Opera en operette

Ritratto wint bij corona

 

© Paul Korenhof, oktober 2020

 

Jeths: Ritratto
Verity Wingate (Luisa Casati), Polly Leech (Romaine Brooks), Paride Cataldo (Gabriele D'Annunzio), Martin Mkhize (Garbi), Gerben van der Werf (Sergei Diaghilev), Lucas van Lierop (Man Ray), Frederik Bergman (Jacob Epstein), Dominic Kraemer (Kees van Dongen), Sam Carl (Filippo Marinetti) e.a.
Residentie Orkest
Dirigent: Geoffrey Paterson
Regie: Marcel Sijm
Decor: Marc Warning
Kostuums: Jan Taminiau
Gezien: Amsterdam, 7 oktober 2020

Foto © De Nationale Opera - Sanne Peper

Toen in maart de première van Ritratto werd afgelast, was dat misschien wel de grootste teleurstelling die de coronacrisis bij DNO teweegbracht. Niet alleen omdat naar een nieuwe opera toch altijd met nog meer spanning wordt uitgezien dan naar de zoveelste productie van een bekend werk, maar vooral omdat de voorstelling gezien werd als de presentatie van veel solistisch talent dat de afgelopen jaren in Nederland - en dan vooral bij de Nederlandse Opera Studio - was opgeleid.

Natuurlijk hadden diverse van deze jongeren zich de afgelopen jaren al in overwegend kleinere rollen gepresenteerd, en natuurlijk kunnen bij het functioneren van de Opera Studio ook vraagtekens worden gesteld. Moet er echt zoveel belastinggeld worden gespendeerd aan vooral buitenlandse jongeren die na hun opleiding beleefd dankjewel zeggen en die we misschien nooit meer terugzien? Terwijl we momenteel een opmerkelijk reservoir hebben aan Nederlands talent dat nauwelijks aan de bak komt? En waarom lijkt het of vooral DNO profiteert van de Opera Studio, terwijl het toch gaat om een opleiding die in gezamenlijk overleg van drie gezelschappen in het leven is geroepen?

Dat alles neemt niet weg dat de focus op jong talent, waarbij componist Willem Jeths nauw betrokken is geweest, een belangrijke reden was om de première van Ritratto met spanning tegemoet te zien.
Grote hulde dan ook voor Sophie de Lint die onder hoogspanning van de nood een deugd wist te maken. De dag waarop de theaters plotseling moesten sluiten, was namelijk ook de dag van de generale repetitie, waarbij camera's proefopnamen zouden maken voor een latere videoregistratie. De Lint wist niet alleen de generale door te drukken, maar zij wist zelfs nog extra camera's naar het theater te halen, waardoor het videoteam erin slaagde zonder één repetitie een professionele opname te maken.

Het gevolg was dat Ritratto al in maart via internet in première kon gaan, ten aanschouwe van letterlijk de hele operawereld! Aan die gebeurtenis werd echter zoveel aandacht besteed, dat ik besloot te wachten, want dat er ook een première in het theater zou komen, stond voor mij vast. Bovendien heerste toen een crisissfeertje van 'laten we maar enthousiast doen, want de cultuur heeft het al zo moeilijk'. Een negatieve opmerking werd een recensent zelfs in ingezonden brieven kwalijk genomen en dan houd ik mij toch liever op de achtergrond. Niet uit angst om kritiek te leveren, maar om te vermijden dat een enthousiaste bespreking wordt opgevat als 'vriendelijk doen'.

Foto © De Nationale Opera - Sanne Peper

Uitgestelde première
Nu Ritratto afgelopen woensdag eindelijk zijn 'echte' première heeft beleefd, is het tijd om de balans op te maken met allereerst de conclusie, dat corona in dit geval helemaal niet zo'n grote ramp was. De voorstelling die nu te zien is in het Muziektheater, verschilt namelijk dusdanig van de opname uit de Stadsschouwburg, dat de productie er bij gebruik van dezelfde middelen visueel alleen maar op vooruit is gegaan.

Paradoxaal genoeg leidden de corona-eisen (1,5 meter - voor zingende solisten zelfs 2 meter) namelijk tot een voorstelling die aan het Waterlooplein bijzonder positief uitviel. Doordat het grotere toneel uitmuntend kansen bood voor de noodzakelijke schaalvergroting, kon om te beginnen de scenografie optimaal tot haar recht komen. Het bijna over-esthetische, sterk museale decor van Marc Warning, versterkt door de sfeerrijke belichting van Alex Brok, vertaalde zich in een lange reeks schitterende, soms adembenemend mooie toneelbeelden.

De in dubbele zin fantastische kostumering van Jan Taminiau leek eveneens te profiteren van de extra ruimte, zeker ook bij het silhouettenspel van choreograaf Zino Ainsley Schat. Nog belangrijker was dat de interactie aan duidelijkheid gewonnen had. Mede dankzij Taminiau's kostuums was regisseur Marcel Sijm er al bij de videoregistratie in geslaagd de karakters mooi te profileren, maar nu leken er nog meer puntjes op de i gezet, terwijl de grotere ruimte het dansante bewegingsspel meer reliëf gaf.

Verity Wingate als Luisa Casati
Foto © De Nationale Opera - Sanne Peper

Theatrale partituur
Dat dit alles tijdens de anderhalf uur durende voorstelling nooit de indruk wekte van overdaad, pleit voor de partituur van Willem Jeths. Zijn 'flirt' met de tonaliteit, zoals het in het programmaboek wordt genoemd, resulteert hier in een theatrale partituur waarin solistische juweeltjes worden afgewisseld met groteske, bijna Offenbachiaanse momenten, de laatste als amusante referenties aan het uitbundige uitgaansleven in de nadagen van het fin-de-siècle. Die sfeer wordt nog versterkt door diverse, soms bijna voorspelbare muzikale verwijzingen en citaten (Jeths noemt zelf in het programmaboek Richard Strauss en Tsjaikovski, maar de goede toehoorder hoort meer voorbijkomen).

Dat Ritratto op sommige momenten toch meer een revue, theatraal amusement of muzikale schildering lijkt dan een muziekdrama, hangt samen met het - natuurlijk Engelse - libretto van Frank Siera (een Nederlandse opera in het Nederlands zingen, lijkt in Nederland verboden). In plaats van een plot of in ieder geval een duidelijk dramatische structuur ontwierp hij een allegorisch schilderij in woorden rond een fictieve samenkomst van bekende historische personages die daarbij alle een eigen symboolrol vertolken.

Slechts bij drie historische personages (de excentrieke Luisa Casati, de schilderes Romaine Brooks en de schrijver Gabriele D'Annunzio) worden de rollen uitgewerkt. De overigen lijken niet meer dan menselijk decor en hun aanwezigheid werkt in feite alleen maar verwarrend.

De gezongen teksten staan ondertussen wel weer bol van literaire pretenties en van diepere bedoelingen die bepaald niet diep liggen. Nederlandse operaschrijvers lijken zo bang dat het publiek iets niet begrijpt, dat zij alles wat zij maar zouden kunnen bedoelen, verpakken in teksten die zelfs voor de simpelste ziel begrijpelijk zijn. (En tot overmaat van ramp worden die teksten in de boventiteling soms ook nog eens tot puberaal Nederlands gesimplificeerd!)

Verity Wingate als Luisa Casati
Foto © De Nationale Opera - Sanne Peper

Triomf voor solisten
Niets dan lof verder voor een met enthousiasme en theatraal vuur spelend Residentie Orkest onder leiding van een duidelijk betrokken Geoffrey Paterson. Jeth's partituur, zonder enige vorm van 'populaire knieval' duidelijk gericht op een breed publiek, krijgt onder zijn leiding een verfijning en een kleurenrijkdom die volmaakt in evenwicht is met de vaak subtiele en altijd sterk geësthetiseerde toneelbeelden.

Voor de jonge executanten bleek de eerste voorstelling met publiek weinig minder dan een triomf (al voldeden de reacties van de jeugdige bezoekers bepaald niet aan de regels in tijden van corona - zoals voetbalsupporters inmiddels hebben moeten ondervinden). Die lof geldt dan zowel de vertolkers van de solistische partijen als de zeven jonge zangers die de aanvullende koorstemmen voor hun rekening nemen.

Zonder meer indrukwekkend is de sopraan Verity Wingate, die als Luisa Casati anderhalf uur op het toneel moet staan in een rol die vocaal en als 'performance' grote eisen stelt. Daarbij overtuigde zij niet alleen op beide punten als de excentrieke gravin die in de opera nog meer dan in werkelijkheid een 'levend kunstwerk' wordt. Ondanks de grotere ruimte kwam zij in het Muziektheater vocaal zelfs nog sterker over dan in de videoregistratie.

Gabriele D'Annunzio als prominent schrijver tijdens het decadentisme blijft als personage vager, ook doordat de kostumering van Taminiau hier enigszins te kort schiet. Vocaal geeft de jonge tenor Paride Cataldo hem echter uitstekend gestalte, zowel in zijn monoloog tijdens de party in Casati's Venetiaanse palazzo als in zijn briefscène.

Sterk waren ook de korte maar binnen het geheel belangrijke scènes van de bariton Martin Mkhize als Casati's met goud beklede dienaar Garbi. Naar verhouding bleef de lesbische schilderes van de mezzosopraan Polly Leech daarentegen zowel vocaal als in uitbeelding een beetje aan de vlakke kant. Vooral haar 'schilderijscène' vraagt om meer zeggingskracht en meer emotie dan zij er bij de première in wist te leggen.

Hoe dat alles bij een bezetting met slechts 250 man publiek beneden in de zaal klinkt, kan ik niet beoordelen. Op mijn plaats (eerste balkon, vijfde rij) bleek de akoestiek onder deze omstandigheden onverwacht ideaal. De oorzaak is wellicht dat de overkapping van het balkon daar leidt tot een demping van het ruimtelijk effect die ongeveer overeen komt met de akoestiek bij een normale zaalbezetting.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links