Audio-apparatuur

Muzikale Parnassus in modern design:

Quad 66 systeem

 

© Aart van der Wal, april 1993

 

Dit eigenzinnige, Engelse merk bewijst zich al jaren met apparatuur van de bovenste plank, waarbij de unieke filterregeling, de betrouwbaarheid en de nazorg in niet geringe mate aan het succes bijdroegen. Ik begon ruim twintig jaar geleden met de inmiddels al weer legendarische 33/303/FM3 die op de zolderverdieping zelfs nog dagelijks in gebruik zijn.


Geschiedenis

Peter J. Walker was niet alleen een bekwaam klarinettist, maar hield er nog een bijzondere hobby op na: het bouwen van versterkers voor o.a. collega-muzikanten en dansgelegenheden. Hetgeen in 1936 leidde tot de oprichting van de 'Acoustical Manufacturing Company Ltd.': een hobby werd professie. Twaalf jaar later werd de eerste (mono)versterker voor huiskamergebruik geintroduceerd: de veel succes oogstende QA12/P, in '51 opgevolgd door de Acoustical Q.U.A.D. (toen al met filters!). Reeds vanaf het prille begin was sprake van een strikte scheiding tussen voor- en eindversterker en deze modulaire opzet wordt tot op de huidige dag niet verlaten. In '53 kwam de OCII/II, die zelfs nu nog hier en daar trouw dienst doet. Maar de werkelijke omwenteling op het gebied van de muziekweergave in de huiskamer werd in '55 ingeluid met de presentatie van het prototype van de ESL, de elektrostatische luidspreker die grote furore zou maken en de internationale vakwereld versteld liet staan: de onmogelijk geachte opgave om een breedbandige elektrostaat met voldoende geluidsvolume voor gebruik in de huiskamer te ontwikkelen werd door QUAD gelogenstraft. Het concept was dermate goed doordacht dat de vanaf '57 in grote aantallen geproduceerde ESL tot '86 in bijna ongewijzigde vorm wereldwijd werd verkocht. En dan natuurlijk een paar jaar later ('59) de eerste stereo-versterker en tuner: de QUAD 22 en de FM 2.
Een deel van het produktie-overzicht laat zien dat de fabriek geen eendagsvliegen op de markt bracht: QUAD 22 ('59-'67), 33 ('67-'82), 303 ('67-'86), 44 ('79-'90), 34 (vanaf '82), 306 en 606 (vanaf '86), FM3 ('71-'82), ESL ('55-'86), ESL-63 (vanaf '81). De wegen van QUAD zijn echter helaas niet altijd even doorgrondelijk zoals blijkt uit het feit dat de zeer goede en veelzijdige QUAD 44 (een voorversterker die door de gebruiker geheel naar behoefte kan worden ingericht met behulp van diverse insteekmodules), voor mij hèt paradepaardje van dit merk, uit de produktie is genomen. De QUAD 34 voorversterker en FM-4 tuner blijven vooralsnog wèl in produktie.

Afstandbediening

Vaak de sluitpost van de recensie, maar in dit geval moeten de rollen worden omgekeerd. Met het losse, fors uitgevoerde bedieningstableau van 241x175x50 mm met 22 druktoetsen en 2 regelaars wordt de gehele installatie bediend. Nog sterker: het is een onmisbaar onderdeel omdat, met uitzondering van de netschakelaars en de ladetoets op de cd-speler, regelaars en toetsen op de apparaten schitteren door afwezigheid. Het resultaat is een strakke vormgeving zonder overbodige franje die mij zeer aanspreekt. Een tuner of cd-speler van een ander merk kan op de voorversterker worden aangesloten, mits voorzien van eigen regelaars of afstandbediening. De zeer goede FM-66 tuner kan helaas uitsluitend in het 66 systeem gebruikt worden, dit in tegenstelling tot de CD-67 die wordt geleverd met een aparte afstandbediening, waardoor de speler in iedere installatie kan worden opgenomen. Vreemd, maar dit zal wel door de commerciële mensen zijn bedacht.
De functies worden op dat tableau geactiveerd d.m.v. een infrarood sensor met een wel zeer ruim bereik. Het display op de voorversterker laat dan de gekozen instellingen zien: ingang, filter, bass step en tilt. Het lcd-scherm is geen toonbeeld van helderheid, zeker niet op wat grotere afstand en bij een ongunstige lichtinval. De fors uitgevoerde regelaars voor volume en balans klikken op de gekozen positie weliswaar in, maar schaalverdeling en stuitnok ontbreken; een ogenschijnlijk nadeel, omdat het snel went. Elegant is dat in de standby-stand het volume automatisch tot nul wordt teruggenomen en na het inschakelen de oorspronkelijke positie weer inneemt. De tapetoets mist de blokkeringsfunctie met het risico dat een aan de gang zijnde bandopname door een huisgenoot onbedoeld wordt onderbroken (met het tableau op bijv. de salontafel kan dit best eens het geval zijn). B&O heeft dit al geruime tijd geleden zeer fraai opgelost en spijtig is dat QUAD van de reeds bestaande know-how op dit gebied geen gebruik heeft gemaakt.
De search-, track- en pauze-toetsen scheppen in het begin wat verwarring, daar hun betekenis afhangt van de gekozen ingang. Zo fungeert de pauze-toets op radio voor de omschakeling van stereo- naar mono-ontvangst, terwijl op de cd-ingang met deze toets het afspelen wordt onderbroken. Op het tableau ontbreken cijfertoetsen, maar kan altijd nog een beroep worden gedaan op de wel van cijfertoetsen voorziene afstandbediening voor de cd-speler, wanneer u op een test-cd track 85 wilt opzoeken. Zo zijn er meer functies die op het tableau ontbreken, maar wel op de aparte afstandbediening te vinden zijn. Het tableau is zeker gebruiksvriendelijk, maar wat beperkt van opzet en vraag ik mij af waarom geen gebruik werd gemaakt van de kennis en ervaring die B&O op dit gebied heeft.
Het tableau wordt gevoed door een batterij van het PP3-type met een levensduur van ca. een jaar, maar mocht deze uitgerekend op zondag uitgeput zijn, dan wordt de voeding door de voorversterker verzorgd, d.m.v. een simpel snoertje dat opgeborgen is in het batterijvak. Dat is nu toch weer typisch de 'finishing touch' van QUAD! De toetsen en regelaars zijn stevig uitgevoerd en voor de bediening zijn geen goochelvingers nodig.

Voorversterker

De zeer bescheiden afmetingen (321x255x80 mm) zijn identiek aan die van de tuner en de cd-speler. T.o.v. de illustere voorgangers, de 34 en 44, zijn er maar liefst zeven ingangen beschikbaar: disc, cd, radio, av, aux 1, aux 2 en tape. Bovendien is er een control in-ingang die in principe toepassing in een 'multiroom' systeem mogelijk maakt. De av- en aux 1 ingangen bezitten een extra afscherming tegen brom en andere ongerechtigheden als gevolg van aardingsperikelen en lichtnetpulsen, geen onbekend fenomeen bij het gebruik van video-apparatuur. De door de video-recorder afgegeven audiosignalen bleken, ook bij dubbing, brandschoon.
De gevoeligheid op de (vergulde) cinch-ingangen laat niets te wensen over: disc 3 mV, radio 100 mV, de overige ingangen 300 mV. Voor cd-weergave is 300 mV bijna ideaal te noemen (100 mV is helaas eerder regel dan uitzondering): het bespaart een verzwakkingskabeltje en de volumeregelaar hoeft niet schrikkerig bediend te worden. Nu heeft QUAD al jaren geleden ingezien dat vol huiskamervolume niet moet worden bereikt bij een stand van de volumeregelaar rond 'tien over half acht', maar zo ongeveer bij 'twaalf uur'; de inregeling is dan optimaal.
De gevoeligheid op tape kan niet meer door de gebruiker worden aangepast, maar dit is geen echt minpunt, daar de doorsnee signaalniveau's van de tegenwoordige decks een verdere aanpassing overbodig maken. Op disc kan optimaal worden aangepast: QUAD levert voor dit doel diverse MC- en MM-modules.
Het maken van opnamen van deck A naar B en omgekeerd heb ik zelden zo eenvoudig en doeltreffend gezien en kan eigenlijk niet misgaan: hulde! Een mono-toets en een afzonderlijke schakelaar voor de opnamekeuze ontbreken. Het subsonische filter is vast ingebouwd in het pick-up circuit en dat is wel zo vriendelijk voor uw (kostbare) luidsprekers.
Het ontbreken van een aansluiting voor hoofdtelefoon is een typisch trekje van QUAD dat mij al vele jaren achtervolgt en mij noodzaakte een schakelkastje met de juiste spanningsdeler te gebruiken, dat wordt verbonden met de luidsprekeruitgangen. De importeur is bereid u daarbij de helpende hand te bieden.
De uitgebreide klankregeling verraadt weer het zeer gezonde en muzikale uitgangspunt dat de muzikale balans niet mag worden verstoord. De standaardregeling voor laag en hoog die de andere merken bieden deugt van nature niet omdat de frequentiekarakteristiek niet recht blijft: pieken en dalen zijn het onvermijdelijke gevolg. De uitkomst kan nooit echt muzikaal zijn en het is een raadsel dat die (unieke) QUAD-regeling maar geen navolging krijgt. Zelfs bij de grondlegger van dit systeem, de Japanse Lux(man) Corp., lijkt het enthousiasme op dit punt getemperd te zijn. De 'tilt'-regeling van QUAD is wel muzikaal en en laat de gehele karakteristiek a.h.w. kantelen. De grafiek laat de werking duidelijk zien: op de maximale stand wordt gecorrigeerd van -3 dB tot +3 dB, zonder pieken en dalen in de karakteristiek, waarbij het 0 dB punt -zeer goed gekozen- bij 1 kHz ligt. Er zijn zes standen: drie voor de verzwakking van het laag met gelijktijdige toename van het hoog en drie die precies het omgekeerde doen: verzwakking van het hoog en toename van het laag. De instelpunten zijn 1,2 of 3 dB. Bij magere laag- en agressieve hoogweergave worden twee vliegen in een klap geslagen: de versterking met 2 dB van de laagweergave betekent tevens dat de hoogweergave met 2 dB afneemt. De regeling is dus per se niet bedoeld om zowel de laag- als de hoogweergave met 2 dB te versterken! Zo kunnen bezitters van kleinere luidsprekers geen "bass boost" toepassen in het frequentiegebied tot 100 Hz en de karakteristiek verder ongemoeid laten en daarom was ook een aparte laag-op regeling welkom geweest. Een aparte laag-af regeling met twee standen is wel voorhanden en zeer effectief.
De klankregeling wordt afgerond met een nu nog slechts beperkt instelbaar filter met twee standen: F 1 en F 2. F 1 is aktief vanaf ca. 2.5 kHz (oplopend tot ca. -5 dB bij 15 kHz) en F 2 vanaf ca. 1 kHz (oplopend tot ca. -5 dB bij 7 kHz). Van het continu instelbare filter, te regelen bij 5, 7 en 10 kHz tot maximaal -25 dB, lijkt nu voorgoed afscheid te zijn genomen. De nu door QUAD gekozen instellingen zijn echter op de praktijk toegesneden en daarmee ook goed gekozen, omdat enerzijds zoveel mogelijk muziek wordt doorgelaten en anderzijds zo veel mogelijk stoorgeluiden worden onderdrukt. In de huiskamer kan men een heel eind komen, omdat de tilt-, bas- en filter-regeling kunnen worden gecombineerd. Met de cancel-toets worden alle gemaakte instellingen ongedaan gemaakt. Kort en goed, minder goed geslaagde opnamen en knisperende grammofoonplaten die een correctie nodig hebben kunnen op deze manier meestal afdoende worden 'behandeld' zonder dat dit ten koste gaat van de muzikale informatie.
Zowel de vervormingscijfers als de oversturingsgrenzen en de signaal-ruisafstanden mogen er zijn: u zult er in de praktijk geen last van hebben! Zo heerst er een bijna volmaakte stilte op alle ingangen en alle niveau's. Bij geheel teruggedraaid volume blijft de actieve signaalbron heel zacht hoorbaar, een schoonheidsfoutje dat de fabriek niet onder handen neemt. De meetuitkomsten zijn, zoals goed gebruik bij QUAD, iets beter dan de technische doopceel en op het gehoor heb ik geen enkel verschil kunnen ontdekken tussen de 44 en deze 66. Bij inschakeling is een zachte 'plonk' waarneembaar, een schoonheidsfoutje waaraan door de fabriek niet zo zwaar wordt getild.

CD-speler

De CD-66 is slechts kort op de markt geweest, hetgeen niet past in de QUAD-traditie, maar er zat weinig anders op, omdat de fabrikant van het M3 loopwerk (PHILIPS) de produktie alleen tegen een aanmerkelijk hogere prijs wilde voortzetten. Voor QUAD een tegenvaller, ook al had de fabriek zich m.b.t. de onderdelen voor tien jaar ingedekt. Men koos uiteindelijk toch weer voor een loopwerk (CDM9) van Philips en nam de gelegenheid te baat om de opvolger, de CD-67, met een nieuwe d/a-omzettter van Crystal Clear uit te rusten. Met het minder diepe CDM9 ladesysteem zijn de afmetingen nu ook identiek aan die van de voorversterker en de tuner en werden er nog enige cosmetische wijzigingen aangebracht. Gebleven zijn het wel erg rudimentaire display (alleen de resterende minuten per track worden tijdens het afspelen aangegeven) en is het aandrijfmotorje nog steeds wat luidruchtig.
Naast de (digitale) coax-uitgang is er een vaste (analoge) uitgang die 2 V afgeeft, maar daarop is de ingangsgevoeligheid van de voorversterker uitstekend berekend.
Ook de CD-67 is een 16 bits-speler die zonder meer in de hoogste regionen thuishoort. Zeer fraaie en rustige strijkers, warm en diep laag met zeer goede doortekening, een breed en diep stereobeeld, een piano- en orgelklank die staat als een huis, heldere stemmen zonder de geringste scherpte met een definitie om u tegen te zeggen. Ook de omgang met zwakke signalen en de lineariteit plaatsen deze speler in de topcategorie. T.o.v. de CD-66 lijkt de doortekening mij nog marginaal beter in Handel's Messiah op zowel L'Oiseau-lyre als Archiv en was de pianoklank in het Chopin-recital van Michelangeli op DGG nog een fractie losser. Ook de gewone bas bleek nog iets indrukwekkender in Rachmaninow's Derde Symfonie (KCO/Ashkenazy) op DECCA. De verschillen zijn echter niet dermate dat bezitters van de CD-66 zich nu plotsklaps ongelukkig hoeven te voelen!

FM-tuner

De uitlevering werd vertraagd als gevolg van enige aanloopproblemen. Het pechduiveltje achtervolgde QUAD al eens eerder toen de FM 3 zich aandiende. Zo was er een vage fluittoon op alle afstemfrequenties en werd bij sommige exemplaren de zenderkeuze spontaan geblokkeerd. Inmiddels is een verbeterde chip beschikbaar en worden de daarvoor in aanmerking komende exemplaren door de importeur gemodificeerd. De tuners die in maart de fabriek hebben verlaten zijn van de nieuwe chip voorzien. Het is verbazingwekkend dat de FM-66 in verscheidene landen, w.o. in Engeland, al lang en breed is gerecenseerd, zonder dat van het chipprobleem melding werd gemaakt. Voor de kritische noten moet je blijkbaar achter de dijken zijn...
Alle benodigde functietoetsen bevinden zich (uitsluitend!) op het bedieningstableau. Er kunnen 19 voorkeurzenders worden geprogrammeerd. De bandbreedte is niet handmatig instelbaar. De antecedenten zijn van een dusdanig niveau dat de tuner zonder voorbehoud geschikt is voor aansluiting op een draaibare buitenantenne: een gewogen ruisafstand van 73 dB (stereo) en 79 dB (mono) bij 1 mV antennespanning, zeer goede selectiviteit en spiegelonderdrukking, een gevoeligheid van net 23 uV (stereo) en 2.5 uV (mono) en gecompleteerd met een volstrekt onhoorbare piloottoon (ook bij bandopname). Prettig is ook dat desgewenst in stappen van 25 kHz kan worden afgestemd. Met een simpele dipool-antenne op zolder bereikte ik een kwaliteit die de 'kabel' deed blozen. Twee antenne-ingangen (75 Ohm)was dan ook zonder meer gerechtvaardigd geweest: een voor de 'kabel' en een voor de buitenantenne.
De geluidskwaliteit wordt uitsluitend beperkt door het aangeboden signaal.

Eindversterker

De 606 werd reeds besproken in het *. Er zijn inmiddels 25.000 exemplaren verkocht en waren de persmallen aan vervanging toe. Hetgeen QUAD heeft aangegrepen om een geringe wijziging aan te brengen, waardoor deze geweldenaar ook perfect bij het 66 systeem past. In elektronisch opzicht is sprake van een nieuw ontworpen voedingsdeel en werd het hoog-doorlaatfilter aan de ingang gewijzigd. De fabriek verzekert echter de gebruikers van de 'oude' 606 dat er geen enkele noodzaak tot 'updating' bestaat.
Aansluiting van een extra stel luidsprekers of een daarvoor geschikte hoofdtelefoon (bijv. de AKG K 1000) vereist een schakelkastje. De fabrikant heeft, heel verstandig, een begrenzing aangebracht die het apparaat tegen zeer lage impedanties beschermt. Ook de frequentiekarakteristiek loopt niet absurd door met -0,25 dB bij 20 Hz en -1 dB op 13 Hz en en 40 kHz. Er is geen goede reden te verzinnen om de karakteristiek tot in een gebied door te laten lopen waar toch geen bruikbaar muzieksignaal aanwezig is, maar juist wel allerlei ongerechtigheden. Zoals gebruikelijk bij QUAD is de eindtrap onvoorwaardelijk stabiel bij iedere belasting en ieder muzieksignaal. Brom, ruis en vervorming zijn gewoon afwezig en wordt de versterker slechts handwarm bij normaal gebruik.
De 606 combineert de voordelen van klasse A-versterking (minimale vervorming) met het hoge rendement van klasse B. De eigenschappen worden niet negatief beinvloed door de bedrijfstemperatuur en de fabrikagetoleranties, waarbij de ruststroom en de symmetrie zelf instellend zijn zijn en ook bij latere reparaties en vervanging van onderdelen de oorspronkelijke prestaties behouden blijven (QUAD-patent).

Resumé

Een fraaie set die zeer hoogwaardige muziekweergave biedt en niet snel aan veroudering onderhevig is. Het bedieningstableau had een geraffineerder opzet verdiend. Een aparte laag-op regeling had de muzikale waarde zeker nog verder verhoogd. Het inwendige is van zeer hoge kwaliteit en de bouwwijze zonder meer uitmuntend. Het gunstige beeld wordt afgerond door een gedurfd en smaakvol uiterlijk van, zeker niet onbelangrijk, bescheiden afmetingen.

Importeur: TransTec bv, Rotterdam (tel. 010 4147055)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links