Opera & Operette

Bayreuth: het huis dat Wagner bouwde

 

© Aart van der Wal en Jan de Kruijff, december 2006

 

Het Wagner Festival theater (Festspielhaus) in Bayreuth blijft na honderdtwintig jaar nog altijd een van de meest controversiële operagebouwen. Niet alleen als gebouw, maar ook als basis van theatervernieuwing. Vooral het werk van de diverse regisseurs, die daar na de Tweede Wereldoorlog werkten, heeft wereldwijd grote invloed gehad. Maar ook het Festspielhaus zelf behoort nog tot de avant-garde. Voor iemand, die in akoestiek is geïnteresseerd, is het nog steeds een openbaring, wanneer hij voor het eerst het interieur ziet en het klankbeeld op zich in laat werken.

 
© Aart van der Wal

Enigszins ironisch is die eens bijna heilig verklaarde ruimte begin jaren zestig gerestaureerd en gerenoveerd. Wolfgang en Wieland Wagner, de kleinzonen van de componist, hebben het na hun geruchtmakende regievoering ook aangedurfd om enige belangrijke bouwkundige wijzigingen door te voeren. Dat was voor het eerst sinds het gebouw in 1876 werd voltooid. De meest in het oog springende vernieuwing betreft de verhoging van het dak. Verder zijn de ingrepen vooral beperkt tot dat deel van het theater, dat achter de prosceniumboog begint: het toneel, de kleedkamers, repetitieruimtes, de ruimtes voor de decorbouw e.d. De zaal zelf bleef gelukkig intact, op het uitwisselen van wat door de ouderdom aangetaste stenen na.

Het beroemde auditorium met zijn volmaakte zichtlijnen vanaf elke zitplaats bleef onveranderd, de bijzondere akoestiek bleef behouden. Hoewel het Festspielhaus ouder is dan de New Yorkse Met en de Parijse Opéra geldt het theaterinterieur nog steeds als een der modernste. Het stijl hellende vlak waarop de stoelenrijen zijn geplaatst komt niet alleen het zien, maar ook het horen ten goede. Het kenmerkende verschil met andere theaters is, dat de rijen in Bayreuth in een rechte lijn oplopen, terwijl dat in de meeste andere schouwburgen volgens een holle curve gebeurt.

De veelgeprezen fraaie akoestiek is ook een gevolg van het feit dat het theater met zijn 1800 plaatsen niet is overgedimensioneerd. Andere bijdragen aan een goede akoestiek worden geleverd door de hoek tussen het vlakke houten plafond, de als galmschelp fungerende prosceniumboog en de vleugelachtige uitsteeksels aan de zijwanden. Tenslotte zijn daar nog de beroemde gebogen kap, die de orkestbak overdekt en de plaatsing van het orkest, dat half onder het toneel zit, met het zware koper achteraan 'begraven'.

Dat alles zorgt voor het specifiek nodige klankmengsel dat ideaal wordt geacht voor Parsifal en de vier opera's die samen Wagners Ring des Nibelungen vormen. In feite werd de Ring gecomponeerd voor precies deze entourage en werd Parsifal georkestreerd voor dit theater; het werk mocht zelfs nergens anders worden uitgevoerd! Omgekeerd zou deze akoestiek absoluut onbevredigend zijn voor een opera van Mozart of Rossini, ook al wordt de menselijke stem in ideaal reliëf geplaatst. Wat de vaak problematische balanskwestie tussen zanger en orkest betreft, blijkt in de praktijk dat zelfs stemmen met middelmatig volume zelden door het orkest worden overspoeld. Ook belangrijk voor Wagner is, dat de verstaanbaarheid weinig te wensen overlaat.

Ten dele werd Wagner bij het ontwerpen van dit unieke theater geïnspireerd door het Griekse theater. Eén van zijn idealen was, dat zijn festivalprogramma's ooit een artistieke en sociale rol zouden vervullen, vergelijkbaar met de produkties van Aeschylus en Sophocles in het oude Griekenland. Verder wortelden zijn ideeën deels in zijn eerste opera-ervaringen in Riga. Het bewuste theater in Riga was oud, klein en verwaarloosd. Maar het had drie kenmerken, die Wagner altijd zijn bijgebleven: het steile amfitheater, de betrekkelijk lage zitpositie van het orkest en de tijdens de voorstelling gedimde verlichting - iets radicaals in die tijd. De keuze voor Bayreuth, destijds right in the middle of nowhere, kan worden verklaard uit Wagners afkeer van de opgeklopte sociale poespas rond de traditionele (hof)opera's en de daar vaak heersende muzikale routine. Hij moest eens weten wat er na zijn dood in dat eerste opzicht is geworden......

Wagners concept van een revolutionair theater begon zich rond 1850 uit te kristalliseren. Hij begon toen aan een revolutionaire opera die Siegfrieds Tod zou moeten heten. Als berooid banneling, door de Duitse politie gezocht vanwege zijn aandeel in de Dresdense revolutie van 1849, droomde hij van een tijdelijk zomertheater, een simpele constructie, waar de eerste opvoeringen van Siegfrieds Tod konden plaatsvinden, en uiteraard met een ideale bezetting. Gedurende het voorjaar zou hij repeteren voor de uitvoeringen in de zomer. Met nogal wollig idealisme hoopte hij het publiek gratis toegang te kunnen geven.

De droom nam snel vastere vormen aan. Aan het eind van het volgend jaar was het concept van Siegfrieds Tod uitgegroeid tot een uiterst onpraktisch project van vier opera's in één. Het was dermate complex dat geen enkel operagezelschap in staat was om het artistiek, financieel of qua benodigd toneeloppervlak op zijn repertoire te nemen. Als het werk al gerealiseerd moest worden, dan alleen met behulp van Wagners visioen van een tijdelijk theater, dat exclusief moest worden gebouwd voor deze monstrueuze cyclus.

Toen Wagner het project van zijn Nibelungen tetralogie in een brief met vierduizend woorden aan zijn geduldige vriend Franz Liszt uit de doeken deed, antwoordde Liszt grootmoedig dat hij "niet de geringste twijfel" had aan het "monumentale succes" van de droom. Met typisch romantische panache voegde hij daaraan toe: "Ga moedig door en laat niets je afleiden van je werk. Een werk waarvoor het programma, dat de episcopale raad van Sevilla voor de architect van hun kathedraal opstelde zou kunnen gelden: 'Bouw voor ons een tempel, waarvan toekomstige generaties zullen zeggen, dat de raad gek was om aan iets zo buitengewoons te beginnen.' Liszt voegde daaraan toe: 'Niettemin, daar staat die kathedraal!' En daar stond inderdaad vijfentwintig jaar later op een heuvel bij het Beierse stadje Bayreuth het Wagner Festspielhaus, gereed voor de wereldpremière van Der Ring des Nibelungen.

De route naar dat Festspielhaus had meer dan een kwart eeuw van Wagners leven gevergd, meer ook dan de fanatieke toewijding van koning Ludwig II van Beieren en de bronnen uit zijn schatkist, meer dan het genie van de architect Gottfried Semper, wiens plannen voor een ideaal Wagner-festival in München op veel instemming van Wagner en de koning stuitten. Het mislukken van het fraaie Münchense project was vooral de schuld van Wagner zelf. Hij raakte dermate verwikkeld in politieke intriges, dat de koning tenslotte werd genoopt om hem te verzoeken tijdelijk het land te verlaten.

Maar in 1870, tijdens zijn tweede verbanning in Zwitserland, kwam Wagner op het idee voor Bayreuth. Hij werd voor het eerst opmerkzaam op de stad toen hij las, dat het kleine hoftheater, dat in de achttiende eeuw was gebouwd door Giuseppe Galli-Bibiena een dieper toneel had dan alle overige operatheaters in Duitsland. Omdat Bayreuth zelf klein maar aantrekkelijk was en geen eigen operagezelschap bezat, vroeg Wagner zich af of het grote achttiende-eeuwse toneel niet geschikt was om zijn toneelmatige stormen, zondvloeden en kosmische catastrofes onder te brengen.

Een vierdaags bezoek aan Bayreuth een jaar later overtuigde hem, dat het overladen barokauditorium volslagen ongeschikt was voor zijn werk, maar dat Bayreuth een volmaakte plaats was. De plaatselijke notabelen waren zeer gevleid en gelukkig en de stadsvaderen gingen snel akkoord met Wagners suggestie, dat ze gratis de noodzakelijke grond voor het festival theater plus een omringend park ter beschikking moesten stellen. Omdat hij tijdens het Münchense fiasco ruzie met Semper had gemaakt, moest Wagner omkijken naar een andere architect. Hij koos tenslotte Otto Brückwald uit Leipzig. Diens betrekkelijk eenvoudige taak zou eruit bestaan om de heel praktische ideeën, welke de componist zelf jarenlang had ontwikkeld en die waren gerijpt door zijn samenwerking met Semper, nader uit te werken en gestalte te geven.

Het grootste probleem was natuurlijk: hoe kon het vrijwel onmogelijk lijkende project worden gefinancierd? Het vervolgde hem de rest van zijn leven en bespoedigde mogelijk zijn dood. Vrienden en medestanders stroomden toe met financiële hulp. Kleine sommen werden ingezameld door de leden van de Richard Wagner Clubs in veel Duitse steden. Men kon een zogenaamd patronaats certificaat kopen, dat gratis toegang waarborgde voor een plaats bij de drie Ring cyclussen tijdens het eerste festival. De kedive van Egypte schonk een fors bedrag, Sultan Abdoel Aziz van Turkije iets minder. Wagner zelf vergaarde een fors bedrag door benefietconcerten te dirigeren en het honorarium van $5.000 voor de Grand Festival March, die hij schreef voor de honderdjarige viering van de Amerikaanse onafhankelijkheid, ging ook al in het potje. Maar dat alles samen was - om in toenmalige dollars te blijven doorrekenen - maar een deel van de $225.000, die nodig was en die tenslotte zoals gebruikelijk ruim werd overschreden: het steeds weer opdoemende verschil tussen begroting en werkelijkheid.

Niettemin kon Wagner op zijn negenenvijftigste verjaardag, 22 mei 1872, de eerste steen leggen en minder dan vijftien maanden later werd het hoogste punt bereikt. Op dat moment was het geld op en werd de bouw gestaakt. Vijfenzeventig duizend dollar was minimaal nodig om verder te kunnen gaan. Om nog maar te zwijgen van het geld dat nodig was voor het interieur en om voorstellingen te financieren. Alle bedelpartijen leken voor niets, ook waar het Ludwig II aanging. Pas op het allerlaatste moment kwam hij om het project voor een ramp te behoeden over de brug. Tenslotte, met hulp van wat meer afpersing, benefietconcerten en een formidabel bedrag aan schulden, was het gebouw vrijwel klaar. Het had meer dan alleen geld en doorzettingsvermogen gekost. Op een dag, toen Wagner en zijn vrouw Cosima het Festspielhaus verlieten, keek hij om en ze bitter tegen Cosima: "Elke steen van dat gebouw is bevlekt met jouw en mijn bloed."

Al in 1875 begonnen de grootste kunstenaars die Wagner bereid had gevonden om mee te doen, met de repetities. Voor het orkest was de beroemde Wilhelmj als concertmeester geworven. Medewerking betekende een eigen financieel offer brengen, want de meesten ontvingen niet eens een afdoende onkostenvergoeding. De beroemde Lilli Lehmann bijvoorbeeld, toen nog een coloratuurster aan de Berlijnse opera en later één van de grootste Isoldes en Brünnhildes, zong kleine rollen: de Waldvogel in Siegfried, een van de Rheintöchter in Rheingold en Götterdämmerung en een van Brünnhildes acht walkurenzusters in Die Walküre.

De allereerste Ring cyclus in 1876 was een wereldsensatie al voordat hij plaatsvond. De mensenschuwe koning Ludwig kwam privé en incognito naar de laatste repetities kijken en de internationale pers was rijk vertegenwoordigd, tot de New York Times aan toe. Het overbevolkte Bayreuth, de grote zomerhitte en het stof werden niet getemperd omdat het oplopende park nog maar net werd aangelegd. Bovendien was er maar een zestal rijtuigen in de stad, zodat de meeste bezoekers zelf de heuvel moesten oplopen in de warme middagzon.

"De rijen dwergboompjes ter weerszijden van de weg, die zich een tegen de zon beschermende rol aanmatigen zullen mogelijk hun functie uitoefenen wanneer 'het kunstdrama van de toekomst' het 'kunstdrama van het heden' is geworden," merkte de verslaggever van de Londense Times ironisch op. Voor het eerst in de krantengeschiedenis werden de verslagen naar de V.S. getelegrafeerd. Trots berichtte de New York Times daarover: "we zijn even actueel met onze kritiek als wanneer Wagners tetralogie in de Academy of Music zou zijn uitgevoerd, en niet 4.000 mijl weg. Dit is de eerste keer dat de krantenlezers 's morgens een kritiek kunnen lezen over een muzikale of dramatische gebeurtenis, die de avond tevoren in een ander werelddeel plaatsvindt." Het was natuurlijk ook meteen een blijk hoe over het belang van de realisatie van Wagners droom werd geacht.

De namen van de kunstenaars, die deelnamen aan die eerste cyclus op 13, 14, 16 en 17 augustus werden met gouden letters in een zwarte steen vermeld. Die steen is geplaatst in de wandelgangen beneden vooraan in het theater.

Toen het gordijn na de laatste Götterdämmerung op 30 augustus viel wisten noch Wagner, die een afscheidstoespraak voor het publiek hield, noch koning Ludwig, die zijn verlegenheid voldoende had overwonnen om de laatste cyclus bij te wonen, of er het volgend jaar weer een cyclus zou zijn. Het Festspielhaus zou pas zes jaar later, in 1882, weer zijn deuren voor het publiek openen voor de eerste door Hermann Levi gedirigeerde opvoering van Parsifal, het grandioze opus waaraan de nog lang niet moegestreden Wagner vrijwel direct na afloop van de Ring-première begon.

Intussen was de eerste en heel markante verandering van het Festspielhaus uitgevoerd, speciaal om tegemoet te komen aan de wensen van de merkwaardige koning. Maar het was vergeefs. De nogal klassiek ogende twee verdiepingen hoge structuur met pilaren en pilasters, die recht in het midden voor de façade werd aangebracht gaf toegang tot de koninklijke loge. Maar deze werd nooit gebruikt omdat hij nooit meer opdaagde: tegen de tijd dat Parsifal klaar was voor zijn eerste uitvoering, was de koning zo wereldvreemd en morbide geworden, dat hij zijn kasteelgedrochten niet meer verliet, ook niet om een privé-repetitie van de opera bij te wonen, die hij eens als het subliemste doel van zijn eigen en Wagners carrière beschouwde.

 
  Wagners graf op Wahnfried

Toen Wagner in 1883 stierf viel de erfenis van het Festspielhaus in de krachtige handen van Cosima, die zichzelf nadrukkelijk opwierp als hoedster van de traditie. Gedurende de 23 jaar van haar regime waren er nauwelijks wijzigingen in en aan het Festspielhaus en ook wat binnen gebeurde was onderworpen aan de bestaande, strenge regels. Het was haar grote prestatie dat ze alles bij het oude liet en dat ze in 1908 alles ongeschonden aan haar zoon Siegfried overdroeg.

Na de Eerste Wereldoorlog werden onder leiding van Siegfried beperkte moderniseringen van de scène doorgevoerd die neerkwamen op meer toneelruimte voor een betere driedimensionale presentatie. Het 25m diepe toneel kreeg er aan de achterkant 12m bij. In 1926 volgden meer toevoegingen, onder andere een gedeelte aan de linkerkant van de westflank voor de administratie, de kassa en meer kleedkamers. Aan de achterkant van het gebouw, boven de staart van het toneel werden twee repetitieruimtes toegevoegd.

In zijn testament liet Siegfried het Festspielhaus en de verdere Wagner-bezittingen na aan zijn weduwe Winifred met de bedoeling het aan zijn vier kinderen te laten toekomen. In 1932 liet Winifred een extra rij loges voor de pers aanbrengen, boven de oorspronkelijke rij tegen de achterwand.

 
   

Iets van de revolutionaire en experimentele geest uit Wagners eigen tijd keerde terug rond het Festspielhaus toen het in 1951 zijn deuren opende voor het eerste festival na de Tweede Wereldoorlog. De kleinzonen van Wagner voerden toen het bewind. Hun vernieuwingen op toneel- en regiegebied leidden echter tot zeer controversiële producties. Met name op het gebied van de toneelverlichting bevond Bayreuth zich met zijn Xenonlampen in de voorhoede van de technische vernieuwing. Maar verder bleef vrijwel alles ongewijzigd en dus simpel. Geen draaitoneel, geen behoorlijke toneellift, geen karretjes om vliegensvlug complete decors te verwisselen. De toneelvloer is in parallelle banen verdeeld, waarvan sommige kunnen worden verhoogd of verlaagd, maar zelfs daarvan werd zelden gebruik gemaakt. Het is, of Wagners kleinzonen meenden dat een zwaar gemechaniseerd toneel alleen maar hinderlijk was. Ze baseerden zich liever op lichteffecten en verbeelding.

Volgens ingenieuze plannen worden er nieuwe zijmuren gebouwd op twee meter afstand van de huidige. Als deze gereed zijn en de gemoderniseerde kleedkamers - nu met douche - ook klaar zijn, worden de oude zijmuren gesloopt. Uiteindelijk zal het toneel aan weerszijden breder worden en het dak hoger. Om de voorstellingen niet te storen, wordt het nieuwe dak boven het bestaande gebouwd. Hooguit was de vraag, of de oude dakbalken nog sterk genoeg zouden zijn om niet alleen dat nieuwe dak te torsen, maar ook om de schijnbaar naakte schonen te dragen, die er in acrobatische razernij tijdens het "Venusberg bacchanaal' aan hangen te zwaaien. In de loop van deze veranderingen wordt ook het meeste van de tijdelijke houten structuur uit 1876 vervangen door brandvrij materiaal.

Aan het begin van dit renovatieproces stelden de regeringen van de Bondsrepubliek en Beieren samen met de Duitse industrie $700.000 ter beschikking. In 1965 moet het project zijn afgerond. Dan blijft nog wat nieuwe landschapsarchitectuur over. De eens zo kale heuvel is intussen een lommerrijk park, waarin de transpirerende pelgrims uit 1876 nu de "beschaduwde laan" zouden herkennen, waarvan de criticus eens droomde.

Discografie van in Bayreuth gemaakte opnamen

Beethoven
Symfonie nr. 9. Elisabeth Schwarzkopf, Elisabeth Höngen, Hans Hopf en Otto Edelmann met koor en orkest van het Bayreuth festival 1951 o.l.v. Wilhelm Furtwängler. EMI 566.901-2.
Wagner
Richard Wagner Edition. Der Ring des Nibelungen; Der fliegende Holländer; Die Meistersinger; Parsifal; Tannhäuser; Lohengrin; Tristan und Isolde. Gedirigeerd door Pierre Boulez, Karl Böhm, Woldemar Nelsson, Wolfgang Sawallisch en Peter Schneider (specificaties hieronder). Philips 434.420-2 (32 cd's).
Der fliegende Holländer. Simon Estes, Lisbeth Balslev, Matti Salminen, Robert Schunk, Anny Schlemm, Graham Clark met het Ensemble van het Bayreuth festival 1985 o.l.v. Woldemar Nelson. Philips 434.599-2 (2 cd's); Hoogtepunten: 446.618-2.
Der fliegende Holländer. Franz Crass, Anja Silja, Josef Greindl, Fritz Uhl, Res Fischer, Georg Pakuda e.a. met het Ensemble van het Bayreuth festival 1961 o.l.v. Wolfgang Sawallisch. Philips 442.103-2 (2 cd's).
Der fliegende Holländer. Ludwig Weber, Astrid Varnay, Rudolf Lustig, Elisabeth Schärtel, Josef Traxel, Hermann Uhde met het Ensemble van het Bayreuth festival 1955 o.l.v. Joseph Keilberth. Teldec 4509-97491-2 (2 cd's).
Der fliegende Holländer. Joel Berglund, Maria Müller, Ludwig Hofmann, Franz Völker, Lilo Asmus, Erich Zimmermann met het Ensemble van het Bayreuth festival 1942 o.l.v. Richard Kraus. Preiser 90232 (2 cd's).
Der fliegende Holländer. Hans Hotter, Viorica Ursuleac, Georg Hann, Karl Ostertag, Luise Willer, Franz Klarwein met het Ensemble van het Bayreuth festival 1944 o.l.v. Clemens Krauss. Preiser 90250 (2 cd's).

 
  Wieland Wagner (links) en Karl Böhm in Bayreuth 1971

Der fliegende Holländer. Thomas Stewart, Gwyneth Jones, Karl Ridderbusch e.a. met het Ensemble van het Bayreuth festival 1971 o.l.v. Karl Böhm. DG 437.710-2 (2 cd's).

Die Götterdämmerung. Martha Fuchs, Set Svanholm, Frederick Dalberg, Robert Burg, Egmont Koch, Else Fischer, Camilla Kallab, Hilde Scheppan e.a. met het Ensemble van het Bayreuth festival 1942 o.l.v. Karl Elmendorff. Preiser CD 90164 (4 cd's).
Die Götterdämmerung. Astrid Varnay, Bernd Aldenhoff, Ludwig Weber, Heinrich Pflanzl, Hermann Uhde, Martha Mödl, Elisabeth Höngen, Elisabeth Schwarzkopf e.a. met het Ensemble van het Bayreuth festival 1951 o.l.v. Hans Knappertsbusch. Testament SBT 4175 (4 cd's).
Lohengrin. Wolfgang Windgassen, Eleanor Steber, Astrid Varnay, Hermann Uhde, Josef Greindl met het Ensemble van het Bayreuth festival 1953 o.l.v. Joseph Keilberth. Teldec 4509-93674-2 (4 cd's).
Lohengrin. Franz Crass, Anja Silja, Astrid Varnay, Ramon Vinay, Franz Crass, Tom Krause met het Ensemble van het Bayreuth festival 1962 o.l.v. Wolfgang Sawallisch. Philips 446.337-2 (3 cd's).
Lohengrin. Paul Frey, Cheryl Studer, Gabriel Schnaut, Ekkehard Wlachiha, Manfred Schenk, Eike Wilm Schulte en het Ensemble van het Bayreuth festival 1990 o.l.v. Peter Schneider. Philips 434.602-2 (4 cd's); Hoogtepunten: 446.619-2.
Die Meistersinger. Otto Edelmann, Elisabeth Schwarzkopf, Hans Hopf, Erich Kunz, Friedrich Dalberg, Gerhard Unger, Ira Malaniuk en het Ensemble van het Bayreuth festival 1951 o.l.v. Herbert von Karajan. EMI 763.500-2 (4 cd's).
Otto Edelmann, Hans Hopf, Lisa Della Casa, Kurt Böhme, Heinrich Pflanzl, Gerhard Unger, Ira Malaniuk, Werner Faulhaber met het Ensemble van het Bayreuth festival 1952 o.l.v. Hans Knappertsbusch. Music & Arts CD 1014 (4 cd's).
Die Meistersinger. Hans Hotter, Wolfgang Windgassen, Gré Brouwenstijn, Josef Greindl, Karl Schmitt-Walter, Gerhard Stolze, Georgine von Milinkovic, Dietrich Fischer-Dieskau met het Ensemble van het Bayreuth festival 1956 o.l.v. André Cluytens. Music & Arts CD 1011 (4 cd's).
Die Meistersinger. Karl Ridderbusch, Jean Cox, Hannelore Bode, Klaus Hirte, Hans Sotin, Gerd Nienstedt, Anna Reynolds, Bernd Weikl e.a. en het Ensemble van het Bayreuth festival 1974 o.l.v. Silvio Varviso. Philips 434.611-2 (4 cd's); Hoogtepunten: 446.621-2.
Die Meistersinger. Paul Schöffler, Ludwig Suthaus, Hilde Scheppan, Frederick Dalberg, Erich Kunz, Erich Witte, Camilla Kallab, Fritz Krenn met het Ensemble van het Bayreuth festival 1943 o.l.v. Hermann Abendroth. Preiser 90174 (4 cd's).
Die Meistersinger. Robert Holl, Peter Seiffert, Emily Magee, Matthias Hölle, Andreas Schmidt, Endrik Wottrich, Birgitta Svendén, Roman Trekel met het Ensemble van het Bayreuth festival 1999 o.l.v. Daniel Barenboim. Teldec 3984-29333-2 (4 cd's).
Parsifal. Wolfgang Windgassen, George London, Ludwig Weber, Martha Mödl, Hermann Uhde, Anton van Mill met het Ensemble van het Bayreuth festival 1951 o.l.v. Hans Knappertsbusch. Teldec 9031-76047-2 (4 cd's).
Parsifal. George London, Hans Hotter, Jess Thomas, Irene Dalis, Gustav Neidlinger, Martti Talvela e.a. met het ensemble van het Bayreuth festival 1962 o.l.v. Hans Knappertsbusch. Philips 416.390-2 (4 cd's).
Parsifal. Gwyneth Jones, James King, Franz Crass, Karl Ridderbusch, Thomas Stewart, Donald McIntyre met het Ensemble van het Bayreuth festival 1970 o.l.v. Pierre Boulez. DG 435.718-2 (3 cd's).
Parsifal. Peter Hofmann, Waltraud Meier, Hans Sotin, Simon Estes, Franz Mazura, Matti Salminen met het Ensemble van het Bayreuth festival 1985 o.l.v. James Levine. Philips 434.616-2 (4 cd's); Hoogtepunten: 446.622-2.
Der Ring des Nibelungen. Theo Adam, Annelies Burmeister, Wolfgang Windgassen, Ernst Wohlfahrt, Gustav Neidlinger, Anja Silja, Gerd Nienstedt, Vera Soukupova, Martti Talvela, Kurt Böhme, Helga Dernesch, Ruth Hesse, James King, Leonie Rysanek, Birgit Nilsson, Erika Köth, Josef Greindl, Martha Mödl, Marga Höffgen e.a. met het Ensemble van het Bayreuth festival 1966/7 o.l.v. Karl Böhm. Philips 420.325-2, 446.057-2 (14 cd's); afzonderlijk: Rheingold 412.475-2 (2 cd's), Die Walküre 412.478-2 (4 cd's), Siegfried 412.483-2 (4 cd's) en Götterdämmerung 412.488-2 (4 cd's).
Der Ring des Nibelungen. Hans Hotter, Georgine von Milinkovic, Ludwig Suthaus, Paul Kuen, Gustav Neidlinger, Gré Brouwenstijn, Josef Traxel, Josef Greindl e.a. met het Ensemble van het Bayreuth festival 1956 o.l.v. Hans Knappertsbusch. Music & Arts CD 1009 (13 cd's).
Der Ring des Nibelungen. Donald McIntyre, Heinz Zednik, Hermann Becht, Hanna Schwarz, Siegfried Jerusalem, Matti Salminen, Ortrun Wenkel, Gwyneth Jones, Geannine Altmeyer, Peter Hofmann, Manfred Jung, Fritz Hübner e.a. met het Ensemble van het Bayreuth festival 1980 o.l.v. Pierre Boulez. Respectievelijk Rheingold Philips 434.421-2 (2 cd's), Die Walküre 434.422-2 (3 cd's), Siegfried 434.423-2 (3 cd's) en Götterdämmerung 434.424-2 (4 cd's).
Der Ring des Nibelungen. Siegfried Jerusalem, Nadine Secunde, Poul Elming, Anne Evans, Matthias Hölle, John Tomlinson, Philip Kang, Helmut Pampuch, Graham Clark, Bodo Brinkmann, Waltraud Meier e.a. met het Ensemble van het Bayreuth festival 1991 o.l.v. Daniel Barenboim. Teldec 0630-10010-2 (14 cd's); afzonderlijk: Rheingold 4509-91185-2 (2 cd's), Die Walküre 4509-91186-2 (4 cd's), Siegfried 4509-94193-2 (4 cd's) en Götterdämmerung 4509-94194-2 (4 cd's).
Tannhäuser. Sigismund Pilinsky, Maria Müller, Herbert Janssen, Ruth Jost-Arden, Ivar Andresen, Géza Belti-Pilinsky e.a. met het Ensemble van het Bayreuth festival 1930 o.l.v. Karl Elmendorff. Pearl GEMMCD 9941 (2 cd's).
Tannhäuser. Wolfgang Windgassen, Anja Silja, Eberhard Wächter, Grace Bumbry, Josef Greindl, Franz Crass, Gerhard Stolze met het Ensemble van het Bayreuth festival 1962 o.l.v. Wolfgang Sawallisch. Philips 434.607-2 (3 cd's); Hoogtepunten: 446.620-2.
Tristan und Isolde. Wolfgang Windgassen, Birgit Nilsson, Martti Talvela, Eberhard Wächter, Christa Ludwig met het Ensemble van het Bayreuth festival 1966 o.l.v. Karl Böhm. DG 419.889-2 (3 cd's).
Tristan und Isolde. Wolfgang Windgassen, Birgit Nilsson, Christa Ludwig, Eberhard Wächter, Martti Talvela met het Ensemble van het Bayreuth festival 1966 o.l.v. Karl Böhm. DG 449.772-2. Philips 434.425-2 (3 cd's).
Tristan und Isolde. Gunnar Graarud, Nanny Larsen-Todsen, Anny Helm, Ivar Andrésen, Rudolf Bockelmann met het Ensemble van het Bayreuth festival 1928 o.l.v. Karl Elmendorff. Malibran CDRG 102 (3 cd's), verkort Preiser 90383 (2 cd's).
Die Walküre (3e akte). Astrid Varnay, Leonie Rysanek, Sigurd Björling met het Ensemble van het Bayreuth festival o.l.v. Herbert von Karajan. EMI 764.704-2.

Laser-disk beeldplaat en VHS videocassette:
Der fliegende Holländer. Simon Estes, Lisbeth Balslev, Matti Salminen, Robert Schunk, Anny Schlemm, Graham Clark met het Ensemble van het Bayreuth festival o.l.v. Woldemar Nelson. Philips 070-406-1 (2 LD's), 070-406-3 (VHS).
Lohengrin. Paul Frey, Cheryl Studer, Gabriel Schnaut, Ekkehard Wlachiha, Manfred Schenk, Eike Wilm Schulte en het Ensemble van het Bayreuth festival o.l.v. Peter Schneider. Philips 070-436-1 (2 LD's), 070-436-3 (2 VHS banden).
Lohengrin. Siegfried Vogel, Peter Hofmann, Karan Armstrong, Leif Roar, Elizabeth Connell, Bernd Weikl e.a. met het Ensemble van het Bayreuth festival o.l.v. Woldemar Nelsson. Philips 070-411-1 (2 LD's), 070-411-3 (2 VHS banden).
Die Meistersinger. Siegfried Jerusalem, Bernd Weikl, Hermann Prey, Marianne Häggander, Graham Clark, Manfred Schenk, Margie Schiml met het Ensemble van het Bayreuth festival o.l.v. Horst Stein. Philips 070-413-1 (3 LD's), 070-413-3 (2 VHS banden).
Parsifal. Siegfried Jerusalem, Eva Randovà, Bernd Weikl, Hans Sotin, Matti Salminen e.a. met het Ensemble van het Bayreuth festival o.l.v. Horst Stein. Philips 070-410-1 (3 LD's), of 070-410-3 (2 VHS banden); Hoogtepunten: 070-407-3 (VHS).
Der Ring des Nibelungen. Donald McIntyre, Heinz Zednik, Hanna Schwarz, Siegried Jerusalem, Matti Salminen, Gwyneth Jones, Theo Altmeyer, Peter Hofmann, Franz Mazura e.a. met het Ensemble van het Bayreuth festival. o.l.v. Pierre Boulez (regie: Patrice Chéreau, artistieke supervisie: Wolfgang Wagner. Philips 070-407-3 (7 VHS banden), afzonderlijk leverbaar: Rheingold 070-401-1 (2 LD's), 070-4-1-3 (VHS); Die Walküre 070-402-1 (3 LD's), 070-402-3 (2 VHS banden); Siegfried 070-403-1 (3 LD's), 070-403-3 (2 VHS banden) en Die Götterdämmerung 070-404-1 (3 LD's), 070-404-3 (2 VHS banden).
Der Ring des Nibelungen. Siegfried Jerusalem, Nadine Secunde, Poul Elming, Anne Evans, Matthias Hölle, John Tomlinson, Philip Kang, Helmut Pampuch, Graham Clark, Bodo Brinkmann, Waltraud Meier e.a. met het Ensemble van het Bayreuth festival o.l.v. Daniel Barenboim. Teldec 0630-10992-3 (7 VHS banden, ook als afzonderlijke opera's leverbaar).
Tannhäuser. Hans Sotin, Bernd Weikl, Robert Schunk, Franz Mazura, John Pickering, Heinz Feldhoff, Spas Wenkoff, Gwyneth Jones met het Ensemble van het Bayreuth festival o.l.v. Colin Davis. Philips 070-412-3 (2 VHS banden).
Tannhäuser. Richard Versalle, Cheryl Studer, Wolfgang Brendel, Ruthild Engert-Ely, Hans Sotin, William Pell e.a. met het Ensemble van het Bayreuth festival 19.. o.l.v. Giuseppe Sinopoli. Philips 070-435-3 (2 VHS banden).
Tristan und Isolde. René Kollo, Johanna Meier, Hannah Schwarz, Hermann Becht en Matti Salminen met het Ensemble van het Bayreuth festival o.l.v. Daniel Barenboim. Philips 070-409-3 (2 VHS banden).


index

Home  -  Introductie  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links