Solisten

Jessye Norman 1945 ~ 2019

 

© Paul Korenhof, oktober 2019

 

Het bericht van het overlijden van Jessye Norman op 30 september bereikte mij in Parijs, waar het nieuws nationale en de toon zelfs nationalistische proporties aannam. Geen wonder. Niet alleen had zij precies de donker getimbreerde stem waar Franse muziekliefhebbers voor vallen, en waar onze eigen Aafje Heynis onder kenners nog altijd meer faam geniet dan in ons eigen land, maar zij was er ook uitgegroeid tot een ware mediaster. Sinds haar flamboyante optreden bij de herdenking van twee eeuwen Franse Revolutie in 1989, toen de majestueuze Amerikaanse sopraan, gehuld in de tricolore, op de Place de la Concorde de Marseillaise zong, genoot zij bij de Fransen een populariteit die die van menige popster of voetballer overtrof.

Dat flamboyante werd in zekere zin het visitekaartje van de tot een icoon uitgegroeide Amerikaanse sopraan, vooral ook door de manier waarop zij met haar meestal kleurrijke en meestal extravagante kleding haar steeds majestueuzer wordende verschijning juist scheen te accentueren. In het theater viel dat minder op dan tijdens concerten en recitals, waar het soms zelfs de aandacht afleidde van haar artistieke kant. Naarmate de jaren verstreken en kenners zowel in haar stem als in haar zang steeds meer sporen van slijtage bemerkten, leek zij dat ook te bevorderen. Zij genoot te veel van haar faam en haar populariteit om zich eerder in de schaduw terug te trekken dan strikt noodzakelijk was.

Diva-allures
De toenemende grandeur waarmee Jessye Norman zich aan de wereld wist te presenteren, paste bij een zangeres die een al even grandioze, niet in vakjes onder te brengen stem combineerde met een enorme muzikaliteit en een nog grotere persoonlijkheid. Helaas verleidde dat alles haar meer dan eens tot diva-allures, een sterk egocentrische instelling en soms ook zelfoverschatting. Aan die ontwikkeling werd bijgedragen door de opkomst en de explosieve populariteit van de cd en de pr-campagnes van sommige platenmaatschappijen, met name Philips, die haar tot ster katapulteerden op een manier die de ware betekenis van deze grote zangeres steeds meer aan het zicht onttrok.

Haar echte operacarrière verliep minder spectaculair. In 1968 werd zij geëngageerd door de Deutsche Oper Berlin en gedurende de eerste jaren was haar naam regelmatig op Europese theateraffiches te vinden. Dat veranderde toen zij al snel haar loopbaan in eigen handen nam. In de jaren 1975-1979 nam zij zelfs geen enkele operarol aan en daarna ging zij nog slechts heel selectief op uitnodigingen van theaterdirecties in. Wel zong zij echter op uitnodiging van Philips en andere maatschappijen menige operarol voor de plaat, ook in werken die slechts sporadisch worden uitgevoerd en die zij nooit in het theater - of zelfs 'live' - gezongen heeft.

Haar grootste rol
Typerend zijn echter de biografieën die momenteel in de pers en op internet te lezen zijn, en die maar zelden een beeld geven van de 'echte' betekenis van Jessye Norman. Zij wordt overal geroemd als operazangeres, maar wie de annalen van operatijdschriften vanaf 1979 doorneemt, zal haar naam nog maar sporadisch tegenkomen en dan nog regelmatig bij afzeggingen. Drie steekproeven: het Engelse blad OPERA vermeldde in 1980 alleen een afzegging (Alceste), in 1985 een afzegging (Medea) en drie Ariadnes (in de Met, in Aix en in Covent Garden), en in 1990 een Sieglinde (Met) en een Alceste (Chicago).

Op zich is dat laatste natuurlijk logisch: nog afgezien van haar fysieke beperkingen lag de grote kracht van Norman niet in acteren en het spelen van rollen. Zij was op haar best in haar grootste rol, die van Jessye Norman, en die kon zij ten volle ontplooien in concerten en recitals. Gesteund door haar magnetiserende persoonlijkheid bracht zij daar zelfs het meest sceptische publiek tot laaiend enthousiasme met haar warme en weergaloos fraaie stem, onwankelbaar en vol tot in de laagste regionen en moeiteloos stralend tot in haar hoogste tonen. Dat haar tekstbehandeling soms secundair was, speelde niet mee. Aan de expressiviteit van haar stem en haar zang kon geen publiek zich onttrekken.

Foto Malcolm Crowthers/EMI

Loopgeul
Wie in alle biografieën en necrologieën wat nauwkeuriger kijkt naar het lijstje van haar 'grote rollen', moet echter constateren dat zij een fiks aantal daarvan nooit, slechts een enkele maal of alleen in haar beginjaren op het toneel gezongen heeft. De meeste ervan werden uitsluitend voor de plaat of de cd ingestudeerd, en in haar grote jaren waren er eigenlijk maar een paar rollen die zij met enige regelmaat in het theater vertolkte, met name Ariadne, Alceste, Didon (Les Troyens) en Sieglinde (Die Walküre).

Daarnaast mag voor het Duitse repertoire zeker ook Kundry (Parsifal) worden genoemd, hoewel zij daarvan daarvan slechts een beperkt aantal voorstellingen zong. In de Met werd overigens speciaal voor haar in het derde bedrijf van Parsifal een 'loopgeul' in het decor aangebracht, zodat zij zich bij de voetwassing niet hoefde te bukken. Zij trad trouwens ook nog wel eens op in een andere rol, vooral in de Met (bijvoorbeeld Madame Lidoine in Dialogues des Carmélites), maar meestal bleef dat beperkt tot een enkele serie. (De rol van Cassandra in Les Troyens, waarmee zij in 1983 de Met veroverde, ruilde zij al enkele weken later definitief in voor die van Didon in dezelfde productie).

Het Italiaanse repertoire zong Norman na een Aida en enkele weinig opzienbarende opnamen (Un giorno di regno, Il corsaro) nauwelijks nog en hoewel zij in haar beginjaren in Nederland vooral naam maakte met aria's van Mozart bij het Nederlands Kamerorkest, zong zij ook die componist veel minder vaak dan algemeen wordt aangenomen. Haar opnamen beperken zich daarbij tot de gravin in Le nozze di Figaro en Arminda in Die Gärtnerin aus Liebe, evenals enkele opnamen van opera's van Haydn, alle uit de tijd toen de gigantische vraag naar cd's de maatschappijen verleidde tot een excessieve productie, ook van minder bekend repertoire.

Carmen, Fidelio en Salome tot Norman's 'grote rollen' rekenen is echter niets minder dan onkunde en pure geschiedvervalsing (en zeker waar het Carmen betreft helaas ook gebrek aan kritisch vermogen). Haar kracht lag zelfs helemaal niet in het theater, waar zij vooral werd bejubeld om haar superieure zang in rollen met een mythologische allure. Het is ook kenmerkend dat haar echte doorbraakrol in Berlijn die van Elisabeth in Tannhäuser was: een rol met een majestueuze opening die in een proces van zelfopoffering uitgroeit tot bovenmenselijke, bijna engelachtige proporties in het derde bedrijf.

Jessye Norman (Ariadne), William Johns (Bacchus) - Strauss: Ariadne auf Naxos, Aix-en-Provence 1985 (Foto Agence Bernard/Festival d'Aix-en-Provence)

'Dramatische sopraan'
Hoe ver de kennis van opera en stemvakken ondertussen in Nederland is weggezakt, blijkt uit een artikel van Mischa Spel in de NRC van 1 oktober, waarin Jessye Norman eerst een 'dramatische sopraan' wordt genoemd, en waarin later te lezen staat dat zij in de Met en andere grote internationale operahuizen de 'dramatische sopraanrollen van Wagner' vertolkte. Inderdaad kon het optreden van Norman heel dramatisch zijn en haar stem was zeker niet in een hokje te vangen, maar één kwalificatie is op haar beslist niet van toepassing, namelijk die van een 'dramatische sopraan'. Behalve de moeilijk in een vakje onder te brengen rol van Kundry zong zij in het Wagner-repertoire uitsluitend meer 'lyrische' en 'jugendlich-dramatische' rollen als Elsa, Elisabeth en Sieglinde.

Wagner's grote rollen voor 'dramatische sopraan' heeft zij juist ontweken. Wel heeft zij in 1981 in Tanglewood met Jon Vickers en onder leiding van Seiji Ozawa het tweede bedrijf uit Tristan und Isolde gezongen en bij diverse gelegenheden ook de Liebestod. Isolde's meest 'dramatische' moment, de grote vertelling in het eerste bedrijf, heeft zij daarentegen steevast vermeden, ondanks plannen om zowel de complete opera als die vertelling in de studio voor de cd vast te leggen. De drie Brünnhildes, voor een 'dramatische sopraan' het summum van het Wagner-repertoire heeft zij zelfs nooit aangeraakt.

Ook de titelrol in Elektra van Richard Strauss is er nooit van gekomen. Norman's stem was ideaal voor de ('jugendlich-dramatische') Chrysothemis en waarschijnlijk had zij ook een bloedstollende ('mezzosopraan') Klytämnestra kunnen neerzetten, maar Elektra zelf, de befaamdste van alle rollen voor 'dramatische sopraan', lag buiten haar bereik. Zelfs de wel gerealiseerde, in afgepaste delen vastgelegde studio-opname onder Claudio Abbado met Cheryl Studer, Helga Dernesch en de Wiener Philharmoniker heeft zij tot haar dood uit de openbaarheid weten te houden.

Al met al wordt voor komende generaties de betekenis van Jessye Norman onvermijdelijk sterk vertekend, omdat die vooral gebaseerd zal zijn op opnamen die geen reëel beeld geven van haar werkelijke repertoire. De muziekliefhebber van nu die haar nog kent van haar optredens, koestert echter de herinnering aan een unieke zangeres met een onvergetelijke stem, die tegelijk een van de grootste muzikale persoonlijkheden van het concertpodium is geweest.

______________
(klik hier voor een interview met Jessye Norman uit 1989)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links