Multimedia

 

© Siebe Riedstra, oktober 2014

 

RCO Editions 8 - Anton Bruckner

Bruckner: Symfonie nr. 5 in Bes (Nowak 1951, derde gereviseerde editie 2005)
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt
Live-opname: 25 & 27 okt 2013, Concertgebouw, Amsterdam

Bruckner: Symfonie nr. 7 in E
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Janssons
Live-opname: 25 dec 2012, Concertgebouw, Amsterdam

Brahms: Haydn-Variaties op. 56a
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Herbert Blomstedt
Live-opname: 16 & 17 jan 2014, Concertgebouw, Amsterdam

Bach: Orkestsuite nr. 1 in C, BWV 1066
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Giovanni Antonini
Live-opname: 27 & 28 febr 2013, Concertgebouw, Amsterdam

Wagner: Tannhäuser: Ouvertüre & Venusbergmusik
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Andriss Nelsons
Live-opname: 25 dec 2013, Concertgebouw, Amsterdam

Interview: De Vijfde Symfonie en St. Florian

Documentaire: Brucknertage, St. Florian

Essay: Cornelis van Zwol - Anekdote en werkelijkheid

Essay: Koen Kleijn - De premières van de Vijfde Symfonie

Lopend gesproken commentaar: hoboïst Jan Kouwenhoven en cellist Daniël Esser

Partituur om mee te lezen: Bruckner 5

 

Het Koninklijk Concertgebouworkest heeft een digitale concertzaal opgestart, onder de noemer RCO Editions. Men kiest voor een jong publiek, en dus voor een app. Op de iPad haal je een pakket informatie binnen dat je op allerlei manieren kunt beluisteren en bekijken (klik hier). Op de iPhone kun je alleen de concertregistraties bekijken. Voor alle duidelijkheid: met een laptop of desktop kunt u er niet bij. Het mooiste? U kunt een gratis proefabonnement van een maand nemen.

Wat krijg je voor je geld? Om te beginnen kunt u het uitproberen, want de complete aflevering van de Matthäus-Passion van Bach is voor niets binnen te halen. Behalve een videoregistratie van het onderwerp in kwestie zijn er essays te lezen, vraaggesprekken met of commentaren van dirigenten, solisten of orkestleden. En ook belangrijk: u kunt de partituur meelezen met de muziek en een gekleurd balkje - wel zo handig voor wie de draad kwijtraakt in een zakpartituur.

Ik heb de eerste zeven afleveringen bekeken, beluisterd en gelezen, en daarbij kwam veel moois voorbij. Deel acht is gewijd aan Bruckner, sinds de dagen van Eduard van Beinum een centrale componist in het Concertgebouw. Ruim een halve eeuw na diens legendarische uitvoering van Bruckners Vijfde symfonie (maart 1959) komt hier opnieuw een machtig document voorbij: Nikolaus Harnoncourt dirigeerde op 25 en 27 oktober 2013 de Vijfde Symfonie - zijn laatste optreden met het KCO. Harnoncourt is een onvoorspelbare muzikant, die zich hier ontpopt als een maestro - ik heb er geen beter woord voor. Honderden concerten dirigeerde hij in Amsterdam, en honderden keren gaf hij blijk van een eigen kijk op partituren die we dachten te kennen. Altijd verrassend, vaak prikkelend en soms irriterend. Dit was mijn eerste kennismaking met Harnoncourt als Brucknerdirigent, en ik ben van mijn stoel gevallen. De Vijfde is bepaald niet Bruckners meest toegankelijke schepping, en voor menige dirigent ronduit een nachtmerrie. Het langzame deel vereist een groot technisch kunnen, met twee ongelijksoortige maatsoorten die dwars doorelkaar lopen. Harnoncourt is altijd een intuïtieve dirigent geweest, en hier werken zijn instincten wonderen. Alles valt precies op het goede moment op de juiste plaats - kijken en luisteren worden hier een indringende en soms ontroerende ervaring. Bij het grote koraal aan het slot hield ik het niet droog.
Inmiddels is de Vijfde ook op dvd verschenen, en (klik hier) door collega Maarten Brandt besproken . Toch wil ik even ingaan op een paar dingen die daar niet aan de orde komen en toch van wezenlijk belang zijn. Dit is niet de eerste keer dat Harnoncourt deze symfonie op geluidsdrager presenteert, met de Wiener Philharmoniker maakte hij in 2004 een opname voor RCA. Hij gebruikte daar een eigen versie, die elementen uit de edities van Nowak en Haas combineerde met eigen bronnenonderzoek. Een deel van dat onderzoek viel samen met de voorbereiding van een nieuwe editie voor de Bruckner-Gesellschaft die in 2005 gepublceerd werd. Het is deze editie die Harnoncourt hier dirigeert.

Dan iets over de tijdsduur. De totale lengte van 68 minuten is als volgt onderverdeeld:
Deel 1: 20:15 - Adagio: 12:30 - Scherzo: 13:04 - Finale: 21:54

Ter vergelijking de tijden waarop Eduard van Beinum in 1959 inklokte:
Deel 1: 19:58 - Adagio: 15:25 - Scherzo: 13:37 - Finale: 22:24

U ziet, de verschillen zijn te verwaarlozen, met éém uitzondering: het Adagio is bij Van Beinum langer. Dat komt vooral omdat hij het begin langzamer neemt dan Harnoncourt, en ook langzamer dan zichzelf: bij de herhaling van het hoofdthema (na ongeveer vijf minuten op de teller) is hij net zo snel als Harnoncourt. Nu is het wel zo dat er aan het begin van het Adagio als tempo-aanduiding Sehr langsam is voorgeschreven, maar..... daarna is er slechts één minieme verlangzaming van het tempo te bekennen, waar Bruckner van de allabreve maatsoort (2 X 2 kwartnoten, dus denken in twee) overgaat naar een vierkwartsmaat (dus denken in vier). Er is bijna geen dirigent die zich houdt aan dat overduidelijke voorschrift allabreve, en men voelt zich bovendien vrij om op markante momenten in de partituur een nieuw tempo te kiezen. Om met Frans Brüggen te spreken: het is van A tot Z gelogen - jammer dat Frans geen Bruckner dirigeerde. Harnoncourt doet dat gelukkig wel, en hij is de eerste die werkelijk doet wat Bruckner in dit Adagio heeft voorgeschreven. De enige die heel aardig in de buurt komt is Georg Tintner op het label Naxos - net zo'n eigenzinnige rakker als Harnoncourt. Mijn gewaardeerde collega Maarten Brandt merkt op dat men door het geluid uit te schakelen en alleen naar de bewegingen van Harnoncourt te kijken kan zien dat zijn bedoelingen juist zijn, maar dat ze hun uitwerking missen. Ik heb het omgekeerde gedaan, en heb naar de muziek geluisterd zonder naar de beelden te kijken. Want eerlijk is eerlijk, soms begrijp ik ook niet helemaal hoe het orkest hem kan volgen, maar ik was niet bij de repetities aanwezig. Wie beelden van Furtwängler kent weet dat daar eveneens vaak geen touw aan vast te knopen was, maar er werd wel weergaloos muziek gemaakt.
Zo is het hier ook, er wordt weergaloos muziek gemaakt. Bruckner heeft zijn leven lang geleden onder de betweters die vonden dat zijn partituren veel te primitief oogden, en een Wagneriaanse oppimpbeurt nodig hadden. Nu we eindelijk verlost zijn van de corrupte versies die dat opleverde zijn we nog steeds overgeleverd aan dirigenten die de oorspronkelijke noten van Bruckner naar hun hand willen zetten. Ik denk daarbij aan Sergiu Celibidache, die het coda van de finale van de Vierde Symfonie zo langzaam neemt dat het vier maal de voorgeschreven lengte beslaat. Bruckner zou zijn eigen noten niet hebben herkend. En wat te denken van Christian Thielemann, die kans ziet om de Vijfde op te rekken tot een speelduur van 83 minuten. Harnoncourt heeft deze partituur ontslakt, en wie verslaafd is aan ronkende strijkersklanken en volvette koperblazers zal hem dat niet in dank afnemen.

Ik zie in deze registratie een broze oude heer de trappen van het Concertgebouw afkomen, want zo ijdel was hij wel. Ik zie dat hij voor de zekerheid een baskruk heeft laten neerzetten, die hij meteen aan de kant schuift. Ik zie de enorme wilskracht in zijn ogen, zijn gebaren en zijn markante lange lijf dat geen dirigentenbok nodig heeft. Op de platte vloer staat hij, net als de muzikanten om hem heen. Ik hoor een Bruckner die schreeuwt, huilt, bidt, orgelspeelt, over en over de ramen van het postkantoor telt, en die zijn ziel in zijn muziek legt omdat niemand van hem houdt - omdat er niemand is die lieve Anton zegt. Als het voorbij is hoor ik een explosie van uitzinnig enthousiasme en zie even die verwonderde blik in de ogen van de broze Harnoncourt - wat gebeurt er..... Dan pakt hij zijn bril, stopt hem in zijn binnenzak en knikt trots naar zijn muzikanten. Zo. Dat hebben we geflikt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links