Opera en operette

Kurtágs Fin de Partie in Milanese Scala

 

© Siebe Riedstra, november 2018

 

Kurtág: Fin de Partie, Scénes et monologues, opéra en un acte

Hilary Summers (mezzosopraan, Nell), Leonardo Cortellazzi (tenor, Nagg), Frode Olsen (bariton, Hamm), Leigh Melrose (bariton, Clov) 
Orchestra del Teatro alla Scala
Dirigent: Markus Stenz 
Regie: Pierre Audi 
Decor en kostuums: Christof Hetzer 
Gezien: 17 november 2018, Teatro alla Scala, Milaan 

Foto AP, Ruth Walz

Er zit een grap in deze opera. Na herhaald aandringen mag Nagg voor de zoveelste keer aan zijn echtgenote Nell vertellen hoe een kleermaker een pantalon snijdt voor een klant. De klant moet keer op keer terugkomen omdat de kleermaker niet tevreden is met het resultaat. Ten einde raad roept de klant: God schiep de aarde in zes dagen, waarom hebt u zo lang nodig voor mijn pantalon? De kleermaker schudt meewarig zijn hoofd en antwoordt: maar meneer, kijk naar de aarde – en kijk dan naar mijn pantalon.

György Kurtág is in deze grap de kleermaker. De pantalon is zijn opera Fin de Partie, die op 15 november 2018 zijn première beleefde in de Scala van Milaan. De tweeënnegentigjarige Kurtág zal net zo verbaasd zijn geweest over deze première als de rest van de oplettende muziekwereld. Een première die even vaak werd uitgesteld als de leverantie van de pantalon. Daar is een reden voor. Kurtág is een groot componist die uitblinkt in miniaturen. Dan zijn de deuren naar de operahuizen gesloten. Toch werden ze in de verbeelding van Kurtág al meer dan een halve eeuw opengezet door de kennismaking met het toneelstuk Fin de Partie van Samuel Becket. Dat gebeurde in Parijs, waar de Hongaar Kurtág meende een veilig onderkomen te hebben gevonden. In Parijs werd hij psychiatrisch gerustgesteld over zijn onvermogen tot grote symfonische scheppingen. Daarna had de hele wereld vrede met het feit dat zijn langste compositie beperkt bleef tot de respectabele lengte van een kwartier.

Toch hoeft het niemand te verrassen dat Becket en Kurtág voor elkaar gemaakt zijn: verbrokkelde zinnen en kortademige thema's laten zich perfect combineren. En er is een nog veel belangrijker punt van overeenkomst tussen de spraak van beide mannen: de stilte. Het schrijven van Becket en het componeren van Kurtág staan er bol van. Wonderlijk eigenlijk dat Kurtág er zo lang over gedaan heeft om zich te realiseren dat hij met deze kennismaking zijn uiteindelijke meesterproef zou afleggen. Een tekst waarvan iedere lettergreep in muziek vertaald kon worden zonder de dreiging van een dubbele maatstreep. Dat is ook precies wat het geworden is, een opus in wording dat nu in deze vorm tot klinken kwam en dat over een half jaar in Amsterdam alweer subtiele veranderingen kan hebben ondergaan.

Foto AP, Ruth Walz

Het is een simpele opera geworden. Er is geen verhaal. Er zijn vier solisten. Er is een groot orkest dat hoofdzakelijk fungeert als ensemble met opvallende rollen voor cimbalom en accordeon. De vier hoofdpersonen kennen beperkingen. Hamm is blind en zit in een rolstoel. Zijn huisknecht Scov kan alleen maar staan. De ouders van Hamm hebben geen benen en ageren vanuit een ton. De communicatie tussen dat kwartet verloopt aarzelend, en dat past de muzikale aarzelingen van Kurtág als een handschoen.

Hoe is het (voorlopige) eindresultaat? Overweldigend. Waarom? Omdat het ondanks alle voorafgaande speculatieve blabla een echte opera is geworden. Een opera van vlees en bloed waarin de componist zich wil uitdrukken, de regisseur zich wil bewijzen en de zangers zich willen laten horen, en dat alles in de beste betekenis. Kurtág kan de toekomst fier in de ogen kijken, zolang hij maar kan doorgaan met de voltooiïng van dit project dat in principe al voltooid is. De vier acterende zangers verdienen een lauwerkrans. Frode Olsen met niets meer dan een rolstoel. Leigh Melrose met een kreupel been. Het echtpaar Hilary Summers en Leonardo Cortellazzi vanuit hun olieblikken, met als hoogtepunt het ontroerende moment wanneer de twee vruchteloos proberen elkaar te omhelzen. Regisseur Pierre Audi verdient voor dat ene ogenblik een onderscheiding.

Wat niemand had kunnen voorspellen was het feit dat dirigent Markus Stenz in staat bleek om Christoph von Dohnányi na de première (4 november) te vervangen als dirigent van Elektra van Richard Strauss. De negenentachtigjarige Maestro moest zich om gezondheidsredenen terugtrekken. Het Matineepubliek zal zich ongetwijfeld het succes herinneren dat Stenz afgelopen september boekte met zijn concertante Elektra in de ZaterdagMatinee. Het eclatante succes met deze tour de force (het is zijn debuut aan La Scala) benadrukt nog eens de grote lacune die zijn aanstaande vertrek bij het Radio Filharmonisch Orkest achterlaat. Het Orchestra del Teatro alla Scala draagt hem op handen.

Fin de Partie is een samenwerking met de Nationale Opera, en voorstellingen met het Radio Filharmonisch Orkest in de bak onder Stenz, staan gepland voor maart 2019. György Kurtág heeft (wellicht) nog een paar maanden de tijd om nieuwe scènes toe te voegen aan deze ‘opera in progress'. Spannend.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links