Interview

"Er is veel zelfvertrouwen in Amsterdam"

Gesprek met Jan Raes, algemeen directeur van het

Koninklijk Concertgebouworkest

 

© Bas van Westerop, maart 2009

Also published at Musicweb International

 

 
  Jan Raes (foto: Marco Borggreve)

Jan Raes (1959) studeerde aan het Conservatorium van Antwerpen en behaalde er o. a. de Eerste Prijs Kamermuziek, Muziekgeschiedenis en het Hoger Diploma Fluit. In 1984 werd hij docent aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium Antwerpen, enkele jaren later werd hij er aangesteld als cultureel coördinator en vanaf 1997 vervulde hij de functie van Artistiek Directeur.

In 2000 werd hij crisismanager en later intendant van de Koninklijke Filharmonie van Vlaanderen. Onder zijn leiding werd Philippe Herreweghe muziekdirecteur.

Van 2004 tot en met 2008 was Jan Raes algemeen directeur van het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Gergiev Festival. In die periode bracht hij rust in het orkest, werd de jonge Canadese dirigent Yannick Nézet-Séguin aangesteld als nieuwe chefdirigent, bereikte het orkest meer publiek dan ooit, verveelvoudigde de sponsoring en kreeg het Gergiev Festival een interdisciplinaire en internationale opzet.

Vanaf december 2008 is Jan Raes algemeen directeur van het Koninklijk Concertgebouworkest in Amsterdam

Amsterdam en Rotterdam

Kun je aangeven hoe je de verschillen ervaart tussen het Concertgebouworkest en je vorige orkest het Rotterdams Philharmonisch Orkest en de wereld om die orkesten heen?

De geschiedenis van deze orkesten én steden is natuurlijk heel verschillend.

Ik denk dat het Rotterdams Philharmonisch Orkest in de jaren zeventig internationaal een grote sprong heeft gemaakt onder leiding van Edo de Waart. En met De Doelen kreeg het in die tijd een eigen zaal en heeft het (in die enorm grote zaal) zijn klank ook moeten ontwikkelen. Daarom klinkt dit orkest energiek, het moet wel!

Door de bombardementen in de oorlog waarbij Rotterdam vernield werd is er ook een andere motivatie: het orkest was één van de weinige immateriële dingen die er nog waren. Het orkest is ambitieus en door Gergiev is het ook internationaal en snel geworden.

Wat Amsterdam betreft: geen bombardementen, een langere geschiedenis, stabieler ook, minder chefdirigenten (Mariss Jansons is pas de zesde chefdirigent). Een sonoriteit die nauw met de zaal samenhangt: totaal anders dan in Rotterdam. Als Rotterdam "energetic" is dan is Amsterdam meer "fluweel", "afgerond". Door de zaal heeft het orkest waarschijnlijk ook een heel ander soort dirigenten aangetrokken. Het orkest hier is meer in zichzelf gekeerd. Rotterdam is soms meer een orkest van solisten en Amsterdam meer een orkest van samen zoeken naar één klank. Homogener.

Er is veel ambitie in Rotterdam.. en veel zelfvertrouwen in Amsterdam. De twee orkesten zijn eigenlijk complementair. Ik geloof ook niet in de zogenaamde globalisering van de orkestklank zoals sommige kranten schrijven. Het Concertgebouworkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest hebben een duidelijk verschillende klank en liggen toch hemelsbreed maar 70 kilometer uit elkaar!

En hoe is het met jouw werk?  Ik neem aan dat de prioriteiten hier net iets anders liggen dan in Rotterdam.

De prioriteiten liggen hier inderdaad anders.

Er was een grote behoefte om de lonen aan te passen aan de internationale standaard. Minister Plasterk heeft dat toegezegd en de middelen zijn daarvoor gekomen en we zijn dit momenteel opnieuw aan het inschalen. Om nieuwe mensen te kunnen werven was deze correctie echt noodzakelijk als je het orkest tussen Wenen en Berlijn wil laten meedoen.

Veel aandacht voor dirigenten: uiteraard voor Mariss Jansons, maar ook voor de ere-gastdirigenten Bernard Haitink en Nikolaus Harnoncourt.

Ik denk dat het in mijn positie ook belangrijk is om in de komende jaren structurele banden op te bouwen met de volgende generatie dirigenten.

Mariss Jansons en andere dirigenten

Daar komen we op een punt: Mariss Jansons' fragiele gezondheid. Hoe gaat het orkest daarmee om?

Hij is nu beter. Hij heeft een rustiger schema en dit orkest heeft prioriteit voor hem: hij doet heel weinig andere gastproducties. Het ligt in zijn aard om altijd 300% gefocust te zijn: maar hij verzorgt zich goed en verder is het een kwestie van zeer professioneel inplannen van zijn werkzaamheden. Het orkest hoopt zo lang mogelijk met hem in beste gezondheid te kunnen werken.

Mariss Jansons dirigeert het Koninklijk Concertgebouworkest (Foto: Marco Borggreve)

Het zoeken naar een volgende generatie dirigenten heeft niets met de gezondheid van Maris te maken. Of hij nu gezond is of kwetsbaar: er is een generatie, de generatie van Yannick Nézet-Séguin die ik in Rotterdam heb aangetrokken, waarin wij nu moeten investeren. Jonge talenten moeten zich ook op het hoogste niveau kunnen ontwikkelen zonder ze direct af te branden.

Is er voor die jongere dirigenten een rol in repertoire dat Jansons niet doet?

Jansons is redelijk breed in zijn repertoire maar je moet bij jonge dirigenten ook gewoon kijken in welk repertoire zij zich thuis voelen. Wij zoeken sowieso altijd dirigenten op basis van hun beste repertoire.

Jansons is gewoon zo lang mogelijk chef en we zoeken bijvoorbeeld, na de generatie Frans Brüggen en Nikolaus Harnoncourt , naar andere oude-muziek specialisten. We doen ook veel aan "scouting" wat dat betreft. Volgend jaar is het debuut van twee barokspecialisten: Bernard Labaudie doet de Mattheus Passion en Giovanni Antonini een programma met Italiaanse barok- een zeldzaamheid bij het Concertgebouworkest.

"Het beste orkest van de wereld..."

Het orkest is uitgeroepen tot "beste van de wereld": is dat een geschenk of een last?

Dat hangt er van af hoe je er mee omgaat! Ik beschouw het als een geschenk van de vakpers dat uit de hemel is komen vallen. Het is goed dat er over het orkest wordt gepraat maar het is natuurlijk geen paardenwedstrijd. Het is ook een mooi teken naar de overheid toe om te laten zien hoe het orkest in het buitenland wordt gewaardeerd. 

Ik hoop dat het orkest zich er alleen niet naar gaat gedragen, en er zijn natuurlijk nog een paar goede orkesten.

Wat ik mooi vind is dat juist die eigen, specifieke, karakteristieke klank (die zo met deze zaal verbonden is) wordt gewaardeerd. Dat die eigen persoonlijkheid het verschil is tussen het Concertgebouworkest en andere "blitsere" of snellere orkesten. Er is duidelijk een behoefte in deze wereld aan een eigen identiteit

Maar gelukkig is het geen wedstrijd, geen beursgang.. Maar er wordt heel veel over gepraat en dat is dus een communicatiegeschenk. Maar kwaliteit is verder moeilijk te meten. Mensen houden nu eenmaal van lijstjes: tijdschriften verkopen beter als er lijstjes in staan.

De toekomst...

Hoe zie je de toekomst van de klassieke muziek in Europa?

Ik ben daar redelijk optimistisch over. Helaas wordt de rol van het onderwijs en de ouders steeds kleiner maar ik denk dat er altijd een bepaalde groep mensen zal zijn die behoefte heeft aan meer diepgang, een ritueel.

Het is een taak van ons, maar ook van heel veel anderen, om steeds weer mensen in deze muziek te initiëren: door de rituele kracht van een concert in een "tempel" te koesteren.

De muziek van bijvoorbeeld Mahler of Bruckner vereist een bepaalde spankracht. Je moet elke nieuwe generatie opnieuw inwijden. Als scholen en media dat niet doen moeten wij er over denken of wij het zelf niet meer moeten doen!

Het Concertgebouw (het gebouw dus) doet heel veel op het gebied van educatie, het orkest zou zeker meer of aanvullend werk kunnen doen: dat is iets waar we ons op bezinnen.

Je hebt iconen nodig om mensen binnen te halen: grote figuren die de aanraakbaarheid van het orkest laten zien zoals Eduard Flipse vroeger in Rotterdam. Het orkest mag zich nooit in een gouden zetel voelen, en moet dus telkens weer opnieuw de mensen verleiden.

Wat daar ook in mee kan spelen is het internet. Toen we afgelopen herfst 120 jaar bestonden hebben we tien live opnamen gratis op de website gezet: 600.000 downloads in enkele weken! Onvoorstelbaar! Nu met Haitink's tachtigste verjaardag doen we iets vergelijkbaars in samenwerking met de AVRO. Dat is natuurlijk ook initiatie!

Het is dus van groot belang dat je mensen leert de codes waaruit muziek bestaat te decoderen.

Ik merk duidelijk dat de jonge generatie orkestleden ook veel meer geneigd is om die stap richting publiek te zetten: zij zijn veel communicatiever ingesteld en niet meer alleen in het orkest om te spelen. Het hoeft niet alleen maar de routine van de abonnementsconcerten te zijn.

Maar het abonnementspubliek is hier nog steeds enorm! Er is ook wat dat betreft nog een traditie!

Ja, dit is een unieke plek in de wereld! Wat dat betreft is Amsterdam een heel andere plaats dan Rotterdam!

Rotterdam heeft een uitdaging, zoals zoveel moderne steden, omdat de bevolkingssamenstelling heel snel verandert. De Doelen is gelukkig in het centrum van de stad. Maar wie zit er over twintig jaar in de zaal: dat is de uitdaging!

Ons orkest heeft (nog) de luxe om bepaalde abonnementenseries heel makkelijk te kunnen verkopen maar voor alle stukken die ook maar een beetje buiten de bekende paden liggen moeten wij ook inspanningen doen. Marketing dus.

Ook voor het nieuwe seizoen is het maar afwachten of het verkoopt.

Maar dat zit wel goed neem ik aan!

We zitten momenteel in een goede "flow": Plasterk heeft ons als "Internationaal Excellent" betiteld en beloond met extra subsidie, er is een grote nationale trots, het orkest is een symbool van Nederland geworden en veel mensen willen er dan ook graag "bijhoren". Een sneeuwbaleffect dus. Dat moeten we koesteren en er zoveel mogelijk voor teruggeven.

Wat zijn de plannen voor het volgende seizoen?

Een groot project is het spelen van alle symfonieën van Mahler verdeeld over twee seizoenen en in chronologische volgorde met een aantal topdirigenten: onder andere Mariss Jansons, Daniele Gatti, Pierre Boulez, Iván Fischer,  Bernard Haitink en Eliahu Inbal.

Je kunt hiervoor zelfs een abonnement kopen voor twee seizoenen.

Verder doet Bernard Haitink (en dus voor één keer niet chefdirigent Mariss Jansons) de Kerstmatinee met o.a. Beethoven's Pastorale en Mahler liederen met Christianne Stotijn. Hij is in maart terug met de Vijftiende symfonie van Sjostakovitch.

Terugkerende gastdirigenten zijn onder meer Daniel Harding, John Eliott Gardiner, Vladimir Jurowski en Herbert Blomstedt.

Is er nog sprake van plannen met de Nederlandse Opera in de toekomst?

Als er wederzijds overeenstemming is over welke topdirigent, welke productie en welke regisseur dan zal die samenwerking zeker blijven bestaan. Maar niets is vanzelfsprekend.   In de toekomst staan er trouwens wel samenwerkingen  gepland..

Op zich is de relatie goed maar het is moeilijk om alles in elkaar te passen. Dirigenten denken vaak vier of vijf jaar vooruit. En dit orkest is veel op tournee..

Het orkest zal echt alleen aan een opera meewerken als dat gebeurd onder internationaal vermaarde topdirigenten waar het orkest zich goed bij voelt.

Als het orkest vaak op tournee is wordt dan niet een groot gedeelte van de programmering mede bepaald door wat zalen in het buitenland graag horen?

Nee, dat valt erg mee. Natuurlijk moeten de organisatoren in het buitenland ook hun zaal vullen dus hebben ze de neiging om prestigieuze programma's te vragen. Al is het uiteraard maar de vraag wat "populair" is!

We hebben bijvoorbeeld net het Requiem van Dvorák gespeeld met de Wiener Singverein: een stuk dat echt niemand kende. Tweemaal in Amsterdam en tweemaal in Wenen: vier keer uitverkocht. Dat was een droom van Jansons: een heel duur en gecompliceerd project dat uiteindelijk toch gerealiseerd is en ook is opgenomen voor een mogelijke  CD.

Volgend jaar gaan we met de Derde Symfonie van Mahler op tournee naar Amerika: ook niet direct een populair stuk! Een hele onderneming!

Mediabeleid

Hoe gaat het met het RCO-live label?  Jouw collega Michael Fine (artistiek directeur van het Rotterdams Philharmonisch Orkest) ziet Cd's meer als souvenirs, niet als een manier om geld te genereren.

Nee, dat is hier ook zeker niet de eerste reden om ze te maken. Soms spelen we quitte, soms maken we zelfs winst.want sommige uitgaven verkopen erg goed.

Maar het is vooral goed voor onze naamsbekendheid, kijk maar naar dat lijstje in The Gramophone: ze kennen onze naam van cd's en tournees. Zonder die twee zouden veel journalisten ons minder goed kennen!

De Cd's zijn ook een bindingsmiddel met je eigen publiek. Kijk maar naar al die downloads! En het werkt ook concentratieverhogend op het orkest als ze weten dat er een opname wordt gemaakt. Dus heeft het ook duidelijk een artistiek doel!

Je doet bovendien ook aan geschiedschrijving, je bouwt een archief op: volgend seizoen komen opnamen uit van o.a. Schumann's Szenen aus Goethes Faust met Nikolaus Harnoncourt, zoals gezegd Dvorák's Requiem en Achtste Symfonie met Maris Jansons maar ook de Derde en Vierde symfonie van Bruckner met hem.

Een digitale concertzaal zoals in Berlijn?

Ook hier bestaan dergelijke plannen maar Berlijn was ons voor! Daar komt bij dat het orkest daar ook beheerder van de eigen zaal is. Hier zijn sinds de jaren vijftig zaal en orkest gescheiden. Maar de relatie is momenteel heel goed.

We zijn met mediapartners zoals de AVRO in gesprek. Iedereen heeft zijn eigen ideeën maar voor mij staat de kwaliteit van zo'n videostream voorop. Je ziet heel vaak dat de klank wel goed is maar het beeld nog niet.

En natuurlijk: voor wie doe je het? Voor je eigen publiek of omdat ze in China ook Bruckner willen horen?

We zijn er wel heel heftig mee bezig. Er komt iets maar ik weet nog niet in welke vorm.

Maar ik ken eerlijk gezegd nog maar weinig mensen die een volledig concert voor hun TV of computer willen uitzitten. Mensen willen wel graag fragmenten zien en willen ook in dialoog komen met je organisatie. Interviews met dirigenten en orkestleden op de website worden heel goed bekeken.

Een veranderende wereld.

De financiële crisis is daar al iets van te merken, bijvoorbeeld bij sponsors?

Ik voel het nog niet. Maar ja, wie had een half jaar geleden gedacht dat de wereld er vandaag zo zou uitzien!

Het Concertgebouworkest heeft veel eigen inkomsten maar gelukkig is er ook een overheid. Ik denk dat de overheid er is om in onderwijs, sociale zekerheid en cultuur te voorzien voor de bevolking. Het is een vorm van beschaving. Als je dat volledig aan de privésector  overlaat dan zie je dus dat plots binnen enkele maanden dingen helemaal kunnen verdwijnen. Je kan de rol van de overheid dus nooit geheel uitvlakken.

Carnegie Hall is ongelooflijk aan het besparen, ik weet van Gergiev dat er grote problemen in Rusland zijn. Maar sponsors die het zich kunnen veroorloven en beschaving hebben zullen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid hopelijk blijven nemen.

Doe echter nooit alles alleen met de privé sector anders kan je binnenkort alleen nog maar evergreens spelen, populaire programma's. Dan verschaalt het aanbod, wordt de situatie in de regio nog slechter en koester je alleen nog maar marketingproducten.

Wij knokken enorm voor onze eigen inkomsten maar er is een limiet

Als de crisis heel lang zou duren dan zal de overheid keuzes moeten maken, en dan hoop ik dat ze kiezen voor kwaliteit.

Dan moet Europa ook gaan nadenken over wat onze Europese identiteit sterk maakt en ik vind dat de culturele factor dan een groter belang mag krijgen in het politieke 'discour'.

Alles moet gevoed worden door onderwijs en cultuur en daar kunnen alle kunsten een grote rol in spelen. Het brengt de mensen ook samen.

En ik hoop ook dat de crisis het verlangen naar immaterialiteit weer naar boven doet komen.

Het probleem van onze Westerse beschaving is toch dat er te veel keuzes zijn. Op welke schaal je ook kijkt: veel depressies ontstaan door een teveel aan keuzes. Je moet kúnnen kiezen en daar is onderwijs voor nodig: je moet leren prioriteiten te stellen, een referentiekader hebben.

In een ritueel moment, zoals een concert, sta je stil bij wat jij als waardevol beschouwt of aanvoelt. Maar dan moet je dus wel een referentiekader hebben.

Ik denk trouwens dat de democratisering van het onderwijs hier veel te ver is doorgeslagen: het kind mag geregeld erg vroeg zelf veel beslissen en ik geloof daar helemaal niet in. Ik denk dat wij een rol hebben om de weg te wijzen. Wij hebben zelf ook het geluk gehad dat er mensen waren die ons de weg hebben gewezen.

Heb je nog een boodschap, iets speciaals?

Begin bij de ouders, en bij sommige leraren. Zij kunnen je leren te concentreren, stilstaan bij de dingen. Een droom: ieder kind zijn instrument en alle scholen die alle kinderen actief betrekken bij muzische vorming.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links