DVD-recensie

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski:

leven en werk in twee films

 

© Kees de Leeuw, januari 2010

 

 

Deel 1: Tchaikovsky's Women (1988).

Deel 2: Fate (1989).

Film van Christopher Nupen.

Muziekfragmenten: Zweeds Radio Symfonie Orkest o.l.v. Vladimir Ashkenazy.

Actrices/acteur in muziekfragmenten: Cynthia Harvey (Katerina Kabanova, Julia, Odette), Mark Silver ( Prins Siegfried), Helen Field (Tatjana), Clarry Bartha (Donna Anna).

Gesproken taal: Engels
Ondertiteling: Duits, Frans, Italiaans, Japans, Spaans

Allegro  A 10CN D • 2.36' • 


In twee films schetst Christopher Nupen het tragische leven van de Russische componist Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893). Professor David Brown die een vierdelige biografie aan de Rus wijdde diende hem van advies. De eerste film, »Tchaikovsky's Women«, gaat over de vrouwen die een belangrijke rol in zijn leven speelden en eindigt met zijn kortstondige huwelijk in 1877. De tweede film, »Fate«, is het chronologisch vervolg. In deze periode was er vooral één vrouw die bepalend was in het leven van de componist, Nadezjda von Meck, en leek zijn leven meer bepaald te worden door het noodlot.

»Tchaikovsky's Women« begint met de periode 1864-1869, dat wil zeggen van zijn eerste 'volwassen' orkestwerk, de ouverture Storm tot de ouverture Romeo en Julia, dat vaak als zijn eerste meesterwerk wordt beschouwd. Storm, gebaseerd op een drama van Alexander Ostrovskii, gaat over het tragische lot van Katerina Kabanova die met name door zeer complexe liefdesperikelen besluit tot zelfmoord. Ook Romeo en Julia gaat over het droeve lot van een vrouw, iets dat volgens regisseur Nupen kenmerkend was voor Tsjaikovski. Hij scheen zich het lot aan te trekken van vrouwen die slachtoffer werden van het (nood)lot. De tedere muziek uit Romeo en Julia lijkt geïnspireerd door de verliefdheid van Tsjaikovski op de zangeres Désirée Artôt. Zij schijnt de enige vrouw in zijn leven te zijn geweest waar hij veel voor voelde, maar na een veelbelovend begin liet ze hem in de kou staan.

Van de composities die Tsjaikovski schreef tussen beide ouvertures worden zowel de cantate (die is gestoeld op het bekende Ode an die Freude van Schiller en Tsjaikovski's afstudeeropdracht voor het conservatorium was) als zijn Eerste symfonie slechts kort genoemd. Beide stukken werden net zomin als de Storm echte successen, terwijl de cantate door componist Cui bovendien zo werd afgekraakt dat de gevoelige Tsjaikovski daardoor volledig van zinnen raakte.

De film gaat vervolgens terug naar de jeugd van de componist. Hij raakte gefascineerd door Mozart en vooral diens opera Don Giovanni, met daarin het karakter van Donna Anna. De muziek leerde hij kennen via het thuis in gebruik zijnde orchestrion (een soort jukebox). De goede herinneringen aan de muziek uit zijn jeugd werden echter nagenoeg geheel overschaduwd door het vertrek van zijn gouvernante Fanny Dűrbach en het afscheid van zijn moeder toen hij in Sint-Petersburg naar school ging. Vooral dat laatste lijkt hem getraumatiseerd te hebben. Haar dood in 1854 was natuurlijk opnieuw een groot drama voor de hypergevoelige componist. Vrouwen, tragiek en noodlot waren volgens Christopher Nupen bij Tsjaikovski onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Naast reeds genoemde composities is ook Odette uit Het zwanenmeer, het eerste voltooide balletwerk van de componist, een vrouw die getekend is door het noodlot. Tsjaikovski begon rond het ontstaan van het ballet (1875/76), mede door sociale druk, meer en meer met zijn homoseksualiteit en zijn flamboyante levensstijl te worstelen. Het op Dante's Inferno gebaseerde Francesca da Rimini lijkt van deze strijd te getuigen. Het is één van de meest onstuimige werken van de Rus, dat soms wel erg heftig en overdadig aandoet. Niet vreemd overigens, want seksuele zonden betekenden immers vrijwel zeker een veroordeling tot de hel in het hiernamaals.

In de opera Jevgeni Onegin, gebaseerd op het werk van Alexander Poesjkin, speelt een andere getroffen vrouw, Tatjana, de hoofdrol. Tsjaikovski leefde zich zo in, dat hij zelfs medelijden met Tatjana kreeg. Hij zou deze compassie hebben geprojecteerd op Antonia Miljukova, een vrouw die zich erg opdrong en hem uiteindelijk tot een huwelijk wist te bewegen. Op zich  kwam dat Tsjaikovski goed uit, want hij had een jaar eerder bedacht dat hij een meer 'normaal' leven moest gaan leiden en dus ook wel wilde trouwen. Het huwelijk was echter rampzalig en slechts van zeer korte duur. Al na enkele weken ontvluchtte hij de vrouw, die gevoelens van grote afkeer in hem had losgemaakt.  Ze leek in het geheel niet op Tatjana, uit de opera. In zijn wanhoop zou de componist zelfs een poging tot zelfmoord hebben gedaan.

De film »Fate« begint met de Vierde symfonie, een compositie opgedragen aan "mijn beste vriend(in)" Nadezjda von Meck. Zij was een rijke weduwe en gefascineerd door Tsjaikovski's muziek. Zij steunde hem vanaf deze periode financieel zodanig dat hij zich geheel aan het componeren kon wijden. Hoewel zij elkaar slechts eenmaal, en dan nog ongepland, zeer kort ontmoetten onderhielden ze een levendige briefwisseling. Hij zag haar wellicht als een soort moeder, ook al was dat qua leeftijd onmogelijk. Tsjaikovski lichtte in deze brieven zijn vierde symfonie toe. Het hoofdthema was het noodlot, waar men niet aan kon ontkomen en waar slechts acceptatie van mogelijk was om het leven dragelijk te houden. Nog zelden was Tsjaikovski zo persoonlijk geweest in zijn muziek en het scheen zoveel energie en scheppingskracht te hebben gekost dat hij de jaren erna zeer onproductief was.

Met het Pianotrio ter nagedachtenis aan Nikolaj Rubinstein brak weer een nieuwe tijdperk van componeren aan. De Manfred-symfonie, naar het proza van Lord Byron, was een werk waarin, volgens de makers van de film, de componist zich met een man kon identificeren. Ook in de Vijfde symfonie speelt het noodlot, vooral in de liefde, een grote rol. Tsjaikovski kende wel de fysieke liefde, maar was altijd op zoek naar de echte grote diepgaande emotionele liefde. Zoals bijna altijd twijfelde hij aan de waarde van dit werk, en vroeg zich af of hij het niveau van zijn Vierde symfonie nog wel kon evenaren. 

Enkele jaren vóór zijn dood  verbrak von Meck zomaar de band met Tsjaikovski, een zaak die hem enorm verbitterde. De dood van diverse vrienden maakte hem nog eenzamer en zijn poging een nieuwe symfonie te componeren mislukte. Hij trok het stuk, dat soms geheel ten onrechte de Zevende symfonie wordt genoemd, terug en iedereen die de reconstructie van het werk (door Semen Bogatirev) kan dat besluit alleen maar beamen.

Een bezoek aan zijn gouvernante Fanny Dűrbach in Frankrijk verlevendigde de herinneringen aan zijn moeder. Ondanks vele twijfels ging hij toch door met componeren. Het laatste lied dat hij schreef als onderdeel van de zes romances op. 73 heet heel typerend "Weer, zoals altijd, alleen." Zijn laatste symfonie, de Zesde met de bijnaam Pathétique, lijkt de dood als thema te hebben en eindigt ook zo, aan het slot langzaam uitstervend. Een langzaam deel aan het eind van een symfonie was toen zeer ongebruikelijk. De compositie wordt vaak als zijn eigen requiem gezien, hoewel er ook indicaties zijn dat hij nieuwe plannen smeedde. Maar het bleek de werkelijkheid: kort na het voltooien van de symfonie overleed de grote toondichter.

De film eindigt met de dood van Tsjaikovski, zelfmoord waartoe hij gedwongen zou zijn door een soort van tribunaal dat hem ter dood had veroordeeld wegens een ongeoorloofde homoseksuele relatie. Helaas wordt dit in de film als een vaststaand feit beschouwd, terwijl de juiste toedracht niet bekend is en nog altijd onderwerp van levendige discussie is.     

In hoeverre de regisseur gelijk heeft en Tsjaikovski zijn leven en werk in elkaar liet overvloeien is eveneens interessante gespreksstof. Immers, waar hij de vrouw als slachtoffer beschreef in zijn muziek was hijzelf in zekere zin in de steek gelaten door zijn moeder, zijn gouvernante, zijn geliefde en tegen het eind van zijn liefde door Nadezjda von Meck. Wel lijkt vast te staan dat Tsjaikovski zich slachtoffer van het noodlot voelde.

Het levert in elk geval een boeiende documentaire op, die een goed maar wel selectief beeld geeft van het leven van de Rus. Zo komt een aanzienlijk deel van zijn oeuvre maar beperkt of zijdelings aan de orde. Dat geldt ook voor zijn relaties met zijn broers, met collega's en zijn reizen. Het is daarom geen compleet portret geworden.

De films zijn rustig, met vaak relatief langdurig stilstaande beelden. Een voorbeeld, als het over de gouvernante gaat wordt haar portret getoond en zijn er kindergeluiden op de achtergrond te horen. Er wordt in deze scènes geen gebruik gemaakt van acteurs. Wel zijn er acteurs die bijvoorbeeld de rol van Tatjana of Katerina Kabanova uitbeelden. Soms zijn er zo weinig wisselingen in de beelden dat je kunt afvragen wat de waarde van het visuele deel is.

Van de uitvoeringen van delen uit enkele composities die meer aandacht krijgen, zoals Storm, Het zwanenmeer, Francesca da Rimini en de symfonieën worden fragmenten getoond. Het Zweedse Radio Symfonie Orkest onder de leiding van Vladimir Ashkenazy. speelt niet altijd vlekkeloos, maar geeft wel de intentie van de muziek weer, althans zoals deze beleefd wordt door de filmmaker.   


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links