Audio-apparatuur

High-End uit Duitsland:

Verleidelijke topklasse-apparatuur van AVM:

V3C voorsterker, M4C eindversterker,

CD1C Plus cd-loopwerk en DAC3C D/A-converter

 

© Aart van der Wal, mei 1996

 

Vlakbij het Autobahndreieck Karlsruhe-Süd ligt het slaapdorp Malsch, waar A(udio)V(ideo)M(esstechnik) is gevestigd. Gesteund door 15 medewerkers geven Robert Winiarski en Günther Mania op 400m2 gestalte aan de ontwikkeling en produktie van met name High-End audio-apparatuur. Bejubeld in de Duitse audio-pers en geschraagd door de enthousiaste reacties van trouwe gebruikers heeft het bedrijf sinds 1984 bij vooral de Duitse audio- en muziekliefhebbers een respectabele reputatie opgebouwd. Inmiddels is het merk ook in Nederland vertegenwoordigd: Poulissen Audio Video Center in Roermond zwaait er in Nederland de importeursscepter over. Wat in een vrijwel verzadigde markt niet minder dan een waagstuk is.

Je ziet het met name in de Duitse en Oostenrijkse audio-tijdschriften: èchte topklasse-apparatuur past niet in een eenvoudig beoordelingskader omdat de onderlinge verschillen relatief klein zijn. En laten we eerlijk zijn: niets wast witter dan wit; superwit of super-superwit worden onhandelbare begrippen. De oosterburen hebben er echter iets op gevonden en vinden we kwaliteitscriteria als Absolute Spitzenklasse Referenz, I t/m IV, Spitzenklasse I, II, enz. Hoe het ook zij, de AVM-producten worden zonder uitzondering in de hoogste categorieën ingedeeld en delen de eer met merken als Mark Levinson, Krell, Burmester, Meridian, Stax, Jadis en Accuphase. De hier besproken set is in de zwarte standaarduitmonstering met dik veertien mille niet uitgesproken goedkoop te noemen, maar vergeleken met de reeds genoemde topmerken mag eigenlijk van een koopje worden gesproken. Als ik alleen zou afgaan op het binnen- en buitenwerk van deze set kan ik slechts vaststellen dat je veel waar voor het geld krijgt. Schitterend gemaakt, zonder het bekende oerwoud aan schroeven en allerhande plastic en metalen uitsteeksels aan de onderkant, geheel discreet opgebouwd en alle bouwstenen werkelijk subliem in het binnenwerk gestructureerd, met een uiterlijk om van te watertanden: een magnetisch afgeschermde, messing behuizing waarvan het front duurzaam is verchroomd (maar ook in zwart leverbaar is) met o.a. goudkleurige belettering, bedieningsorganen van voornaam messing en met zachtgroen oplichtende displays. Om op slag verliefd op te worden. De vergelijking met de apparatuur van Burmester dringt zich op: alsof de ontwerpers van AVM deze voor ogen hebben gehad. Deze set zou in een interieur van Jan des Bouvrie of de een of andere Tatort-aflevering in ieder geval niet misstaan.

AVM Evolution V3C(hroom)voorversterker

Om met de achterkant te beginnen: 9 vergulde in- en 5 uitgangen cinch) plus 2 gebalanceerde (xlr)-uitgangen l/r. Ook de liefhebbers van bi-amping kunnen zich dus naar hartelust uitleven. De pick-up-ingang is optioneel en met de gemakkelijk zelf te plaatsen insteekmodule (mm of mc naar keuze) heeft u er dus in een oogwenk een tiende cinch-ingang bij.
Aan de voorzijde de aan/uit-knop, bronkeuze-, monitor- en volumeregelaar, alsmede de uitgang voor de hoofdtelefoon. De leds in het midden zijn niet alleen overzichtelijk gegroepeerd, maar tonen ook helder en voornaam de status van de diverse functies. Zelfs de in dempingsrubber gevatte messing voetjes zijn een lust voor het oog. Heel fraai is het fabuleus afgeschermde voedingsdeel met ringkerntrafo en ingebouwd netfilter om storingen uit het lichtnet tegen te gaan. De voortrappen beschikken over eigen buffercondensatoren zonder terugkoppeling. Parallel geschakelde folie-condensatoren en Elco s van zeer hoge kwaliteit zijn overvloedig toegepast. De volume- en balansregelaars zijn natuurlijk van Alps! Ook de uitgezochte halfgeleiders, de solide en subliem afgewerkte circuit boards van epoxyhars en het dubbelgelaagde geleidingskoper geven blijk van AVM s streven naar grote duurzaamheid en de hoogste klankkwaliteit. Met de monitor-regelaar kan van bron A kan worden opgenomen en gelijktijdig naar bron B worden geluisterd. Twee van de drie tape-uitgangen hebben een voorziening voor nabandcontrole, wat toereikend is omdat dit bij DAT- en VCR-decks nu eenmaal toch niet mogelijk is. Ik had voor deze test de beschikking over de (optionele) phono mm-module van bijzondere klasse (gevoeligheid 1,25 mV, ruisafstand 85 [!!] dB, ingangsimpedatie 47 kOhm, RIAA-nauwkeurigheid binnen de audioband 0,1 dB en met een keurig stijl werkend afkapfilter vanaf 20 Hz!) De ruisafstand op de lijningangen is niet minder dan 104 dB en de vervormingscijfers leunen tegen de meetgrenzen aan.

AVM CDlC Plus cd-loopwerk

Er zijn meer merken die het loopwerk en de converter in aparte behuizingen op de markt brengen of daarmee uitvoerig hebben geëxperimenteerd (o.a. Meridian, Micromega, Mark Levinson en Thorens). Het voedingsdeel, de aansturingselektronica, de laser-optica en de uitgangstrappen zijn dan geheel van het D/A conversie-deel gescheiden en kan er geen sprake zijn van wederzijdse beïnvloeding van loopwerk en converter. Zelf heb ik in het verleden een dergelijke opzet meerdere keren aan de tand gevoeld, maar qua klank geen verschil kunnen ontdekken tussen cd-spelers met en zonder losse loopwerken. Ook AVM kon mij in dit opzicht met de CD1C/DAC3C niet overtuigen, hoe mooi het allemaal ook is ontworpen en gebouwd. De manier alleen al waarop het loopwerk in een aparte messing behuizing is ingekapseld en beschermd tegen magnetische invloeden! De ontwerpers kozen voor laserophanging en aftasting aan de bovenzijde, een methode die o.a. bij Wadia wordt aangetroffen. Dit houdt in dat de cd met de afspeelzijde naar boven moet worden ingelegd. Deze constructie heeft het voordeel dat de laser-lens niet of nauwelijks aan stof en andere ongerechtigheden wordt blootgesteld (een van de meest voorkomende oorzaken van aftastproblemen).

De draaischijf van als matglas ogend polycarbonaat wordt door de van Pioneer afkomstige servo-schakeling aangestuurd. Polycarbonaat (dat trouwens ook als grondstof voor de cd wordt gebruikt) paart geringe massa aan effectieve demping van vibraties en resonanties. Het zware lade-systeem sluit als een tweede huid en daaraan kon een langdurige duurzaamheidsproef niets aan veranderen. De CD1C heeft drie volledig ontkoppelde en vergulde uitgangen: cinch- + XLR-coax en optisch voor aansluiting op b.v.de ingang van een digitale voorversterker, DAT-deck, enz. Het met een tolerantie van slechts 1/100 mm vervaardigde draaiplateau is volgens de makers ongevoelig voor temperatuurschommelingen en ondanks de geringe massa van het toegepaste materiaal zeer stabiel. De dikke rand aan de buitenkant draagt ertoe bij om een hoog traagheidsmoment te bereiken met als bijkomend voordeel dat zowel de aandrijfmotor als de servo-sturing niet nodeloos worden belast en fouten bij de uitlezing van de digitale datastroom zoveel mogelijk worden voorkomen. Ook hier zien we weer dat kosten noch moeite zijn gespaard: het voedingsdeel met twee(!) ringkerntrafos en het loopwerk met de servo-elektronica zijn ondergebracht in een magnetisch afgeschermd metalen huis. Aan de voorzijde, links en rechts van de cd-lade zijn de belangrijkste bedieningsfuncties gegroepeerd. Het display met de track- en tijdinformatie kan naar wens worden uitgeschakeld.

DAC3C digitaal/analoog-omzetter

Een ruime keuze aan digitale aansluitingen, t.w. input: 4x coax, 2x optisch, 1x BNC; output: 1x coax, 1x optisch en nog een analoge l/r-uitgang. Het lichtgroen oplichtende display toont de gekozen input, de bemonsteringsfrequentie en de (instelbare) fase. Alle keuzetoetsen bevinden zich op het frontpaneel. De bemonsteringsfrequentie (tussen 30 en 50 kHz) wordt uiteraard aan de hand van het via de digitale ingang binnenkomende signaal bepaald (voor cd is dit 44,1 kHz). Het digitale filter rekent af met aliasing en zorgt voor de achtvoudige verhoging van de bemonsteringsfrequentie. De hier toegepaste overbemonsteringstechniek vraagt geen stijl verlopend analoog filter, terwijl fasefouten vrijwel volledig zijn uitgebannen. Ook aan de onderste bits van iedere chip werd terecht veel aandacht geschonken, wat het klankbeeld over de gehele linie, maar vooral de zeer zachte signalen ten goede komt.

De uitgangstrap werkt volledig in klasse-A, terwijl de weerstand aan de uitgang laag genoeg is (50 Ohm) om ook langere aansluitkabels straffeloos te kunnen gebruiken. De frequentie-karakteristiek is natuurlijk zo recht als een lineaal, de ruisafstand bedraagt niet minder dan 112 dB. De uitgangsspanning aan de vaste uitgang is ook nu weer aan de hoge kant: 2,6 V. Terwijl de meeste versterkers (helaas!) een ingangsgevoeligheid hebben van rond de 100 mV, wat betekent dat voorzichtig met de volumeregelaar moet worden omgesprongen. Een probleem dat ik inmiddels vaak genoeg heb gesignaleerd, zonder dat fabrikanten er iets aan doen.

Evolution M4C monoblokken

De M4 levert maximaal iets meer dan 40 W aan 4/8 Ohm, maar dan wel in pure klasse-A en dat is niet mis. Op 80% van het vermogen is de vervorming niet meer dan 0,0035%, de ruisafstand ligt op 105 dB en (voor de liefhebbers) de slew rate boven 100 V/us, de dempingsfactor hoger dan 1000. Zeker met korte luidsprekerkabels is ongewenste interactie tussen luidspreker en versterker vrijwel uitgesloten. Waar ik niets in zie is in de absurde bandbreedte van vrijwel 0 Hz tot 300 kHz.Met de komst van de cd was er best iets voor te zeggen om de laagweergave niet bij ca. 20 Hz af te kappen (bij de lp lag dat zoals bekend bepaald anders), maar zelfs voor orgelliefhebbers is er beneden 16 Hz niets meer te beleven en worden bij het doorgeven van nóg lagere frequenties alleen maar subsone problemen in huis gehaald. Voor de hoogweergave is het al niet anders: bij de cd houdt de bovenkant van de audioband gewoon op bij ca. de helft van de bemonsteringsfrequentie(44,1 kHz)en dus kan door de bank genomen nooit méér worden weergegeven dan 20 kHz (theoretisch 22 kHz,maar er moet ook nog gefilterd worden en dan kom je uiteindelijk rond 20 kHz uit).Wat moeten we dan in hemelsnaam met 300 kHz?? De kans is groot dat met de tandarts als buurman zijn boor zich tussen u en Haydn dringt.

Klasse-A dus, wat inhoudt dat er ook zonder muzieksignaal forse stromen door de eindtransistoren lopen. Het voordeel is dat door de hoge ruststroom deze echter nooit geheel worden uitgeschakeld en er dus geen overnamevervorming optreedt bij polariteitswisseling van de uitgangsspanning.Dat levert vergeleken met klasse-B versterking theoretisch een ‘schoner' klankbeeld op. Theoretisch, omdat de alom aangeprezen klasse-A versterking op zich geen mooiere klank oplevert: daar is namelijk veel meer voor nodig. Terwijl typische klasse-B versterkers heus wel zo uitgekiend (zeg maar compromisloos) kunnen worden ontworpen dat daarmee een fabelachtig geluidsbeeld wordt neergezet.Het nadeel van klasse-A is het geringe rendement en de aanzienlijke warmte-ontwikkeling. Dat blijkt ook bij deze Evolution M4 mono-blokken. Zet ze b.v. nooit zomaar op het tapijt, want gegarandeerd dat er forse schroeivlekken ontstaan. En houdt ze buiten bereik van kinderen en huisdieren, want ze worden knap warm en dat levert bij aanraking minstens een schrikeffect op. Het is ook niet raadzaam om de blokken vlakbij elkaar te plaatsen, want dan worden ze wel èrg warm. De grote koelribben vrágen om voldoende luchtcirculatie. Het binnenwerk is weer een klasse apart met o.a. twee gescheiden voedingen, drie van bipolaire transistors voorziene versterkertrappen, MOS-FETs in de uitgangsschakeling en korte signaalleidingen. De grote ringkerntrafo (750 VA!) en de Elco-batterij (90.000 microfarad) voor de voeding van de zes MOS-FET eindtransistoren nemen bijna de helft van het inwendige in beslag. De grote koelribben de andere helft. Er zijn twee ingangen(cinch en xlr) en twee paar luidsprekeruitgangen. En uiteraard de netschakelaar met de aansluiting op het lichtnet. Er kan worden in- en uitgeschakeld zonder storende relais-klikken of de bekende bonk. In de standby-modus wordt slechts weinig energie verbruikt: alleen de ingangsschakeling en de circuits worden van stroom voorzien; de eindtrappen krijgen dan geen stroom toegediend.

Hoe klinkt het?

Om stil van te worden (dat hoort ook zo bij het luisteren naar muziek). Hier hoor je weet dat verschil tussen een goede stereo-installatie en de topklasse. De gehele combinatie is àf. Het klinkt zo doorzichtig als glas, van de rinkelende triangel tot de grote trom en het diepste orgelpedaal. En vooral: gemakkelijk, zonder een spoortje scherpte, met alles op de goede plaats, breed en diep, levensecht en sprankelend. De laagweergave vind ik héél bijzonder: slank, maar met een indrukwekkend fundament (eigenlijk een paradox), droog, snel en volledig vrij van alle ellende die in sommige kringen voor goede laagweergave wordt aangezien. Wat ook opvalt is dat je harder gaat afspelen omdat het zo gemakkelijk en zo gaaf klinkt (een eigenschap die ook de heel wat goedkopere Van Medevoort MA-222 kenmerkt). Als je met deze combinatie naar de eerste vijf minuten van Händels Donna, che in ciel di tanta, HWV 233 (Archiv 439866-2) luistert, weet je gelijk wat je in huis hebt. Zo hoor je Anne Sofie von Otter en Musica Antiqua Köln ook niet iedere dag. De lijst kan naar believen worden uitgebreid: AMV scoort met een liederenrecital even hoog als met solo-repertoire, kamermuziek en groot orkest. De talloze instrumentale détails die Boulez in Ravels Daphnis et Chloé (DG 447057-2) weet op te roepen worden moeiteloos aan de luisteraar doorgegeven. De nogal modieuze kritiek van de laatste tijd op de moderne opnametechniek verstomt bij al het schoons dat hier wordt geëtaleerd.

Andere combinaties

Het zal geen verbazing wekken dat de door mij zeer hooggewaardeerde Meridian 508 20 bit cd-speler zich in de AMV voor- en eindversterkercombinatie als een vis in het water voelt. Er zijn nuanceverschillen met de AMV CD1C/DAC3C-combinatie aan te wijzen, maar die vallen niet binnen de terminologie ‘beter' of ‘slechter'. Bovendien lukt dat alleen bij directe a/b-vergelijking en is het onzinnig om daaraan conclusies te verbinden. Zo luistert toch niemand naar muziek?! Toen de Van Medevoort MA222 geïntegreerde versterker erbij werd gehaald was het weliswaar de AMV-versterkcombinatie (in de standaarduitvoering f. 7680,-) die qua klankbeeld de zegepalm wegdroeg, maar kon ik toch tevreden vaststellen dat de Nederlandse ontwerper en fabrikant met zijn produkt voor een bescheiden prijs (f. 1990,-) onmiskenbaar in de voorste gelederen thuishoort! AMV biedt een (nóg!) ruimer zicht op en doortekening van de opname, waarbij het laag door zeer scherpe contouren wordt gekenmerkt. De Quad ESL, de TAF Cadans 5/II en de Stax-Lambda lieten dat duidelijk horen.

Resumé

Natuurlijk, de besproken set kost f. 16410,- in de chroom- en f. 14035,- in de (zwarte) standaarduitvoering. Daarvoor krijg je elektronische en mechanische perfectie in huis, met een klankbeeld op topklasse-niveau. Ik had graag een minder exotisch frequentiebereik gezien, maar dit is dan ook het enige punt(je) van kritiek. De afwerking van het in- en uitwendige voldoet aan de hoogste normen en het ziet er allemaal zeer indrukwekkend uit. Het valt me niet mee om van deze set weer afscheid te moeten nemen..

 

_________________________________
AVM Evolution V3C voorversterker: f. 2880,- (in zwart als V3N: f. 2400,-); bxhxd 430x80x340 mm, 9 kg.
Insteekkaart phono mm: f. 300,- en mc: f. 360,-
AVM Evolution M4C monoblok: f. 6000,- per paar (in zwart als M4N: f. 5280,-; bxhxd 245x130x360 mm, 16 kg.per stuk
AVM Evolution CD1C Plus cd-loopwerk: f. 4050,- (in zwart als CD1N: f. 3360,-); bxhxd 430x115x330 mm, 15 kg.
AVM Evolution DAC3C d/a-converter: f. 3480,- (in zwart als DAC3N: f. 2995,-); bxhxd 430x80x430, 6 kg.

Importeur: Poulissen Audio Video Center, Roermond (tel. 0475 335716)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links