Audio-apparatuur

NAD 304 geïntegreerde versterker

in combinatie met DALI 350 en 101 luidsprekers

 

© 1994 Aart van der Wal

 

Natuurlijk past de 304 qua uiterlijk en afmetingen uitstekend bij de eveneens in februari besproken 502 cd-speler. Er zijn zeven ingangen: phono (alleen mm), cd, video, aux, tuner en tape 1/2. Pre-out (uitgang voorversterker) en main-in (ingang eindversterker) ontbreken niet: voor- en eindversterker kunnen door het wegnemen van de bekende stalen beugeltjes worden ontkoppeld. Aan de stevige en ruimbemeten klemmen kunnen twee paar luidsprekers worden aangesloten. Dikkere luidsprekerkabels - met of zonder banaanstekkers - kunnen probleemloos worden toegepast. Een aparte opnamenchakelaar ontbreekt, zodat u niet van bron A kunt opnemen, terwijl u luistert naar bron B.

Meer dan het nominale vermogen

Het gespecificeerde, nominale vermogen van 2 x 35 Watt (8 Ohm) is bedrieglijk. De 304 kan gedurende korte tijd heel wat meer vermogen leveren: per kanaal ruim 125 W aan 8 Ohm, waardoor kortstondige, grote vermogenspieken probleemloos kunnen worden verwerkt. Wanneer om extra vermogen wordt gevraagd, is het er en ook snel! De vervorming bij 2 x 35 W en 1 kHz betekent niets: 0,0058 %, de (zwaar overschatte) dempingsfactor bij 50 Hz/8 Ohm ligt dik boven 100. De wel zeer ruime oversturingsmarge op alle ingangen (phono maar liefst 230 mV bij 1 kHz en 2,2 V bij 20 kHz!) en de RIAA- curve binnen 0,2 dB geven wel een erg comfortabel gevoel. De gevoeligheid van de lijningangen ligt rond de 170 mV en daarover wil ik nu echt niet gaan zeuren. Die conventionele klankregeling doet mij weer niet watertanden, maar dat weet u inmiddels wel. Wèl te prijzen is het subsonisch filter dat het onderaardse gerommel met 12dB per octaaf te lijf gaat. Er valt hier niets te lijmen, want het filter is niet uitschakelbaar (hoeft ook niet).

Soft Clipping

Evenals bij de 306 beschermt deze voorziening uw luidsprekers tegen de gevolgen van overbelasting van de versterker. Door de dan geleidelijk intredende signaalbegrenzing neemt uiteraard ook de vervorming af. De 304 was vele weken verbonden met zowel de veeleisende B&W 802/III als de ook niet zo gemakkelijke TAF Cadans 5/II in een kamer van ruim 55 m2 en met veeleisend programmamateriaal. Het (uitschakelbare) Soft Clipping circuit heb ik daarbij geen seconde gemist!

Klank

Niet anders dan de diverse versterker die ik ter vergelijking heb gebruikt en mits de vermogensgrenzen in acht worden genomen. De wat grotere broer, de NAD 306, biedt in een kamer van 55 m2 bij een geluidsdruk van rond 90 dB (en dat is zéér luid!) en vol symfonie-orkest een nog transparanter klank, met een rotsvast stereobeeld. De 304 komt op dit niveau niet echt in de problemen, maar je hoort dat de klank iets dikker wordt en de plaatsing van de instrumenten is dan ook wat minder trefzeker. Kortstondige vermogenspieken roepen, zoals gezegd, geen problemen op, maar bij langduriger fortissimi (zoals in het slotdeel van Mahler I), zeer fors afgespeeld en in combinatie met niet al te gevoelige luidsprekers biedt de 306 toch meer dynamische ruimte (headroom). Het is dus zaak om luidsprekers met een niet al te laag rendement te kiezen. Zeer hoge geluidsniveau's, maar ook een dramatische sopraan, stevig slagwerk en zeer forse piano-aanslagen stellen echt hoge eisen aan het voedingsdeel van iedere versterker!

DALI 350 luidspreker

Een tweeweg-basreflex van bescheiden afmetingen (hxbxd 88 x 22 x 24 cm) en gewicht (15 kg. zonder, 26 kg. met zandvulling, waarvoor aan de achterzijde een opening is aangebracht). De vloeistofgekoelde tweeter met textieldome verzorgt het gebied tussen ca. 3 en 20 kHz; de midden/laageenheid loopt bijna onverzwakt tot ca. 45 Hz door. De nominale impedantie bedraagt 6 Ohm, maar dat is uiteraard niet de constante waarde. Gezegd moet worden dat het impedantieverloop goed in de hand is gehouden en dat is prettig voor de versterker. De voor het wisselfilter benodigde electronica (hard wired!) met condensatoren van polypropyleen compenseert ook de bij relatief kleine ontwerpen als deze gemakkelijk optredende afwijkingen in de frequentiecurve, die op een andere manier en zonder al te hoge kosten niet zo goed onder controle zijn te krijgen. De toelaatbare, continue belasting ligt rond de 200 W; de gevoeligheid bedraagt 86 dB. Deze Dali 350 komt in een forse kamer goed los in combinatie met een versterker die tenminste 60 echte Watts per kanaal kan leveren. De hoogweergave bundelt niet, maar had van mij best een fractie pittiger gekund. De geringe kleuring in het midden/laag past eigenlijk niet bij een luidspreker in deze prijsklasse: alleen al in dit opzicht komt de Dali 350 zeer goed uit de bus. Het laag is warm en stevig, al worden de contouren van bijv. de lagere piano-octaven niet echt scherp getrokken. Het evenwichtige totaalbeeld staat het genieten van de muziek niet in de weg.
Zelfs de mogelijkheid van bi-amping ontbreekt niet, maar daar loop ik niet warm voor.

DALI 101 luidspreker

Het type kleine boekenplankluidspreker (hxbxd 35 x 21 x 19 cm) met een gewicht van slechts 5 kg. tegen een bescheiden prijs. Deze kleinste uit de Dali-reeks is ook een tweeweg-basreflex met een vloeistofgekoelde tweeter (ca. 3 tot 18 kHz) en een midden/laag weergever (tot ca. 60 Hz, afhankelijk van plaatsing). Dit is typisch zo'n luidspreker die in een boekenwand of aan de muur de beste prestaties levert. Deze dreumes is behoorlijk gevoelig (92 dB) en gaat echt niet kapot van 2 x 75 W, maar moet het toch vooral hebben van niet al te hevige geluidsexplosies. Mahler I (het begin van de finale) komt er niet geheel open, transparant uit en ook zeer stevige piano-aanslagen (de eerste maten van de Hammerklaviersonate) tonen aan dat de vleugel vele malen groter is dan de luidspreker kan overzien. Op een rustiger niveau komen de minder veeleisende orkestwerken, en vooral kamermuziek, liederrecitals en gesproken woord vrij natuurlijk over. Wat je bij kleine formaten vaak ziet is, dat het midden/laag toch goed onder contrôle kan worden gehouden. Maar de basweergave in deze prijsklasse en formaat mist uiteraard de definitie en de kracht van grotere systemen met aanmerkelijk duurdere eenheden. David en Goliath blijven actueel!

Resumé

Binnen redelijke vermogensgrenzen past de NAD 304 versterker in muzikaal opzicht zonder meer in de lange rij van succesvolle NAD-ontwerpen. De Dali 350 biedt zeer goede waar voor het geld, gedraagt zich evenwichtig en rustig, met voor deze prijskasse geringe kleuringsverschijnselen in midden/laag. Het hoog had iets pittiger gekund. De Dali 101 is het beste op dreef bij een redelijk huiskamervolume en dan vooral in kamermuziek en solo-recitals.

Importeur: NAD Nederland bv, Eindhoven. tel. (013) 55.09.55


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links