Encyclopedie van de Opera - B

bel canto

 

© Paul Korenhof

 


bel canto
(Ital. = mooie zang) - oorspronkelijk benaming voor een periode binnen de Italiaanse muziek die liep van het einde van de 17de eeuw tot het begin van de 19de eeuw. Deze zangstijl drong via de Italiaanse opera in geheel Europa door en heeft vrijwel overal grote invloed gehad (het minst in het meer op divertissement en declamatorische zang gerichte Franse muziektheater).
Hoewel de benaming vooral wijst op in hoge mate geësthetiseerde zangkunst, strekt de feitelijke betekenis zich veel verder uit. Essentieel voor het bel canto is de volledige beheersing van alle muzikale middelen om op basis daarvan te komen tot een volledig vanuit de muziek opgebouwde expressiviteit. Daarbij speelden behalve techniek, timbre, adembeheersing en andere technische basisvaardigheden ook een breed scala aan dynamische nuances en versieringen een grote rol.
De solisten uit de bel canto-periode (i.h.b. de castraten) ontvingen niet alleen een lange en veelomvattende training om het hoogst mogelijke technische niveau te bereiken. Zij ontvingen ook een intensieve opleiding tot instrumentalist en componist, zodat zij een groot aantal facetten van het muzikale métier beheersten en hun vocale prestaties konden leveren op basis van een all-round muzikaliteit.
In de loop van de 19de eeuw, toen tekst en handeling steeds meer de drager van het muziekdrama werden, verloor het echte bel canto, vanwege de veelvuldig voorkomende versieringen ook wel aangeduid als 'canto fiorito', terrein ten gunste van een ‘realistischer’ voordracht, waarin specifieke bel canto-elementen als fiorituren en messa di voce steeds meer als uiterlijke versiering werden gezien.
Het vooral onder invloed van Maria Callas en Joan Sutherland in ere herstelde bel canto betreft de zangkunst uit de eerste helft van de 19de eeuw, die technisch al op een minder hoog niveau stond dan het bel canto uit de bloeitijd van de opera seria en de glorietijd van de castraten.
Ook in het spraakgebruik van het gemiddelde operapubliek heeft de term bel canto meestal betrekking op werken uit de vorige eeuw, i.h.b. die van Rossini, Bellini en Donizetti. In de 20ste eeuw heeft bovendien een begripsuitbreiding plaatsgevonden, waardoor de term niet meer uitsluitend betrekking op het 'canto fiorito', maar eveneens gebruikt ging worden voor fraai gezongen vertolkingen van opera’s (of fragmenten daaruit) uit de tweede helft van de 19de en het begin van de 20ste eeuw.
Als officieus einde van de bel-cantoperiode en de daarmee samenhangende traditionele vormgeving kan men Il trovatore (1953) van Verdi beschouwen.



terug naar alfabet

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links