Audiotechniek

Over platenspelers, toonarmen en elementen

 

© Aart van der Wal, april 2018

 

Het is nogal verbazingwekkend dat ons audiokatern al jaren vaak wordt bezocht. Zelfs de artikelen uit de ‘(zeer) oude doos' worden nog dagelijks geraadpleegd. Blijkbaar is er grote behoefte aan terugkijken, want het merendeel van de toentertijd besproken apparatuur is allang niet meer leverbaar. Of misschien incidenteel alleen nog in gebruikte staat. Wat dit laatste betreft: die markt afstruinen is zo gek nog niet, want laat toch niemand zichzelf wijsmaken dat de weergaveapparatuur door de jaren heen – en dan reken ik gemakshalve ruim vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw! – er met sprongen op is vooruitgegaan. Zelfs luidsprekers, de verreweg zwakste schakel in de gehele keten, niet. Als de audiotijdschriften er anno nu op worden nageslagen zou men misschien anders denken, maar het is nu eenmaal zo dat de schoorstenen moeten blijven roken en dat ook in de audiosector geldt dat ‘geen bericht' ‘geen goed bericht' is. Ook als er geen echte vooruitgang (lees verbetering) valt te registreren, moet de suggestie dat het wel zo is, in stand worden gehouden. En zowel fabrikanten als tijdschriften en verkopers zijn daar ware meesters in. Zoals fabrikanten ook graag gebruik maken van de onwetendheid van de eindgebruiker. Zeker de beginners zijn gemakkelijk te beïnvloeden door alleen maar een gelikte productpresentatie, mooie cijfertjes en duur uitziende doosjes. Dan zit de kwaliteit vooral aan de buitenkant of anders onnodig aan de (zeer) dure kant.

Het moet toch niet gekker worden...

Scherpe scheidslijnen
Wat we de laatste jaren ook zien is de opleving van het vinyl: er worden meer en meer platenspelers, maar ook elpees gekocht. Er is sowieso meer belangstelling voor het analoge domein in audio dan pakweg een decennium terug. We zien het ook aan de vele vragen die aan onze medewerker Wim Koekebacker (hij weet echt alles van draaitafels, toonarmen en –elementen!) worden gesteld. Dat door veel vragenstellers qua appreciatie (perceptie?) vaak heel scherpe scheidslijnen worden getrokken tussen analoog en digitaal is logisch: in beide categorieën vinden we immers zowel fervente voor- als tegenstanders.

Wat de gek ervoor geeft
Platenspelers met of zonder arm en elementen zijn er in alle prijsklassen. Wie in Duitsland een audiobeurs bezoekt moet er niet verbaasd van staan dat er spelers worden gedemonstreerd in de prijsklasse van rond 30.000 euro (soms zelfs nog veel meer). Over de muzikale meerwaarde zal ik het maar niet hebben, maar dat ze worden verkocht staat zo vast als een huis. Het is enigszins in de sfeer van ‘het is maar wat de gek er voor geeft'. En ontwerpers en fabrikanten spelen ook daar keurig op in. Het zou eens anders zijn…

Technics SL-1200MK2

Wel duurder, niet beter
Natuurlijk worden er in het goedkope segment concessies gedaan aan kwaliteit en duurzaamheid. Maar ook de betere spullen worden vaak met onnodige ballast uitgerust die het product wel duurder, maar niet beter maken. Het gemak dient bovendien niet altijd de mens. Een goed voorbeeld van een basale maar wel uitstekende opzet biedt de aloude 1200-serie van het Japanse Technics, in de jaren zestig al een fabrikant die danig meetelde. De 1200 mist alles wat niet ten dienste staat van de muziek, maar de fabrikant heeft wel de constructie als zodanig naar een hoog plan gebracht door beter en zwaarder maar ook duurzamer materiaal te gebruiken (de SL-1200MKII weegt maar liefst 11 kg!). Robuustheid is sowieso een belangrijk aspect als het gaat om dagelijks gebruik. Dat is bepaald iets anders dan een plint van dun mdf of elementair spaanplaat. Maar misschien nog belangrijker is dat de bewegingselektronica stevig werd opgewaardeerd. Dat op den duur – maar dan praten we wel over járen – een servicebeurt onvermijdelijk kan zijn geldt ook of juist voor topklasseapparatuur. De eerste zaken om in dit opzicht op te letten zijn de potmeters voor de snelheidsregeling en de bewegende onderdelen van de aandrijving. Al is de kans levensgroot dat u er ook na twintig jaar nog steeds geen omkijken naar heeft.
Waar de SL-1200 serie niet in uitblonk was de geïnstalleerde toonarm, want die liet geen elementen met een hoge beweeglijkheid (compliantie) toe (u vindt over dit onderwerp veel wetenswaardigs elders op onze site). Dat ‘probleem' of die ‘handicap' geldt trouwens voor een groot aantal spelers met vooraf geïnstalleerde toonarm. Zelfs het beroemde Thorens ontkwam er niet aan. Waar dan weer tegenoverstaat dat er veel elementen met een gemiddelde compliantie op de markt zijn die qua spoorkwaliteiten uitstekend presteren, relatief weinig kosten en heel veel muzikaal plezier ook binnen het bereik van de financieel minder bedeelden brengen. Denk maar aan het Japanse Audio-Technica, maar ook – in het duurdere segment – aan het Deense Ortofon.

SME 3009 toonarm

Afstelling
Zelf draai ik nog steeds met een Stanton 981HZS, maar ik geloof niet dat dit element nog te krijgen is. Het is wel een topper en al helemaal indien gemonteerd in een topklassearm (in mijn geval de Stax UA9, ook al zo'n zeldzaam goed product). Maar wel gelijk met de kanttekening dat de afstelling van draaitafel, arm en element tiptop moet zijn. Altijd, zonder uitzondering. Naast natuurlijk de zorg voor een echt schone grammofoonplaat. Eveneens altijd, zonder uitzondering. Immers, bij een onjuiste afstelling gaat het niet alleen goed hoorbaar mis, maar lijden ook element en plaat eronder. Zoals ook het belang van een juiste naaldkracht (vroeger heette dat naalddruk) en de bijbehorende dwarsdrukcompensatie niet mag worden onderschat. Een naaldkracht van meer dan twee gram hoeft meestal niet, is zelfs uit den boze of kan zelfs verkeerd uitpakken. Een zogenaamde ‘cue burn', een door te hoge plaatselijke naaldkracht in de groef ontstane vervorming van de groefwand, is zomaar gebeurd en onherstelbaar. Een gevaar apart vormen de laag compliante elementen met een ‘fine line' naaldpunt. Ze kunnen fantastisch klinken maar het is een zware beproeving voor de plaat, zeker waar de modulatie complex en de groefkromming het grootst is (zoals aan het einde van de plaat). Vandaar ook dat extra veel aandacht moet worden gegeven aan de positie van het element in de toonkop (‘head shell'): de fouthoek moet echt zo gering mogelijk zijn (de mal die bij de arm of de speler wordt geleverd biedt hier uitkomst; of anders wel het internet: zoek dan op ‘protactor').

Stanton 981 HZS (met reinigingsborsteltje)

De juiste mat
Een goede testplaat is geen overbodige luxe. Ergo, het is een essentieel onderdeel van de fijnafstelling. Daarmee kunnen de gemaakte instellingen immers aan de praktijk worden getoetst. Een andere tip: gebruik de originele draaitafelmat. Dat is de mat, meestal van rubber, waarop de speler met arm en element heus het beste presteert. De mat onderdrukt de onvermijdelijk optredende resonanties en houdt als het goed is geen stof vast. Bovendien geeft zo'n mat de grammofoonplaat de nodige steun en daardoor stabiliteit. Kies in ieder geval nooit voor een zogenaamde ‘slipmat', een mat van vilt of kurk die in de wereld van de dj's maar ook bij de omroep erg populair is: het plateau blijft gewoon doordraaien terwijl de mat en dus de plaat met de hand worden vastgehouden. Handig om direct na het gebral of het praatje de muziek te kunnen starten, maar voor de serieuze muziekliefhebber onbruikbaar. Merkwaardig dat er fabrikanten zijn – onder meer Rega - die rubbermatten zelfs als ‘slipmat' omschrijven. Daar werkt dan blijkbaar een generatie die niet is opgegroeid in het draaitafeltijdperk en denkt het wiel opnieuw te hebben uitgevonden.

Creatief met kurk...maar niet als het de draaitafelmat betreft...

Waardevolle informatie
Ten slotte toch nog een positief bericht over de tijdschriften uit reeds lang vervlogen tijden, waarbij ik mij beperk tot de Nederlandstalige markt. Er zijn er twee geweest die voor de vinylenthousiast heel veel te bieden hadden: Luister en Disk. Dat was in de tijd dat geluk nog heel gewoon was. Ze bevatten een schat aan waardevolle informatie, waaronder diepgaande recensies en verhandelingen over audiotechniek (een deel daarvan kunt u terugvinden op onze site). Dat was dus in de tijd – we schrijven vanaf de jaren zestig – dat kwaliteit heel gewoon was en de verkoopprijzen van de apparatuur nog alleszins redelijk (waar nu volkomen krankzinnige prijzen voor worden gevraagd).

Wordt (misschien) vervolgd...


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links