Audiotechniek

In gesprek met Paul Myers

 

© 1987 Jan Kool

 

Paul Myers

'In all interpretative art, the printed note is a suggestion'
Paul Myers

Paul Myers is een van de producers van vele belangrijke Decca-opnamen. Hij was in ons land voor opnamen van de Manfred-symfonie met het Concertgebouworkest onder Chailly. Hij is ook verantwoordelijk voor o.a. de opnamen van het Requiem van Fauré onder Dutoit en Harold en Italië met Zukerman.

P.M. is als producer (gelukkig!) veel meer geďnteresseerd in de muziek dan in de techniek. Die is natuurlijk onontbeerlijk, maar toen ik John Dunkerly, een van de beste 'balance engineers' van Decca, het Amsterdamse Hilton hotel zag binnenkomen en ook met hem een gesprekje had (wij kennen elkaar van eerdere gelegenheden), was duidelijk, dat P.M. zich over de techniek geen zorgen hoefde te maken. Met Myers trok ik mij terug in een rustig hoekje.

De eerste vraag was natuurlijk weer: 'Hoe?', waarop een nogal ongebruikelijk verhaal volgde.

'Ten eerste, puur toevallig. Ik ben in Engeland geboren (van oorspronkelijk Nederlandse afkomst) maar belandde jong in Afrika, waar ik eerst als freelance radioman ging werken. Ik was zelfs in de jaren vijftig betrokken bij een experiment in de jonge Afrikaanse staten voor het vormen van een multiraciale gemeenschap, maar door verschillende omstandigheden kwam ik in Amerika terecht. Ik had het geluk om een plekje te vinden bij de kleine platenfirma van David Capp. Een geluk, omdat ik geloof van David erg veel geleerd te hebben. Met nog twee broers leidde David een kleine maar avontuurlijke en gezaghebbende firma, waar vele destijds zeer bekende songs het eerste levenslicht zagen. David was ook de ontdekker van de Andrew Sisters en als bijvoorbeeld Bing Crosby een song in handen kreeg gedrukt van David, kwam die onvoorwaardelijk zonder verdere discussie in het repertoire. Een heel opwindende tijd. Toevallig kreeg ik het kantoortje toegewezen waar de piano stond en dan liep 's morgens opeens Johnny Mercer binnen of Hoagy Carmichael en dan hoorde ik "Moon River", dat Mercer de vorige avond thuis had gemaakt! (Hier moeten sommige lezers toch met tranen in de ogen van zitten likkebaarden! -J.K.) Het was een leven met absolute professionals. D.C. liet bijvoorbeeld van pianist Roger Williams "Autumn Leaves" uitkomen, waarvan eerst maar vijftig exemplaren werden verkocht. Zes maanden later echter 1000, toen 10.000 en ten slotte meer dan een miljoen. Hij wist eenvoudig, dat het een goede plaat was.

De marketing man van nu luistert alleen naar bandjes en als er twee woorden vaag rijmen is er een 'song'. Ik dacht, dat ik daar primair zou moeten werken als iemand voor public relations, promotie en marketing, maar werd door Dave al snel de studio ingestuurd, regelrecht in het diepe, als producer. Met dit soort echte muzikanten een onbetaalbare leerschool, direct in de praktijk. Dat mag dan populaire muziek zijn geweest, maar (zoals velen van u ook weten. -J.K.) wat een vakmensen! Maar hoe ik ook op jazz was en ben gesteld, mijn eerste en diepere liefde was toch de klassieke muziek. Dat was mij al heel jong ingegoten door mijn oudere broer Peter, nu een toneelschrijver, onder andere verantwoordelijk voor die verschrikkelijke Cliff Richard films (!) Hij bezat een gigantische verzameling grammofoonplaten, talloze ook van de vroegste jaren, van bijvoorbeeld Sir Malcolm Sargent en Adrian Boults Childrens Proms.

Er werd thuis met muziek geleefd en daar wilde ik mij, hoe dan ook, mee bezighouden. Ik kwam bij CBS en daar kreeg ik volop de gelegenheid om met klassieke muziek in de weer te zijn, zoals met George Szell en het Cleveland Orkest, en het Juilliard Kwartet waar ik de eerste stereo Beethoven-opnamen mee maakte. Toch houd ik mij het liefst bezig met de interpretatie en laat ik de techniek graag over aan competente technici. Je hebt er natuurlijk mee te maken en je weet, dat soms tegen je zin, multi-microfoontechniek onvermijdelijk is, puur om de kostenfactor, maar ik heb ook kunnen zeggen: Ineens op twee sporen, want het wordt een tweesporenproduct. In '63 vroeg ik aan George Szell: "Mag ik commentaar hebben op de interpretatie?" En het antwoord was: "Natuurlijk, dat is je werk!"

Het is ook zo, dat nogal wat musici zich niet helemaal gemakkelijk voelen in een opnamenituatie. Je moet er achter zien te komen - en luisteren naar - wat de artiest wil.' Typisch een thema, dat je van andere producers ook hoort en hij vervolgt met nog even aandacht voor de technische kant: 'Eén van de gevaarlijkste zaken bij de techniek is de opmerking: "We'll fix it later,". Zo was er eens een opname met Mehta, die hem afspeelde en zei: "Dat is niet mijn opname, dat is van de producer - en dat soort arrogantie slik ik niet!" Zo was er ook eens een producer die, tijdens het afluisteren met Monteux, met aanmerkingen kwam over enkele verkeerde noten. De producer wilde het nog eens over doen, maar Monteux stak daar een stokje voor met de opmerking: "Er kunnen wel een paar verkeerde noten zijn maar het is een schitterende uitvoering!'

'Ook de sfeer meenemen'

Zo ging het gesprek steeds weer richting musici en de muziek en hebben we de techniek grotendeels maar onbesproken gelaten. Alleen is Paul Myers erg gelukkig met het werken bij Decca als een Europese maatschappij. Hij moest 'unfortunately' in 1978 nog eens terug naar New York en zegt daarover: 'Dat is een geďsoleerd klein eiland en ze denken er ook zo! Amerikaanse platenfirma's zijn toch het meest uit op een direct goed verkopend succes. Een Europese maatschappij als Decca vindt een goed opgebouwde constanter en ook evenwichtige catalogus belangrijk en dat is veel prettiger werken. Je vindt bij Decca ook opnametechnici, die alle om te beginnen zčlf goede musici zijn en wat mij persoonlijk erg goed bevalt is, dat altijd getracht wordt niet alleen de interpretatie recht te doen maar ook de sfeer, de akoestische omgeving mee te nemen. Er is zo'n opmerkelijke toewijding, waardoor het voor de producer weer gemakkelijker wordt zich met de muziek bezig te houden. Hij wordt al genoeg gestoord en afgeleid door zakelijke, organisatorische en juridische kwesties.

Het leven met de "front stage glamour" en het contrast met soms de "backstage squalor", de musici en de vele andere bijzondere mensen is een feest en daar mag ik dan aan meedoen. Dat wordt beschouwd als werk en ik krijg ervoor betaald! Het is toch prachtig om Isaac Stem te horen zeg- gen: "Het zijn vaak niet de noten maar de gaten tussen de noten!" Je moet natuurlijk een studie volgen maar voor interpretatie heb je een heel leven nodig, als je geluk hebt. Je weet bijvoorbeeld niet wat je hoort als je met de partituur en de aanwijzingen in je handen zit en je hoort dan Copland zelf in het langzame deel van zijn eigen pianoconcert. Ik zie muziek ook heel sterk als een doorgaande evolutie, voor nihilisme is geen plaats (het 'Notenkrakers'- tijdperk! -J .K.). Zo ga je denken als je van Copland hoort dat hij eens Saint-Saëns de hand schudde en dacht: Dat is iemand die, naar ik meen, in 1835 werd geboren. Of als je, met Szell werkend, je realiseert, dat hij eens de assistent was van Richard Strauss, of Bruno Walter, die Mahler kende. Die continuďteit is in mijn gevoel essentieel in alle kunst.

Ik heb echt veel geluk gehad. Wat is er heerlijker dan om met Chailly keihard te werken en over iedere maat van Mahlers Tiende te gaan? Net als indertijd het werken met Perahia aan een aantal Mozart-concerten, waaronder een van zijn favorieten, KV 271 en 449 of 491. En nu weer met het Concertgebouworkest. We gaan vanavond eerst met het hele Decca-team gewoon naar het concert. Dat zou dan "werk" zijn?!'

Er moet helaas een eind komen aan dit verslag terwijl er nog zoveel meer in mijn notities staat, maar één zaak mag ik u niet onthouden:

'Mijn hobby is het schrijven van thrillers. De hoofdfiguur is een gewezen spion, die manager van musici is geworden en omdat die weer zoveel reizen zijn het zulke geschikte spionnen! Zo gebruik ik mijn rondzwerven en al die locaties op een manier, die het schoolgeld van mijn twee zoons goed maakt!'

Ik kan niet laten te vermelden, dat Paul Myers een bijzonder en zeer geestig man is. Mijn bestelling bij de boekhandel heb ik intussen geplaatst, want ik lees graag thrillers, vooral in bed.

Titels van Paul Myers thrillers: Deadly Aria, Deadly Cadenza, Deadly Sonata en Deadly Variations. Uitgever: Constabie & Co. Ltd., Orange Street, Londen WC2.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links