Reageer op: IJzeren repertoire, wel of niet recenseren


Recent verschenen Forums Forum OpusKlassiek IJzeren repertoire, wel of niet recenseren Reageer op: IJzeren repertoire, wel of niet recenseren

#1447 Reactie

Maarten Brandt

In aansluiting op wat Aart van der Wal zegt, nog het volgende: wat je bij bepaalde – maar niet alle, gelukkig – platenmaatschappijen ziet is nog veel nadrukkelijker al tendens aanwezig bij de meeste symfonieorkesten, die meer dan ooit op safe spelen, door in omvang een steeds kleiner wordende greep uit het Ijzeren repertoire aan te bieden. Met andere woorden, zelfs de museumfunctie maken veel orkesten niet (meer) waar want immers, ook de werken van Schoenberg, Webern en Berg behoren al lang tot de gevestigde traditie. Behalve Verklarte Nacht van eerstegenoemde en het Vioolconcert van Berg wordt er echter zo goed als niets van dit Weense drietal gespeeld en van de werken van Stravinsky (op diens 3 Russische balletten na dan) al evenmin. Of, om dichter bij huis te blijven: Dvorak schreef negen symfonieen, maar we horen tot het onze neusgaten uitkomt slechts de Negende en de Achtste (en met een heel klein beetje geluk de Zevende). Bruch schreef drie vioolconcerten maar we horen telkens opnieuw alleen het Eerste. Er is prachtige Nederlandse muziek, ook uit een wat verder verleden: Diepenbrock, Badings, (Ton) de Leeuw, (Hendrik) Andriessen, Pijper, Vermeulen, Heppener en zo voorts. Maar wanneer horen we die? Waar is de tijd gebleven dat bijvoorbeeld het Rotterdams Philharmonisch Orkest vrijwel elk concert met een werk van eigen bodem opende en – in de era van Eduard Flipse – de Derde symfonie van Pijper een repertoirestuk was? Kijk hoe de Engelsen met hun muziek omspringen, want daar kunnen we nog heel wat van leren. Juist ook door de vele cd-registraties die daar nog steeds aan de lopende band van uitkomen op labels als bijvoorbeeld Chandos en Dutton. Maar waar is een volwaardige stereo-opname van bijvoorbeeld de Derde symfonie van Pijper of het meesterlijke Te Deum van Diepenbrock? Juist! In geen velden of wegen te bekennen. En zo kan ik uiteraard nog heel lang doorgaan, maar ik wil het er voor nu maar even bij laten.