst

142 pagina's, paperback, € 20.-

Uitg: Historische Uitgeverij, Groningen

ISBN 9789065540324

 

 

 

 

 

 

 


Toegegeven : prof. Abbing is een veelzijdig mens. Econoom, beeldend kunstenaar en fotograaf: Hij bekleedde tot augustus 2008 de Boekmanleerstoel van de UvA en is daarmee iemand die in Wagnerkringen een Allrauner wordt genoemd: een allesweter wat hem dronken-duizelig van succes maakt. Ik las al eerder een interview met hem in een van de gratis dagbladen waarin hij zijn verschrikkelijke opvattingen jegens klassieke muziek ventileerde. De totale ondergang is nabij, zo beweert hij. In feite tamboereert hij op aloude sociaal democratische trommelvellen: haal rapper Ali B, scatter Bobby McFerrin, tv-babe Georgina Verbaan en een voetbaltrainer erbij en het komt allemaal goed met de klassieke muziek. Want kunst en muziek zijn in zijn optiek beladen begrippen, dat moeten events worden en als je daarbij een blowtje wilt scoren: des te beter. Vet cool, weet je wel. Vervolgens tovert hij uit de hoge hoed dat het concertbedrijf geheel verouderd is en slechts met levensgrote videowalls, buffetten in de zaal en het weghalen van stoelen in leven is te houden. Hij roept de sfeer van Lodewijk van Deyssels roemruchte “Telephoonbriefjes op” .Dickers & Thijs in de Leidsestraat krijgt schriftelijk verzoek om in de 1e pauze van het concert in de loge een half flesje moezelwijn en 2 croquetten te bezorgen. Abbing doet ook veldverkenning. Hij schildert bloedstollende tafrelen van een publiek dat
ge-con-cen-treerd zit te luisteren, zonder voortdurend in Gordonlach uit te barsten. Ajasses. En die mensen zijn nog vaak grijs ook en ze dragen soms stropdassen, afgrijselijk toch? Waarom laat de dirigent zijn broek niet zakken tijdens het adagio, zie je hem denken?
En dan een witte onderbroek met remsporen, vet lachen toch? Zelf gaat deze 62-jarige hooggeleerde in de dance uit zijn dak en als hij al te flitsend over de dansvloer scheert – zo schrijft hij – wordt hij vriendelijk terecht gewezen door een andere dancer. Daar gaat het er retegoed toe, orakelt Abbing, daar wel! Wonder dat hij niet naar buiten wordt gekeken want een zestiger heeft bij dance niet zoveel te zoeken, dunkt me. Dat kun je beter aan de jeugd overlaten Mijn zestienjarig buurmeisje noemt zo iemand een oude rukker, maar Abbing troont zijn 16-jarig buurjongetje mee naar de concertzaal. Die vindt klassiek (ah bah, dat woord weer) best wel spannend maar het “zaalgebeuren” oersaai. Geeneens gokautomaten in de grote zaal, zeker! En waarom springen er geen konijnen uit de tuba´s ? En uiteraard tovert Abbing cijfers uit de hoed over een dramatische teruggang van het concertbezoek in Nederland. Ik weet nog een paar kunstvormen voor hem te verzinnen waar hetzelfde aan de gang is, inclusief schaken en dammen. Nederland houdt eventjes meer van platte retro TV, gamen, mobielen, SMS-en en i-pods. Dat gaat heus wel over, hoor!

En de tekst van Morgenrood kennen ze ook al niet meer! Waar Abbing niet naar kijkt is dat bijvoorbeeld Het Concertgebouw de drukstbezochte concertinstelling ter wereld is, met meer dan 800.000 bezoekers op jaarbasis en optredens ´s morgens, ´s middags en ´s avonds..De Doelen volgt met 600.000 bezoekers en alleen al in mijn woonstreek ´t Gooi zorgen maandelijks zo´n 50 klassieke optredens voor naar schatting 120.000 bezoekers op jaarbasis. Waar was Abbing toen in februari zaterdags rond half tien ´s morgens lange rijen bij het Concertgebouw op de stoep stonden, wanhopig pogend om nog een plaatsje bij Wagners Meistersinger te bemachtigen? Volgens Abbing vast een oersaaie bedoening: een verstofte holadiee opera in een stompzinnige concertante uitvoering nog wel. Helemaal niet cool. Een uitverkochte zaal, bijna 2000 plaatsen, klapte zich een kwartier lang rond 17 h uitzinnig het eelt van de handen. Nee, dan de dance: loom van het indrinken, schokschouderend in trance, geheel in zichzelf gekeerd met vergrote pupillen van de dope. Takkeherrie voorkomt iedere vorm van contact of het moet lijfelijk zijn. Dit beeld is vanzelfsprekend even gechargeerd als hetgeen Abbing aan klassieke muziek toeschrijft. Enige jaren geleden schreef Cas Smitshuizen in “Stilte” , het ontstaan van concertetiquette (2001) een betoog van vergelijkbare strekking. Die auteur heeft inmiddels afstand genomen van zijn opvattingen van toen. Benieuwd wanneer Abbing zijn politiek-correcte houding afschudt!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links