Interview

Thea Derks:

"Alsof het er in de muziek om gaat

wie het verste kan plassen"

 

© Maarten Brandt, november 2018

 

 

Thea Derks over haar recent verschenen Een os op het dak: moderne muziek na 1900 in vogelvlucht.
Een naslagwerk over eigentijdse muziek. Het is een schaars artikel. Zeker in Nederland. Dit in tegenstelling tot publicaties over de alom geaccepteerde klassieke muziek uit de canon van weleer. Maar daar is onlangs verandering in gekomen door het verschijnen van het zeer toegankelijke Een os op het dak: moderne muziek na 1900 in vogelvlucht van musicoloog Thea Derks, indertijd veel in het nieuws vanwege haar spraakmakende biografie van Reinbert de Leeuw. De titel van het boekje is geïnspireerd op het ballet Le boeuf sur le toit van de Franse componist Darius Milhaud. Een gesprek met een auteur die er geen doekjes om windt wat haar tot het vervaardigen van deze uitgave heeft aangezet.

Je probeert met dit boekje de angst van veel mensen voor eigentijdse muziek weg te nemen. Zou het ook mogelijk zijn deze uitgave als lesmateriaal te gebruiken?
Zeker! Ik doe dat geregeld bij lezingen over moderne muziek, zoals onlangs nog tijdens de festivals Soundsofmusic in Groningen en Gaudeamus Muziekweek in Utrecht. Sterker nog, het boekje is oorspronkelijk ontstaan vanuit een behoefte aan lesmateriaal bij mijn cursussen over moderne muziek in het Concertgebouw in Amsterdam.

Wat bewoog je precies om dit boekje te schrijven?
Mijn cursisten bleven maar vragen of er geen handzame – en vooral leesbare – boeken bestonden over deze materie. Standaardwerken als Muziek van de twintigste eeuw van Ton de Leeuw, Twentieth Century Music van Robert P. Morgan en later The Rest is Noise van Alex Ross vonden ze te omslachtig, te musicologisch, of beide.

Daarom schreef ik een beknopte reader met een overzicht van de belangrijkste stromingen, waarbij ik musicologisch jargon heb proberen te vermijden. Begrippen als ‘twaalftoonsmuziek' of ‘serialisme' laten zich niet makkelijk verklaren in gewonemensentaal, maar dat is wel steeds mijn uitgangspunt geweest. Te vaak praten musicologen over de hoofden van hun luisteraars/lezers heen, ik streef er juist naar vakjargon uit te leggen in begrijpelijke termen.

Daarbij ga ik trouwens niet op de knieën. Ik weiger mijn lezer/cursist toe te spreken als onmondige kleuter. Mijn ervaring is namelijk dat veel mensen wel degelijk openstaan voor moderne en eigentijdse muziek, anders dan de meeste concertorganisatoren denken. Net als tijdens mijn concertinleidingen in Muziekgebouw aan 't IJ of TivoliVredenburg richt ik me in Een os op het dak bewust tot de geïnteresseerde leek. Die is zeer wel bereid zich in de soms lastige materie te verdiepen, als je hem of haar maar handvatten geeft.

Om terug te komen op je vraag naar het gebruik als lesmateriaal: in elke les behandelde ik een bepaald onderwerp. Ik lichtte bijvoorbeeld atonaliteit of toevalsmuziek uitvoerig mondeling toe en illustreerde mijn verhaal rijkelijk met muziekvoorbeelden. In een aansluitend concert kwam dezelfde thematiek aan de orde. Dat werkte perfect. Na afloop kwamen de deelnemers vaak enthousiast vertellen hoe ze nu opeens wél hadden genoten van de muziek van, ik noem maar een dwarsstraat, Boulez/Schönberg/Cage/Goebaidoelina. In de volgende les gingen we samen in op hoe zij het concert hadden ervaren en welke vragen zich hadden aangediend.

Thea Derks met Reinbert de Leeuw (foto Co Broerse)

Na de verschijning van mijn biografie van Reinbert de Leeuw kwam van verschillend kanten het verzoek of ik niet ook een introductie van moderne muziek kon schrijven. Daarom heb ik het eerdere lesmateriaal nog eens kritisch onder de loep gelegd, waar nodig gecorrigeerd en aangepast en geactualiseerd. Omdat het een publicatie zou worden voor een algemeen publiek heb ik een volstrekte leek gevraagd als controlelezer. Zodra zij iets niet snapte, heb ik dit net zo lang geherformuleerd tot voor haar helder was wat ik wilde zeggen.

Het mooie is, dat ‘de Os' inderdaad in een behoefte lijkt te voorzien. Hoewel de kranten de uitgave tot nu toe hebben doodgezwegen, loopt de verkoop gestaag door. Op internet verschijnen prachtige lezersreacties . Om maar een kleine greep te doen: ‘Onmisbaar naslagwerk voor muziekstudenten, luisteraars en musicologen'; ‘helder, handzaam en inspirerend' en – toepasselijk in deze periode van feestdagen – ‘ideaal cadeau voor iedere muziekliefhebber'.

Natuurlijk kun je – althans zeker in dit korte bestek – niet volledig zijn, maar de namen van twee belangrijke Nederlanders ontbreken: Pijper en Vermeulen. Met respectievelijk hun Derde en Tweede symfonie schreven zij geschiedenis. Je noemt wel internationale tijdgenoten als bijvoorbeeld Debussy en Ravel.
Met alle respect, Willem Pijper en Matthijs Vermeulen hebben weliswaar een belangrijke rol gespeeld in het Nederlandse muziekleven, maar je kunt hun toch niet serieus dezelfde status toedichten als Debussy en Ravel? Welke belangrijke innovaties hebben zij gerealiseerd die internationaal van belang zouden zijn? Als je ruim een eeuw muziekontwikkeling wilt toelichten in nog geen honderd pagina's kun je enkel hoofdlijnen uitzetten.

Je noemt in kort bestek soms heel veel, maar gaat vanwege de plaatsruimte weinig in op de stukken zelf. Toch maakt mij dat nieuwsgierig naar je eigen smaak. Wat is voor jou de absolute top tien van de afgelopen eeuw?
Een typische mannenvraag! Alsof het er in muziek om gaat wie het verste kan plassen. Ik haat dergelijke lijstjes. Muziek laat zich niet verabsoluteren, het gaat om onvergelijkbare grootheden en er is zó ontzettend veel moois geschreven. Maar goed, als ik me al aan zoiets zou wagen , zouden in ieder geval de volgende stukken niet mogen ontbreken – in willekeurig welke volgorde. Nu altijd sneeuw van Sofia Goebaidoelina; Erwartung van Arnold Schönberg; Du fond de l'Abîme van Lili Boulanger en, tot jouw grote verdriet, de Veertiende symfonie van Dmitri Sjostakovitsj. En oh, ja, Die sieben Todsünden van Kurt Weill. Maar ook What is the Word van György Kurtág en de Lucas Passie van Calliope Tsoupaki vind ik schitterend. - Het begint overigens al aardig op een mannenlijstje te lijken!

Men kan nog zoveel over moderne muziek lezen, als die echter – behalve bij de gespecialiseerde ensembles – in de concertzaal niet of nauwelijks wordt uitgevoerd, blijft het allemaal tamelijk abstract en ver van het bed. Hoe orkesten te bewegen in dit opzicht hun programmering te veranderen en toch publiek te trekken?
Het allerbelangrijkste is lef en overtuiging. Orkesten moeten niet zo bang zijn het publiek tegen de haren in te strijken. Want, zoals eerder al gezegd, het merendeel staat wel degelijk open voor onbekende noten, mits je die met enthousiasme presenteert. Hierin deel ik jouw bewondering voor Marius Flothuis, die bij het Concertgebouworkest nieuwe muziek als vanzelfsprekend naast de gekende klassieken plaatste.

Net als jij heb ik grote waardering voor Kees Vlaardingerbroek die in dezelfde geest de succesvolle NTRZaterdagMatinee invult. Maar ook bij het door Astrid in 't Veld geprogrammeerde AVROTROS Vrijdagconcert reageert het publiek steevast dolenthousiast op juist die ene première in het concert. En in Groningen weet Marcel Mandos met zijn Noord Nederlands Orkest een groot publiek te bereiken met avontuurlijke concerten.

Deze programmeurs staan helemaal achter hun keuzes, en weten vanuit die bevlogenheid de luisteraar te bewegen zijn of haar schroom voor moderne muziek te overwinnen. Laat de orkesten om te beginnen hen als voorbeeld nemen. Bovendien zouden ze inspiratie moeten putten uit de combinatieformules van festivals als de Cellobiënnale, Strijkkwartetbiënnale, Oranjewoud, Wonderfeel en dergelijke. Die trekken zonder uitzondering grote bezoekersaantallen met een gevarieerde programmering.

Door het vermaledijde marktdenken van de laatste decennia vrezen veel programmeurs dat het publiek wegblijft zodra ze ook maar één moderne noot op het programma zetten. In plaats van mensen te verleiden met spannende muziek, willen ze hen behagen met een telkens opnieuw terugkerende mix van dezelfde klassieke werken. Een domme gedachte, die op den duur averechts zal werken. – Altijd maar weer de Vijfde van Sjostakovitsj en de ‘Klassieke Symfonie' van Prokofjev. Dodelijk!

Met welke 20ste-eeuwse muziek heb je niks of vind je schromelijk overschat?
Veel componisten haken tegenwoordig naar mijn zin te zeer naar de gunst van de luisteraar, maar een absolute gruwel vind ik de muziek van Mohammed Fairouz. Diens in 2017 in het Opera Forward Festival uitgevoerde opera The New Prince was één vloedgolf van gemakzuchtige, eclectische, inhoudsloze bombast. Dergelijk clichématig werk mag van mij zo in de container.

Welke boeken over 20ste- eeuwse muziek hebben jou geïnspireerd?
Uiteraard de boeken die ik eerder al noemde, maar ook bijvoorbeeld Sowjetische Musik im Licht der Perestroika van Hermann Danuser c.s. en The Complete Companion to 20th Century Music van Norman Lebrecht. Daarnaast biografieën, encyclopedieën, artikelen en essays in uiteenlopende tijdschriften. – Maar de belangrijkste bron van inspiratie vormen misschien wel mijn interviews met levende componisten.

________________

 

Thea Derks: Een os op het dak - Moderne muziek na 1900 in vogelvlucht

Uitgave in eigen beheer (2018)

ISBN 978-94-6345-370-7
104 blz., paperback, verkoopprijs € 14,95

https://theaderks.wordpress.com/een-os-op-het-dak/

(klik hier voor de recensie)

 

 

 

 



index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links