G

Actueel

Recente Bouleziana

 

© Emanuel Overbeeke, december 2018

 

 

Concert: Recital van Ralph van Raat met composities van Pierre Boulez
25 november 2018, De Doelen, Rotterdam

Boek: Pierre Boulez: Music Lessons – The Collège de France Lectures (Eng. vert. J. Dunsby, J. Goldman, A. Whittall)
Faber & Faber, Londen 2018
ISBN 978-0-571-33427-8.
Gebonden, 662 blz., verkoopprijs € 44

DVD: Pierre Boulez – A Life for Music. Reiner A. Moritz.Documentary & A Special Concert
Arthaus Musik NTSC 109350• 98' + 58' • (2 dvd's)
DVD 1: Documentaire.
DVD 2: Stravinsky: Le sacre du printemps - Symphonies of wind instruments
London Symphony Orchestra o.l.v. Pierre Boulez
Live-opname; 1993, Frankfurt am Main

De dood van Pierre Boulez in januari 2016 betekende het definitieve begin van zijn tweede leven. Definitief, want al in ‘zijn laatste eerste jaren' ging er in de concertzaal gelukkig meer aandacht uit naar zijn laatste composities; bij de dirigent lette men meer op zijn kwaliteit dan op zijn stijl; en in het onderzoek richtte de aandacht zich meer op onvoltooide composities en voor andere benaderingen dan die Boulez en de vroegste publicisten in de wereld al decennia geleden hadden gebracht. De meest recente Bouleziana zetten die trend gelukkig door, op allerlei manieren.

Ralph van Raat
Het meest spectaculaire voorbeeld van aandacht voor nieuwe composities was de uitvoering van een drieluik (Prélude, Toccata et Scherzo) dat Boulez had gecomponeerd in 1943, toen hij nog studeerde aan het Parijse conservatorium. Hij hield het stuk jarenlang onder de pet, maar bracht het manuscript wel onder in zijn archief in Basel waar onderzoekers het mochten bestuderen. Een van hen was Peter O'Hagan die het uitvoerig beschreef met notenvoorbeelden erbij in zijn boek Pierre Boulez and the piano (Routledge, 2016). Ralph van Raat las het boek, ging achter de partituur aan en kreeg uiteindelijk van de erven toestemming het werk te spelen op concerten; drie uitvoeringen zijn inmiddels geweest, in Parijs, New York en Rotterdam. Ik was in de Maasstad.

Van de drie delen is het derde het duidelijkst een vooruitwijzing naar de volwassen kunstenaar. In de eerste twee horen we vooral invloeden van Moesorgski, Bartók, Stravinsky, Debussy en Jolivet. In deze fase van zijn ontwikkeling weet hij al wel met wie hij zich bij voorkeur wil verstaan, maar de verwerking is nog zeker niet voltooid. Het verst gevorderd is hij daarmee in het derde deel: de ongelijke frasen, de structurerende rol van klank, de onzichtbare puls en de rol van modaliteit eisen al hun plek op. Boulez schreef dit drieluik voordat hij lessen ging volgen bij Messiaen, maar hij kende al wel zijn muziek (in 1943 was hij aanwezig bij de besloten première van Visions de l'Amen voor twee piano's door Olivier Messiaen en Yvonne Loriod) en zag hij voor zichzelf de creatieve mogelijkheden van Messiaens taal. Gelukkig voor iedereen die niet in Rotterdam, Parijs of New York kon zijn en het betreurt dat de radio en de pers in Rotterdam, schitterden door afwezigheid, verschijnt volgend jaar op Naxos Ralph van Raats cd-opname en hebben de erven Boulez toestemming gegeven voor een uitgave van de bladmuziek. Zolang die bladmuziek niet is verschenen, heeft Van Raat het alleenrecht op uitvoeringen van het werk.

De uitvoering in Rotterdam (de zaal was vrijwel uitverkocht en dat voor een hele avond gewijd aan muziek van de ultieme belichamer van het vermaledijde modernisme!) was ook om andere redenen opmerkelijk. Doordat Van Raat alle pianowerken van Boulez behalve de sonates speelde in een a-chronologische volgorde, hoorde men beter dan gewoonlijk de constanten in Boulez' oeuvre. Bovendien klinken de Notations nu met de kennis van Boulez' latere muziek veel persoonlijker dan in 1944 toen Boulez ze componeerde en na één uitvoering besloot ze achter te houden wegens gebrek aan uitgekristalliseerde persoonlijkheid. Toegegeven, men hoort nog de invloed van de gestiek van Jolivet en de hang naar een zeer toegankelijk expressionisme (vandaar dat Boulez in 1984 deze stukken afdeed als naïef), maar men hoort ook veel dat ook al in het drieluik aanwezig is, zij het enorm geïntensiveerd door de confrontatie met Messiaens ideeën over ritme en vorm en de expressionistische omgang met harmonie. Ook al heeft de pianoversie van de Notations nog niet de complexiteit en rijkdom van de veel later ontstane orkestversie van enkele Notations, de stap van Notations naar de eerste twee sonates en de fluitsonate van kort na de oorlog is kleiner dan die tussen het drieluik en de Notations. Door het recital te beginnen met Une page d'éphéméride uit 2003 is de opening zowel welluidend als uitermate bouleziaans. En door het recital te beëindigen met Incises uit 1995-2000 weerlegde Van Raat de bewerking dat Boulez in zijn latere composities zoveel milder zou zijn geworden dan in de sonates uit Boulez' jonge jaren. Er is inderdaad meer mildheid, maar er is niet minder verbetenheid.

Ralph van Raat

Al deze overwegingen zijn mede mogelijk doordat het pianistisch palet van Ralph van Raat met de jaren groter is geworden. Hij is steeds beter in staat klank in te zetten als structuur, lijn aan te brengen in schijnbaar pulsloze passages plus stemmingen extreem te belichten en dienstbaar te maken aan de architectuur. Zijn mondelinge inleidingen lijken soms tot doel te hebben de luisteraar die bang is voor moderne muziek gerust te stellen, maar zijn spel neemt die vrees weg, niet door de muziek klassieker, vertrouwder en welluidender te maken dan ze is, maar door de kracht en het unieke ervan overtuigend hoorbaar te maken.

Music Lessons
Het recital van Ralph van Raat staat in hetzelfde klimaat als de uitgave van Music Lessons, de Engelse vertaling van de Leçons de Musique , Boulez' lezingen gehouden voor het Collège de France tussen 1976 en 1995. Een paar jaar geleden schreef iemand dat als gevolg van het nog niet bestaan van een vertaling van Boulez' Leçons de Musique in de Angelsaksische wereld bij Boulez onder Engels sprekenden de aandacht nog steeds vooral uitging naar Boulez' vroegere geschriften die al wel inmiddels in het Engels waren vertaald (onder de titel Orientations, ook verschenen bij Faber & Faber) met alle gevolgen voor de beeldvorming van dien. Dit argument leek mij altijd onhoudbaar: dat de Amerikanen ook de musicologische wereld hebben veroverd, is mede doordat zij zich de taal van ‘het veroverde land' eigen hebben gemaakt, zie bijvoorbeeld de Amerikaanse geschriften over Franse muziek van bijvoorbeeld Fulcher, Pasler, Sprout en in de geschiedschrijving Robert Darnton. Maar al is het argument volgens mij in wezen onhoudbaar, het komt voort uit een serieuze kwestie: Boulez is een internationale componist in meerdere opzichten – hij wilde geen provinciale nationale componist zijn, maar carrière maken in binnen- en buitenland met een taal die internationaal was, net zoals Louis Andriessen meer internationaal is dan bijvoorbeeld Peter Schat. Dat veel literatuur over Boulez in het Engels en het Duits is, bevestigt het kosmopolitische karakter van zijn taal. Dat karakter sluit uiteraard nationale elementen niet uit, maar de hiërarchie in zijn taal is niet archetypisch Frans. Het blijkt ook uit het feit dat de literatuur over die componisten die zo'n enghartige hiërarchie niet konden of wilden overstijgen, bijv. Magnard en d'Indy, voornamelijk gesteld is in het Frans en helaas buiten Frankrijk weinig wordt gelezen. Boulez overstijgt én de agenda van zijn natie én van zijn generatie. Hem zien als typische Fransman uit de jaren vijftig degradeert hem en gaat voorbij aan de essentie van zijn werk. Dat ziet men in het tweede leven gelukkig beter dan tijdens het eerste.

Dankzij de Music Lessons kan nu iedereen die het Frans onvoldoende machtig is, vaststellen dat Boulez ook als scribent een ontwikkeling heeft doorgemaakt. De vertaling is bovendien gedeeltelijk een hertaling: een steekproefsgewijze vergelijking van origineel en vertaling liet allerlei opzettelijke verschillen zien die verder gaan dan het onoverbrugbare verschil tussen twee talen. Het Engelse betoog is duidelijker, om allerlei redenen. De complexe alinea's lezen beter doordat tangconstructies veel minder talrijk zijn. Voor de gemiddelde Nederlandse lezer zijn de Engelse en daarmee Germaanse zinsconstructies veel beter te volgen dan de Romaanse. Boulez houdt ervan woorden te gebruiken die niet eenvoudig te vertalen zijn, niet alleen omdat ze een meerduidigheid hebben die in een andere taal verloren gaat, maar ook omdat ze een ingebouwde onduidelijkheid bezitten die Boulez graag intact hield en de vertaler dwingt een keuze te maken. (In een eerdere publicatie vertelde een van de vertalers, Goldman, dat Boulez er weinig voor voelde dit probleem voor de vertalers op te lossen.) De vertalers waren dus gedwongen eigenmachtig te kiezen, met als gevolg wellicht een gedeeltelijk maar ook onvermijdelijk verlies aan betekenis en sfeer. Boulez maakte een duidelijk onderscheid tussen spreektaal en schrijftaal en zijn mondelinge explicaties zijn veel minder problematisch, zeker die niet in het Frans. Boulez schrijft een academisch Frans voor lezers, de vertalers hebben er meer spreektaal voor diverse standen van gemaakt, zij het net zo verzorgd als de schrijftaal. Die afwijking van het origineel heeft de leesbaarheid zeer vergroot.

Het boek lijkt vooral een compendium van vele compositorische kwesties van de laatste honderd jaar terwijl de componist Boulez op de achtergrond blijft, een indruk die mede ontstaat door de universele toon. Niettemin schemert de componist door het gehele boek. Een van de centrale thema's van het boek is muzikale vorm, wat ook Boulez als componist zeer bezig hield: hoe bouw ik een vorm die niet verwijst naar overgeleverde modellen en die onmiskenbaar samenhang bezit. Boulez is zeer gefascineerd door dualiteiten waarmee een componist te maken heeft (bijvoorbeeld herhaling en variatie, een vrije en strikte vorm, samenklanken gebaseerd op akkoorden en op intervallen). Omdat Boulez deze kwesties in soms nogal abstracte termen beschrijft, fungeren ze eerder als een inspiratiebron dan als richtlijnen met een systematisch karakter. Volgens Goldman, ook auteur van het boek The Musical Language of Pierre Boulez (Cambridge University Press, 2011) is dit denken in dualiteiten niet nieuw in Boulez' muziek. Evenmin nieuw is het feit dat men de Music Lessons vooral niet moet zien als een verklaring of leerboek voor zijn composities. Boulez bespreekt veel dat hem als componist niet helemaal raakt en omgekeerd verzwijgt het boek hoe Boulez als componist vormen opzet. In zijn latere composities (vanaf Répons, de eerste versie is uit 1981) lijkt er een onuitgesproken uitgangspunt te zijn: eerst een zeer snel opgebouwde polyfonie, bestaande uit vele zeer verschillende elementen; vervolgens een ononderbroken gekkenhuis van stormen en lagen; dan een geleidelijke afname van de spanning waarin patronen een steeds groter aandeel opeisen; en tenslotte een uitbarsting in grootste stijl. Voorbeelden hiervan zijn de werken waarin hij eenvoudig materiaal zeer langdurig uitwerkt (zoals Répons, de orkestversie van Notations VII, sur Incises, … Explosante-fixe… en Dérive 2) in plaats van bijna aforistisch ideeën presenteert (zoals in Mémoriale, de eerste versie van Incises en Une page d'éphéméride).

Music Lessons wijkt op belangrijke punten af van Boulez' eerste publicaties. Het lijkt vooral gericht tot compositiestudenten en geïnteresseerde leken die oog hebben voor kwesties van structuur. Het handelt niet over componisten, zoals diverse teksten waarvan de Nederlandse vertaling in enkele van de vijf Boulez-schriften verschenen. Boulez maakt een onderscheid tussen een analyse met het oog (gericht op thema's, tempo en metrum) en met het oor (meer gericht op dichtheid van partituur en de afwisseling tussen registers en episoden). Daarmee erkent hij dat niet-specialisten anders luisteren dan specialisten. Boulez kiest niet, maar wil ze terecht combineren. Beide raken aan cruciale aspecten van de muziek en kunnen niet zonder elkaar. Dat geldt ook voor de dualiteiten die Boulez behandelt. Zijn muziek behoudt daardoor de complexiteit die ze van meet af aan had. Ook voor Ralph van Raat was de toegenomen mildheid slechts één aspect van zijn latere muziek.

A Life for Music
Ook de onderhavige dvd-set is gedeeltelijk bekend. De film waarop Boulez twee werken van Stravinsky dirigeert, was al jaren geleden te zien op de Nederlandse televisie en ook in de documentaire zitten veel oude beelden. Daar ben ik overigens zeer blij mee, want ze komen vaak uit televisiedocumentaires die de omroeparchieven zelden mogen verlaten. Bij de ‘nieuwe' beelden zit veel bijzonder materiaal. Zo zijn er interviews met Boulez' broer die iets vertelt over de familie, komt Boulez zelf uitvoerig aan het woord over zijn favoriete componisten en zijn wijze van dirigeren en zien we beelden van orkestrepetities, gesprekken met cultuurbobo's en oude beelden van Boulez als pianist. De fragmenten waarin zijn hij zijn eigen muziek uitlegt zijn superieure vormen van didactiek en spreektaal. Hij praat over structuur, niet over expressie, niet omdat zijn muziek niet expressief zou zijn (de goede luisteraar weet wel beter), maar omdat hij de luisteraar(s) de gelegenheid wil geven zelf een beeld van de muziek te vormen. De documentaire is geen ‘schoolse documentaire' waarin een alwetende verteller ons leken de beginselen van Boulez' wezen bijbrengt, wel een leuke collage van bekende en onbekende fragmenten die aanzetten tot het beluisteren van zijn muziek en zijn directie. Voor Boulez-beginners is de Engelse tekst over Boulez op Wikipedia een mooi begin.

Het opmerkelijke van de dvd is niet zozeer de inhoud (het nieuwe is voor de kenners niet heel schokkend), maar het feit dat de dvd überhaupt is verschenen. In een cultuur waarin het culturele experiment en het modernisme uit heten te zijn en een zogeheten objectieve benadering van muziek her en der wordt uitgekreten als zijnde koud en expressieloos, is het goed te zien dat er ruime aandacht is voor een musicus die op zeer hoog niveau als componist, dirigent, publicist en organisator de fundamenten van het muziekleven grondig heroverwoog en door elkaar schudde met als resultaat briljante composities, geweldige uitvoeringen als dirigent en pianist, geschriften die de aandacht meer dan prikkelen en instituten die zijn gedachtengoed verder uitdragen. (Hoeveel andere musici uit zijn levensjaren – 1925-2016 – kunnen hem dan nazeggen?) Nu zitten we in een fase waarin dat gedachtengoed in dialoog moet met de huidige anti-modernistische wereld en waarin het duidelijk is dat de componisten van nu (d.w.z. zij die opkwamen in dit millennium) zich qua niveau (nog) niet kunnen meten met hun voorganger. Dat betekent dat, ook wanneer we zijn ideeën en nalatenschap ter discussie stellen, het werk hopelijk beklijft om de kwaliteit. Omdat dit laatste helaas niet vanzelfsprekend is, zijn deze recente bouleziana meer dan welkom.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links