Encyclopedie van de Opera - A

appoggiatura

 

© Paul Korenhof

 


appoggiatura (Ital.) - term waarmee in de 17de eeuw in Italië, Frankrijk en Engeland o.a. een voorslag kon worden aangeduid, d.w.z. een tussen twee melodietonen ingeschoven versiering, meestal bestaande uit één enkele toon, soms ook uit meerdere. Talrijke variaties zijn daarbij mogelijk, zowel ten aanzien van de uitvoering als van de notatie; zelfs gebeurde het regelmatig dat de appoggiatura niet genoteerd werd, maar dat de realisatie afhankelijk werd gesteld van ervaring en stijlgevoel van de instrumentalist of vocalist. Een bijzonder probleem vormt de appoggiatura in de in de recitatieven van Mozart en veel andere Italiaanse of Italiaans georiënteerde componisten uit de 18de eeuw. In de eerste helft van die eeuw ontstond de gewoonte voorslagen aan het einde van een recitatief niet als zodanig te noteren, maar wel uit te voeren. In dergelijke gevallen staan bijvoorbeeld aan het slot van een recitatief twee dezelfde noten, soms vergezeld van een voorslagteken, maar in de werken van Mozart meestal zonder enige nadere indicatie. Aan de uitvoerende wordt de keus gelaten hier de appoggiatura wel of niet uit te voeren. Aangezien de appoggiatura bij een goede toepassing ervan meer is dan alleen maar een versiering en meewerkt bij het opbouwen van de spanning in de overgang naar bijvoorbeeld een op het recitatief volgende aria, verdient een weloverwogen, stilistisch verantwoorde uitvoering de voorkeur boven een exacte uitvoering van het notenbeeld. Zeker is dat de appoggiatura als uiting van een bepaalde emotie (tederheid, woede, pathos e.d.) vooral de secco-recitatieven in hoge mate kan verlevendigen, maar ook dat een te ruimte toepassing een overdreven, gekunstelde indruk maakt (wat in een komische opera overigens juist weer als effect kan worden nagestreefd).



.

terug naar alfabet

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links