Opera en operette

Umberto Giordano: Andrea Chénier

 

© Paul Korenhof, augustus 2022

 

Het 'verisme', dat in de jaren rond 1900 zo'n sterk stempel drukte op het Italiaanse muziekleven, heeft diverse werken opgeleverd die bij operaliefhebbers bijzonder populair zijn, maar waarvoor dramaturgen en musicologen minder waardering hebben. Eén daarvan is de opera Andrea Chénier van Umberto Giordano (1867-1948) die bij menigeen nog steeds vooral door losse fragmenten bekend is. Ook bij zangers staat het werk trouwens hoog aangeschreven en vrijwel iedere tenor die zich toelegt op het grote Italiaanse repertoire, heeft de titel hoog op zijn verlanglijstje staan.

Aan de andere kant krijgt Andrea Chénier steeds minder aandacht van operadirecties, waarschijnlijk vooral omdat hedendaagse regisseurs zo weinig voor het werk voelen. Het libretto is dermate verweven met de periode van de Franse Revolutie en het schrikbewind van Robespierre, dat iedere actualisering onmogelijk is, laat staan dat een regisseur er zijn eigen verhaal bij kan verzinnen. Daarbij komt bovendien dat de politieke omstandigheden van die periode wel bepalend zijn voor de loop van het verhaal, maar dat verder uitsluitend als tijdsbeeld en 'decor' fungeren, zodat het werk moeilijk als 'politiek engagement' geïnterpreteerd kan worden.

Ondanks dat sterk aanwezige historische element draait het verhaal volledig om een relatie tussen drie personages en zelfs de enige die naast zijn emoties ook ideologische drijfveren heeft, de voormalige lakei Gérard, laat op essentiële momneten zijn handelen bepalen door persoonlijke gevoelens. Kortom: in Andrea Chénier ontbreekt het totaal aan 'maatschappelijke relevantie'. Het werk is door en door romantisch (zo men wil: oppervlakkig) muziektheater waarin alles wat zweemt naar politieke of maatschappelijke elementen niet meer is dan pittoreske achtergrond.

Als gevolg daarvan geldt Andrea Chénier (première: Milaan, 28 maart 1896) tegenwoordig als schoolvoorbeeld van veristisch effectwerk. De muzikale elementen die de partituur dramaturgisch bepalen, zijn in feite weinig meer dan een muzikaal tijdsbeeld, variërend van het gebruik een gavotte en pastorale in het eerste bedrijf tot het herhaaldelijk terugkeren van melodieën uit de tijd van de Franse Revolutie, die overigens niet eens motivisch verwerkt worden, maar meestal optreden als letterlijke citaten.

Operadriehoek
Dramaturgisch ligt Giordano's populairste opera eveneens onder vuur als de zoveelste variatie op het schema 'sopraan houdt van tenor en bariton gooit roet in het eten'. Bovendien maakt de verdeling van de plot over vier bedrijven een heel traditionele indruk die kan worden samengevat in de woorden 'ontmoeting, liefdesduet, scheiding en hereniging in de dood'. De opbouw van ieder bedrijf is daarbij op en top veristisch met korte scènes vol contrasten, emotionele uitbarstingen en bijfiguren die in hoge mate de sfeer bepalen. In die lijn ligt ook het ontbreken van cantabile-uitweidingen en tekstherhalingen, terwijl de enige traditionele ariastructuur (een strofevorm) te vinden is in het laatste bedrijf, maar daar leest de hoofdpersoon een 18de-eeuws gedicht voor, dus het kon moeilijk anders.

Bekijken we Andrea Chénier zonder vooroordelen, dan zien we echter een heel ander werk met tamelijk verrassende kanten. Zo is er helemaal geen sprake van een traditionele 'operadriehoek'. Inderdaad vormen sopraan (Maddalena) en tenor (Chénier) het liefdespaar met de bariton (Gérard) als rivaal met onbeantwoorde gevoelens, maar hun verhouding verschilt essentieel van wat we gewend zijn uit andere opera's. Het is hier immers niet de bariton die de relatie van de beide anderen verstoort. Integendeel! Gérard doet zelfs meer dan eens zijn uiterste best om zijn rivaal en daarmee diens relatie met Maddalena te redden, en als hij zich tegen Chénier keert door het ondertekenen van een officiële aanklacht, heeft hij daar al binnen een paar minuten spijt van.

De ware hoofdrol
Chénier's gang naar de guillotine was echter onvermijdelijk. Gérard zelf waarschuwde hem daarvoor al aan het slot van het tweede bedrijf, terwijl al eerder uit de woorden van Maddalena viel op te maken dat de dichter bij de revolutionaire leiders uit de gratie gevallen was. Zijn lot stond bij voorbaat vast en daarmee wordt Gérard niet de tegenspeler van de beide anderen, maar bevindt zich met hen op één lijn in een veel sterker conflict. Gedrieën moeten zij het opnemen tegen de Revolutie, die - zoals Luigi Illica dat in zijn libretto Gérard in de mond legt - 'haar eigen kinderen opeet'.

De Franse Revolutie is derhalve de ware hoofdrolspeler in dit drama, waarin alle personages ondergeschikt worden aan de loop van de geschiedenis. Is zij in het eerste bedrijf alleen nog maar als dreiging op de achtergrond aanwezig, meteen al in het begin van het tweede bedrijf blijkt zij de onstuitbare motor van een handeling waarop de individuele personages geen invloed meer kunnen uitoefenen. Het betekent echter wel dat het voor een moderne regisseur vrijwel onmogelijk is de handeling te 'actualiseren'. De personages kunnen met een beetje goede wil naar nog wel onze eigen tijd verplaatst worden, maar met de Franse Revolutie wordt dat een stuk moeilijker!

Nemen we het (geromantiseerde) historisch aspect tot uitgangspunt, dan blijkt elk van de vier bedrijven opgebouwd als een afgerond genrestukje, bijna een opera op zich. De centrale thema's zijn ook alle nauw verbonden met de Franse Revolutie: het standsverschil dat eraan ten grondslag lag, de euforie, opportunisme en blind fanatisme, en natuurlijk de tragiek die dit alles voor talloze individuen met zich meebracht. Tegen die achtergrond heeft Illica ook de relatie Chénier-Maddalena geplaatst, niet als de alles verzengende liefde van een Italiaanse Tristan en Isolde, maar als een zoeken naar sympathie en beschutting in een tijd waarin menselijkheid steeds verder op de achtergrond raakte.

De ware passie
In feite vormen Chénier en Maddalena bepaald geen traditioneel 'operapaar' dat verzengende hartstochten omzet in warmbloedige liefdesduetten. De ware passie blijft voorbehouden aan Gérard en men kan zich zelfs afvragen of de beide anderen wel een echt 'liefdespaar' vormen, zeker waar het Chénier betreft. Aanvankelijk ziet hij Maddalena nauwelijks staan en als zij elkaar in de tweede akte opnieuw ontmoeten, duurt het even eer hij weet wie zij is, laat staan dat hij zich haar naam herinnert. Van haar kant heeft zij in hem ooit iemand ontmoet met wie zij zich dermate verwant voelde, dat zij zich na het verlies van haar moeder, haar positie en haar bezittingen juist tot hem wilde wenden voor hulp en bescherming.

Als de 'gelieven' in het tweede bedrijf tot elkaar komen, wordt daar slechts één keer gerefereerd aan liefde, maar wel wordt hun duet besloten met de gezamenlijke uitroep 'Samen tot in de dood!', hoewel voor geen van beiden op dat moment al sprake is van een acute dreiging. Zij zijn twee eenzame zielen die bij elkaar steun zoeken in een maatschappij die onstuitbaar op hun ondergang aanstuurt. Meer dan een uiting van liefde is hun extatische slotduet dan ook een triomfkreet van twee mensen, die in het gezamenlijk sterven een bevrediging vinden die het leven hen onthouden heeft.

________________
Klik hier voor de synopsis van de opera.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links