Commotie rond afgewezen subsidie voor Cappella Amsterdam


Recent verschenen Forums Nieuwsforum Commotie rond afgewezen subsidie voor Cappella Amsterdam

Dit onderwerp bevat 0 reacties, heeft 1 stem, en is het laatst gewijzigd door  opusklassiek 7 maanden, 2 weken geleden.

  • Auteur
    Berichten
  • #2823 Reactie

    opusklassiek
    Sleutelbeheerder

    Er is commotie ontstaan omtrent Cappella Amsterdam naar aanleiding van de afwijzing van de subsidie voor de periode 2017-2020. Een door het kamerkoor ingediend bezwaarschrift werd niet gehonoreerd.
    Hieronder de volledige motivering van het door het Fonds Podiumkunsten gevelde ‘vonnis’:

    Cappella Amsterdam
    Inleiding
    Stichting Cappella Amsterdam is de rechtsvertegenwoordiger van kamerkoor Cappella Amsterdam. Het koor is gevestigd in Amsterdam en staat onder artistieke leiding van dirigent Daniel Reuss. De zakelijke leiding is in handen van Anna Becker. Cappella Amsterdam heeft als missie de kwaliteit van individuele zangers te verbinden tot een krachtig kamerkoor van continue en excellente kwaliteit. Daarin staat de puurheid van de compositie centraal. Het koor profileert zich naar eigen zeggen met hoogwaardige eigen producties en samenwerkingen met gerenommeerde partners in diverse en flexibele opstellingen, en staat open voor vernieuwing van het genre en samenwerking tussen kunstdisciplines. Doelstelling is een volwaardige plek voor koormuziek op professionele (concert)podia. Cappella Amsterdam heeft een open oor voor excellente jonge zangers, dirigenten en componisten in Europa, met een nadruk op Nederlandse talenten, die het actief stimuleert in trajecten en projecten. Cappella Amsterdam zegt zich met de volgende artistieke uitgangspunten te onderscheiden: de hoge kwaliteit van de uitvoeringen en de samenstelling van de programma’s, de flexibiliteit waarmee het in verschillende bezettingen en combinaties kan optreden en het herkenbare karakter van de programmering en herkenbare presentatievorm. Cappella Amsterdam speelt naar eigen zeggen een belangrijke rol in de Nederlandse muziekcultuur als vaste partner voor andere ensembles, festivals, concertzalen en producenten, en geeft als partner van het Muziekgebouw aan ‘t IJ een belangrijke invulling aan de programmering.

    Het beleid voor de komende periode is een voortzetting en verdere ontwikkeling van het huidige beleid, maar behelst ook een uitbreiding van zowel de reguliere activiteiten als activiteiten in het kader van talentontwikkeling van jonge excellente musici. Cappella Amsterdam onderscheidt drie soorten programma’s: eigen producties die door het koor zelf worden geproduceerd en uitgevoerd, onder leiding van Daniel Reuss; partnerships klassiek repertoire, waarin wordt samengewerkt met onder andere het Orkest van de Achttiende Eeuw, Kenneth Montgomery, het Koninklijk Conservatorium Den Haag, Het Nationale Theater en OPERA2DAY; partnerships hedendaags repertoire en bijzondere uitvoeringen, waarin wordt samengewerkt met onder andere B’Rock en Muziektheater Transparant, het Nationaal Jeugd Orkest (NJO), Asko|Schönberg en Slagwerk Den Haag, ensemble LUDWIG en Koorbiënnale Haarlem.

    Cappella Amsterdam vraagt een bijdrage talentontwikkeling aan voor de volgende onderdelen: jaartrajecten voor de Carte blanche-dirigenten met coaching van Daniel Reuss, trajecten voor jonge componisten en stageplaatsen voor jonge zangers.

    In de periode 2017-2020 realiseert Cappella Amsterdam 55 voorstellingen en/of concerten per jaar. Het gevraagde subsidiebedrag is 519.700 euro. Daarnaast wordt een bijdrage talentontwikkeling aangevraagd van 51.970 euro. Het totaal gevraagde subsidiebedrag komt daarmee op 571.670 euro.

    Historie
    Stichting Cappella Amsterdam ontvangt in de periode 2013-2016 een structurele subsidie van het Fonds Podiumkunsten in het kader van de meerjarige activiteitenregeling 2013-2016.

    Het Fonds volgt meerjarig gesubsidieerde instellingen door meerdere adviseurs van het Fonds de voorstellingen en/of concerten te laten bezoeken. In de periode 2013-2016 hebben adviseurs van het Fonds dertien voorstellingen en/of concerten van twaalf verschillende producties van Cappella Amsterdam bezocht.

    Artistieke kwaliteit
    De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit als ruim voldoende.

    Het vakmanschap van de zangers staat volgens de commissie op een hoog niveau. Zij beschouwt Daniel Reuss als een uitmuntende dirigent, die zeer bedreven is in het samensmeden van de individuele vocale kwaliteiten tot een sterk collectief. Hij is volgens de commissie op zijn best in de rol van koordirigent. De commissie meent dat hij in programma’s van koor plus orkest minder tot zijn recht komt. Cappella Amsterdam is een veelgevraagde partner van orkesten en ensembles en bewijst zich steeds opnieuw als een flexibel en veelzijdig koor. De commissie is van mening dat de coproducties waarin het koor participeert, van een grote zeggingskracht getuigen. Zij vindt dat dit bijvoorbeeld tot uiting kwam tijdens de productie ‘Luther’ met de Veenfabriek, waarin de veelzijdigheid en de contrastwerking van het koor als adembenemend werden ervaren.

    In haar advies over de periode 2013-2016 was de commissie positief over de strategische samenwerkingsverbanden, maar nu ontstaat bij de commissie de indruk dat de producties op initiatief van derden de overhand krijgen. Op basis van de plannen voor 2017-2020 lijkt Cappella Amsterdam volgens de commissie weinig regie te nemen over zijn artistieke koers richting de toekomst. In de geplande activiteiten ontbreekt een visie op de verhouding tussen de eigen producties en het deel van de activiteiten waarbij het koor aansluiting vindt bij de producties die door partners worden geïnitieerd. Waar het gaat om de samenwerkingsprojecten, heeft de commissie waardering voor de flexibiliteit waarmee diverse samenwerkingsverbanden worden aangegaan, en de wijze waarop het koor voor een functionele invulling van de koorpartij zorgt. Dit gaat volgens haar echter ten koste van de eigen artistieke inbreng. In de structurele samenwerking met bijvoorbeeld het Orkest van de Achttiende Eeuw herkent de commissie te weinig een eigenzinnige artistieke visie van het koor. Deze producties lijken vooral door het orkest te worden geïnitieerd. Ook over de programma’s die het koor zelfstandig produceert, is de commissie niet onverdeeld positief. Deze getuigen volgens de commissie van een smaakvolle en grondige kennis van het repertoire, maar ze vindt de plannen in te hoge mate een al gebaand pad van het koorrepertoire volgen. De commissie leest in de toelichting op de plannen vooral aandacht voor de functionaliteit van het koor en in onvoldoende mate een eigenzinnige en sterke visie die een publiek gaat aanspreken. Ze is dan ook niet geheel overtuigd van de zeggingskracht van de concerten.

    Ondernemerschap
    De commissie beoordeelt het ondernemerschap als zwak.

    Uit de balans van eind 2015 maakt de commissie op dat de liquiditeit enigszins een vertekend beeld geeft door reeds ontvangen voorschotten van Europese subsidie voor het Tenso-project, waarvoor Cappella Amsterdam penvoerder is. Over het geheel genomen is de financiële situatie van de organisatie stabiel en heeft zij een redelijke reserve opgebouwd, waardoor tegenvallende resultaten kunnen worden opgevangen. In de begroting voor de periode 2017-2020 wordt uitgegaan van een forse stijging van de eigen inkomsten. Deze zou vooral gerealiseerd moeten worden door een toename van de publieksinkomsten uit binnen- en buitenland met ruim 25 procent ten opzichte van de huidige periode. In de aanvraag is echter geen strategie beschreven hoe dit wordt gerealiseerd, waardoor dit perspectief in de ogen van de commissie niet aannemelijk wordt gemaakt. Ook verwacht Cappella Amsterdam extra inkomsten te kunnen verwerven uit donaties van particulieren, zonder dat dit nader wordt onderbouwd met plannen voor de toekomst of perspectief uit het verleden. De commissie is er niet van overtuigd dat dit haalbaar is, ook gelet op het feit dat in de periode 2013-2015 de doelstellingen op dit terrein niet zijn gehaald.

    De commissie constateert daarnaast dat de beheerslasten en marketingkosten fors stijgen ten opzichte van de afgelopen jaren, terwijl er geen verklaring wordt gegeven waarom de organisatie deze stijging verwacht. De verwachte hogere activiteitenlasten worden onderbouwd op basis van een prijscompensatie van vijf procent en een verhoging van de honoraria voor de zangers om de achterstand ten opzichte van de arbeidsvoorwaarden bij orkesten in de Basisinfrastructuur te verkleinen. Deze hogere lasten worden in de begroting deels gedekt door de extra eigen inkomsten en deels door hogere meerjarige subsidies die worden gevraagd van het Amsterdams Fonds voor de Kunst en het Fonds Podiumkunsten. Hiermee streeft de organisatie een redelijke spreiding van inkomstenbronnen na, maar de commissie vindt dat er te weinig reflectie is op de risico’s die bijvoorbeeld het achterblijven van de eigen inkomsten met zich meebrengen.

    De commissie is kritisch over de publieksbenadering die uit de aanvraag naar voren komt. Er ontbreekt volgens haar een goede onderliggende visie. De doelgroepen die het koor voor ogen staan, zijn summier en in zeer algemene termen beschreven. De aanvraag benoemt met name voornemens, maar koppelt daaraan geen concrete strategie die gericht is op specifieke doelgroepen. Zo noemt Cappella Amsterdam als ambitie het bereiken van een jonger publiek, maar vertaalt dat niet naar concrete doelgroepen of inhoudelijke plannen. De commissie constateert dat het koor de afgelopen jaren goede resultaten heeft geboekt als het gaat om de afzet van producties en het publieksbereik, maar vindt in de plannen geen reflectie op de ervaring en kennis die daarmee is opgedaan. Hoe bijvoorbeeld in de samenwerking met partners de publiekswerving wordt afgestemd op nieuwe bezoekers, wordt niet uitgelegd. Met betrekking tot de positie in het veld noemt de aanvraag als onderscheidende kenmerken de vele samenwerkingen met vaste partners en de flexibiliteit qua bezetting. De commissie vindt dit profiel weinig overtuigend; het vermogen om zich aan te passen aan uiteenlopende partners en situaties zegt weinig over de eigenheid en herkenbaarheid van het koor.

    Pluriformiteit
    De commissie beoordeelt de bijdrage aan de pluriformiteit als neutraal.

    Het repertoire dat Cappella Amsterdam brengt, bestaat voornamelijk uit klassieke werken. Klassiek repertoire is ruim vertegenwoordigd op de Nederlandse podia. De commissie constateert dat Cappella Amsterdam daarnaast ook hedendaags gecomponeerd repertoire speelt dat in mindere mate voorkomt op de podia. Dit doet Cappella Amsterdam vooral in coproducties, waardoor de commissie van mening is dat de innovatieve aspecten in de plannen vooral kunnen worden toegeschreven aan de inbreng van de samenwerkingspartners. Daarnaast stelt zij vast dat het type interdisciplinaire coproducties dat het ensemble presenteert in de aanvraag, redelijk goed vertegenwoordigd is binnen het podiumkunstenaanbod in Nederland. Er is in de ogen van de commissie hierdoor geen sprake van een bijzondere bijdrage aan de pluriformiteit.

    Geografische spreiding
    De commissie beoordeelt de bijdrage aan de geografische spreiding als voldoende.

    Cappella Amsterdam is gevestigd in Amsterdam, waar het podiumkunstenaanbod zeer groot is. Verder constateert de commissie dat de organisatie in de periode 2013-2015 regelmatig heeft gespeeld in Amsterdam, maar ook een substantieel deel in andere steden en regio’s. De spreiding in de periode 2017-2020 zal naar verwachting vergelijkbaar zijn. Op grond van het bovenstaande vindt de commissie dat Cappella Amsterdam een beperkte bijdrage levert aan de spreiding.

    Bijdrage talentontwikkeling
    Niet van toepassing.

    Conclusie
    De commissie adviseert de aanvraag van Cappella Amsterdam niet te honoreren.

Reageer op: Commotie rond afgewezen subsidie voor Cappella Amsterdam
Mijn informatie: