Imposante ‘Elias’ in TivoliVredenburg


Mendelssohn: Elias op. 70 (Oratorium nach Worten des Alten Testaments)
Radio Filharmonisch Orkest / Groot Omroepkoor
Solisten: Maria Valdmaa en Valentina Farcas (sopraan), Paula Murrihy (mezzosopraan), Sebasitan Kohlhepp (tenor), André Morsch (bariton)
Koorsolisten: Tanja Obalski en Anitra Jellema (sopraan), José Kamminga en Pierrette Zwaan (alt), Uros Petrac en Ben Heijnen (tenor), Lars Terray en Itamar Lapid (bas)
Dirigent: Marcus Creed
Gehoord 23 december 2016, TivoliVredenburg, Grote Zaal

Door Aart van der Wal

De geschiedenis van de profeet Elia (of Elias) moet Mendelssohn (1809-1847) sterk tot zijn muzikale verbeelding hebben gesproken. Geen wonder, want de machtsstrijd tussen de aanbidders van Jahweh en Baäl zoals die in 1 en 2 Koningen uit de doeken wordt gedaan kent vele zowel woeste als contemplatieve taferelen die in muzikaal opzicht zeker kunnen worden uitgebuit; en zeker als er de meesterhand van een Mendelssohn aan te pas komt. Het resultaat liegt er dan ook niet om: een onafgebroken flonkerend en sterk expanderend oratorium waarvan de première in augustus 1846 in het Engelse Birmingham een ware applausregen tot gevolg had. Elijah (in de Engelse vertaling van het stuk) stond op de kaart; en hoe. Het succes was zelfs nog groter dan van zijn zeventien jaar eerder voor het eerst uitgevoerde oratorium ‘Paulus’. Lang mocht de componist er niet van genieten, want hij overleed ruim een jaar later in Leipzig, op 4 november 1847.  
Mendelssohn toont zich in ‘Elias’ niet de componist van ‘Een midzomernachtsdroom’. De zware koperakkoorden waarmee Elias door het gehele werk heen wordt begeleid, de gejaagdheid die het stuk voornamelijk kenmerkt, maar ook het overdonderende natuurgeweld dat rauw wordt uitgebeeld spreken een geheel andere taal. Het is de taal van de Bijbel, van het Oude Testament, waarin het in Koningen draait om Gods toorn, maar ook om diep menselijke wanhoop en onstuitbare razernij. Rampen worden verkondigd, het volk wordt aangemoedigd om Elias te vermoorden, het kan niet op, er lijkt maar geen einde te komen aan de vele verschrikkingen.  De koorklank heeft Mendelssohn doelbewust homogeen gecomponeerd. Het is immers het volk dat spreekt. De complexe fuga bewaarde Mendelssohn tot het slot van de beide delen, maar dan wel met groots effect.
Gisteravond klonk deze Elias in superieur ornaat in de Grote Zaal van TivoliVredenburg. Ik kan het niet helpen, maar steeds weer als ik dit geweldige Radio Filharmonisch Orkest en niet minder geweldige Groot Omroepkoor hoor en zie, moet ik terugdenken aan die volkomen idiote bezuinigingsronde die niet alleen ernstige gevolgen had voor koor en orkest, maar zelfs het voortbestaan van de enorme muziekbibliotheek van het Muziekcentrum van de Omroep in de waagschaal stelde. Terwijl tussen die bedrijven door de onvolprezen Radio Kamerfilharmonie geheel en al ten grave werd moest worden gedragen. Met de nadruk op ‘moest’. Het was een schandaal waar niemand het nog over heeft. Ach, het is geschiedenis. Zoals uiteindelijk alles geschiedenis wordt…
Wat een koor, wat een orkest, wat een samenhang! Wat een spiritualiteit, gedrevenheid en frisheid! Het a capella gezongen terzet van drie koorsopranen klonk werkelijk als drie engelen uit de hemel. Het voor vocaal dubbelkwartet gezette lutherse koraal ‘Wirf dein Anliegen auf den Herrn’ kerfde diep in, ‘Wie bis an das Ende beharrt’ was een schoolvoorbeeld van perfecte stemvoering. Niet minder indrukwekkend presteerde het Radio Filharmonisch Orkest, met soli en tutti vlekkeloos ingekaderd in een fraai geweven klanktapijt waarin voldoende ruimte was voor de expressie van de vele uiteenlopende stemmingsbeelden, variërend van spottend tot berustend, van orkaankracht tot het zachte ruisen van de wind. Alleen al de instrumentale uitbeelding van ‘Der Herr ging vorüber’ klonk onvergetelijk kleurrijk. Het luisterfeest was compleet met de eminente bijdragen van de vijf vocale solisten, met daarin een ware glansrol voor de Elias van André Morsch. Hij beeldde met zijn indrukwekkende bariton en perfecte dictie de protagonist uit met een levensecht elan dat diepe indruk maakte. Het begon al met een donderpreek die zijn weerga niet kende (al aan het begin van het werk, zelfs nog vóór de ouverture!), waarna hij een Elias neerzette die niet alleen werd gedreven door blinde ijver, maar ook beurtelings rechtlijnig of woedend kon zijn, of ten prooi aan de diepste wanhoop, uitmondend in berustend zelfbeklag. Waarna hij nog een keer mocht glanzen in het arioso ‘Ja, es sollen wohl die Berge weichen’.  
Marcus Creed had ik al eerder aan het werk gezien, onder meer als dirigent van het SWR Vokalensemble Stuttgart. Ik woonde in Leipzig een aantal repetities bij en was onder de indruk van zijn kennis van zaken op het gebied van zowel de ‘oude’ als de ‘nieuwe’ muziek. Hij repeteerde efficiënt, legde de vinger al snel op zwakke plekken in het ensemble en bereikte in de kortste keren de koorklank die hij voorstond. Het lijkt mij dat hij ook tijdens de repetities van Mendelssohns ‘Elias’ al snel tot de kern heeft weten door te dringen. Zo klonk het tenminste in dit grote ensemble van maar liefst vijf vocale solisten, acht koorsolisten, een groot koor (s-a-t-b) en symfonieorkest, met niet alleen vaste maar ook bevlogen handen geleid. Kort en goed, dit door AvroTros geïnitieerde concert was er een om niet licht te vergeten, wat na het daverende slot nog eens door het overweldigende applaus uitdrukkelijk leek te worden bevestigd.