Muziek (algemeen)

Muziek achter prikkeldraad (2)

Alma Rosé en het vrouwenorkest van Auschwitz

 

© Aart van der Wal, oktober 2005

 

Het valt nauwelijks te begrijpen dat de Wannsee-conferentie van 20 januari 1942 het einde inluidde van de hoop, de verwachting en uiteindelijk het leven van miljoenen mensen. Tot diep in de herfst van 1944 reden de met de gedeporteerden volgepakte goederentreinen uit alle uithoeken van Europa naar de vernietigingskampen in het oosten. Daar aangekomen werd het merendeel van de ontheemden naar de gaskamers gestuurd. Anderen kregen respijt, waaronder Alma Rosé.

Voorgeschiedenis

Alma Maria werd op 3 november 1906 in Wenen geboren als dochter van Justine Mahler, de zuster van Gustav Mahler, en Arnold Rosé, de concertmeester van de Wiener Hofoper en Wiener Philharmoniker. Tot de vriendenkring van de familie behoorden grote musici als Felix von Weingartner, Leo Slezak, Arnold Schönberg, Hans Pfitzner, Richard Strauss en Bruno Walter.

 
  Alma Maria Rosé (ca. 1920)

Arnold was ook een gerespecteerde vioolleraar aan het Weense conservatorium en het lag dus voor de hand dat ook de getalenteerde Alma les van hem kreeg. Voor zover bekend bleef haar vader haar enige leraar. Op haar veertiende trad zij voor het eerst in het openbaar op en gaf zij zes jaar later met het orkest van de Weense Staatsopera onder leiding van haar vader haar eerste grote concert. Ernst Krenek betitelde haar spel als zeer gedisciplineerd en Erich Korngold droeg een vioolwerk aan haar op.

Alma was wat men nu assertief zou noemen, een doortastende, maar vooral intelligente schoonheid die er niet tegenop zag om in een open vliegtuig van Praag naar Wenen te vliegen en flitsende autoritten te maken in Wenen en omgeving (zij bezat een rijbewijs). Kortom, Alma stond met de beide benen in het leven toen zij de Tsjechische musicus Váša Prihoda leerde kennen. Prihoda was in die dagen een bekend en groot violist en het samen musiceren speelde in hun verbintenis zeker een rol van betekenis. Zo traden zij met veel succes in het openbaar op, onder andere in Bachs Dubbelconcert. Het paar trouwde op 16 september 1930 in Wenen, met als getuigen Arnold Rosé en Franz Werfel, die zich als schrijver in Wenen had gevestigd en een jaar eerder met Alma Schindler, de weduwe van Gustav Mahler, in het huwelijk was getreden.

Al na vijf jaar strandde echter de echtverbintenis tussen Alma Rosé en Váša Prihoda. De grote onderlinge karakterverschillen en hun sterke persoonlijkheid hadden de liefde aanzienlijk bekoeld en in 1935 werd in Brandys nad Labem het huwelijk ontbonden.

 
  Váša Prihoda (ca. 1920)

Anschluss

Na de Anschluss in maart 1938, Hitlers annexatie van Oostenrijk, kreeg de Reichskulturkammer het voor het zeggen en werden aan talloze musici, maar ook aan vele andere kunstenaars allerhande beperkingen opgelegd. Ook over het culturele leven in de Oostenrijkse hoofdstad lag na verloop van tijd een verstikkende deken, maar ook kwam voor velen de persoonlijke lijdensweg in zicht. Op 13 maart werd het Anschlussgesetz van kracht en kwam vervolgens de Arisierung op gang. Twee dagen eerder zat Arnold Rosé nog aan de eerste lessenaar in de Weense Staatsopera, maar spoedig daarna verloor de inmiddels 75-jarige concertmeester, evenals zo vele andere joodse musici, zijn baan en werd hij - na 57 jaar concertmeester te zijn geweest - op aanwijzing van de Kulturkammer eenvoudig 'weggepensioneerd'. Het was afgelopen met zijn muzikale loopbaan, waaronder 44 jaar bij de Hofmusikkapelle en 56 jaar als primarius van het bekende Rosé Kwartet, dat excelleerde in de vertolking van de Weense klassieken.

Zoals hij aan de violist en muziekpedagoog Carl Flesch schreef: "Ich bin in den Ruhestand versunken, ohne Sang und Klang. Ich glaube, daß Sie mich genügend kennen, um zu wissen, daß mir Eitelkeit fremd ist, aber daß man so plötzlich totgesagt wird, ist nicht zu fassen. Ab 1. Mai erwarte ich meine Vollpension, doch habe ich bis jetzt keine amtliche Benachrichtigung erhalten. Mein kleines Vermögen ist während der Inflation in Nichts zerronnen, so daß ich meinen Lebensstandard auf mehr als bescheiden herunterdrücken muß. Ich bin 75., meine Frau im 70. Lebensjahr, da muß die Pension noch ein paar Jahre langen. Das vieljährige Leiden meiner Frau trübt meine letzten Jahre, doch bin ich noch bei Gesundheit und habe nicht einmal der gewissen «Tatterich»! Ha, ha!"

 
  Alma en Arnold Rosé (1927)
   
   

Het toegezegde pensioen kwam uiteindelijk niet. Op 1 juli 1938 werd hij zonder aanspraken op pensioen eenvoudigweg ontslagen. Voor Rosé was de Reichskristallnacht van 9 op 10 november het signaal om Oostenrijk te verlaten en een veiliger heenkomen te zoeken, maar de financiële middelen ontbraken hem daarvoor. Dankzij de inspanningen van Carl Flesch kwam er tenslotte toch geld op tafel en vertrok Arnold (zijn vrouw Justine Mahler was op 22 augustus 1938 overleden) alsnog naar Engeland. Alma was hen op 24 maart al vooruit gegaan. Eduard, de broer en jarenlange kwartetpartner van Arnold, bleef achter en stierf op 24 januari 1943 in het Tsjechische doorgangskamp Terezín (Theresienstadt). Arnold stierf in 1946 in Londen.

Een damesorkest in Wenen

De tentakels van de Reichskulturkammer reikten tot ver in het Oostenrijkse cultuurlandschap. Zo sneuvelde na de Anschluss het door Alma in 1932 opgerichte en veelvuldig door Europa reizende damesorkest Wiener Walzer Mädeln, waarvan Alma's beste vriendin, Anni Klux, de concertmeester was. Karoline Rostal, de tweede vrouw van de grote violist en muziekdocent Max Rostal, was ook lid van het ensemble: "Wir waren fesche Mädeln - und obwohl wir vor allem Walzer und solche Sachen spielten, dressierte uns Alma gehörig. Sie verlangte unerbittlich, daß wir auch diese leichten Stücke perfekt spielten. Es ware eine schöne Zeit." Het waren eigenschappen die Alma later, in Auschwitz, goed van pas kwamen.

Prihoda wordt gemangeld

De violist werd, zoals zo velen in de donkere nazi-periode, ongenadig door de publiciteitsmangel gehaald. Hem werd verweten dat hij uit opportunisme Alma aan de kant had gezet en dat hij van 1937 tot 1943 wederom met een 'jodin' trouwde en hij daardoor Das deutsche Blut und die deutsche Erde had bezoedeld. Van publieke optredens kon onder deze omstandigheden geen sprake meer zijn...

In de eerste januaridagen van 1946 daalde een nieuwe donderbui op Prihoda neer, toen enige vooraanstaande Weense 'cultuurbewaarders' in de pers lieten weten dat ze toch werkelijk hoopten dat de aankondiging dat Prihoda voor het Weense publiek weer zou gaan optreden, op een misverstand berustte. Er kon toch volgens de notabelen geen enkele sprake van zijn dat een concert werd toegestaan aan 'een man die de dood van zijn vrouw op zijn geweten had'. In de pers, maar ook daarbuiten ging het verhaal dat Prihoda zich na de opkomst der bruinhemden snel van (de joodse) Alma had laten scheiden om zijn carrière niet in gevaar te brengen, waarna hij haar willens en wetens aan de nazi's had uitgeleverd. Alma stierf vervolgens in Auschwitz. "Váša Prihoda rechnet mit der Vergeßlichkeit der Menschen. Er rechnet falsch, denn Wien hat nicht die geringste Lust, soviel Charakterlosigkeit einfach zur Kenntnis zu nehmen. Wir glauben, daß schon die Konzertveranstalter Váša Prihoda die Peinlichkeit abnehmen werden, die Meinung Wiens über seine Schäbigkeit genauer kennenzulernen. Sie sei daher hier klar ausgedrückt: Wir wollen Herrn Prihoda in Wien weder hören - noch sehen."

Prihoda's impresario Voss kon er niet omheen en berichtte zijn cliënt dat de situatie 'pijnlijk' was en dat het daarom beter was om het geplande concert af te zeggen, maar gelijktijdig vroeg hij om uitleg over de geuite beschuldigingen. Die opheldering kwam pas op 29 mei, toen Prihoda in een brief aan een Zwitserse impresario de absurde beschuldigingen tegensprak. Wederom was hem met het oog op concerten in Zwitserland het vuur na aan de schenen gelegd en werd van hem verwacht dat hij opheldering verschafte. Uit zijn antwoord blijkt dat Prihoda er meer dan genoeg van had om zich steeds weer tegen de (valse) beschuldigingen teweer te moeten stellen. Hij had er meer dan genoeg van en achtte het niet in zijn belang om met mensen in zee te gaan die twijfelden aan zijn integriteit.

Gerehabiliteerd en succesvol

In 1948 vestigt Prihado zich in het Italiaanse Rapallo en hij rekent op het Italiaanse staatsburgerschap, maar het komt er niet van. De autoriteiten werken tegen, er worden allerlei pogingen gedaan om het proces te vertragen en tenslotte gaat het verzoek de bureaucratische ijskast in. Uit protest neemt de violist de Turkse nationaliteit aan! In 1949 onderneemt hij uitgebreide concertreizen naar de V.S., Duitsland, Zwitserland en zelfs Oostenrijk, waar hij nu weer welkom is, nadat een uitvoerig Tsjechisch antecedentenonderzoek niets ten nadele van Prihado had opgeleverd en hij door de denazificatie-commissie in Praag 'schoon' was verklaard.

In 1950 wordt Prihoda zowaar docent in het vioolspel aan de Weense muziekacademie en volgen er vijf jaar later weer succesvolle concertreizen door geheel Europa - behalve in Tsjechië. Maar in 1956 is Prihoda dan toch te gast bij het Praagse lentefestival, nog geen halfjaar voordat Sovjettanks in de straten van Boedapest de Hongaarse volksopstand zouden smoren. Het concert op 30 mei in de Smetana-zaal brengt ongekende stormen van enthousiasme teweeg. Liefhebbers zonder kaartje zetten zich schrap in de vensters van de zaal om maar geen glimp van het schouwspel te hoeven missen. Het is ook het moment van het weerzien van Prihoda's familie, waaronder zijn zus Ruzenka. Op 26 juli 1960 overleed Prihoda aan een hartaanval.

Onzekere toekomst, naar Nederland

Alma was in maart 1939 uitgeweken naar Londen, maar vervolgens gaat zij naar ons land om concerten te geven. Na de Duitse inval in Polen, op 1 september 1939, moet het Alma na verloop van tijd duidelijk zijn geworden dat de Duitse opmars niet te stuiten is en dat vroeg of laat ook West-Europa zal worden bezet. Zij keert echter niet tijdig terug naar Londen, blijft in ons land hangen en maakt daarmee een fatale keus. Op 10 mei 1940 is het dan zover en begint de Duitse opmars in Nederland. Als de jodenvervolging eenmaal vaste vormen aanneemt, duikt Alma onder, hoewel zij tussen januari 1941 en augustus 1942 nog vele illegale huisconcerten geeft met onder andere werken van Beethoven en Brahms, muziek die door joden sowieso niet meer mag worden gespeeld. Zo speelt zij op 16 maart 1941 in Utrecht Beethovens Kreutzer-sonate en treedt ze eind december met de Hongaarse pianist Géza Frid op met onder andere de Ciaccona van Bach en de vioolsonate van Debussy.

Om haar joodse afkomst te verbergen, trouwt zij met Constant August van Leeuwen. Het is een schijnhuwelijk en zij waant zich met die achternaam redelijk veilig, maar als de deportaties eenmaal goed in gang zijn gezet, schrijft zij op 7 augustus 1942 aan Carl Flesch: "Sehr geehrter Herr Professor! Es gibt keinen andren Weg von Ihnen Abschied zu nehmen. Damit wissen Sie alles! Ich gehe, versuche in die Freiheit zu kommen, sonst gehe ich zu Grunde. In diesem Moment möchte ich Ihnen noch einmal sagen - ich weiß, daß nur Sie es möglich machten, daß mein Vater in einem freien Land jetzt lebt. Mehr kann kein Mensch auf der Welt für mich tun und doch haben Sie es getan und die Gefühle die ich für Sie habe, brauche ich nicht mehr zu schreiben. Die müssen Sie wissen. Werde ich Sie im Leben wiedersehen? Gott schütze Sie beide. Seien Sie im Geiste umarmt. Alma."

 
  In het doorgangskamp Drancy

Vlucht en arrestatie

Alma vlucht naar Frankrijk en wordt daar door de Gestapo gearresteerd, waarna ze in het miserabele doorgangskamp Drancy bij Parijs belandt. In het kamp (afb. rechts) zijn de omstandigheden met geen pen te beschrijven. Het kamp is overvol, velen verblijven in de open lucht zonder enige bescherming, de sanitaire voorzieningen zijn ronduit hopeloos, eten en drinken is volstrekt onvoldoende voorhanden en naarmate het kamp toch nog almaar voller wordt, breken er allerlei conflicten uit. De mensen leven er als haringen in een ton, ze worden gemarteld, geslagen en geschopt, waarbij ook de Franse bewakers zich van hun slechtste kant laten zien. Kortom, de toestand is onhoudbaar en wordt er zeker niet beter op als op 2 juli 1943 de beruchte Alois Brünner tot kampcommandant wordt benoemd. Alma verblijft dan al zes maanden in het kamp, maar op 18 juli is het dan zover en wordt zij op transport gesteld en in een overvolle goederenwagon geperst, richting Auschwitz.

Auschwitz

De trein arriveert op 20 juli in Auschwitz. Op het losperron ontloopt Alma de selectie voor de gaskamers, ze wordt kaalgeschoren, ontluisd, van kampkleding voorzien en geregistreerd als Häftling Nummer 50381. Alma krijgt respijt.

Ze komt in blok 10, het sterilisatieblok, terecht. Een daar dienstdoende arts viert haar verjaardag en het lijkt de blokoudste een goed idee dat er ook muziek klinkt: "Kan iemand vioolspelen?" Het is het begin van Alma's korte loopbaan als Kapellmeisterin. Enige dagen later wordt zij van het Auschwitz I Stammlager naar Birkenau overgeplaatst.

In het voorjaar van 1943 waren er al pogingen gedaan om een vrouwenorkest in Auschwitz van de grond te krijgen, maar er kwam niets van terecht. Margita Schwalbová herinnert zich dat niet lang daarna zich in het kamp het gerucht verspreidde dat een nieuwe Kapellmeisterin was aangekomen en dat die zondagmiddag het eerste concert zou plaatsvinden. "Schon bei den ersten Takten hielten wir den Atem an. Die Töne, die aus der Geige der neuen Kapellmeisterin erklangen, waren eine längst vergessene Welt: Tränen, erstarrt am Rande eines undurchlittenen Schmerzes, ein Lächeln, weggeweht vom Sturm tausender Toten. Wer ist das?“ Irgendwoher kam die Antwort: „Alma Rosé.“"

Alma stelde het vrouwenorkest voornamelijk samen uit amateurmusici, instrumenteerde zelf daarvoor de muziek en liet het niet alleen bij de bekende verplichte schlagers en bekende operamelodieën, maar koos ook muziek uit van onder anderen Dvorák, Chopin, Mozart, Bach, Tsjaikovski, Schubert en Beethoven. De eerste zondagconcerten vinden in het blok plaats, tot de kampleiding dit verbiedt, waarna wordt uitgeweken naar de wasruimte. Schwalbová: "Tausend, vielleicht auch mehr Häftlinge, strömten vor Beginn in die Sauna und während des Konzertes herrschte hier eine Stille wie in einer Kirche. Es waren die feierlichsten Momente im Lager."

Helena Dunicz-Niwinska: "Ich wußte, daß sie eine berühmte Violinistin ist, weil ich sie schon vor dem Kriege, in 1932, in Lwov zusammen mit Váša Prihoda mit Bachs Violin-Doppelkonzert gehört hatte. Sie war auch im Lager ihrer Meisterschaft bewußt. Bei 'großen Besuchen' hatte ich immer den Eindruck, daß sich Alma voll Würde halte, gar nicht servil [...]. Die Momente, wenn sie mit Solostücken auftrat, erschienen für uns wie das Übertreten in eine andre Welt."

Anita Lasker-Wallfisch: "Sie selbst war eine erstklassige Geigerin. Vor allem aber war sie eine starke Persönlichkeit. Sie wurde bedingungslos respektiert. Wenn es je jemanden gegeben hat, der einer nahezu unmöglichen Aufgabe gegenüberstand, dann war sie es. Ich war gerade aus dem Kranken-Revier zurückgekommen, wo ich wie durch ein Wunder den Flecktyphus überlebt hatte... Ich hörte schlecht, sah schlecht und spielte schlecht. Falsche Noten waren nicht erlaubt, also wurde ich bestraft und mußte den Fußboden wischen. Ich war wütend, ich habe sie dafür gehaßt. Aber, so merkwürdig es auch klingen mag, heute, nach all den Jahren habe ich nichts als Bewunderung für Almas Haltung.. Wer von uns überlebte, verdankte es vor allem ihr. Sie duldete nichts Zweitklassiges. Das höchste Lob: „Das wäre gut genug für meinen Vater gewesen.“ Überhaupt sprach sie sehr oft von ihrem Vater, und immer wieder sagte sie: „Wenn irgendeine von uns hier überleben sollte: sucht meinen Vater. Er lebt in London. Erzählt ihm von uns.“ Ich konnte ihren Wunsch erfüllen und verbrachte ein paar Stunden mit Arnold Rosé als ich nach London kam. Wir sprachen über Alma, und ich schonte ihn so gut wie möglich. Bald darauf starb er selbst."

Zofia Cykowiak: "Nach Übernahme des Ensembles durch Alma wurde die Mehrzahl der miserablen Instrumente durch bessere ersetzt (sie stammten aus jüdischen Transporten). Die Dirigentin erhielt zu ihrer Verfügung eine kostbare Geige. Je nach Bedarf erhielt das Ensemble die benötigten Materialien direkt von der Lagerführung, vorwiegend vom Kommandanten Hössler. Die Lagermachthaber besuchten unseren Block zu den Probezeiten, um Almas Spiel zu hören. Sie hatte in ihrem Repertoire viele Solopartien mit Orchesterbegleitung. Mit Stolz wurden Gäste gebracht und eindeutig 'prahlten' die SS-Männer mit dem Besitz des Frauenorchesters und vor allem der Geigerin dieses Ranges. Sie wurde mit einer - was die Lagerverhältnisse anbetrifft - unerhörten Höflichkeit, ja geradezu Wertschätzung behandelt. Von den Befehlshabern wurde sie mit 'Frau Alma' angesprochen, was absolut außergewöhnlich war."

'Terugkeer van de arbeid' - tekening van Mieczylaw Koscielnak in Auschwitz-Birkenau. Het vrouwenorkest van Auschwitz speelt...

Flora Schrijver: "Met twee anderen werd ik uit 150 vrouwen gekozen en naar de dirigente Alma Rosé gebracht. „Du spielst irgendwie unglaublich muffig, aber ich mag die Holländer! Ich war mit einem holländischen Ingenieur verheiratet.“ - en ze voegde eraan toe dat ze zou proberen mijn leven te redden. En ze wilde mij noten leren lezen. Als je deze vrouw hoorde spelen, was dat eenvoudig fantastisch. Ze was tenslotte ook een concertvioliste. Wanneer ze speelde, luisterden de SS'ers met open mond. Als ze kwaad was, speelde ze in de barak Mendelssohns Vioolconcert..."

Violette Jacquet: "Ich war in einem Zustand extremer Schwäche, konnte das Schritt-Tempo meiner Kameraden nicht mithalten und folgte ihnen in etwa dreißig Metern Abstand. Als Franz Hössler (de kampcommandant - AvdW) mich bemerkte, hielt er neben Alma an und fragte sie, wer diese 'Muselmane' (zo werd een volkomen uitgeteerde gevangene aangeduid - AvdW) sei, die nicht folgte. „Das ist eine meiner besten Geigerinnen!“ Das entsprach nicht der Wahrheit, denn ich war eine der weniger guten. Er genehmigte, mir die 'Diät' zu erhöhen. Wahrscheinlich habe ich dank dessen das Lager überlebt."

Op 3 april 1944 heeft Alma hoge koorts, tegen de veertig graden, ze klaagt over zware hoofdpijn en moet voortdurend overgeven. In de loop van de dag raakt ze bewusteloos en is haar lichaamstemperatuur nu juist lager dan normaal. Margita Schwalbová bericht hierover: "Ihr Körper ist mit kleinen Blutergüssen übersät, und automatisch greift sie nach ihrem Kopf. Ist es schwerer Flecktyphus, Gehirnhautentzündung, oder eine Vergiftung? Wir machen eine Magenspülung. Ich bleibe die Nacht hindurch bei Alma, fühle ihren Puls, verabreiche Herzmittel. Alma bleibt bewußtlos, unruhig, die Augen weit offen, suchend."

Inderdaad werd aan vergiftiging gedacht. Op 3 april zei Alma: "Ich habe Wodka getrunken." Maar de alcohol in het kamp was meestal methanol. Halina Zombirt, toen verpleegster in het hospitaal, schreef in 1987 aan Zofia Cykowiak: "Die Nachricht von der Methylalkoholvergiftung brachte unsere Nora. Die nächste mit gleicher Diagnose war Frau Schmidt. An der Veranstaltung brachte Schmidt noch eine Flasche, eben diese verhängnisvolle, von der sich die beiden vergiftet haben."

De volgende dag wordt Alma door haar kameraden overgebracht naar het kampziekenhuis in blok 4. Later in de middag wordt nog een lumbaalpunctie gedaan, die een heldere vloeistof oplevert. Haar toestand verslechtert echter zienderogen, de pupillen zijn verwijd, haar bewegingen zijn krampachtig, haar vingers zoeken, de eerste epileptische aanval van de vele die nog zullen volgen. Ze overlijdt nog diezelfde dag, op 4 april 1944.

Haar lichaam werd, gewikkeld in een laken, opgebaard voor het Lager-Revier. Zofia Cykowiak legde er nog enige groene takken op, de talloze kleine blauwe vlekken op haar handen waren goed te zien. Kort daarop werden Alma's stoffelijke resten overgebracht naar het crematorium om aldaar te worden verbrand. Op 3 november zou zij 38 jaar zijn geworden.

Todesfuge

Schwarze Milch der Frühe
wir trinken sie abends wir trinken sie mittags und morgens
wir trinken sie nachts
wir trinken und trinken
wir schaufeln ein Grab
in den Lüften
da liegt man nicht eng

Ein Mann wohnt im Haus
der spielt mit den Schlangen
der schreibt
der schreibt wenn es dunkelt nach Deutschland
dein goldenes Haar Margarete

er schreibt es und tritt vor das Haus
und es blitzen die Sterne
er pfeift seine Rüden herbei
er pfeift seine Juden hervor
läßt schaufeln ein Grab in der Erde
er befiehlt uns
spielt nun zum Tanz

Schwarze Milch der Frühe
wir trinken dich nachts
wir trinken dich morgens und mittags
wir trinken dich abends
wir trinken und trinken

Ein Mann wohnt im Haus
und spielt mit den Schlangen
der schreibt
der schreibt wenn es dunkelt nach Deutschland
dein goldenes Haar Margarete

Anselm Kiefer: Dein goldenes Haar Margarete

Dein aschenes Haar Sulamith
wir schaufeln ein Grab in den Lüften
da liegt man nicht eng

Er ruft
stecht tiefer ins Erdreich
ihr einen
ihr anderen singet und spielt
er greift nach dem Eisen im Gurt
er schwingts
seine Augen sind blau
stecht tiefer die Spaten ihr einen
ihr andern spielt weiter zum Tanz auf

Schwarze Milch der Frühe
wir trinken dich nachts
wir trinken dich morgens und mittags
wir trinken dich abends
wir trinken und trinken

ein Mann wohnt im Haus
dein goldenes Haar Margarete
dein aschenes Haar Sulamith
er spielt mit den Schlangen
Er ruft
spielt süßer den Tod
der Tod ist ein Meister aus Deutschland
er ruft
streicht dunkler die Geigen
dann steigt ihr als Rauch in die Luft
dann habt ihr ein Grab in den Wolken
da liegt man nicht eng

Schwarze Milch der Frühe
wir trinken dich nachts
wir trinken dich mittags
der Tod ist ein Meister aus Deutschland
wir trinken dich abends und morgens
wir trinken und trinken
der Tod ist ein Meister aus Deutschland
sein Auge ist blau
er trifft dich mit bleierner Kugel
er trifft dich genau
ein Mann wohnt im Haus
dein goldenes Haar Margarete
er hetzt seine Rüden auf uns
er schenkt uns ein Grab in der Luft
er spielt mit den Schlangen und träumet
der Tod ist ein Meister aus Deutschland
dein goldenes Haar Margarete
dein aschenes Haar Sulamith

Paul Celan: Todesfuge

Ronald Ophuis: Birkenau II

Bronnen

Richard Newman/Karen Kitley: Alma Rosé: Wien 1906 - Auschwitz 1944, eine Biographie, met een voorwoord van Anita Lasker-Wallfisch. 500 blz. Literatur- und Kunstverlag Weide, ISBN 3-931135-66-7

HOLOCAUST - A Music Memorial Film from Auschwitz (BBCDDVD1505) (dvd-v) (290 minuten).


In de volgende aflevering: Het getto in Theresienstadt (Terezín)

Naar deel 1


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links