Opera en operette

 

© Paul Korenhof, november 2021

 

Wagner: Das Rheingold
Derek Welton (Wotan), Johannes Kammler (Donner), Thomas Mohr (Loge), Tansel Akzeybek (Froh), Stefanie Irányi (Fricka), Sarah Wegener (Freia), Gerhild Romberger (Erda), Daniel Schmutzhard (Alberich), Thomas Ebenstein (Mime), Tijl Faveyts (Fasolt), Christoph Seidl (Fafner), Ania Vegry (Woglinde), Ida Aldrian (Wellgunde), Eva Vogel (Flosshilde)
Concerto Köln
Dirigent: Kent Nagano
Amsterdam, 20 november 2021

Opvallend bij de 'authentieke' uitvoering van Das Rheingold door Kent Nagano en Concerto in de ZaterdagMatinee, was om te beginnen een duur van twee uur en net nog geen kwartier, 12 tot 25 minuten korter dan een traditionele Rheingold . Zelfs de 'snelle' Boulez en de bronnenvorser Haenchen hadden respectievelijk zes tot tien minuten langer nodig. Hans Richter, Wagner's Bayreuther dirigent, had zelfs een kwartier langer nodig, maar ten dele hangt dat wellicht samen met het feit dat een geënsceneerde uitvoering altijd iets meer tijd vraagt dan een concertante.

Afgezien daarvan is het interessant wat Wagner zelf hierover aan Ludwig II schreef:
"(...) dat ik mij tot mijn afgrijzen realiseerde dat mijn dirigent - ondanks het feit dat ik hem beschouw als de beste die ik ken - niet in staat was altijd het juiste tempo aan te houden, hoe vaak hij dat ook wel deed, omdat hij niet in staat was te weten waarom de muziek op de ene en niet op de andere manier geïnterpreteerd moest worden. - Want dit is de kern van de zaak: iedereen kan het toevallig wel eens goed doen, maar hij heeft niet door wat hij doet (...) want ik alleen zou dat kunnen beargumenteren op basis van wat ik mijn school noem." (9 februari 1879)

Aangezien metronoomcijfers bij Wagner's theaterwerken ontbreken, zou men uiteindelijk kunnen stellen dat voor iedere dirigent het juiste tempo niet het tempo is dat de boekjes of de historische voorbeelden voorschrijven. Het beste tempo is dat wat ontstaat uit het eigen contact met de partituur en met nevenfactoren als de kwaliteit van het orkest, de individualiteit van de solisten, de sfeer van de enscenering en - heel belangrijk - de akoestische omstandigheden. Het betekent ook dat het tempo de ene keer een fractie tot beduidend anders kan zijn dan de andere, en dat het in het theater zelfs van avond tot avond kan verschillen.

Concerto Köln
De bezetting waarmee Concerto Köln zich afgelopen zaterdag presenteerde, is met ruim negentig musici beslist niet die van een 'authentiek orkestje'. Gezien de grondige wetenschappelijke begeleiding van dit project *) kunnen we er probleemloos van uitgaan dat de uitvoering in de hoeveelheid musici en het karakter van de gebruikte instrumenten dicht aansloot bij wat Wagner in 1869 in München en in 1876 in Bayreuth zelf gehoord moet hebben.

Datzelfde geldt tot op zekere hoogte voor de zang, te meer daar eveneens bestudeerd is hoe het Duits in de 19de eeuw werd gesproken en gefraseerd. Alleen moet hier een voorbehoud worden gemaakt. Authentieke instrumenten zijn er nog of kunnen worden nagemaakt, maar voor 'authentieke stemmen' en een 'authentieke uitspraak' ligt de zaak lastiger. Een punt van discussie blijft bovendien de beslissing om enkele frasen te laten spreken, waaronder zeven maten van Flosshilde en even later ook nog een paar van Woglinde in de openingsscène. Als Wagner dat zo gewild had, had hij zich het uitschrijven van de noten bespaard.

Bovendien stel ik een vraagteken bij de gekozen stemmen. Het is zeker waar dat zangers in die tijd nog niet het vocale volume hadden van latere vertolkers, en dat hun techniek gebaseerd was op het zingen van Mozart, Haydn, Rossini en Lortzing. Een feit is trouwens ook - wat veel wagnerianen graag vergeten - dat Wagner een bewonderaar was van Rossini en meer nog van de compositiestijl van Bellini. Zijn eigen werken zag hij echter duidelijk als een volgende (en vooral 'Duitse') stap in de ontwikkeling. Ik kan mij daarom moeilijk voorstellen dat hij in 1876 in Bayreuth geen bredere of donkerder timbres had dan ik zaterdag in sommige rollen hoorde.

Een onvermijdbaar verschil betreft echter de totaalklank. Wagner schreef zijn partituur niet voor een concertzaal, maar voor een orkestbak, en daarbij stond hem van meet af aan iets als de overdekte bak van het Bayreuther Festspielhaus voor ogen. Dat betekent allereerst dat de helderheid van een concertzaal in Wagner's eigen klankvoorstelling was vervangen door een minder gedetailleerd klankbeeld waarin orkest en stemmen beter konden versmeltten.

Balans en tekst
Het belangrijkste verschil betreft echter de balans en de verstaanbaarheid. Daarvan werd ik mij nog sterker bewust toen mij de ochtend na het concert een opname werd gestuurd door een muziekliefhebber die niet zucht onder de digitale dictatuur van Ziggo en die nog wel geniet van een redelijke radio-ontvangst. Natuurlijk speelde hierbij de rol van de microfoon mee, maar na vele jaren Bayreuth durf ik stellen, dat ik toen pas hoorde wat Wagner wilde: de zang van stemmen die muzikaal weliswaar met het orkest versmolten, maar die daardoor niet door het orkest overheerst werden. Zij kwamen daardoor zo helder en verstaanbaar overkwamen als ik zelden gehoord heb, maar ik moet er meteen aan toevoegen dat in die opname juist het orkest vreemd ver weg klinkt!

De bedoeling van de bij dit project betrokken zang- en taalcoaches was dat Wagner's tekst als een gezongen hoorspel overkwam. Mogelijk hadden toehoorders op de eerste rijen een andere ervaring, maar voor mij was daarvan in het Concertgebouw dikwijls geen sprake (grote uitzondering: de Loge van Thomas Mohr). Bij de radio-uitzending gebeurde dit echter wel.

Hoe heerlijk het ook is om een concert mee te maken en hoe belangrijk het ook is te weten hoe orkesten en zangers 'in het echt' klinken, wat door Nagano, Concerto Köln en alle andere betrokkenen met dit project juist werd nagestreefd, heb ik waarschijnlijk meer ervaren tijdens het luisteren naar de radio-opname dan in het Concertgebouw!

Dat laatste neemt niet weg dat ik tijdens het concert enorm heb genoten van het doorzichtige spel van Concerto Köln, dat vooral in het samenspel meer kleurnuances hoorbaar maakte ik dan normaal bij deze partituur het geval is. Helemaal perfect liep de machine niet (er was zelfs een nogal opvallende te vroege inzet), maar over het geheel had Nagano een vaste greep op partituur en uitvoering. De zangers leken zich bij dit alles met inzicht en inzet van hun taak te kwijten, opvallend ontspannen en moeiteloos ook, al zullen de voordelen van een lagere stemming sterker naar voren komen bij vocaal veeleisende werken als Lohengrin, Siegfried en Tristan und Isolde .

Lichtere stemmen
Ten aanzien van de gekozen stemkarakters stel ik echter een vraagteken. Als de reuzen Fasolt en Fafner hoorden we Tijl Faveyts en Christoph Seidl, twee mooie maar vocaal lichte jonge bassen die zeker een goed figuur zullen slaan in menige opera uit de 18de eeuw. Van twee krachtpatsers die zojuist met eigen handen het Walhalla hebben gebouwd, verwacht ik echter de vocale ampleur die ook nodig zou zijn voor rollen als Heinrich der Vogler (Lohengrin) of Landgraf Hermann (Tannhäuser). Bovendien zou het bij stemmen met meer zwaarte beter mogelijk zijn geweest om onderscheid te horen tussen de zwakkere en gevoeligere Fasolt en de meer meedogenloze Fafner.

De absolute uitblinker bij de mannenstemmen was de tenor Thomas Mohr als een helder getimbreerde, perfect verstaanbare en aalgladde Loge. Opvallend was ook het aandeel van de bariton Daniel Schmutzhard als een wederom sterk gekarakteriseerde Alberich. Johannes Kammler zong een wat vlakke maar vocaal duidelijk aanwezige Donner, maar ik was minder weg van de wat al te helle Froh van de tenor Tansel Akzeybek, en van de ietwat kelige klank en het sterke vibrato van zijn collega Thomas Ebenstein als Mime.

Vocaal uitmuntende bijdragen kwamen verder van de basbariton Derek Welton (Wotan) en de mezzosopraan Stefanie Irányi (Fricka), al had ik graag iets meer karakterisering van zowel de autoritaire als de zwakke kanten van de oppergod gehoord. Ook hier moet ik er echter aan toevoegen dat vooral Welton via de radio betere overkwam dan in de zaal.

Verder hoorden we de sopraan Sarah Wegener als een soms wat opgefokt Freia (haar gekrijste in plaats van gezongen 'Hilfe' ging mij iets te ver) en de mezzosopraan Gerhild Romberger was een mooie Erda die echter het probleem had dat zij in de voor de zangers toch al minder gunstige balans over het orkest heen moest zingen. Ania Vegry, Ida Aldrian en Eva Vogel vormden zowel individueel als gezamenlijk een mooi trio Rijndochters.

Heen en weer lopen mag . . .
Enkele dagen vóór de uitvoering ontvingen alle geregistreerde bezoekers een merkwaardige mail van de NTR, i.c. de ZaterdagMatinee. De inhoud kwam hierop neer: Das Rheingold is een eenakter en zal op verzoek van het orkest (sic!) zonder pauze worden uitgevoerd. Wie denkt dat hij halverwege even de zaal uit moet, wordt daarom aangeraden een hoekplaats te zoeken.

Al anderhalve eeuw weten operaliefhebbers dat Das Rheingold een eenakter zonder pauze is en dat heeft nooit problemen opgeleverd. Hetzelfde geldt trouwens voor Der fliegende Holländer en onlangs nog voor al die voorstellingen die vanwege corona met opzet tot negen kwartier (zonder pauze!) werden ingekort. Het was ook geen probleem in het Concertgebouw toen de ZaterdagMatinee nog Matinee op de Vrije Zaterdag heette.

Afgezien daarvan hoef je geen psychologie te studeren om te voorspellen wat het gevolg is van zo'n mail. Al vóór het concert hoorde ik dames in de wachtrij bij de toiletten geruststellend opmerken dat je altijd nog tijdens het concert 'kon gaan', als je maar niet midden in een rij zat.

En dat hebben we geweten en toen zaterdag in Amsterdam één schaap over de dam was, volgden er al snel meer. Het was immers door de NTR gesanctioneerd en dus daarvan moest geprofiteerd worden! Het Concertgebouw roept bezoekers roept op om zelfs het oplichten van mobieltjes te vermijden, maar de ZaterdagMatinee stimuleert het toiletbezoek tijdens een concert. Wat zou meer storen?

__________________
*) Zie onder meer:
- de site van de voor dit project in het leven geroepen Wagner-Lesarten (klik hier)
- het door de NTR uitgegeven programmaboekje (klik hier):
- het artikel van Guido van Oorschot in de Volkskrant van 19 november 2021, p. V12-V13.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links