Encyclopedie van de Opera - A

Adolphe Adam

 

© Paul Korenhof

 

Adam, Adolphe Charles (Parijs 24 juli 1803 - Parijs 3 mei 1856), Frans componist, zoon van de musicus Louis Adam die zich aanvankelijk tegen zijn muzikale ambities verzette, en leerling van Reicha en Boieldieu. Zijn vloeiende melodieën sloten aan bij zijn ambitie het publiek te behagen met doorzichtige, begrijpelijke en vooral onderhoudende muziek. Daarmee leek hij voorbestemd voor de opéra-comique, wat al snel onderkend werd door Boieldieu, voor wiens La Dame blanche (1825) hij de ouverture samenstelde. Het eerste grote succes van Adam werd de eenakter Le Chalet (1832), die in 1873 de duizendste opvoering in de Opéra Comique beleefde. Van zijn latere werken hebben Le Postillon de Longjumeau (1836) en Si j'étais roi (1852) vooral in Duitsland repertoire gehouden als Der Postiljon von Lonjumeau en Wenn ich König wäre. Blijvende bekendheid verwierf ook het ballet Giselle (1841). Problemen van kortstondige aard met de directie van de Opéra Comique brachten Adam in 1848 tot de oprichting van een eigen theater, de Opéra National, dat een jaar later wegens faillissement moest sluiten. Na zijn dood verschenen zijn Souvenirs d'un musicien (1857) en Derniers souvenirs d'un musicien (1859).

OPERA'S: Pierre et Catherine (1829); Danilowa (1830); Le Chalet (1834); Le Postillon de Longjumeau (1836); Le Fidèle berger (1838); Le Brasseur de Preston (1838); Régine, ou Les Deux nuits (1839); La Reine d'un jour (1839); La Rose de Péronne (1840); Le Roi d'Yvetot (1842); Lambert Simnel (1843); Gagliostro (1844); Richard in Palestine (1844); Le Toréador, ou L'Accord parfait (1849); Giralda, ou La Nouvelle psyché (1850); La Poupée de Nuremberg (1852); Le Farfadet (1852); Si j'étais roi (1852); Le Sourd, ou L'Auberge pleine (1853); Le Roi des Halles (1853); Le Bijou perdu (1853); Le Muletier de Tolède (1854); Falstaff (1856); Les Pantins de Violette (1856).

terug naar alfabet

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links