Audio-apparatuur

Thorens TD 146 Mk. VI platenspeler

met

Stanton 881S Mk. II-S md-element

 

© 1996 Aart van der Wal

 

Weet u het nog? Zo'n dikke dertig jaar geleden brak de bétere draaitafel door en gedreven door de artikelen van met name Jan Kool waren we druk in de weer met pickup-armen en liften, elementen, dempingspotjes, naaldwegers, fouthoekkaartjes, spiegels en platenborstels. Het was de tijd van o.a. de spelers van Thorens (TD 124 en 125, Garrard 401) en de armen van Ortofon, SME (de korte 3009 en de lange 3012), Stax UA en ADC Pritchard (van hout!). Het was ook de tijd van de kruidje-roer-mij-niet-elementen met hun door knieën gezakte cantilevers: zo stond ik bijna maandelijks met zo'n doorzakker bij TransTec op de stoep (de ADC-25 en 26 waren er zelfs berucht om), maar wat het eigenlijk allemaal zo leuk maakte was het snel om zich heen grijpende hobbyisme. Er werden thuis niet alleen armsjablonen gezaagd en werd de passer gehanteerd, maar er werd ook uren en uren gepriegeld om het beste uit dat illustere element te halen. Nostalgie? Ja, maar nu weer even terug van weggeweest.

De nieuwe generatie Thorens-spelers herinnert in niets meer aan hun draaitafels van weleer. Die akelig doffe leverkleur heeft in de loop der jaren plaatsgemaakt voor modieus zwart en ze komen ook niet meer schuddebuikend op gang. Wat wel is gebleven zijn de zeer lage rumblecijfers. Lineair gemeten kom ik met mijn meetplaat niet verder dan de (onvermijdelijke) variatie tussen -47 dB en -55 dB. De meter trilt gemiddeld zo rond de -53 dB. Dat zijn getallen die ik ook van de TD-125 en 150 ken. Na twintig jaar trouwe dienst en zonder enig onderhoud(alleen de aandrijfsnaar moest regelmatig worden vervangen) haalde ik zes jaar geleden met de TD-125 nog steeds gemiddeld -54 dB! De conclusie is dus duidelijk: de lp-groef stelt zijn beperkingen en niet deze TD-146! Voor de zwevingswaarden geldt hetzelfde verhaal: met die gemene 3,5 kHz komt er niet meer uit dan 0,038%. De pianotoon (middendeel KV 488) en de klarinet in Schuberts Der Hirt auf dem Felsen blijven dan ook ijzig strak.
Zonder element en platenborstel is de snelheidsvariatie een verwaarloosbare +0,1% om met dit element en meelopende borstel iets toe te nemen tot -0,15%. Tijdens het nat afspelen (een variant op Lencoclean) neemt de afwijking een fractie toe tot -0,25%, maar daar zult u heus niets van merken. Zelfs niet als u over een absoluut gehoor mag beschikken. Een ingebouwde waterpas, stroboscoop en fijnregeling van het toerental (alleen 33,33 en 45 rpm) ontbreken, maar ik heb ze niet gemist.

Uitmonstering

Zoals gebruikelijk bij Thorens wordt snaaraandrijving toegepast. De 16-polige synchroon-motor is vast in het chassis verankerd en van het verende sub-chassis gescheiden. Het met de hand gepolijste hoofdlager, het binnenplateau (inmiddels van kunststof) en de geïntegreerde toonarm zijn op het sub-chassis gemonteerd. Het 2,7 kg wegende, uit zinklegering vervaardigde en dynamisch uitgebalanceerde 30 cm buitenplateau met de losse rubbermat (alleen al daarover kunnen ettelijke theorieën worden ontvouwd) rust traditioneel op het binnenplateau en veert het geheel aldus keurig af. Toerentalwisseling gebeurt niet elektronisch, maar mechanisch: een met de toerentalknop instelbaar beugeltje onder het plateau bepaalt de snaaromtrek. Het werkt allemaal uitstekend en zorgeloos.
De netspanning loopt via de apart bijgeleverde trafo: de eurosteker wordt in de wandcontactdoos geprikt, de plug past in de ac-ingang aan de achterzijde van de speler. Het voordeel van deze opzet is dat de losse trafo dusdanig kan worden gepositioneerd dat eventueel daarvan nog resterende brominvloeden en strooivelden geen vat krijgen op de prestaties. Dat bleek ook tijdens de test: géén 50 Hz brom, ook niet met het element vlakbij het label.
De capaciteit van de vast gemonteerde l/r-signaalleidingen heeft geen hoorbare en meetbare invloed op de prestaties van het Stanton-element en zo hoort het natuurlijk ook. Een aparte aardleiding ontbreekt uiteraard niet. De beide bedieningsknoppen (33,33/45/stop en liftbediening) zitten op de goede plaats en werken soepel en solide. De stofkap is van helder plexiglas en wordt in een oogwenk op de aan de zwarte plint gemonteerde kunstofhouders aan de achterzijde geschoven en vastgeklikt.

TP-50 arm

De niet los verkrijgbare, rechte arm met afneembare elementhouder en vergulde connectors is niet verticaal verstelbaar, terwijl het essentieel is dat de afspeelpositie van het element t.o.v. de plaat exact horizontaal is. Thorens levert voor dit doel echter opvulstukken die eventueel tussen de onderzijde van de elementhouder en de bovenzijde van het element worden aangebracht. De juiste fouthoek wordt ingesteld door het element in de lengterichting zo te verschuiven dat de naaldpositie precies overeenkomt met de daarvoor in de houder aangebrachte markeringen, met het element recht in de houder. Voor de verticale uitlijning wordt een spiegeltje bijgeleverd. Montage en afregeling zijn met grote sortering bijgeleverde boutjes en moertjes en de duidelijke afbeeldingen in de handleiding (helaas alleen d/e/f) een fluitje van een cent.
De arm behoort niet tot de categorie vedergewichten (die mode is goeddeels overgewaaid), maar is goed gedempt en licht gelagerd. Stantons 881 en 981 serie is zeer compliant, maar de resonantiefrequentie komt in deze arm toch niet hoger uit dan 8 Hz. Met minder compliante, zwaardere elementen houdt het bij 13 Hz op, wat eveneens zorgeloos mag worden genoemd. Ook andere zeer goede en als 'lastig' gekwalificeerde elementen bleken geen last te hebben van (hoorbare) resonanties binnen de audio-band, wat zich dan uit in schudden, kleuring en verslechtering van de ruisafstand.
De naaldkracht wordt eenvoudig ingesteld met de markeringen op het keurig ontkoppelde contragewicht. Instelling van de dwarsdrukcompensatie gaat met behulp van een goed afleesbare draaischijf die naast de arm is gepositioneerd. Deze is geijkt voor sferische naalden bij droog afspelen, maar onder de dynamische afspeelcondities betekent 1,5 gram naaldkracht in de praktijk niet zonder meer een zelfde waarde voor de dwarsdruk. De Stanton 881 vroeg zonder borstel 15% méér bij droog afspelen en 10% minder 'in de nattigheid'.
De hydraulische armlift wordt met de hand bediend en werkt vlekkeloos. Wel zorgt de dwarsdrukcompensatie er natuurlijk voor dat de naald na oplichten niet precies op dezelfde plaats terugzakt; die paar extra muziekmaten horen er nu eenmaal bij!

Stanton 881 Mk. II -S md-element

Al jaren behoren de Stanton-elementen uit de 881 en 981-serie en niet te vergeten de WO-I tot mijn favorieten. Zelf speel ik al járen met de 981 ZHS. Ze zijn temperamentvol en zeker niet voor iedere arm geschikt, maar in de TP-50 ging het (weer) uitstekend. Spoorproeven bij lage en hoge frequenties toonden aan dat voor de 5,7 gram wegende 881 Mk. II en zónder borstel 1 gram naaldkracht meer dan toereikend was. Zo haalde ik moeiteloos 300 Hz, 90 mu bij 0,8 gram. Ook de frequentiekarakteristiek (van 10 tot 20 kHz binnen 1,5 dB en daar beneden tot 30 Hz binnen 0,4 dB) en kanaalscheiding (35 dB bij 1 kHz) passen in de hogeschool van de elementtechniek. De goede arm bewijst zich ook hier weer: het bekende dal in de karakteristiek van rond -2 dB is afwezig. Met 1,06 my/cm/sec., 47 kOhm en 275 pF is dit element op iedere gangbare versterker met een gewone md-ingangstrap aan te sluiten. De meettechnische en gehoormatige prestaties van verscheidene md- en mc-elementen bewezen uitdrukkelijk de kwaliteiten van deze draaitafel/arm-combinatie. U bent overigens vrij in uw elementkeuze!

Karakter

Daar gaat het toch altijd om! Als nog zéér actieve 'lp-draaier' en ook al weer jaren verguld met mijn Micro-Seiki DD-40 draaitafel met Stax UA-9 arm en Stanton 981 HZS md-element kan ik moeilijk anders concluderen dan dat deze Thorens TD-146 Mk. VI met TP-50 arm en 881 MK. II-S element weer een schot in de muzikale roos is. Inwendige of van buiten komende trillingen worden effectief onderdrukt, de stabiele loop met vliegwielwerking zorgt voor een zwevingvrije en stabiele weergave en de arm vormt voor de toegepaste elementen geen enkele beproeving. Dat uit zich in een transparant karakter met goed doortekend laag, een helder maar niet geprononceerd middengebied en fijnzinnige hoogweergave. Transiënts hebben de vereiste attaque en stevige koor- en koperklanken lopen niet dicht. Strijkers worden niet bits, stemmen krijgen geen ranzig randje. 'The test of time', Erna Spoorenbergs Mozart-aria's (Argo) en Elly Amelings Schubertiade (Harmonia Mundi), bewijzen dit ook nog eens nadrukkelijk.

Conclusie

Er zijn draaitafel/arm/element-combinaties die nóg meer te bieden hebben, maar dan zal de beurs toch - vrees ik - heel wat verder open moeten. Zelf kan ik met deze Thorens/Stanton-combinatie zonder enig protest naar dat bekende, onbewoonde eiland (mits er natuurlijk daar lichtnet-aansluiting is). Van harte aanbevolen voor nog jarenlang lp-genot!


Thorens TD-146 Mk. VI met TP-50 arm
Stanton 881 Mk. II-S md-element (gemonteerd en met individueel meetrapport)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links