Audiotechniek

Haarlems dagboek:

Sjostakovitsj VIII in het Concertgebouw in Haarlem

Verslag van de opnamenessies

© 1994 Aart van der Wal

 

Koor en orkest van de Kirov Opera uit Sint-Petersburg o.l.v. Valery Gergiev waren in september weer in ons land en Philip Classics maakte van die gelegenheid gebruik om de Achtste symfonie van Dmitri Sjostakovitsj op cd vast te leggen. Een verslag van de opnamenessies in Haarlem.

De ontvangsthal van het concertgebouw aan het Klokhuisplein in Haarlem vult zich rond zes uur 's avonds met de leden van het Kirov-orkest. De in een plaatselijk hotel ondergebrachte musici zijn zojuist met bussen gearriveerd en maken zich op voor de eerste opnamenessie, die om zeven uur begint. Dmitri Sjostakovitsj' Achtste in c staat op het programma.

Philips Classics heeft voor dit ca. 62 minuten durende werk niet minder dan achttien uur uitgetrokken, verdeeld over zes sessies in vier dagen. Een cateringbedrijf zorgt voor de inwendige mens, want musiceren op topniveau maakt snel hongerig. Een camerateam van het NOB legt de verrichtingen van orkest en dirigent vast en is met de belichting in de weer. Gergiev is eerst met de concertmeester en de eerste cellist en vervolgens ook met enige hout- en koperblazers over een aantal lastige passages in een heftige discussie verwikkeld. Druk gesticulerend en in onvervalst, kruidig Russisch maakt hij duidelijk wat de componist hier bedoeld moet hebben.

De provisorische regiekamer bevindt zich diep verborgen in de catacomben, maar is snel gevonden: de dikke v.d. Hul-kabels vanaf het podium naar de afluisterruimte wijzen de weg vanzelf.

'Stilte'

Producer Anna Barry en balance engineer Erdo Groot zitten achter de door Jaap de Jong ontworpen buizenmengtafel en houden via het tv-scherm de verrichtingen op het podium in de gaten. Recording engineers Thijs Hoekstra en Jaap de Jong, en multitrack editor Jan Wesselink zijn er klaar voor. Het is inmiddels vijf voor zeven, de U-matic band in de Sony PCM-1630 staat op scherp en ook de DAT-recorder is in de opnamentand gezet. De galvanisch van het lichtnet gescheiden trafo en de door Jaap de Jong gemodificeerde, gewone 16 bits Tascam DA-30 digitaal/analoog omzetter worden voor de zoveelste maal nog eens gecontroleerd. Het merendeel van de hier gebruikte apparatuur wordt trouwens ook bij de opnamen in het Marijinski-theater in Leningrad ingezet.

De schuifregelaars op de mengtafel zijn aan de hand van de reeds plaatsgevonden proeftakes ingesteld en zullen tijdens het verdere verloop van deze sessie nauwelijks meer worden beroerd: alleen in extreem luide passages kan een geringe aanpassing weleens nodig zijn, want het maximale uitsturingsniveau van 0 dB mag onder geen beding worden overschreden.

Een paar minuten later staat Gergiev weliswaar op de bok, maar de opmaat volgt niet. In plaats daarvan houdt de dirigent een lange monoloog over het onder handen zijnde werk en dan volgt nog de beantwoording van vele vragen uit het orkest. Verbazingwekkend, die enorme betrokkenheid van de orkestleden, nog voordat er ook maar een noot heeft geklonken. Door de intercom vraagt de producer, op haar horloge kijkend, enigszins gebiedend of Gergiev 'inmiddels zo ver is.' Na zijn enigszins verbeten 'stilte' wordt het op slag muisstil en komt er een zinderende, oorstrelende strijkersklank uit de (door Jaap de Jong gemodificeerde) Translator 20 luidsprekers en Celestion 6000 subwoofers: het epische openingsadagio met de uitgebeitelde noten en de allesoverheersende, sombere eenzaamheid, wordt ingezet.

Barry onderbreekt niet en laat Gergiev de vrije teugel. Zij maakt met een potlood aantekeningen in de orkestpartituur. De grote lijn, het aftasten van de symfonische structuur, daarom gaat het nu. Ondanks herhaaldelijke orkestrale missers en Gergievs felle blikken, wanneer het hem absoluut niet naar de zin is, horen wij, wanneer het werk vordert, bijna ademloos via de luidsprekers een orkest en een dirigent van wereldklasse, die de onderste sardonische stenen van dit groteske, van een bijna ondraaglijke tragiek doortrokken bouwwerk proberen boven te krijgen. De Russische ziel lijkt ineens podiumbreed, met de almaar hoger klimmende violen, het knerpende, superieure koper, de door merg en been gaande, schrille houtblazers en de diepe zuchten van de contrabassen. Het beukende slagwerk staat haarscherp en onwrikbaar in het beeld.

Geluidsniveau

Ik sluip de zaal in en word daar tijdens de overgang van het Allegro non troppo naar het Largo (attaca) overspoeld door een bijna ondraaglijk geluidsniveau. Wat wil je: het ƒƒƒ spelende Kirov-orkest in volle bezetting in een zaal van betrekkelijk bescheiden afmetingen! De meter wijst niet minder dan 104 dB aan en op dit niveau wordt enige intermodulatievervorming dan ook merkbaar. Gergiev perst nu letterlijk de laatste krachten uit de musici. Ik probeer verscheidene rijen achterin de verder lege zaal, maar kan in deze uitbundige kakofonie van geluid menig detail toch niet goed onderscheiden. Gerjev blijkbaar wel, want zijn aanwijzingen blijken niet alleen zeer nauwkeurig, maar ook essentieel. De spanning is te snijden, men musiceert uiterst geconcentreerd op het puntje van de stoel. De vernietigingsmachinerie van de Nazi's en van Stalin weerklinkt in het mitrailleurvuur van het slagwerk, culminerende in de geweldige slagen op de chinese gong, die het Largo in de vorm van de passacaglia inluiden.

Terug in de regiekamer blijft de klank uit de Translators bij de hevigste uitbarstingen echter volmaakt transparant, loopt niet dicht, en met een definitie die ook in het pianissimo onmiddellijk overtuigt. Het diepe slagwerk hoorde ik nog niet eerder zo overtuigend sonoor uit de luidsprekers komen. Gek eigenlijk, want je zou het omgekeerde verwachten: open en helder in de zaal, geperst en met vervorming uit de speakers.

Ik controleer de klank met de rechtstreeks op de uitgang van de mengtafel aangesloten Sony MDR CD-3000 hoofdtelefoon en vind mijn positieve indrukken slechts bevestigd: het klinkt zelfs nóg beter dan het in dezelfde zaal opgenomen Russische vuurwerk (Philips 432090-2). Dat klopt ook, want Jaap de Jong heeft sindsdien natuurlijk niet stilgezeten en de microfoons weer eens onder handen genomen. Steeds maar weer kleine verbeteringen, maar met hoorbaar effect. Ze kunnen verder weg worden geplaatst, zonder dat er ook maar een milligram aan definitie wordt opgeofferd.

Windvlagen, regen en carillon

In de regiekamer klettert de regen met kracht tegen de ramen en blaast de wind door de nauwe steeg. Erdo Groot kijkt enigszins zorgelijk naar Anna Barry en pakt weer eens de Sony hoofdtelefoon. Hij luistert zeer geconcentreerd naar de orkestrale verrichtingen in het Allegretto, maar hoort geen verontrustende stoorgeluiden. Het blijkt mee te vallen, de opname hoeft niet te worden onderbroken. Dat gebeurt wel, wanneer op het hele uur het naburige carillon aktief wordt. Er moet worden gewacht, tot de beiaard weer zwijgt.

Een interruptie kan ook nodig zijn, wanneer in het orkest een onmuzikale ongerechtigheid te bespeuren valt: een strijkstok glijdt uit de handen, er wordt tegen een lessenaar gestoten, enz. hoewel een lamp bij de dirigent aangeeft dat een opname aan de gang is, komt het natuurlijk voor dat een bezoeker al te luidruchtig de zaal binnenkomt of een deur te hard wordt dichtgeslagen. En kuchers en niezers moeten natuurlijk tot iedere prijs worden geweerd! Wanneer je het zo bekijkt, is een take extra kwetsbaar en zijn het niet alleen de muzikale en technische prestaties, die het welslagen ervan bepalen.

De aanhouder wint

Complexe passages, zoals het begin van het derde deel (Allegro non troppo) worden vaak eindeloos herhaald, maar dat wil nog niet zeggen dat het tijdens een sessie uiteindelijk ook lukt. Zeker wanneer de partituur om een maximale inspanning vraagt, is het fysiek al niet haalbaar om bepaalde frases voortdurend bij te schaven. Of het lukt gewoon niet om de noten die betekenis te geven, die Gergiev verlangt.

Een ervaren dirigent als Gergiev weet dat en viert tijdig de teugels door een korte onderbreking of de keuze voor een ander fragment. Hij vindt het echter lastig om de grote lijn op die manier vast te houden. "Ik kies bij voorkeur voor een lange take, waarin niet alleen alle spanningen kunnen worden vastgehouden, maar ook de structuur van het werk recht wordt gedaan. Een fragmentarische aanpak is nooit goed. Wat wij tot nu toe hebben gedaan, bevredigt mij nog niet helemaal en ik denk er hard over om alles zonder onderbreking opnieuw te doen. Je denkt trouwens vaak dat je het morgen wéér beter zal zijn!"

Het Largo wordt steeds opnieuw onderbroken en weer geprobeerd, totdat de klank uitwaaiert als een gure wind, met ijskoude strijkers en volmaakt geblazen tremoli in een uitgestrekt pianissimoveld. En er wordt langdurig gewerkt aan de brede, bitterzoete cellomelodie, gesteund door stompe blazersakkoorden, in de finale, waarna in overleg met de producer wordt besloten om tijdens de volgende sessie deze passage nog eens extra onder de loep te nemen. Dat is in dit geval trouwens verantwoord, want er is voor 'noodgevallen' eventueel nog een extra uur beschikbaar.

Gergievs visie

In de auto, onderweg naar zijn hotel in Rotterdam, maakt Gergiev duidelijk dat hij de opnametechniek in vertrouwde handen weet, maar dat hij wel degelijk daarover specifieke opvattingen koestert. "De akoestiek van het Marijinski-theater is verweven met een bijzondere klankcultuur, die op zich weer wortelt in wat ik de Russische muziektraditie zou willen noemen.

Het Kirov-ensemble bezit bovendien een eigen, bijzonder klankkarakter en ik vind het belangrijk dat de orkestrale en vocale kleuren zo nauwkeurig mogelijk worden vastgelegd. Dat is geen sinecure, maar het wèrkt: ik ben met het resultaat zeer tevreden." Of dat theater ook geschikt is voor het symfonische repertoire? De Tweede van Rachmaninov (Philips 438864-2) gedijt, vind ik, minder in de wat droge akoestiek. "Onzin! Dan moet je op een luider niveau afspelen en je zult zien dat het wèrkt. Ik neem ook graag in Nederland op. De akoestiek van De Vereeniging in Nijmegen bevalt me zeer goed, maar deze zaal (het Concertgebouw in Haarlem) bevalt mij ook uitstekend."

Ik wijs hem op zijn niet in de partituur voorkomende crescendi bij p espressivo. "Sjostakovitsj is èrg moeilijk, niet alleen technisch, maar ook om zijn zo aparte, bijzondere klank- en gedachtenwereld aan te voelen en vervolgens vast te leggen. De onvermijdelijkheid, het onomkeerbare, oorlogen die voor een paar vierkante meter worden gevoerd, het bloed, het verdriet, die onuitroeibare drang tot vernietigen, het neurotische ook. Dat is veel méér dan gewoon muziek maken! Déze muziek is uitputtend! Ik dirigeer in Amsterdam en Rotterdam het Rotterdams Philharmonisch in Mahler VI, ook al zo'n enorm gevecht. Ik zie ook duidelijk raakvlakken tussen de oorlogssymfonieën van Sjostakovitsj en de profetische werken van Mahler. Om de enorme kracht die uit deze werken spreekt, ook in de huiskamer tot leven te brengen, is zowel een enorme uitdaging als een grote opgave. Er zijn overigens plannen om ook in de Filharmonie van Leningrad, de concertzaal waar zowel Mravinski als Sjostakovitsj triomfen hebben gevierd, te gaan opnemen."

Hoe staat het eigenlijk met het verschil tussen live-opnamen en studio-produkties? Meer en meer dirigenten wagen zich aan de vastlegging van concerten die dan na cosmetisering op cd worden uitgebracht. "Wat betreft de voorstellingen in het Marijinski is het natuurlijk zo dat er akoestische verschillen zijn, wanneer met en zonder publiek wordt gewerkt. De akoestische eigenschappen van dit theater zijn sterk gericht op goede verstaanbaarheid voor het publiek van gesproken en gezongen teksten. Ik vind dat het Philips-team zeer dicht bij dat bedoelde klankbeeld komt: het heeft daarmee inmiddels veel ervaring opgedaan en legt a.h.w. daardoor eveneens de traditie vast, voor nu en voor later. In de opnamen herken ik de essentiële ingrediënten van mijn werk en mijn opvattingen en daar gaat het mij uiteindelijk om. Met of zonder publiek. Het fluïdum dat van een uitvoering met publiek uitgaat, kan soms zeker dat kleine beetje extra bieden, maar wij geven ook het beste van onszelf tijdens opnamenessies zónder publiek."

Schema

Welk westers orkest en welke vakbond kun je zo gek krijgen om binnen vierentwintig uur in Brussel Rimski-Korsakovs Peskov, in Amsterdam Mahler VI en in Utrecht Berlioz' La Damnation de Faust ten beste te geven? En op zaterdag 10 september waren er tot in de middag uitputtende opnamenessies in Haarlem, terwijl een paar uur later in de Rotterdamse Schouwburg Rimski-Korsakovs Kitezj moest worden opgevoerd. Dat wordt helemaal een hectische toestand, wanneer de afhaalploeg voor de instrumenten op zich laat wachten en er nog duizend-en-een zaken geregeld moeten worden, alvorens de bussen naar de volgende halte, Rotterdam, kunnen vertrekken.

De volgende zondag is géén rustdag, want Haarlem roept weer. En maandag moet het gehele circus weer richting Rotterdam voor Verdi's Otello in de Doelen. Van zo'n programma gaan de tongen op de schoenen hangen, raakt de fut eruit. Maar dan is er steeds opnieuw dat wonder, wanneer Gergiev de opmaat geeft en die zinderende klank van dit orkest weer als uit het niets tevoorschijn komt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links