Opera en operette

Tweemaal Mozart met hindernissen

 

© Paul Korenhof, oktober 2019

 

Mozart: Così fan tutte
Anett Fritsch (Fiordiligi), Angela Brower (Dorabella), Sophia Burgos (Despina), Davide Luciano (Guglielmo), Ioan Hotea & Sebastian Kohlepp (Ferrando), Thomas Oliemans (Don Alfonso)
Nederlands Kamerorkest
Dirigent: Ivor Bolton
Regie: Jossi Wieler & Sergio Morabito
Gezien: Amsterdam, 6 oktober 2019
Meer informatie: www.operaballet.nl

Mozart: Don Giovanni
André Morsch (Don Giovanni), Katharine Dain (Donna Anna), Thomas Cooley (Don Ottavio), Paula Murrihy (Donna Elvira), Henk Neven (Leporello), Rosanne van Sandwijk (Zerlina), Berend Eijkhout (Masetto)
Capella Amsterdam
Orkest van de Achttiende Eeuw
Dirigent: Kenneth Montgomery
Regie: Jeroen Lopez Cardoso
Gezien: Rotterdam, 7 oktober 2019
Meer informatie: www.orchestra18e.com

Van de mislukte Da Ponte-cyclus die Jossi Wieler, Sergio Morabito en Ingo Metzmacher in het Mozart-jaar 2006 produceerden, zijn mij een paar lichtpuntjes bijgebleven, vooral met betrekking tot Così fan tutte. Behalve de Fiordiligi van Sally Matthews en de Despina van Danielle De Niese was dat tot op zekere hoogte zelfs ook de enscenering. Niet dat ik echt enthousiast was en soms sloeg de productie de plank ook finaal mis, vooral met de onzinnige suggestie dat deze Ferrando en Guglielmo soldaten zouden zijn die naar het slagveld geroepen kunnen worden. (Een hockeytoernooi zou geloofwaardiger zijn geweest!) Maar de voorstelling had iets fris en spontaans dat ik regelmatig mis bij uitvoeringen waarin de beide liefdesparen overkomen als belegen volwassenen die een beetje komedie staan te spelen.

Foto: Hans van den Bogaard/DNO

Dat het toneelgebeuren afgelopen zondag minder zonnig overkwam dan in 2006, lag waarschijnlijk meer aan een samenloop van pech met andere omstandigheden. Precies die dag kampte Sebastian Kohlepp (Ferrando) met keelontsteking en playbackte hij zijn partij (enthousiast bacillen rondstrooiend?), terwijl de snel ingevlogen Ioan Hotea op het zijtoneel de zang voor zijn rekening nam. Deze jonge Roemeense tenor, een slanke lirico-leggiero, kweet zich daarvan overigens naar behoren (hij miste alleen twee inzetten in de finale) en wist zich zelfs redelijk vloeiend in de recitatieven in te voegen

Een minder groot probleem bleek de soms stugge vocalistiek van Davide Luciano, maar in het tweede bedrijf werd duidelijk dat die niet alleen te wijten was aan het onwennige samenspel met een zwijgende en een verderop zingende Ferrando. Het weglaten van zijn tweede aria deed het vermoeden rijzen dat ook hij met problemen kampte, iets wat later vanuit DNO bevestigd werd. Het feit dat de recitatieven niet meer alleen op gitaar ondersteund werden, maar door een klavecimbel in de bak plus een luit en vervolgens een gitaar op het toneel maakte het niet eenvoudiger. Voor zo'n concept moeten alle betrokkenen voor honderd procent op elkaar ingespeeld zijn.

Foto: Hans van den Bogaard/DNO

Beter liep de voorstelling bij de dames met een jeugdige Fiordiligi van Anett Fritsch, niet helemaal exact en met een wat zwakke laagte in 'Come scoglio', maar mooi doorleefd en helemaal op het van haar bekende niveau in 'Per pietà'. Een waar genoegen was ook de Dorabella van Angela Brower, speelser en lichter getimbreerd dan haar zuster, en de Despina van Sophia Burgos mocht eveneens gehoord worden, al heb ik die rol wel eens sprankelender meegemaakt.

Het echte Mozart-feest vond plaats in de bak, waar Ivor Bolton van achter zijn klavecimbel de touwtjes stevig in handen hield. Behalve zijn meestal vlotte tempi was heel prettig dat hij iedere scène benaderde als dramatisch geheel en niet als een groep losse muzieknummers. Met het in dit repertoire doorknede Nederlands Kamerorkest maakte hij van Mozart's mooiste maar ook langste operapartituur een middag die geen minuut te lang duurde. Herstel: een paar door het regieduo bedachte en overlange 'dramatische' pauzes kon ik missen als kiespijn.

Don Giovanni in de Doelen
De dag na deze problematisch verlopen Così fan tutte werd de Mozart-reeks van het Orkest van de Achttiende Eeuw voortgezet met een semi-scenische Don Giovanni onder leiding van Kenneth Montgomery. De spanning hing in de lucht en het aanwezige publiek had er merkbaar zin in. Geen wonder. De vorige delen van deze cyclus werden stuk voor stuk een groot succes met als hoogtepunt een onvergetelijke La clemenza di Tito in 2017.

De keuze van de Rotterdamse Doelen voor deze première bleek helaas niet helemaal gelukkig, zeker niet op maandagavond. Het feit dat de parterre en ook het frontdeel van het balkon helemaal vol was, zal de uitvoerenden nog een redelijk 'zaalgevoel' hebben gegeven, maar in de grote ruimte van de Doelen werkten lege balkons akoestisch niet echt gunstig. Naarmate toeschouwers verder van het podium verwijderd waren, werden zij meer geconfronteerd met het feit dat vooral de stemmen in de lege ruimte gingen zweven. Andere zalen kampen minder met dit euvel, maar gezien de faam van deze Mozart-cyclus mogen we veronderstellen dat de belangstelling daar ook groter zal zijn dan op deze druilerige maandagavond in Rotterdam.

Paula Murrihy (Donna Elvira), Henk Neven (Leporello)
Foto: Hans Hijmering

Spannend zou ook zijn om te horen hoe de uitvoering zich ontwikkelt. Door het tot de verbeelding sprekende gegeven groeide Don Giovanni al in het begin van de 19de eeuw uit tot Mozart's populairste opera, maar door de nog steeds groeiende veelheid aan interpretatiemogelijkheden (#Metoo!) is het ook de moeilijkste. Zoals het bij een geslepen diamant onmogelijk is daarvan alle facetten tegelijk te zien, zo is het bij Don Giovanni onmogelijk alle kanten van de partituur te belichten.

Het feit dat de afgelopen eeuwen in deze komische opera (Mozart zelf noemde het zelfs een 'opera buffa') steeds meer serieuze aspecten werden ontdekt, maakt het er niet makkelijker op. Of die serieuze elementen er echt ook allemaal in zitten, is een tweede, maar zij zijn wel een rol gaan spelen in onze visie op dit werk, en dat maakt het voor uitvoerenden niet makkelijker. Het gevolg is echter - en dat maakt een aaneengesloten serie extra spannend - dat een goed voorbereid ensemble naarmate het beter op elkaar ingespeeld raakt, ook steeds meer details naar boven weet te halen. Zoals zoveel grote opera's, wint Don Giovanni aan betekenis naarmate de uitvoerenden dieper in tekst en muziek doordringen.

André Morsch (Don Giovanni)
Foto: Hans Hijmering

Wat dat betreft is de voorstelling alleen al de moeite waard door de open instelling en het op levenservaring gebaseerd Mozart-gevoel waarmee Kenneth Montgomery deze partituur benadert. Schijnbaar moeiteloos en zonder opgelegde interpretatie leidt hij niet alleen het Orkest van de Achttiende Eeuw maar ook de solisten geroutineerd en met vaste hand langs alle valkuilen, afgronden en onverwachte obstakels van deze partituur. Het resultaat is een hecht maar naar alle kanten doorzichtig muzikaal bouwwerk dat tevens als fundament kan dienen voor nieuwe interpretatieve toevoegingen.

Tegelijk deed Montgomery mij al tijdens de ouverture opveren, niet één, maar drie, zes, negen of meer keer, steeds als een kwart rust aan het eind van een maat ook inderdaad een kwart rust werd, en geen achtste of zestiende. Ik heb meteen thuis de partituur erop nageslagen, maar ze staan er inderdaad. We zijn daar alleen zo gewend aan romantiserende rubati, dat ze op het eerste gehoor buitenproportioneel overkomen. Alleen al voor die ouverture zou ik er meteen nog een keer heen willen, al was het maar om te horen of Montgomery die kwarten toch niet stiekem een beetje benadrukt.

Een door alle eenvoud effectieve 'mise-en-space' van regisseur Jeroen Lopes Cardozo biedt de solisten alle kansen om een karakter in te vullen, en ook op dit punt zal de voorstelling ontegenzeglijk groeien. Met zijn donkere bariton presenteerde André Morsch bij de première een viriele titelheld die nog wel aan raffinement en élégance kan winnen, maar die al helemaal overtuigde, zowel in schelmse samenspel met zijn dienaar Leporello, weer een uitmuntende rol van Henk Neven, als in zijn arrogantie tegenover zijn overige tegenspelers.

Rosanne van Sandwijk (Zerlina), Berend Eijkhout (Masetto)
Foto: Hans Hijmering

Bij de dames overtuigde vooral de sopraan Katharine Dain als een lyrische en beheerste Donna Anna, het enige adellijke slachtoffer van Don Giovanni. Haar zang contrasteerde mooi met die van de donkerder getimbreerde Paula Murrihy als Donna Elvira, de burgerjuffrouw uit Burgos die heilig gelooft in haar huwelijk met de schuinsmarcheerder, maar die dat moet bekopen in scènes waarin keer op keer de draak met haar wordt gestoken. Wel jammer dat wegens tijdgebrek haar nagecomponeerde aria moest sneuvelen. Zerlina, de vertegenwoordigster van de boerenstand, was toevertrouwd aan Rosanne van Sandwijk, vocaal uitstekend, maar als karakter in de regie nog wat zwak ingekleurd.

Als Don Ottavio liet de tenor Thomas Cooley bij de première twee stemmen horen. Een extravert en kernachtig timbre in de recitatieven wisselde hij af met een meer ingetogen, soms bijna fluwelige benadering in zijn beide aria's. Opvallend bezet was de invulling van Masetto door de bariton Berend Eijkhout, die bij uitzondering eens suggereerde dat hij en niet zijn kersverse echtgenote de baas in huis wordt. En het was een waar genoegen om dertien jaar na zijn afscheid van het podium David Wilson-Johnson nog eens terug te zien als een markante Commendatore.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links