Audio-apparatuur

Luidsprekertest:

BNS, Philips, Celestion, B&W, KEF en Wharfedale

 

© Aart van der Wal, juli 1993

 

Uit o.a. de lezerspost blijkt steeds weer opnieuw dat kleine tot zeer kleine luidsprekers met grote argwaan worden bekeken, sterker nog "dat er niets fatsoenlijks uit zo'n dreumes kan komen". Al bij voorbaat worden de grote(re) modellen voor "vol" aangezien, waardoor de kleintjes zich thuis of in de winkel al niet meer hoeven te bewijzen. Het oog wint het onmiskenbaar van het oor, terwijl het eigenlijk juist andersom zou moeten zijn. Er zijn echt heel wat kleintjes op de markt die in muzikaal opzicht met kop en schouders boven zeer forse soortgenoten uitsteken. Ik wil hier zelfs beweren dat er nog te veel fabrikanten zijn die hun onmacht bewijzen door de weergavekwaliteit vooral in het kastvolume te zoeken en niet in de kwaliteit van de weergevers, het wisselfilter en de demping. Ze verkopen liever meer spaanplaat en minder luidspreker, een wel zeer lucratieve handel! Wanneer de dreumes echt goed is, doet hij in midden en hoog volstrekt niet onder voor kwalitatief zeer hoogwaardige kolossen. De concessie zit 'm dan uitsluitend in het laag dat vanaf zo'n 100 Hz rustig afvalt. Plaatsing tegen de muur of op een boekenplank kan de laagweergave zonder hinderlijke bijverschijnselen (zoals bonkende of wollige bassen) zeker nog wat opkrikken. Een kleine luidspreker die zowel raad weet met een ragfijne viooltoon, het midden-laag van een Broadwood-vleugel uit 1820 als de inzet van Mahler's Zevende of het subtiele stereobeeld van een goed opgenomen opera is te verkiezen boven die veel grotere broer wiens "kwaliteiten" pas aan het licht komen wanneer de Turkse trom zich (incidenteel!) roert. In muzikaal opzicht gelden voor de mini-luidspreker in principe dezelfde maatstaven als voor de Goliaths. De reeds genoemde concessie in de laagweergave heeft niets met de kwaliteit, maar met de natuurlijke begrenzing (de kastafmetingen!) te maken. Zo bezien viel deze luidsprekertest mij helaas niet mee.

Waardering

De beoordeling van luidsprekers op uitsluitend het gehoor geschiedt op puur subjectieve gronden en ook dit testpanel ontkwam daaraan niet. Wat de een als erg belangrijk ervaart, kan de ander als ondergeschikt waarderen, maar gezegd moet worden dat we het over de echte gebreken redelijk met elkaar eens waren. Ongetwijfeld speelden de luistercondities bij de recensenten thuis (de eigen spullen in de gegeven akoestische omstandigheden!) en niet te vergeten de mate van concertbezoek een wezenlijke rol in de beoordeling. Je gaat onwillekeurig toch vergelijken, zonder dat je je daarvan voortdurend bewust bent. De testexemplaren werden onder gelijke condities aan de tand gevoeld en de verschillen kwamen daarbij al snel aan het licht.

BNS EX-12

De minst geslaagde luidspreker uit de test. In op. 96 is de vioolklank nasaal en worden de aanzetten te sterk geaccentueerd, terwijl de piano en viool aan elkaar vastgelijmd lijken te zijn, en er nauwelijks ruimte is rondom deze instrumenten. De zo stralende stem van Elly Ameling in Schubert's An die Musik wordt flets weergegeven en heeft in het lagere register het karakter van een alt. Boven forte krijgt de stem bovendien een scherp, metalig randje. De Steinway-vleugel is onvoldoende herkenbaar, met een blikkerige diskant en wollig laag. Het begin van het Gloria (Missa) verloopt uitgesproken rommelig met schreeuwend koper, scherpe strijkers en met koor en solisten op een kluitje. Er is duidelijk sprake van een onevenwichtig geheel dat snel vermoeit, met de gebreken sterk op de voorgrond.

BNS EX-22

Dat deze luidspreker uit dezelfde stal komt als de EX-12 valt absoluut niet te herkennen. De gebreken zijn veel minder uitgesproken en is het muzikale karakter evident. De weergave komt zelfs in de buurt van de "winnaar", de WHARFEDALE DIAMOND 5 (die nog fl. 50,-- goedkoper is!). De EX-22 is typisch zo'n luidspreker die wel in definitie tekortschiet (mag het voor fl. 250,--?), maar de beperkingen niet al te uitbundig etaleert. Een egaal karakter, dankzij een aangenaam midden/hoog en net voldoende laag om vol orkest niet tot kleinduimpje te degraderen. In op. 96 biedt de viool beduidend meer nuances zonder agressief te worden. Het stereobeeld is vrij breed, koor en solisten staan op de juiste plaats en komen overtuigend in beeld. Ook de EX-22 heeft enige moeite met de sopraan op luid niveau: de klank wordt dan wat hard en compact. De klank van de vleugel in zowel op. 96 als An die Musik Alles mist zeker raffinement, maar in het laag wordt wolligheid vermeden en klinkt de diskant niet metalig. Alles afwegende een luidspreker die een aantal details in de opname onberoerd laat, maar waarmee best te leven valt.

PHILIPS LEGEND 2 FB 720

Midden en hoog worden onderbelicht, waardoor strijkers (sonate in G van Rossini), maar ook de menselijke stem (Ameling) te weinig relief krijgen. De laagweergave is aan de wollige kant en er is kleuring, zij het niet van het onaangename soort dat tot scherpte of een bonkerige bas leidt. In het midden/laag is sprake van accentuering. In het Gloria steekt de orkest- en koorklank wat mager af en is het totaalbeeld niet alleen aan de rommelige kant, maar ook nogal compact. Deze luidspreker heeft duidelijk moeite met een fors uitpakkende bezetting. De hoorn in Haydn mist de spitse inzet en de violen neigen vanaf forte tot scherpte. De vioolklank in Beethoven's op. 96 blijft weliswaar genietbaar, maar de toon mist duidelijk persoonlijkheid. Stemmen op luid niveau krijgen een onaangenaam, hard randje en dreigen vast te lopen. Ik ben wel te spreken over de waarneembare opnameruimte en de separatie tussen piano, viool en de menselijke stem. Op zich geen onprettig klinkende luidspreker, maar zeker geen alleseter en voor verbetering vatbaar. Qua prijs valt de Legend 2 te veel uit de toon.

CELESTION 1

Onevenwichtig en in veel muziekfragmenten zelfs uitgesproken onaangenaam. De weergave in midden en hoog is piekerig, geprononceerd en daarbij komt dan nog een uitgesproken kale, neuzige laagweergave. De balans tussen strijkers en koper in de Missa is ver te zoeken en ook hier staan solisten en koor bijna tegen elkaar aangedrukt, opklinkend uit een zeer krap bemeten kamer. De vele "essen" in An die Musik klinken als pistoolschoten en Elly komt nog maar net boven de pianoklep uit (zo klein is ze toch niet!). Perlman's viool lijkt zo van de rommelzolder gehaald en de piano van Ashkenazy is met een dikke hoes overtrokken. Samenvattend: Celestion gooit met dit ontwerp zeker geen hoge ogen.

B&W 600

Deze fabrikant heeft de beperkingen van een systeem met zeer geringe afmetingen zoveel mogelijk willen onderdrukken, maar daardoor is een helder uitzicht op de opname ook gesneuveld. Kleuring is goed waar te nemen en die is niet van het aangename soort. Het klankbeeld is vlak, met een plat perspectief. In deze prijsklasse en met deze afmetingen blijft het toch een hele opgave om met een echt muzikale luidspreker te komen. Het Gloria verloopt compact, met te weinig pregnante stemmen: voor de solisten en het koor is het weer dringen op een paar vierkante meter. Ondanks het schetterende koper is de orkestklank diffuus, waaiert niet open en komt de laagweergave tekort. De s-en in An die Musik zijn te spits en de klank wordt algauw hard en onaangenaam. In op. 96 zitten de beide instrumenten aan elkaar vastgeklonken en ademt de ruimte niet. Te veel details blijven onder de oppervlakte en in geen enkel fragment kon deze luidspreker eigenlijk muzikaal overtuigen. Terwijl B&W er vaak blijk van hebben gegeven het wel te kunnen, en zeker ook in de uitgebreide 600-serie! Jammer.

KEF K 120

Bij strijkers valt oplopend hoog te registreren, maar toch overheerst een donker, vrij vlak totaalbeeld met weinig volume. De Haydn-symfonie kwam niet echt los van de luidsprekers, maar de sopraanstem bleef over het gehele bereik alleszins genietbaar en dat is in dit veld al een hele prestatie. Ook de pianoklank (An die Musik) viel niet tegen: zowel in de bas als in de diskant goed geproportioneerd en zelfs met een redelijk goede definitie. Luistermoeheid ligt bij de K 120 wat minder snel op de loer, maar ik kan, de balans opmakende, er toch niet echt enthousiast over raken. Van een detailrijke weergave van op. 96 komt het net niet en in de Missa is het omfloerste totaalbeeld nu juist de vijand van het detail. Het is ook een luidspreker die onvoldoende volume afgeeft en dat heeft niets met de volumeregelaar op de versterker te maken! De klank krijgt juist een hard karakter wanneer meer vermogen wordt toegevoerd. Oplopend hoog en vlak midden bij grotere bezetting (Missa) vormen verder nog een sta-in-de-weg voor wat hogere muzikale aspiraties.

WHARFEDALE 415

Een zeer matig ontwerp met als uitkomst een uitgesproken vlakke en kale weergave van het Gloria, een achter een gordijn zingende Ameling en strijkers die de strijkstok hebben ingeruild voor de beitel. Wanneer je deze Wharfedale zou geloven, komt het koor in de Missa nogal wat tenoren tekort! De klank komt niet los van de luidspreker en je kijkt op de opname vanachter een piepklein venster. Een alles bedekkende, verhullende saus doet de rest. Snel vergeten.

WHARFEDALE DIAMOND 5

Voor mij de onbetwiste winnaar uit de testgroep en dat voor fl. 200,--! Wat voor de beide BNS-en gold, raakt ook de beide Wharfedale's: ze komen uit hetzelfde huis, maar dat hoor je er op geen enkele manier vanaf. De DIAMOND onderscheidt zich binnen de groep door het ontbreken van echt hinderlijke eigenschappen, zoals uit de bocht vliegend sopranen, stemmen als scheepstoeters, neuzige strijkers, een flinterdunne of juist boemende bas. De instrumenten komen goed los van de kast, met redelijk behoud van het perspectief. De vleugel in An die Musik en op. 96 blijft vrij van hinderlijke accenten, maar met behoud van het fundament. De levendige strijkers krijgen geen scherp randje en de evenwichtigheid staat hoog genoteerd. De zeker in deze prijsklasse voorkomende nadelen zijn er ook: een beperkt oplossend vermogen, enige schelheid op luid niveau en in veeleisende passages (sopraan!) is de klank wat aan de compacte kant. In de Missa is het koper duidelijk aanwezig, maar zonder vermoeiend geschetter en blijven de strijkers ook in fortissimo keurig in de pas. Solisten en koor staan waar ze behoren te staan en dat is niet tussen de orkestleden.

Conclusie

Geen enkele luidspreker uit de testgroep voldoet geheel. De BNS EX-12, CELESTION 1, B&W 600, WHARFEDALE 415 bieden te weinig kwaliteit om luisterplezier op de wat langere termijn te kunnen bieden. De prestaties van de PHILIPS LEGEND 2, maar zeker de KEF K 120 passen in deze testgroep met enige moeite in de middenmoot, met een lichte voorkeur voor de K 120. De WHARFEDALE DIAMOND 5 is, zelfs met enige voorsprong, de muzikaalste dreumes. Toch raad ik u aan om, wanneer het ook maar enigszins kan, door te sparen!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links