Audio-apparatuur

Akai cassettedecks GX-75 en GX-32

 

© 1997 Aart van der Wal

 

Ondanks het digitale Hosannah komen er steeds meer analoge decks op de markt die voor een niet al te exorbitante prijs goede prestaties leveren en ook op langere termijn een betrouwbare indruk achterlaten. Vast staat dat er in analoge opname en weergave in de komende jaren nog zeker muziek zit. De hier besproken AKAI GX-75 en GX-32 decks zijn, ieder in hun prijsklasse, degelijk gebouwd en van een goede kwaliteit. De prijzen in aanmerking genomen krijg je zeker waar voor je geld.

GX-75 Mk.II

Drie motoren, drie koppen, twee kaapstanders, niveau- en biasregelaars, MPX, Dolby B en C, HX Pro, een teller in minuten en seconden, uitschakelbare display, afstandbediening en allerlei handige functies die u beter in de handleiding kunt lezen. HX Pro -ontwikkeld door Bang & Olufsen- is de verbetering van de uitstuurbaarheid van de band op hogere frequenties en het onderdrukken van elektronische jank (flutter). Het is dus geen ruisonderdrukking!

Aanpassingsproblemen zijn er niet omdat dit systeem uitsluitend tijdens opname werkzaam is en het bij weergave op een ander deck van geen belang is of het andere deck over HX Pro beschikt. HX Pro bewijst zich juist (heeft het meeste effect) bij decks met opnamekoppen die niet het maximale uit de band halen: ze kunnen daardoor nog net voorbij de rand van het zonder HX Pro maximaal haalbare worden geduwd. Koppen die wèl het maximale uit de band halen hebben HX Pro niet ècht nodig, zoals Nakamichi al jarenlang bewijst. Daar komt nog bij dat een matige kopconstructie ook met HX Pro niet te redden valt en onherroepelijk vroegtijdig tegen de vervormingsmuur wordt aangelopen.

Dit deck bleek door de fabriek te zijn afgeregeld op TDK MA (metal), TDK SA (chroom) en Maxell UD-I (ferro). UD-1 vind ik een band die qua prestaties niet hoog scoort en heb ik zo mijn twijfels over de levensduur. Liever had ik afregeling op zeer goede ferroband van b.v. TDK of Sony gezien, maar u hoeft hieraan niet zwaar te tillen, dank zij die uitwendige niveau- en biasregelaars.

Alle knoppen en toetsen zijn logisch gerangschikt en degelijk uitgevoerd en vind ik het uitgesproken handig dat de tape na het inleggen eerst wordt strakgetrokken en dat van weergave direct naar opname kan worden overgeschakeld. Het deck beschikt over een regelbare uitgang voor hoofdtelefoon en een aparte (opname)ingang voor het aansluiten van een cd-speler of dat-recorder.

De handleiding wijst op de verbetering van de klankkwaliteit die daarvan het gevolg is, maar het lijkt mij dat deze opmerking met een fikse korrel zout genomen moet worden: ik ontdekte althans geen verschil (in dit geval des te beter!). De door de gebruiker zelf te kiezen instelling voor het Dolby-niveau en de hulpstroom (bias) heeft een ruim bereik, zodat ook ook op oudere bandjes kan worden opgenomen. De opnamenterkte kan links en rechts apart worden ingesteld, zij het dat dit wat stroef loopt. De duidelijke meters hebben een fors bereik van -40 tot +10 dB, maar de verkleinde schaal vanaf +6 dB is minder plezierig, terwijl dit nu juist qua maximaal uitsturingsniveau voor de meeste (goede) bandjes een kritisch gebied is. Daar staat wel tegenover dat pieken worden vastgehouden en de meters nauwkeurig genoeg zijn.

Het deck kiest de bandsoort (ferro, chroom, metal) automatisch aan de hand van de uitsparingen in de cassette: het is niet mogelijk om de bandsoort met de hand in te stellen. De beide opname- en weergavekoppen zijn -zoals gebruikelijk- ondergebracht in één behuizing (sandwich-constructie). Een volstrekt gescheiden opzet is, mits zorgvuldig uitgevoerd, altijd superieur omdat alle noodzakelijke instellingen voor iedere kop afzonderlijk kunnen worden verricht, waardoor een perfekte aanpassing van de koppen t.o.v. de band wordt bereikt. Ook klankmatig zie ik slechts voordelen in de gescheiden opbouw, waarover straks meer.

Een perfecte bandloop maakt ook de toepassing van het aandrukviltje in de cassette overbodig, krijgen resonanties daardoor weinig kans en wordt bovendien de opeenhoping van vuil voorkomen. U moet zich echter wel realiseren dat een dergelijk constructie voor duizend gulden echt niet kan!

Een servo gestuurde gelijkstroommotor drijft de beide kaapstanders aan, terwijl een direkt gekoppelde motor het heen en terug spoelen voor zijn rekening neemt; de derde motor tenslotte bedient de koppenbrug en de lade van het cassettevak. De afzonderlijke aandrijving van kaapstanders en spoelschotels is altijd de beste remedie tegen slijtage na langdurig gebruik en daarmee ook speling in de bewegende onderdelen.

De doopceel geeft twee jankcijfers: WRMS (0,025 %) en DIN (0,04 %). De WRMS-waarde is nutteloos omdat de getallen het toppunt van vriendelijkheid (voor de fabrikant!) zijn. Ik kwam op 0,07 % gewogen en 0,13 % lineair (opname/weergave), goede waarden dus. De vliegwielen, kaapstanders en aandrukrollen zijn van verschillende diameter en dit heeft een positieve invloed op de jank, ook op de langere termijn. Op het gehoor bleef de 3.5 kHz testtoon zeer strak en dat gold ook Schubert's der Hirt auf dem Felsen (jawel, met klarinet!). hoewel ik de indruk had dat het deck door de importeur (nog) niet was afgeregeld, bleken de afwijkingen minimaal en muzikaal van geen betekenis te zijn: het azimuth kon nog een fractie worden verbeterd en het Dolby-niveau bleek 1 dB te laag te zijn.

De bandsnelheid week slechts 0.1 % af en was daarmee in orde. De frequentiecurve (met en zonder Dolby) voor metal, chroom en ferro was tot 16.5 kHz bijna recht. Daarna valt het hoog rustig af tot -3 dB om vanaf 18.5 kHz (chroom) snel weg te vallen. Ik vind dat bepaald geen gemis: er zit in dit gebied geen echt bruikbaar muzikaal materiaal meer, maar juist wel allerlei ongewenste ongerechtigheden. Met TDK SA (chroom) lag de uitsturingsgrens op 6 dB bij een ruisafstand van 77 dB (Dolby C met HX Pro), met TDK MA (metal) respektievelijk 9 en 79 dB. De opnamekop geeft hier duidelijk de begrenzing aan. De vervorming op 0 dB was met Sony HF-S 0,45 en met TDK-SA 0,38 % (Dolby B en C) en daarmee ruim binnen mijn grenzen.

GX-32

Slechts één motor, twee koppen, één kaapstander, biasregelaar, MPX, Dolby B en C. De bandteller geeft geen tijd aan en het display is niet uitschakelbaar. De afstandbediening ontbreekt, maar dat zal niet als een echt gemis worden ervaren. Ook dit deck is door de fabriek afgeregeld op TDK MA (metal), TDK SA (chroom) en Maxell UD-I (ferro). Knoppen en regelaars zijn wederom goed gerangschikt en van degelijke makelij. De tape wordt eerst strakgetrokken en ook bij dit deck kan direct van weergave naar opname worden overgeschakeld. De mechanische opzet is eenvoudig: de motor neemt zowel de capstan-aandrijving als het spoelen voor zijn rekening. Het Dolby-niveau en het azimuth waren goed. Op 15 kHz is bij een deck met enkele kaapstander toch meestal enige fluctuatie waar te nemen.

De beweging van de koppenbrug wordt niet door een motor aangestuurd en daardoor verloopt dit nogal luidruchtig: de koppen worden met een klap tegen de band gedrukt. Wow en flutter (opname/weergave) bedroegen lineair 0,17 en 0,10 % gewogen en dat zijn voor een deck met enkele kaapstander zeker geen slechte waarden. Deze constructie heeft als principieel nadeel dat de bandloop niet kan worden losgemaakt van de cassettebehuizing en ook is de kans op drop-outs en jank groter. Dit in tegenstelling tot het deck met twee kaapstanders: het cassettehuis speelt -zeker bij de betere merken- geen rol meer en wordt een stabiele en strakke bandloop verkregen.

De frequentie-curve tot 15 kHz verschilde nauwelijks van die van de GX-75 en dat wijst voor een gecombineerde opname/weergavekop -gezien de daarmee verband houdende, onvermijdelijke compromissen- op een zorgvuldig ontwerp. Opnamen met en zonder Dolby B/C waren qua niveau en frequentieverloop bijna identiek: zeer goed. Ook de vervormingscijfers en de ruisafstanden kwamen goeddeels met die van de GX-75 overeen en bespaar ik u verder de getallen.

De GX-32 biedt een fijnregeling voor bias (niet voor het Dolby-niveau!) met een prettig bereik. Op het gehoor kan inregeling plaatsvinden middels een test-cd op 10 of 15 kHz, of FM-ruis, en altijd bij een opnameniveau van niet meer dan -20 dB (op hogere niveau's neemt de bandverzadiging in de hogere frequenties toe). Het ideaal is bereikt wanneer de op de band vastgelegde ruis bij weergave exact met de ruisbron overeenstemt, uitgaande althans van het juiste Dolby-niveau (een afwijking van 1 dB bij Dolby C en 2 dB bij Dolby B is nog aanvaardbaar).

Conclusie

De mechanische eigenschappen van de GX-75 zijn uitstekend en dat de elektronica niet het uiterste uit de band haalt is in deze prijsklasse noch uitzonderlijk, noch onoverkomelijk. Alles afwegende is dit een fijn deck dat een betrouwbare indruk achterliet en ook op langere termijn niet gauw problemen zal oproepen. De mogelijkheid tot calibratie heeft als bijkomend voordeel dat oudere tot zeer oude bandjes van de diverse merken desgewenst opnieuw en zonder kwaliteitsverlies kunnen worden opgenomen.

Wanneer je echter niet dagelijks met bandjes in de weer bent is de GX-32 zeker een goede keuze. Je mist de dubbele kaapstander en de calibratie, en wordt de koppenbrug niet met een apart motortje zacht in de juiste positie gebracht. Maar puur op de opname- en weergavekwaliteit beoordeeld is dit een goed deck.

GX-75: fl. 1.000
GX-32: fl. 550

Importeur: Fodor, Rotterdam


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links