Muziek (algemeen)

In memoriam

Cornelis van Zwol (1935 ~ 2020)

 

© Maarten Brandt, april 2020

 

Onlangs bereikte ons het tragische bericht dat eind maart het oud-hoofd van de muziekafdeling van de – later met de KRO gefuseerde – NCRV (voluit: Nederlands Christelijke Radio Vereniging), Cornelis van Zwol, op 85 jarige leeftijd is overleden.

Van Zwol behoorde tot de meest markante en oorspronkelijke persoonlijkheden in de klassieke muziekwereld van omroepland. Zijn werkzame periode bij de NCRV strekte zich uit van 1960 tot 1990, maar hij begon zijn actieve leven in de chemie. Natuurlijk is hij vooral bekend als niet alleen de grootste Bruckner-expert in ons land, maar ook tot ver daarbuiten. Dirigenten van onbetwiste faam als Bernard Haitink en Riccardo Chailly staken hun licht bij hem op en niet voor niets was hij een graag geziene gast van het Linzer Bruckner Festival, dat hij decennia lang jaarlijks bezocht en waar hij actief aan tal van symposia deelnam om zijn licht over het oeuvre van de grote Oostenrijkse symfonicus te laten schijnen. En dit laatste niet alleen in Linz, ook elders voerde hij met verve het woord over zijn grote idool. En we hebben het aan hem te danken dat er in ons land aandacht kwam voor de oerversies van Bruckners Derde, Vierde* en Achtste symfonie. Verder kent menige muziekliefhebber Van Zwol natuurlijk als een van de meest productieve medewerkers van het muziektijdschrift Luister, waarin hij niet alleen over Bruckner schreef – waaronder een (getuige het enorme en lovende aantal lezersreacties; niet voor niets is het later ook in boekvorm uitgegeven) legendarisch geworden reeks artikelen onder de titel ‘Op reis door het land van Bruckner' - maar tevens over Mahler, Bach, Stravinsky, Schütz en wie al niet.

‘Hofleverancier'
Want Van Zwols muzikale belangstelling was, anders dan sommigen op het eerste gezicht zouden verwachten, heel breed. Niet alleen was hij actief betrokken bij de activiteiten van de Heinrich Schütz Gesellschaft van welke instelling hij vicepresident was, ook maakte hij minstens even intensief als bestuurslid deel uit van de Nederlandse afdeling van Internationale Gustav Mahler Gesellschaft, nu Gustav Mahler Stichting Nederland. Net als Marius Flothuis, Willem Vos en Leo Samama was Van Zwol bovendien een ware ‘hofleverancier' in toelichtingen, niet in de laatste plaats in Preludium van het Koninklijk Concertgebouworkest en het voormalige Intrada van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, terwijl hij tevens meewerkte aan belangwekkende publicaties van eerstgenoemd ensemble zoals het onder redactie van Nico Steffen staande boek ‘Bruckner en het Koninklijk Concertgebouworkest' (Uitgeverij Thoth), waarin een substantieel essay van Van Zwol over het versie-probleem van Bruckners symfonieën is opgenomen. Hoe imposant deze en andere publicaties over Bruckner en andere componisten van Van Zwols hand – die, op gevaar af anders teveel in opsommingen te vervallen, in dit kader ongenoemd moeten blijven – ook zijn; dit alles culmineerde in 2012 in wat met recht Van Zwols levenswerk en testament in één mag worden genoemd: zijn lijvige en eveneens bij Thoth verschenen boek ‘Anton Bruckner 1824-1896 leven en werken' dat op onze site uitvoerig door ondergetekende werd besproken (klik hier voor de recensie).

Draconische bezuinigingen
Om nu even persoonlijk te worden; ik herinner me nog als de dag van gisteren dat ik mocht toetreden tot het muziekjournalistieke gilde van Luister, maar niet zonder dat ik eerst een proeve van bekwaamheid moest afleggen. En toeval of niet, hier komt meteen Cornelis van Zwol in beeld. Want wat wilde het geval? Cornelis, die altijd steevast in Luister over Bruckner schreef, bleek betrokken bij een van de belangrijkste evenementen rond deze componist in den lande. Te weten de Nederlandse première in 1985 in de grote zaal van het Amsterdamse Concertgebouw door het Utrechts Symfonie Orkest onderleiding van Hubert Soudant van de vierdelige en door William Carragan gerealiseerde finale van de Negende symfonie. Een gebeuren dat misschien wel als een van de meest bizarre concerten in de annalen van de geschiedenis der Nederlandse symfonische muziek mag worden bijgeschreven. Het feit wil namelijk dat het bewuste gezelschap uitgerekend met deze productie – die ook op lp verscheen, maar helaas nooit op cd is overgezet – zijn laatste concert gaf. Als gevolg van de op instigatie van minister Elco Brinkman doorgevoerde draconische bezuinigingen, werd het USO immers tot een fusie gedwongen met het Amsterdams Philharmonisch Orkest en het Nederlands Kamerorkest. Hoe dan ook, duidelijk was dat Cornelis over dit uiterst belangwekkende gebeuren niet in Luister kon schrijven. Vandaar dat die opdracht op zijn aanbeveling bij mij terechtkwam en ik hem moest interviewen. En dat was een feest. Ik leerde een man kennen die ik zou willen typeren in termen van een hyperfanaticus, maar dan – en dat is een tamelijk zeldzaam voorkomende persoonlijkheidsstructuur – van de vriendelijkste en ontwapenendste soort. Geen wonder dus dat het meteen tussen ons klikte. En of het nu door Cornelis kwam of de toenmalige hoofdredacteur Cor Molenbeek (ik denk beide, want Molenbeek kende ik heel goed uit mijn geboortestad Arnhem, waar ook hij woonde), niet lang na het verschijnen van het artikel werd ik uitgenodigd de schare medewerkers van Luister te komen versterken. Maar niet alleen gedurende de redactievergaderingen van laatstgenoemd tijdschrift, ook tijdens tal van andere gelegenheden heb ik het immense genoegen gehad met Cornelis te mogen samenwerken.

Cornelis van Zwol (l.) overhandigt Cor Molenbeek de zojuist verschenen Bruckner-biografie (foto: Mary Molenbeek)

Eerbetoon
Zo hebben we menigmaal als jurylid van de Edison Stichting (zo heette dat toen nog) een stoel met elkaar mogen delen en waren we het doorgaans snel eens over die uitgaven die er echt – inhoudelijk gezien – toe deden en het daarom verdienden in de prijzen te vallen. Cornelis toonde zich gedurende onverschillig welke beraadslagingen een ras-erudiet, zij het geheel gespeend van opgelegd pandoer en de wil zich ten koste van anderen te manifesteren. Want als hij iets óók kon, dan was het wel goed luisteren. Wel te verstaan, niet alleen naar de muziek die hem ter harte ging, maar – zeker zo belangrijk – ook naar de ander, de medemens. Geen wonder dat er allengs een hechte vriendschap ontstond. Niet in de zin dat we elkaars deur platliepen, wel zodanig dat er regelmatig telefonisch contact was. Daarbij passeerden niet alleen muzikale onderwerpen de revue, integendeel. Ook het wel en wee van het leven met al zijn hoogte- en dieptepunten – gezondheidsproblemen zijn Cornelis helaas allerminst bespaard gebleven – kwamen uitvoerig aan de orde, waarbij trouwens een subtiele humor, diepe ernst en een ontspannend relativeringsvermogen elkaar geenszins in de weg stonden. Een verhaal apart waren onze gedachtewisselingen over de tijdsduren in de delen van Bruckner- en Mahlersymfonieën. Daar raakten we maar niet over uitgepraat. We hadden wat dat betreft, dezelfde ‘tic'. Last but not least is hij tot zijn laatste snik helder van geest gebleven en sterker nog: had hij zo goed als volledig de laatste hand gelegd aan een nieuw boek over de receptie van Stravinsky in Nederland. Laat ons vurig hopen dat het manuscript zich in een dusdanige staat bevindt dat de omstandigheden het toelaten dit als een waardig eerbetoon aan een van de grootste schrijvende muzikale persoonlijkheden van ons land postuum uit te geven.

Coda: enige herinneringen aan Cornelis van Zwol
door Aart van der Wal

Een van mijn dierbaarste herinneringen aan de onlangs overleden nestor van de muziekjournalistiek en Bruckner-biograaf Cornelis van Zwol betreft…Anton Bruckner en wel de telefoongesprekken die wij met elkaar voerden naar aanleiding van mijn artikel over de onvoltooid gebleven finale van de Negende symfonie (u vindt het artikel hier). Nadat hij het stuk had gelezen kende zijn enthousiasme geen grenzen: eindelijk, ja eindelijk werd - zo vond hij - die finale althans op papier recht gedaan, waren er nieuwe inzichten die hij nog niet kende en uitte hij zijn grote waardering voor de vele moeizame pogingen om wereldwijd tot uitvoering ervan te komen. Het was, zo blijkt uit mijn notities, in maart 2006 toen die gesprekken plaatsvonden.

Daaraan was de traditionele postverzending voorafgegaan, want emailen kon met Cornelis niet: “Ik ben van harte digibeet en zal dat tot mijn laatste ademtocht blijven!” zo riep hij meerdere malen uit. De schrijfmachine en nog net niet de kroontjespen was zijn belangrijkste attribuut. Dus corresponderen met Cornelis verliep volgens de geijkte methode, in envelop met postzegel. Veel postzegels eerlijk gezegd, want ik heb pákken papier naar zijn woonadres in Amersfoort gestuurd. Om dan vervolgens een immer verheugde Cornelis aan de bel te krijgen, waarna er weer stevig over dit of dat werd gediscussieerd.

De door collega Maarten Brandt besproken Bruckner-biografie is zeker in de Nederlandse taal het enige standaardwerk en daar zie ik geen verandering in komen. Het was niet van een leien dakje gegaan, het kostte hem talloze reisuren, niet minder talloze gesprekken, maar ook vele bezoeken aan archieven en bibliotheken, muziekwetenschappers en andere Bruckner-kenners. En dit alles geheel en al voor eigen rekening. Hij moet duizenden euro's in dit niet alleen voor hem zo belangrijke project hebben gestoken. Voor hem dus niet het internet maar het ‘tastbare', met name in de steden en dorpen van Opper-Oostenrijk, waar Bruckner zijn wortels had, maar ook later in Wenen, waar hij bij het muziekarchief van de Weense Gesellschaft der Musikfreunde en de Nationale Bibliotheek zo ongeveer kind aan huis was.

Zijn grote maatschappelijke betrokkenheid, maar ook zijn plichtsbesef (hij verzorgde zijn moeder jarenlang, tot het laatst) en collegialiteit (zo maakte ik hem ook bij Luister mee) hebben op zijn directe omgeving een onuitwisbaar stempel gedrukt. Maar ook in ‘Bruckner-kringen' was hij altijd weer een graag geziene gast die vaak het spreekgestoelte beklom om zijn gehoor– waaronder internationale Bruckner-experts van grote naam en faam – zijn fenomenale, bijna encyclopedische kennis over die van oorsprong zo eenvoudige onderwijzer uit Windhaag uit te strooien. Zo heb ik hem meerdere keren mogen meemaken, met name tijdens de Bruckner-festivals in Linz.

Maar de belangrijkste herinnering aan Cornelis van Zwol is gelukkig blijvend: die indrukwekkende Bruckner-biografie en zijn vele journalistieke schrijfsels waaruit telkenmale zijn grote liefde voor de muziek bleek.

Cornelis van Zwol: requiescat in pace.

______________
*) De wereldpremière op 20 september 1975 van de ‘Urfassung' uit 1874 van de Vierde symfonie door de Münchner Philharmoniker onder supervisie van Kurt Wöss, waarvan de cd-primeur bij Van Zwols Bruckner-biografie is gevoegd, is niet denkbaar zonder het initiatief van Cornelis, die niet alleen de uitzendingsrechten voor de NCRV-radio wist te verwerven, maar er toen tevens in slaagde het geheel op een dubbel-lp te laten verschijnen.

Klik hier voor het interview dat collega Gerco Schaap in de zomer van 2012 met Cornelis van Zwol had.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links