Audiotechniek

Amsterdams dagboek: Bach in de Waalse Kerk

Verslag van een opnamesessie (deel 2)

 

© 1994 Aart van der Wal

 

De uit ca. 1400 stammende en in latere eeuwen uitgebreide Waalse Kerk ligt in het hart van Amsterdam, aan het Walenpleintje, ingeklemd tussen het Rusland, de Oude Hoogstraat en de Oudezijds Achterburgwal. Je loopt er voorbij voor je er erg in hebt. Wanneer je ras-Amsterdammers ernaar vraagt, is het stereotiepe antwoord: 'geen idee, meneer, maar het mot ergens in de binnestad weze'. Binnen is het rond half tien al behoorlijk druk. Dirigent Ton Koopman en koorrepetitor Simon Schouten vergelijken enige passages uit de Bärenreiter-partituur met Bachs autograaf in de facsimilé-uitgave, terwijl orkest- en koorleden zich tegoed doen aan koffie en verse roomsoezen. Geluidstechnicus Adriaan Verstijnen controleert nog een keer de opstelling van de microfoons en zet de opname-apparatuur op scherp. Tini Mathot heeft achter de tafel in de controlekamer plaatsgenomen, de partituur bij het Sanctus opengeslagen. Uit de beide luidsprekers (KEF 103/2 met v.d. Hul-bedrading) klinkt plotsklaps 'Happy birthday to you': iemand is jarig en het voltallige koor laat dat weten ook. Vandaar de roomsoezen?
Wat allereerst opvalt is de losse, zeer plezierige sfeer en het gemak en de rust die iedereen uitstraalt. Maar klokslag tien heerst doodse stilte, wanneer Ton de opmaat geeft voor het Sanctus. Er wordt al snel afgetikt: de klank waaiert uit en is daardoor krachteloos, niet echt scherp gestoken en bepaald anders dan de dag ervoor. Ton komt de controlekamer binnen. 'De akoestiek is vaag, diffuus; misschien moeten we een andere opstelling proberen'? Verstijnen bevestigt dat: 'Ton, we luisteren regelmatig op de plaats waar jij staat en daar is het ongelooflijk diffuus. Je loopt een beetje tegen de grenzen van de ruimte aan. We krikken het hier al behoorlijk op en dan hoor je dat je het koor eigenlijk over het orkest heentilt, maar dan wordt het nog steeds niet zo analytisch als je het zou willen hebben'. Ton vindt dat de musici die in het midden zitten, beter te horen zijn dan diegenen aan de buitenkant. Adriaan is het met hem eens, maar ziet geen oplossing in het verplaatsen van microfoons: 'wanneer we ze naar links verplaatsen, staan ze te dicht bij de pauken en trompetten en dan kun je je lol op'. Tini wil een compacte klank en de enig goede oplossing is om de afstand tussen de koorleden te verkleinen. Enige minuten later wordt duidelijk dat die paar centimeters een wereld van verschil uitmaken. Tini, Adriaan en Ton werken al ruim twintig jaar samen en een half woord volstaat.

De trompetten zijn altijd te hard en laten zich moeilijk temmen.

'Ton, in (maat) 15, 16 zijn de achtsten van de sopranen en alten niet zuiver, en dat geldt ook voor de strijkers in 28 en 29. O ja, de trompetten zijn in de laatste take aan de scherpe kant. In 30, 44 en 47 is de fis in het koor te vlak. En in 30 heb ik een te late inzet bij de tweede sopranen. In 21 is in de beide takes zijn de blazersakkoorden vals' En het koor klinkt niet mooi in 38 en 39, they are simply not together'.

'Er zijn ook altijd onderlinge strijdjes. Bij de blazers vindt hoboïst Marcel (Ponseele) bijv. dat hij wel op de juiste toonhoogte zit en daarin is hij dan altijd absoluut zeker. Men moet zich maar naar hem richten: de trompetten zijn dan volgens hem te hoog, maar Marcel blijkt gewoon te laag! Of de alten willen meer volume, terwijl de eerste violen juist minder willen. Wanneer je ze allemaal ook maar een beetje tegemoet zou komen, krijg je een opname die niet meer om aan te horen is'.

'In zo'n stuk als dit moet je naar compromissen zoeken. Je zoekt feitelijk naar het mooiste muzikale compromis, want je kunt, zoals je ziet in de partituur, niet altijd knippen. Bij bijv. doorgaande zestienden is het al onmogelijk, maar bijv. bij deze maat zou je wel kunnen knippen, al moet dan iedereen exact gelijk zijn. Ik wil een take die goed is en waarbij ik dan later thuis die eventuele kleine correctie nog kan maken. Het is net iedere keer weer een repetitie, net zo lang tot het goed is.

'Bar 99, er is nog zo'n pleni, second sopranos and altos. When they are really together, it solves a lot of problems. Begin opnieuw vanaf 84 i.v.m. blending, want ik hoor zeven of acht sopranen. Houd er rekening mee dat ik bij 104 ga knippen, en let erop dat de sopranen niet haasten, want daar zit het echte probleem. Ze lopen dan ook uit de pas met strijkers en continuo. Vanaf 153 rennen ze zelfs. En ik krijg geen g, maar allemaal verschillende noten.'

Tini geeft de maten, de passages a.h.w. een waarderingscijfer. Wanneer later takes moeten worden samengevoegd, bieden die cijfers een goed houvast bij de beoordeling van de klankkwaliteit.

'Hoor jij buiten die draaimolen?' Heel vaag zijn inderdaad flarden te horen. De opname moet even worden onderbroken. Een paar uur later volgt een tweede onderbreking wegens overvliegende verkeersvliegtuigen. Contact met Schiphol wijst uit dat er nog enige toestellen als gevolg van de windrichting gedurende bijna een halfuur nog over de stad zullen komen.

'Ik hoor geen ..tus, maar ..tum, eigenlijk iets onbestemds. In 15 en 16 is het echt niet gelijk en bij de lange akkoorden hebben, is het rommelig, ongelijk. Wanneer je te laat begint Het lijkt erop dat de sopranen te snel zijn, maar het kan ook zijn dat de andere partij te veel trekt.

Is er qua toonhoogte een blok afgesloten en zitten we met overgangen? Dat blijkt niet zo te zijn.

'Ik kan, om te editen, er bij terra wel in, maar ik kan er daarna niet meer uit. Ik kan misschien best om luc knippen, maar dat moet uitgeprobeerd worden. Dat zul jij moeten zeggen. Jij moet aangeven hoever we kunnen gaan.' Besloten wordt om eerst te lunchen om daarna, wanneer iedereen weer fris is, opnieuw te proberen.

AV: niemand wijst ons de tijd voor deze Hohe Messe toe, maar op basis van onze werkwijze kom je tot een sessieplanning, die financieel verdedigbaar is. Natuurlijk, kosten spelen een hoge rol; we lopen nu een kwartiertje achter, maar dat wordt straks wel weer ingehaald. Ik maak de opname en doe de montage. Erato zorgt dat de cd er komt en is verantwoordelijk voor marketing en verkoop. We werken inmiddels een jaar of tien met Erato samen en zij bemoeien zich niet met de fase voor de cd-produktie. Het is onze verantwoordelijkheid om op grond van gemaakte repertoire-afspraken, een verantwoordelijkheid van Tini en van mij, en in dit geval in overleg met Ton, om een eindprodukt te maken. Erato krijgt een kant en klare band opgestuurd en daar maken ze een cd van. Tini's plaats in het hele proces is om tijdens de opnamen de artistieke communicatie tussen het opnameteam aan de ene en het orkest aan de andere kant. Haar taak is om aan de ene kant in te schatten wat haalbaar en aan de andere kant in muzikaal opzicht technisch verantwoord is. Daarbij overschrijdt zij nooit de artistieke grenzen, want aan Tons interpretatieve opvattingen wordt niet getornd. We doen ook andere, soms zeer grote, projecten. Je kwalificeert wat haalbaar is, dat kan een 7, een 8 of een 10 zijn, en daarna is het de kunst om dat cijfer ook te halen. Het komt ook voor dat Tini in vier sessies een opname moet maken, omdat er bijv. niet veel geld beschikbaar is. Dan is het haar taak om o.a. te bekijken wat binnen die vier sessies haalbaar is, met dit of dat ensemble. Dat zal dan geen 10 zijn, maar ok, een 8 moet haalbaar zijn en moet Tini er alles aan doen om die 8 ook te halen.

Toen er sessies waren, vorig jaar zomer, van 'smorgens tien tot 'savonds elf, kreeg ik oorpijn. Ik moest toen ook veel met de koptelefoon werken en ging met vakantie met een ruis in mijn oor. Voorzichtig zijn bij de montage en nooit te hard afspelen, wil je op den duur geen gehoorbeschadiging oplopen. Ik hoef de elektrostaat van Stax niet zo idioot hard te zetten, want die heeft een vrij open karakter.

Koor en orkest: rond de vijftig mannen en vrouwen.

TK: diegene die een plaat recenseert, heeft er geen idee van wat er in een platenstudio gebeurt. Als je weet dat de live-Horowitz in Moskou: ik weet van de technicus die het heeft opgenomen dat het enige wat live is, het applaus is. Zo word je bedonderd als publiek. Als een live-opname, wat iemand ook live opneemt, dat er drie of vier avonden aan elkaar plus vooropnamen plus nog een of twee dagen extra opgenomen wordt, word je verschrikkelijk bedot met een plaat en dat wil je ook.

TM: Ik ben het niet met je eens. Mensen moeten leren inzien dat een plaat iets anders is dan een concert. Een plaat is als een film, je bent namelijk bezig met een perfectie die niet bestaat. En die perfectie wordt al gemaakt omdat je een balans maakt die niet bestaat. In de kerk hoor je niet, wat wij horen. Je doet een serieuze poging om een geïdealiseerde versie van een bepaald muziekstuk te maken. Dat is met alle opnamen zo. Je gaat dan praten over die hobo hoor je niet en daar ga je dan wat aan doen. Maar in de zaal hoor je in zo'n stuk (Hohe Messe) zelden of nooit een hobo! Een een fluit al helemaal niet. Je bent dus bezig met een illusie, absoluut. En die illusie heeft een bepaalde wet en daar moet je aan voldoen. Dat vraagt ongelooflijke kunde van de mensen die erbij betrokken zijn.
Zo is de balans in de uitvoering o.l.v. Gustav Leonardt veraf, het lijkt wel alsof de opname op 30 meter afstand is gemaakt, waardoor je weinig details hoort.

AV: En zeker ook bij de Hohe Messe kun je de balans op ettelijke manieren realiseren, want niets ligt tevoren vast: die balans is volstrekt smaakgebonden. Als je je als consument opstelt, zeg iemand die in de concertzaal zit, kun je met hetzelfde gemak verdedigen alsof het klinkt alsof je op de eerste rij of op de laatste rij klinkt. Zo ver dus die 'werkelijkheid', want daar kun je een miljoen situaties bij bedenken, van de plek van de dirigent tot achterin de zaal.

TM: Zeer smaakgebonden. Er zijn mensen die alles op een plat vlak willen horen, wij denken wat driedimensionaal, dus dat je zegt wij hebben het orkest, we willen het koor erachter, als ik mijn ogen dichtdoe wil ik die hobo graag daar horen. Maar je krijgt ook te maken met de smaak van de mensen met wie je werkt. Je hebt het gezien, ze komen binnen, luisteren naar de opname en zeggen: ik hoor te weinig. Voor ons heel normaal, want het koor staat erachter.

AV: Tenzij Ton het een probleem vindt, want dan hebben wij ook een probleem. Je kunt in de opname de balans van het koor zo neerzetten dat het eigenlijk perspectivisch onjuist wordt. In die situatie overleg je met elkaar, want ik ben niet bezig mijn idealen te verwezenlijken, maar van diegenen, van de groep waarmee we werken, en dan vooral die van Ton.

TK: In de zaal kun je bepaalde dingen heel gemakkelijk vergoedelijken en terecht, want je ziet wat er gebeurt. Op een opname moet het gewoon correct zijn, je hoort het veel gedetailleerder. Zelfs als je met weinig microfoons opneemt, hoor je via de luidsprekers veel meer details dan op de plaats waar ik sta, laat staan in de kerk. En wanneer je het in de kerk over je heen laat gaan, is het prachtig.

AV: Waar jij staat, hoor je een koor dat wel goed hoorbaar is, maar veel afstandelijker, diffuser klinkt dan via de luidsprekers in de controlekamer.

TK: Wanneer ik zeg, jongens dit is een mooie versie, horen jullie het anders, omdat die luidspreker niet vlak bij mij staat.
Wij proberen niet belachelijk veel te knippen, zoals in Engeland, waar een minimum van duizend knippen heel normaal is. Op een opname van zestig minuten betekent dat ingrijpen in iedere maat.

TM: Wij zitten bij deze Hohe Messe op ongeveer 300 knippen. Inclusief alle (23!) beginnetjes, eindjes, dingetjes en zo.

AV: Extreem weinig is bij ons 100, als je ook nog rekent dat je stukken aan elkaar moet knippen. Dat komt weleens voor bij bijv. een solo-opname, wanneer de musicus het stuk zeer goed kan spelen. Dan werk je zoals het hoort: retouche. Je neemt risico's, je wilt het virtuoos, je wilt het mooi doen, er is geen ensembleprobleem en je repareert dan alleen die en die misser. Dan kom je soms op 100 knippen uit.

TM: Het hangt wel van de moeilijkheidsgraad van het stuk af. Toen we de vorige keer Brahms opnamen. Dan horen ze elkaar bijv. niet. De cellist hoort de pianist niet goed genoeg, omdat ze van elkaar af moesten zitten, omdat we met een enorme vleugel zaten en als je dus de cello erbij zette, kreeg je veel te veel piano. Nou, dan moet je ze helpen.

AV: Op je vraag of te ver kunnen gaan: voor ons is er ook een toetssteen: de praktijk van anderen. Wij moeten ons ook afvragen of we niet overdrijven, of beroepstics krijgen. Wanneer je praat met collega's, oud-leerlingen, word je bijna als oude lul afgeschilderd, want duizend knippen vinden ze heel gewoon. Door de mogelijkheden van de computermontage of andere vormen van geavanceerde montage zijn er mensen die totaal routineus zo'n duizend knippen maken.

TM: Je maakt dus een illusie, maar die moet je toetsen aan de werkelijkheid. Ik heb liever een take waarvan ik zeg goh, dan een perfecte take. Ik zoek dus altijd en dat doen we samen, naar die ideale take. Als ik dan thuis ben, kan ik altijd nog proberen iets perfecter te maken. Maar die illusie moet er zijn: verdorie, wat wordt hier lekker muziek gemaakt. Wij streven dus niet naar een dusdanige technische perfectie dat het dus geen muziek meer is. Het interesseert mij soms dus niet dat het niet gelijk is, maar er zijn een paar wetten waaraan moet worden voldaan. Daar binnenin zit je te schuiven. Je toetst het aan de werkelijkheid, en die moet altijd herkenbaar zijn.

AV: Als je het subtiele punt overschrijdt, en dat komt weleens voor, dat je een produktie maakt die de mensen nooit hadden kunnen spelen, en die uitsluitend te danken is aan de vaardigheid van Tini tijdens de opname en van mijn montage, worden we eigenlijk heel ontevreden en vinden we dat we veel meer doen dan gerechtvaardigd is. Het moet eigenlijk representatief blijven voor de spelers. Het moet iets zijn dat de spelers kùnnen spelen. Maar omdat het een plaat is en er weleens een ongelukje kan gebeuren, moet je eigenlijk alleen van retouche gebruik maken. We zijn misschien daarin wat ouderwets, want we willen geen onbestaanbaar produkt creëren - en dat gebeurt heel veel.

TM: Het blijven mensen, hoe goed die audities ook zijn geweest. Wanneer er zeer strenge sessienormen zijn, begint men zo'n vijf minuten voor het begin van de pauze al in de lucht te kijken. Als zijn het nog zulke goede spelers, de concentratie zakt dan als een plumpudding in elkaar.

AV: Je moet gewoon zorgen dat je vijf voor klaar bent.

TM: Als er iemand naast zit die alsmaar die ene fout maakt. Gewoon door zenuwen, vermoeidheid, of gewoon omdat zij ongesteld is, dan kun je de boze blikken a.h.w. door de luidsprekers zien!

AV: Wij zijn in zeker zin een filmopname aan het maken van een stuk, waarbij Tini de regisseur is, die namens de consument zit te luisteren of er dingen gebeuren die verkeerd begrepen worden, die verkeerd overkomen, omdat in de zaal buitengewoon moeilijk te beoordelen is wat het effect is van wat je doet, uit die domme speakers.

AV: Honderden platen gemaakt, bijna twintig jaar samenwerking TM/AV/TK.

TK: Er is geen twijfel aan de autoriteit aan beide kanten en dat is ook goed, want zo moet je ook met elkaar werken.

AV: Harnoncourt werkt ook al twintig jaar met hetzelfde team en hij heeft dezelfde ervaringen opgedaan. Het is erg prettig wanneer je mensen hebt die je niet constant moet uitleggen wat de bedoeling is.
Er is geen twijfel aan dat je kritiek opbouwend is en dat Tini nooit kritiek levert die bepaalde, artistieke grenzen overschrijdt, ook bij Ton niet. Het is Ton's interpretatie en daar kom je niet aan.

TK: Als politie-agente kan Tini bepaalde dingen veel gemakkelijker bewaken dan ik. Want je kiest voor een kerk die mooi klinkt op een plaat, maar een beetje diffuus is. Ik hoor bijv. in deze kerk bepaalde, kleine ongelijkheidjes niet.

TM: De mensen ook niet, want die hebben ook geen idee wat ik hoor.

AV: De keuze van de ruimte is dus al vreselijk interessant en daar kun je behoorlijk de kop over breken. Er bieden zich in Nederland een aantal geen van alle ideale, courante ruimtes aan. Ieder project weer, zit je te piekeren over welke ruimte in aanmerking komt: die keuze is van enorm belang. Als we met dit project in de Doopsgezinde kerk in Haarlem waren gaan zitten, had je een heel ander produkt gekregen.

TK: Maar daar is ook een ensemble- en klankprobleem.

AV: Het is daar iets minder mooi, iets minder inspirerend.

TM: Het voordeel van de Waalse Kerk is dat het daarin erg mooi klinkt. Dat mensen niet veel moeite hoeven te doen om hun instrument mooi te laten klinken. Zo klinken hobo's en fluiten, de strijkers, het koor er prachtig.

AV: Daarom wordt klassieke muziek in studio's opgenomen! Verschrikkelijk om te spelen voor mensen!

TM: Er is geen wezenlijk verschil tussen het opnemen van 'gewone' en authentieke instrumenten.

AV: Ik vind het net een factor moeilijker, puur opnametechnisch gezien. Om het oorspronkelijke oude karakter van instrumenten goed op de band te krijgen. Er is een groter gevaar dat er een conflict optreedt met de mankementen van microfoons. Waar oude instrumenten in werkelijkheid zeer overtuigend kunnen klinken, kunnen ze op een opname weleens gevaarlijk pittiger klinken.

AW: Het kan ook de bewuste keuze van de producer zijn, zoals bij opnamen van The English Concert op Archiv. In werkelijkheid missen de strijkers de scherpte die menige opname ongenietbaar maakt.

TM/AV: Archiv neemt heel scherp op.

AW: Er zijn veel huiskamer-luisteraars (cd-kopers zijn per definitie geen concertbezoekers) die denken dat het zo hoort.

AV: Het is een slopend gevecht om de delicate klank, de mooie kanten van zo'n bijzonder instrumentarium intact in de huiskamer te krijgen. Wat we vaak bij Pinnock vonden is, dat de instrumenten in werkelijkheid beter klinken. Waar je het gevoel hebt dat het te technisch, te agressief is opgenomen en daardoor de typische klank van dat soort instrumentarium thuis niet meer overkomt. Terwijl die platen vaak zeer goed beoordeeld worden.

TM: Of dat een authentieke viool zo moet klinken, terwijl onze ervaring is dat deze in werkelijkheid veel mooier klinkt.

AV: Je hoort in de zaal een oude viool die natuurlijk scherp klinkt: mooi scherp. Dan loop je de controlekamer in en is het niet meer mooi scherp, maar technisch scherp. En dat kan door van alles komen, microfoonkapsels, elektronica, converters, enz. Voor mij is dit een worsteling, zolang als ik dit werk doe, om die naturelklank vast te houden. Ik ken collega's die heel zorgvuldig werken en dit probleem niet eens kennen. Ze beschouwen de techniek veel meer als een waarheid. Die microfoon, nou die klinkt zo. Soi. Ik heb zoiets van gooi dat kelereding in de vuilnisbak , want zo kan het helemaal niet.

TK: De Hohe Messe is Bachs allermoeilijkste werk en laat zich niet met cantates vergelijken. Het is ook voor trompet heel moeilijk. Ik ben kritisch op hun zuiverheid en vind dat ze niet te hoog moeten spelen, maar ze hebben het geen enkele keer echt fout gedaan.

AV: Sommige mensen hebben er totaal geen last van, maar waar ik gek van word is van essssssen. Wij zijn langzamerhand op het punt dat we in ieder geval zo kunnen opnemen dat de essen natuurlijk klinken. De meeste kooropnamen worden gedomineerd door geslis, alsof iedereen een kunstgebit heeft. Dit heeft ons jaren gekost. Wanneer je er staat, ervaar je de essen trouwens al opdringerig. Je zet er een microfoon voor en het is tien keer zo erg.

AvdW: zoals in het begin van de Johannes-Passion (Herr unserer Herrschaften).

AV: Er worden daar veertig essen tegelijk losgelaten, die ook in het stereobeeld nog wat doen. En er is de invloed van zekere looptijdverschillen, van microfoons e.d. Dat neem je dan waar als een complexe s-klank.
En het is ook een feit dat je de driedimensionale werkelijkheid reduceert tot twee dimensies. Alles wat je om je heen hoort, leg je voor je in het platte vlak.

TK: Het is interessant om een versie vast te leggen zoals je het in een concert zou willen hebben.

TM: Zo zou ik het vier keer achter elkaar willen horen. In het concert heb je ook nog te maken met het spanningsveld met het publiek. Het is een ander produkt.

TK: Het nadeel van live-opnamen is dat mensen tranquilizers slikken, omdat de stress te groot wordt. Het zogenaamde live-gevoel hangt van de dirigent af. Als hij in staat is om tijdens de sessies de mensen te motiveren, dan heb je het live-gevoel dat niet anders is dan in het concert.

AV: Wat bewezen wordt door live-opnamen die misschien voor 80 procent uit studio-sessies bestaan. Als die laatste minder 'live' zouden zijn, zou je ze niet met elkaar kunnen combineren. Waar ik het minder mee eens ben is, wanneer bij correcties stukjes uit een live-opname worden gebruikt. De vlag dekt dan de lading niet meer.

TM: Er zijn stukken die live perfect werken, maar op de microfoon niet. Wanneer mensen een microfoon voor hun neus krijgen, gaan ze niet meer op de zaal, maar op de microfoon spelen. Het omgekeerde komt trouwens ook voor.

TK: Dat het samenspel niet altijd honderd procent is, is in een live-concert alleen maar goed. Op een plaat, wanneer je die drie keer terughoort, wil je dat niet. In een concert hoor je van de altviool niet veel, maar je ziet wat een prachtige partij het is. Het is wel fijn om dit ook prachtig vast te leggen?

TM: We hebben net de MP in Cambridge voor de televisie vastgelegd. Dat is 3/4 minder kritisch, dan wanneer ik alleen maar mijn plusjes en minnetjes zit te schrijven! Hier zit je met zweet in je handen. Bij televisie denk je: dat gaat toch best zo?

AV: Als je een muziekstuk gaat opnemen, geschreven voor de concertzaal, dan zul je in het proces naar de weergave in de huiskamer een aantal dingen moeten doen om het daarvoor toegankelijk te maken.

TM: En dan zo toegankelijk dat je na vijf keer nog zegt: wat prachtig. Bijv. wanneer je een take voorbij hoort komen met een prachtig muzikaal idee, noteer ik dat altijd meteen, maar ik zet het er bijna nooit in. Want dan denk ik: zou het na vijf keer nog wel prachtig zijn? Als ik het na vijf keer noch prachtig vind, is er kans dat het erin komt. Het concert-gevoel is niet altijd goed voor de plaat. Net als een acteur op een video-opname, die iets te serieus huilt. Dat is dan ook niet goed.

AV: Dat is dan diametraal t.o.v. de puristen die vinden dat een opname een blauwdruk van het concert moet zijn. Op welke stoel en welke rij?

TM: Als je op die manier de tienen aan elkaar knoopt, krijg je een ontzettend saaie boel. Je kunt namelijk geen tien beoordelen, als de achten niet voorbijtrekken. Een tien is altijd subjectief, in de vergelijking. Je kunt het heel makkelijk doen, hoor, al die mooie stukken aan elkaar, waardoor het ontzettend saai wordt.

AV: Als je doorslaat naar het zwaar monteren krijg je algauw het systeem van ik knip alle goede maten aan elkaar. Als je dus niet uitgaat van blokken aan correcties.

TM: Er zijn musici die zelf honderden correcties willen!

 

 


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links