Audiotechniek

Van opname naar weergave (2):

Op bezoek bij Philips Classics Recording Centre in Baarn

 

© 1995 Aart van der Wal

 

De balance engineer: balanceren op het slappe koord

De balance engineer is zowel verantwoordelijk voor de logistieke voorbereiding van als de technische gang van zaken tijdens de opname. De producer (opnameleider) draagt de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het artistieke en technische gehalte van het produkt. In deze serie komen nu twee muzikaal bevlogen balance engineers van Philips Classics Productions aan het woord: Erdo Groot (sinds '84) en Onno Scholtze (sinds '70) .

De eerste aanzet tot de opname komt van de afdeling A(rtist) & R(epertoire), die o.a. het contact met de gecontracteerde musici onderhoudt en in overleg met hen het release-programma samenstelt. De producer en de balance engineer worden er meestal al snel bij betrokken, waarbij de voorkeur van de artiest vaak doorslaggevend is. De opnamelocatie wordt op alle mérites beoordeeld (daarin past ook het bijwonen van live-concerten in de desbetreffende zaal!), de benodigde apparatuur wordt vervolgens gedetailleerd uitgelijst en de labels met de opnamelocatie en de opnamedata aan de flightcases gehangen.

Vervolgens is het wachten op het transport overzee, door de lucht of over de weg. In de grote opslagloods staat alle apparatuur keurig geregistreerd in rekken: kabels (v.d. Hul!) op enorme haspels, microfoonkoffers, statieven, monitoren (o.a. Quad, B&W, Audiostatic en Translator), voorversterkers, mengtafels, A/D-D/A converters, kisten afgeladen met contactdozen en snoeren, stroomgeneratoren, akoestische materialen en...acht kratten met mineraalwater voor Jessye Norman.

Afspraken worden gemaakt met het reisbureau, het hotel, de zaal, de benodigde hulpkrachten, podiumbouwers (bij koorwerken), transporteurs, enz. In de voorbereidingsfase bestudeert de balance engineer aan de hand van de partituur alvast de mogelijke opnamen die collegae van andere platenmaatschappijen van het muziekwerk hebben gemaakt.

Ook de orkestratie, complexe samenklanken en melodische en harmonische valkuilen worden scherp onder de loep genomen. Dit geeft niet alleen een indruk van de straks onvermijdelijk opduikende, klank- en akoestische problemen tijdens de opname in die zaal, maar kan daarop worden geanticipeerd door het kiezen van de juiste apparatuur en de akoestische dempings- en reflectiematerialen.

Vertrouwen

Zoals we zo vaak zien, werken musici het liefst met dezelfde opnamentaf. Men kent elkaar, men vertrouwt op elkaar, een half woord is dan vaak genoeg, zoals in de jarenlange samenwerking tussen Bernard Haitink en Volker Straus.

Onno Scholtze werkt bijv. al jaren samen met de Japanse pianiste Mitsuko Uchida en daaruit groeide op den duur een toch wel bijzondere relatie. "Dat is eigenlijk broer en zus, een uniek contact, heel vertrouwd. Er is ook geen sprake van dat ik niet kan komen, want dan gaat het project gewoon niet door. Het is niet omdat ik mijn werk zo bijzonder goed doe, maar omdat zij aan mij gewend is. In de studio moeten de musici de artistieke diepte van hun ziel blootleggen en als alles goed gaat, is er dat onnavolgbare, creatieve proces.

Ik lijd met hen mee wanneer ze in zo'n kille, lege opnamentudio met trossen kabels en microfoons aan het werk moeten. Een onpersoonlijk klinkende stem uit de intercom en hup, daar begint die sonate van Mozart. Verschrikkelijk is dat. Heel onzeker en nerveus, want tijd is geld, en het gevoel van wordt het nog wel wat? Wanneer het verantwoord is om de apparatuur in de steek te laten, ga ik bij haar zitten, in de rol van toehoorder en dat vindt ze prettig. Want je bent dan veel dichter bij de creatie, het herscheppen van dat kunstwerk. In de controlekamer beoordeelt de producer wel of het muzikaal allemaal goed gaat."

De eerste muzikale stappen

De samenwerking met solisten en dirigenten verloopt doorgaans tamelijk ontspannen, maar wel efficiënt. Zowel Erdo Groot als Onno Scholtze houden van deze manier van werken. "In het eerste halfuur gaat de dirigent vluchtig door de belangrijkste passages en dan komen vanzelf de vragen en opmerkingen. Vaak moet de gekozen opstelling van het orkest en de microfoons worden gewijzigd.

Dan komt in dit geval Gardiner bij ons in de contrôlekamer luisteren, terwijl het orkest, aangevuurd door de concertmeester, de gemarkeerde passages nogmaals doorspeelt. Meestal is Gardiner dan wel tevreden over het stereobeeld en de klank. Soms wil hij zelf de orkestrale balans nog wat aanpassen. Ook Marriner werkt graag zo en dat levert vrij snel het gewenste resultaat op.

Hij is de meest opgenomen dirigent, maar wij zijn altijd weer verbaasd over zijn enorme betrokkenheid, zonder enige routine. Zo vraagt hij ons of er nog een poosje moet worden doorgespeeld (hij kijkt echt niet op een paar minuten), of dat het inmiddels al ergens op lijkt? "Are you still messing around there?" klinkt het dan door de intercom, gevolgd door een lachsalvo."

Een fraaie klank geen doel op zich

Een vertolking die vooral op klankschoonheid is gericht, mist niet alleen spanning, maar meestal ook het zeer afwisselende palet aan klankkleuren, dat aan de fysieke grenzen wordt opgeroepen. Sprekende voorbeelden zijn het begin van Das Lied von der Erde, de hamerende monotonie in de pianopartij van Schuberts Erlkönig, de slotfuga in de Hammerklaviersonate, de veeleisende koorpartijen en aria's in Bachs Hohe Messe en natuurlijk de vocale uitputtingsslag in vele opera's. Maar ook de blazers in het authentieke orkest weten ervan mee te praten (het openingsdeel van Beethovens Achtste!) Wanneer de niet altijd muzikale bijprodukten van deze fysieke tours de force aan de mengtafel worden gecosmetiseerd, gaat in het muzikale discours een wezenlijke dimensie verloren.

Onno Scholtze streeft er altijd naar om die spanning vast te houden. "Daar vechten we al jaren voor, want men is eraan gewend dat die microfoon zowat door de strot wordt geduwd, met een behoorlijke dosis galm erbij. Prachtig? Nee, helemaal niet, want de elektrische en akoestische vervorming is verschrikkelijk. In Hamburg namen we met de mezzo Olga Borodina en de pianiste Larissa Gergiev (de zuster van dirigent Valery ) de romances van Tsjaikovski op (Philips 442013-2). Olga stond drie meter van de microfoons verwijderd, maar nog vond ze haar stem te 'close'. Ze wilde ook geen steunmicrofoons, want in het Kirov-theater hoefde dat toch ook nooit? Heerlijk, denk ik dan, ze heeft het dóór. Ze deed nog een paar stappen naar achteren en ik wees naar een hoek, achterin de zaal: dáár moet je tegenaan zingen, alsof je op het toneel live voor het publiek zingt. Voluit, wàf! Want het gaat niet zozeer om de microfoons en de schuifregelaars van de mengtafel, maar hoe je de ruimte, de akoestiek gebruikt.

Mengtafel uit de jaren zestig

We proberen de microfoons ook zoveel mogelijk uit het zicht te houden, want als zangers zich daarop richten, heeft het niets meer. Vier microfoons op statief, boven de solisten, is voor ons de basisopstelling. Zangers moeten zich kunnen uitleven en dat lukt nooit met de microfoons vlakbij. Soms zet ik er een microfoon bij die niet is aangesloten.

Voor de illusie, want instinctief kruipen musici dichter bij die microfoon. Zoals je troost zoekt bij een beertje! We zoeken ook altijd naar een opstelling die dat enorme scala aan klankkleuren en dynamiek zo natuurlijk en zo eerlijk mogelijk, zonder gemanipuleer, bij de muziekliefhebber thuis weer op kan roepen. Dat is het mooie van dit vak en daarvoor doen we het ook."

Dynamiek

Ook Erdo Groot ziet het als zijn voornaamste taak om de klank in de zaal of studio zo nauwkeurig mogelijk in de opname vast te leggen. "Gardiner heeft zeer specifieke en soms zelfs nogal extreme opvattingen over klankkleuren, een driedimensionaal stereobeeld en dynamiek. Als je je kunt verplaatsen in zijn denkbeelden hierover, is het een regelrechte uitdaging om het zo ook op de band te krijgen. Wij zijn net bezig geweest met de opname van Verdi's Requiem, een werk dat alleen al opnametechnisch zeer extreem is. De dynamiek is groot, van ppp tot fff, waarbij de grenzen niet zozeer door de niveaumeters, maar door de akoestische vervorming worden bepaald, wat op zich weer leidt tot elektronische vervormingsprodukten.

De geluidslawine in het Dies Irae en het Tuba Mirum is wel enorm, maar ik probeer dan opnametechnisch de uiterste dynamische grenzen te trekken door maximaal van de akoestiek gebruik te maken. In de door Onno en Wilhelm Hellweg (producer) in Londen gemaakte opname van Elgars tweede symfonie onder Previn werden vier hoofdmicrofoons gebruikt, met een paar steunmikes om bepaalde orkestgroepen wat meer karakter te geven. Het is een werk met zeer sterke, dynamische contrasten en de indruk is dat het soms zeer hard gaat, terwijl de elektrische dynamiek helemaal niet zo groot is.

Bij de laatste 3 dB gebeurt het allemaal en soms kan ik het nauwelijks geloven: het gaat dan enorm hard, maar is het toch niet meer dan de voor ons onwrikbare bovengrens van 0 dB (volledige uitsturing, digitaal)."

Balans

Erdo Groot vindt een natuurlijke balans zeer belangrijk en daarom vermijdt hij waar mogelijk een opstelling, waarbij iedere solist een eigen microfoon heeft. "Zangers moeten soms wel een microfoon voor zich hebben, maar ik maak in principe altijd een groepsopstelling voor de solisten. Dan moeten zij en niet de technicus de onderlinge balans bepalen, vooral door naar elkaar te luisteren.

Dat maakt hun en mijn taak veel moeilijker, want de meeste solisten zijn gewend aan een 'eigen' microfoon, waarin ze zich naar hartelust kunnen uitleven en wat o zo gemakkelijk is. Want de technicus schuift het wel recht! Wij doen dat liever niet en dat levert al een behoorlijke dosis muzikale spanning op.

Ook willen we bij voorkeur geen partituur van een meter breed en zestig centimeter hoog op een standaard, vlak voor de solist. De klank gaat dan via het papier ergens richting achteruit omhoog. Zangers die het absoluut niet zonder partituur kunnen stellen, laat ik bij voorkeur het boekwerk in de hand houden en dan ook nog laag. De meesten willen dat ook best, wanneer je maar goed uitlegt waarom en het verschil laat horen. Want je krijgt gewoon een veel mooiere klank!"

Realistisch volume in de huiskamer

Onno Scholtze toont de geluidsdrukmeter van Tandy. "Daarmee ga ik achter de dirigent staan en vergelijk ik het door bijv. een groot symfonie-orkest geproduceerde, maximale volume met het niveau dat uit de monitoren in de controlekamer komt. Het verschil moet dan maar zo'n 6 dB te zijn. Neville Marriner is daar altijd zeer tevreden over. Voor hem en vele collegae is dat een bijna ideale referentie.

Wanneer bepaalde speakers de geluidsdruk niet aankunnen en ik zachter moet afspelen, ontstaan er bij de musici herkenningsproblemen en is men in feite nergens meer: het vertrouwde referentiekader ontbreekt. Met deze meter kun je ook thuis het correcte volume instellen: klankkleur, dynamiek, presence zijn dan optimaal. Vol orkest zo'n 90 dB (C gewogen), strijkkwartet 70 dB.

Voor solo-klavecimbel ligt het niveau weer lager, want anders zou je gek worden van de achtergrondgeluiden: je kunt de muggen om de hoek horen niezen. De meeste mensen draaien op een veel te laag niveau af en dan denk ik weleens in een mistroostige bui: waar doe ik het eigenlijk allemaal voor? Met middelmatige weergave-apparatuur loopt het geluid bij een behoorlijk volume al snel vast of staat het te wapperen. Je houdt daarmee wèl rekening door de stereogroepen en steunmicrofoons zo op te stellen dat er een enigszins comprimerende, aanscherpende werking vanuitgaat.

Zodat er op lager volume en met niet echt goede apparatuur toch nog voldoende presence is. Maar anders dan bij opera (want dan klinken de stemmen te ver weg) kun je de klank van een symfonie-orkest met alleen de microfoons van het hoofdsysteem toch echt goed op de band krijgen."

Lang analoog traject

Philips Classics besloot anderhalf jaar geleden om het analoge traject vanaf de microfoon-voorversterker tot en met de mengtafel zo goed mogelijk verder te ontwikkelen. Pas na de analoge menging van de microfoonsignalen komt de D/A-converter eraan te pas. En dit terwijl DGG met het 4-D systeem het digitale domein al vanaf de microfoonsignalen binnentreedt.

Ondanks hun bewondering voor DGG's 'stage box' staan beiden helemaal achter de door Philips Classics gekozen analoge aanpak. "De resolutie die wij nu langs analoge weg kunnen bereiken, kan zeker met de 24 bits-techniek worden vergeleken. De laatste schakel in de keten die echt nog verbeterd moet worden, is het microfoonkapsel, want die ruist nog. Het niveau ligt op -127 dB, dat is 21 bits, en dan houdt het echt op, want daaronder is niets meer. Terwijl de beste, steeds maar weer verder gemodificeerde DCS900 converters nu maximaal 18,5 bits halen. Bovendien kunnen we inmiddels met de DCS900 naar believen de mooiste curves samenstellen. Wanneer een tweede converter wordt toegevoegd, kun je 21 bits halen, enz., tot aan 24 bits. Maar dan krijg je weer andere problemen, zoals crossover-vervorming en die is bij -80 dB echt goed te horen. We hadden deze ontwikkelingen allang van de daken kunnen schreeuwen en leuke slogans kunnen bedenken, maar wij zijn altijd bescheiden geweest. Dat roer moet nu maar eens om, want we maken schitterende opnamen en hebben een veelzijdig repertoire, waar we trots op kunnen zijn. We proberen het met elkaar nóg beter te doen, want we blijven vijlen en schaven, in kleine stappen weliswaar, maar toch...het is een boeiend en geinig vak!"

DISCOGRAFIE

Recente opnamen van:

ERDO GROOT

Moesorgski: Khovansjtsjina (Kirov/Gergiev) (3 cd's) - 432147-2
Rachmaninov: Symfonie nr. 2 (Gergiev) - 438864-2
Fauré: Requiem (Gardiner) - 438149-2
Berlioz: Messe Solennelle - 442137-2
Tsjaikovski/Glinka e.a.: Orkestwerken (Gergiev) - 442011-2
Russische aria's (Hvorostovski/Gergiev) - 438872-2
Bach: Vioolpartita's BWV 1002-1004-1006 (Mullova) - 434075-2
Italiaans bel canto (Hvorostovski/Martin) - 434912-2
Werken voor 2 piano's/piano vierhandig (Labèque) - 438938-2

ONNO SCHOLTZE

Moesorgski: Khovansjtsjina (Kirov/Gergiev) (3 cd's) - 432147-2
Tsjaikovski/Mozart: Serenades (Ozawa) - 438137-2
Haydn: Symfonieën nr. 102 en 104 (Previn) - 438934-2
Mozart: Pianosonates (live, 2cd's) (Uchida) - 432989-2
Handel: Watermusic (Gardiner) - 434122-2
Takemitsu: Liederen voor gemengd koor (Sekiya) - 438135-2
Debussy: 12 Études (Uchida) - 422412-2
Dvorák: Symfonie nr. 8 (Ozawa) - 434990-2
Stravinksy: Oedipus Rex (Ozawa) - 438865-2


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links