Audio-apparatuur

Uitgekiend rekencentrum:

NAD 118 digitale versterker

 

© 1997 Aart van der Wal

 

Het is er dan eindelijk van gekomen! Na een lange periode van voorbereiding en ontwikkeling in eigen huis introduceerde NAD onlangs haar eerste digitale voorversterker. De 118 is een revolutionair concept dat voornamelijk bestemd is voor diegenen die de digitale techniek willen gebruiken om muziekweergave zonder de nadelen van analoge bewerking geheel naar eigen hand te zetten.Tijdens een langdurige testperiode werden de talloze toepassingen uitvoerig beproefd. De conclusie moet uiteindelijk luiden: diep de pet af voor NAD! De NAD 118 is uitgerust met niet minder dan twee Philips bitstream-converters met hoog oplossend vermogen: de SAA 7360 voor de a(naloog)/d(igitaal)- (18 bit, 48 kHz) en de TDA 1547 voor de d(igitaal)/a(naloog)-omzetting (20 bit). Het digitale filter is ook al een topper uit de Philips-stal: de wereldwijd geprezen TDA 1307. Het jitter-probleem wordt effectief aangepakt met de TDA 1305 binnen zeer nauwe kloktoleranties. Teruglopende resolutie op lage volumeniveau's wordt door de Motorola 56004 ondervangen. Verder is er een stevige voeding met Holmgren ringkerntrafo, zijn er o.a. 10 gescheiden spanningsregelaars, prints van glasvezel en metaalfilmweerstanden.

De bemonsteringsfrequentie (dsr 32, cd 44.1 en dat 48 kHz) wordt uiteraard automatisch gekozen aan de hand van het aangeboden, digitale signaal. Wat betekent dat iedere digitale bron kan worden aangesloten en 'bewerkt' (van cd-speler tot NICAM-ontvanger, van dcc tot minidisc, van satellietradio tot dat-deck). De voorversterker wordt door de fabriek afgeleverd met de bemonsteringsfrequentie ingesteld op 48 kHz, maar de gebruiker kan deze eenvoudig wijzigen in 44.1 kHz. 

De a/d-converter zet het oorspronkelijk analoge signaal (van bijv. analoge tuner of cassettedeck) om in een digitale datastroom die dan vervolgens digitaal kan worden bewerkt (zeer uitgebreide DSP-functie) of in het digitale dataformaat rechtstreeks, dus zonder DSP-bewerking, aan de digitale uitgang van de voorversterker verschijnt. De d/a-converter zet de digitale data om in een analoog signaal dat tenslotte naar de analoge uitgang van de voorversterker wordt gevoerd. Uw (analoge!) eindversterker(s) en luidsprekers kunnen met de digitale nullen en enen niets beginnen! Iedere digitale in- en uitgang beschikt over een eigen, geheel geïsoleerde trafo om geen concessies te doen aan de integriteit van het digitale signaal. In het analoge deel zien we 3de orde low-pass filters die direct achter de d/a-omzetter zijn geschakeld. NJM 2114 opamps completeren het beeld van eersteklascomponenten in alle geledingen en een uiterst doordachte aanpak. Zeer kort samengevat kan de veelzijdige NAD 118 probleemloos omgaan met binnenkomende, analoge signalen én digitale data, en deze digitaal desgewenst bewerken, terwijl aan de uitgangen zowel analoge signalen als digitale informatie in wel of niet bewerkte vorm beschikbaar zijn. 

DSP

Bij de 118 draait het voornamelijk om de Digital Signal Processor. Deze stelt de gebruiker in staat om het klankbeeld naar eigen wensen zeer uitgebreid in te richten zonder dat de in het analoge domein daarmee onvermijdelijk samenhangende vervormingsproducten en faseproblemen op de koop moeten worden genomen. Die digitale bewerking in deze vorm en orde is in het analoge domein volstrekt onmogelijk. Waarbij nog komt dat tijdens het digitale proces het oorspronkelijke signaal niet ten prooi valt aan allerlei vervormings- en faseproblemen zoals we die in het analoge domein kennen. Dit zijn de grootste winstpunten van het digitale bewerkingsprocédé. Dat geldt in de opnamentudio en tijdens de postproductie, maar ook voor deze digitale voorversterker. Dergelijke verworvenheden verdienen geen overdreven scepcis en zijn een wezenlijke stap vooruit voor de muziekweergave in de huiskamer. We hebben het hier niet over de een of andere grafische equalizer die de ene vervorming op de ander stapelt, maar over vooruitstrevend apparatuur van klasse die zijn hoogste troeven in het digitale vlak uitspeelt en niet zomaar in een of ander hokje kan worden geplaatst. De ontwerpers kozen daarbij niet voor een opeenstapeling van muzikaal zinloze gimmicks, maar voor praktische zaken rond de signaalbehandeling, waar de muziekliefhebber dagelijks profijt van kan hebben. We zien hier weer die typische NAD-filosofie: het doet er minder toe welke techniek wordt gebruikt, maar hoe deze muzikaal kan worden toegepast. 

Digitale bewerkingen

Met een druk op de DSP-toets kan een groot scala aan bewerkingsmogelijkheden worden aangesproken. De digitale klankregeling lijkt qua bereik en instelling weliswaar sterk op de analoge evenknie, maar er is nu tevens voor het middengebied een extra instelling (ca. 6,5 dB bij 2,8 kHz, waar het merendeel van de muziek zich afspeelt en ons gehoor bovendien het meest gevoelig voor is). Het grootste voordeel schuilt echter in het ontbreken van (toenemende) vervorming en faseverschuivingen, waarbij het niets uitmaakt hoe ver de regelaars worden opengedraaid. Zo worden bij hoog-op en versterkte basweergave de oorspronkelijke kenmerken van het klankbeeld niet aangetast.

Het uitschakelbare laagfilter onderdrukt vanaf 18 Hz zeer effectief het weliswaar onhoorbare, maar desalniettemin bedreigende, subsone gerommel dat voornamelijk afkomstig is van slecht presterende loopwerken van platenspelers of ongecontroleerde pu-armresonanties. 

Heel apart en uiterst effectief is de voorziening voor ruisonderdrukking. Met de FM-functie kan de achtergrondruis namelijk traploos worden verminderd, zij het dat dan enige concessie moet worden gedaan aan het stereobeeld. Ruis (radio-uitzendingen en oudere opnamen!) is echter een storender factor dan het stereobeeld (mits ook echt aanwezig!). Er kan echter zo worden ingesteld dat een acceptabele balans kan worden gevonden tussen maximale ruisonderdrukking en minimale beïnvloeding van de beschikbare stereoinformatie. Waarbij er nog een aardige stok achter de deur is: toevoeging van kunstmatig stereo (Spread-functie) en kanaalverbreding of versmalling (Width-functie). In de ogen van klankpuristen staat dit muzikaal zeer aanvaardbare procédé waarschijnlijk gelijk aan een doodzonde, maar deze mogelijkheid zal menige muziekminnaar tóch aanspreken. We weten bovendien al sinds jaar en dag dat de meeste opnamen, hoe vakkundig en smaakvol de klankregie ook mag zijn, een illusie afbeelden en geen spiegel zijn van de werkelijkheid. Klankpuristen met een afkeer van een klankregeling op de versterker en de angst voor beïnvloeding van de signaalkwaliteit hebben er hoegenaamd geen idee van hoezeer er in en buiten de studio analoog en digitaal wordt gemanipuleerd! De digitale bewerking biedt ook uitkomst bij oudere opnamen die nogal eens last hebben van het zogenaamde pingpong-effect. Dan zijn er stereo-opnamen met te weinig kanaalscheiding, terwijl ook mono-opnamen hoorbaar opknappen door een zeer bescheiden toegevoegd stereo-effect, zonder dat de wezenlijke kenmerken van die opname worden aangetast.

De gebruiker kan ook de dynamische verhoudingen ingrijpend wijzigen: het dynamiekvenster kan naar believen worden vergroot of verkleind. Een dergelijke ingreep heeft echter ook gevolgen voor de ruisfactor: de in het programma (eventueel) aanwezige ruis wordt dan eveneens versterkt. Duidelijk is evenwel dat de digitale bewerking grote voordelen biedt boven conventioneel analoog ingrijpen. De klankkwaliteit wordt in de digitale bewerkingsfase goed hoorbaar ontzien, terwijl het typische kenmerk van de meeste (niet-professionele) analoge expanders hier niet optreedt: géén zuigerstangeffecten, geen amechtig gehijg omdat zo'n expander het dynamische verloop niet kan bijhouden. Het beste kunt u de proef op de som nemen met een willekeurig muziekprogramma dat door de radio wordt uitgezonden en waar dynamiekcompressie tot de verplichte kost behoort. U zult er verbaasd van staan hoe het geluid opknapt als u als 'klankregisseur' aan het experimenten bent! Die benepen klinkende Bruckner-symfonie wordt ineens enige dynamische maten groter! Waarbij het enige oefening vereist om een muzikaal acceptabel compromis te vinden tussen de verlegde dynamische grenzen en het in de uitzending ingebakken ruisniveau. Kleine stapjes en goede smaak leiden altijd tot een bevredigender resultaat dan 'alle remmen los'.

Na de digitale bewerkingsfase wordt het signaal opnieuw geditherd en d.m.v. noise shaping op 20 bit niveau naar de d/a-converter geleid. Alle gewenste DSP-functies kunnen met de muziek op de analoge of digitale band worden vastgelegd. Balans- en volume-instellingen uiteraard niet. 

Aansluitingen

Aan de achterzijde zijn alle in- en uitgangen logisch en overzichtelijk gegroepeerd. Kleurcodes voor de diverse groepen helpen bij het correct aansluiten. Er zijn vier digitale ingangen (disc/tuner/video/tape) en twee digitale uitgangen (recorder/pre-amp), alle voorzien van de standaardbus voor 75 ohm coaxkabel. NAD koos bewust niet voor een of meerdere, aan coax inferieure, optische aansluitingen (Tos-link). Ik had er wel graag nog een paar digitale ingangen bij gehad, want met laserdisc-, minidisc-, cd-, en dat-speler is de digitale aansluitkoek op. Er is nu geen digitale plaats meer voor bij voorbeeld nog een dcc- en portable dat-speler. Een extra paar digitale uitgangen was ook geen overbodige luxe geweest, bij voorbeeld voor een extra dat-deck, een minidisc-speler met opnamefunctie, een extra d/a-converter, enz.

In het analoge domein zijn er vijf ingangen (disc/tuner/video/2x tape replay) en drie uitgangen (2x tape record, 1x pre-out). De tape 2-ingang is met name bestemd voor het (analoge) uitgangssignaal dat door de d/a-converter wordt afgegeven. Er zijn voorzieningen voor nabandcontrole (mits u natuurlijk over een driekoppen-deck beschikt). Om nog even door te zeuren: een paar extra ingangen was hier ook welkom geweest. De tijd van de bescheiden opgezette stereotoren is immers al lang en breed voorbij en je kunt beter een aantal in- en uitgangen te veel dan te weinig hebben.

In de goede NAD-traditie vinden we naast de akelig nauwkeurige balansregelaar een vierstappenplan om het analoge uitgangsniveau van b.v. cd-speler, cassettedeck, tuner, vcr, enz. zo goed mogelijk op de ingangsgevoeligheid van de voorversterker aan te passen. Er is keuze tussen 0, -5, -10 of -15 dB en dit blijkt in de praktijk meer dan voldoende voor alle gangbare apparatuur. Het instelbare uitgangsniveau kent twee standen (normaal en hoog: maximaal ca. 3 V) voor een zo goed mogelijke aanpassing op de eindversterker. De polariteit (absolute fase) van het inkomende audiosignaal kan worden omgekeerd. Het komt nog steeds voor dat cd-producenten niet consequent met de polariteit omgaan en het kan het proberen waard zijn. U moet aan deze functie echter niet al te veel waarde hechten. Wel zeer handig zijn de uitgebreide geheugenfaciliteiten: eenmaal gemaakte instellingen worden keurig in het geheugen bewaard, ook als de stroom eens onverhoopt is uitgevallen.

Muzikale prestaties

De NAD 118 weet uitstekend raad met complexe digitale signaalbewerkingen en de beide converters doen hun werk zeer goed. Dé vraag is natuurlijk in hoeverre de a/d- en d/a-omzetting zónder signaalbewerking tot hoorbare verschillen t.o.v. de oorspronkelijke bron leidt. Om daar achter te komen heb ik een signaal zowel direct naar een eindversterker (in dit geval de NAD 218) als via de NAD 118 (analoog in/analoog uit) gestuurd, dit alles uiteraard op exact gelijke niveau's. Ik kon geen verschil van enig hoorbaar belang ontdekken. Verder probeerde ik het nog tegen beter weten in met het digitale uitgangssignaal van drie cd-spelers (Philips CD-951, Meridian 508-20 en Van Medevoort vM CD222), toegevoerd aan de digitale cd-ingang van de 118, vervolgens naar de DSP (processor 'uit'), het digitaal filter en de d/a-converter en tenslotte naar de analoge uitgang van de voorversterker, waarna de analoge, 'muzikale' uitkomsten via de NAD 218 eindversterker, door tenslotte de luidsprekers werden weergegeven. Daarnaast werden ter vergelijking de analoge uitgangen van dezelfde spelers aangesloten op de analoge ingangen van drie geïntegreerde, 'gewone' versterkers (in dit geval Luxman LV-122, Van Medevoort vM MA222, Kenwood KR-V990D). Er konden, zoals te verwachten viel, wel graduele verschillen worden waargenomen, maar er konden geen bruikbare conclusies uit worden getrokken. Er zijn eenvoudig te veel verschillende componenten in het spel die het onmogelijk maken om tot een gefundeerd oordeel te komen. Ik had het natuurlijk kunnen weten... De NAD 118 is voor mij een stille dienaar van de muziek in optima forma.

Naar de eindversterker(s)

Het digitale concept van de NAD 118 legt natuurlijk ook een gezonde basis voor bij voorbeeld Dolby ProLogic/AC-3 systemen. En natuurlijk de toepassing van één of meerdere (uiteraard analoge!) eindversterkers zoals de NAD 218 krachtpatser die met 2 x 200 W aan 8 Ohm ook klankmatig een klasse apart is en 'multifunctioneel' inzetbaar is. Of in monoschakeling met maar liefst 700 W het dak van het huis blaast en en passant dan ook nog enige bomen meeneemt. 

Resumé

Er vallen geen saillante minpunten te registreren. De ingangsgevoeligheid voor lijn lijkt met 80 mV wat problematisch, maar dat is niet zo dankzij de in vier trappen in te stellen ingangsverzwakker. Het voordeel van de gekozen 80 mV is dat de d/a-converter dan altijd binnen 2,5 dB van het maximaal haalbare, dynamische bereik blijft. Het digitale en analoge deel scoort hoog en staat muziekweergave in optima forma niet in de weg. Uit de meetgegevens komt geen enkele wanklank naar voren. De beproefde eigenschappen van de Philips SAA 7360, TDA 1547 en 1305 vinden we in hun vol ornaat daarin terug. Ik maak slechts een voorzichtige kanttekening bij het aantal beschikbare in- en uitgangen omdat ik mij realiseer dat het in de meeste gevallen toereikend zal zijn. De bedieningsregelaars passen weliswaar in de lange NAD-traditie, maar in deze prijsklasse had ik ze toch graag wat robuuster uitgevoerd gezien. De technische doopceel bevat alleen het absolute minimum, terwijl de gespecificeerde 120 Ohm uitgang voor hoofdtelefoon in geen velden of wegen op het apparaat te vinden is! Het algehele beeld is ronduit echter zeer positief. Als u op zoek bent naar gefingeerde akoestische plaatjes van stadions, concertzalen, jazzclubs of disco moet u met een grote boog om de NAD 118 heenlopen. Bent u echter op zoek naar de muzikale mogelijkheden van digitale signaalbewerking dan is deze digitale voorversterker méér dan de moeite waard. NAD heeft voor een niet te gekke prijs een prestatie van groot formaat geleverd en een stap gezet op de weg naar de brede toepassing van digitale voorversterkers en digitale bewerkingsmethoden in de huiskameromgeving. Een fraai concept waarvan echter wel moet worden afgewacht of het toekomst heeft.

Importeur: NAD Nederland bv, Eindhoven. tel. (013) 55.09.55


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links