DVD-recensie

 

© Paul Korenhof, april 2024

 

Schreker:  Der Schatzgräber

Tuomas Pursio (Der König), Doke Pauwels (Die Königin), Clemens Bieber (Der Kanzler), Michael Adams (Der Graf, Herold), Joel Allison (Der Schultheiss, Der Magister), Michael Laurenz (Der Narr), Thomas Johannes Mayer (Der Vogt), Seth Carico (Der Junker), Gideon Poppe (Der Schreiber), Daniel Johansson (Elis), Stephen Bronk (Der Wirt), Elisabet Strid (Els), Patrick Cook (Albi) e.a.
Deutsche Oper Berlin
Dirigent: Marc Albrecht
Regie: Christof Loy
Decor: Johannes Leiacker
Kostuums: Barbara Drohsihn
Naxos NBD0173V (BD)
Opname: Berlijn, 10 & 14 mei 2022

 

Veel regisseurs van nu hebben zich in het hoofd gehaald dat een theaterwerk absoluut 'geactualiseerd' moet worden om het publiek van nu te kunnen aanspreken. Soms is dat echter onmogelijk. Bij veel 'historische' drama's kan een tijdloze enscenering vaak prima werken, maar zou een verplaatsing naar onze eigen tijd even onzinnig zijn als wanneer iemand dat zou willen doen met een tv-serie over de Tweede Wereldoorlog.

Hetzelfde geldt voor een drama dat door de auteur bewust in het verleden is geplaatst, zoals Schreker ten tijde van de Eerste Wereldoorlog deed met Der Schatzgräber, waarvan hij het verhaal bewust in de middeleeuwen liet spelen. De bedoeling was dat zijn parabel door een plaatsing buiten de wereld van de toeschouwers juist tijdloos zou worden en daardoor een algemeen geldende boodschap beter zou overbrengen.

Dat die boodschap over de onmacht van de kunst om de wereld te veranderen nauw verbonden was met de tijd van ontstaan, is een ander verhaal. We hoeven de televisie maar aan te zetten om te zien dat de parabel die Schreker een eeuw geleden het publiek voorzette, nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. En dat het publiek van toen, ondanks het 'middeleeuwse' gegeven, die boodschap wel degelijk begreep, blijkt uit het feit dat Der Schatzgräber met vijftig verschillende ensceneringen de meest succesvolle eigentijdse opera was tot de nazi's aan dat succes een einde maakten.

Moderne regisseurs hebben daarover een eigen mening. Geactualiseerd zal er worden, of het publiek dat wil of niet. Tenslotte staat het huidige theater niet in dienst van het werk, maar van de regisseur die zijn eigen boodschap wil overbrengen, ongeacht of die wel of niet iets met het werk te maken heeft. Ivo van Hove en Christof Loy zijn op dit punt zeker niet de meest extreme regisseurs, maar het valt te bezien of hun beider ensceneringen, hoe knap en weldoordacht ook, werkelijk in dienst stonden van Der Schatzgräber.

Boodschap
Zijn opera, waarvoor hij zelf het libretto schreef, bouwde Schreker op rond een balladezanger met een magische luit die er niet in slaagt om met zijn muziek de samenleving naar een hoger niveau te tillen. Aan die boodschap had regisseur Ivo van Hove in 2012 bij DNO echter geen boodschap. In een associatieve, soms vage beeldtaal concentreerde hij zich op het meisje Els dat zo gefascineerd is door de juwelen van de koningin, dat zij die stuk voor stuk laat roven door minnaars die zij vervolgens laat ombrengen. Zij is daarmee de motor van de handeling, maar die valt in dit werk niet samen met de kern van het muziekdrama.

Christof Loy bleef in 2022 in zijn enscenering bij de Deutsche Oper Berlin (enkele maanden later herhaald bij de Opéra du Rhin) dichter bij Schreker's opzet, al nam ook in zijn toneelbeeld Els een prominentere plaats in dan de zanger en titelheld Elis. Bij Loy verschoof de nadruk zich echter naar de maatschappij waarbinnen de handeling plaats vindt, een opzet die wij bij DNO kennen van zijn ensceneringen van Königskinder en Lohengrin. En wederom leidt dat hier tot een toneel dat constant bevolkt wordt door figuranten die niets met de opera zelf te maken hebben. Je zou bijna gaan denken dat Loy aandelen heeft in Randstad Uitzendbureau!

Hoe verwarrend al dat gedoe met figuranten en dansers plus het stil spel van nu zwijgende personages uit andere bedrijven kan zijn, bleek enkele maanden geleden bij Lohengrin. Een niet erg in het werk ingevoerde commentator meende toen zelfs een relatie te zien tussen Elsa en de Heerrufer, en concludeerde daaruit dat de laatste door de eenzame Elsa in vertrouwen was genomen na het verdwijnen van haar broertje. Pure onzin voor iedereen die het werk kent, maar het geeft wel aan op welke zijsporen argeloze toeschouwers gezet kunnen worden door regisseurs die er in hun 'actualisering' het nodige bij verzinnen.

Vreemd theater …
Ook bij Loy's enscenering van Der Schatzgräber is dat gevaar niet denkbeeldig. Schreker's werk speelt zich af op verschillende locaties met duidelijke tijdsverschillen, zelfs van een heel jaar tussen het vierde bedrijf en de epiloog (bij Van Hove leken dat trouwens enkele decennia!). Daarvan maakt Loy echter een vrijwel aaneengesloten reeks handelingen in een eenheidsdecor dat we herkennen als een zaal in het paleis van de koning. In de epiloog, die zich afspeelt in de hut waar de nar met Els zijn toevlucht heeft gezocht, lijkt dat decor nog slechts een abstractie maar nee hoor: tijdens Els' sterfscène komt vrijwel de complete hofhouding van de koning om de hoek kijken, met in hun hand dezelfde wijnglazen waarmee zij zich eerder vertoond hebben.

Ondertussen zijn we getuige geweest van diverse beelden die soms de logica tarten en de zeggingskracht van de opera zelf ondermijnen. De herbergiersdochter Els blijkt hier een serveerster aan het hof van de koning. Daar is wat voor te zeggen, althans in de proloog en het eerste bedrijf. Vreemd wordt haar rol tijdens het feest in het vierde bedrijf, waar zij als serveerster tevens de geliefde is van de inmiddels geridderde Elis, en waarin zij ook door de (hier flink beschonken) koning als zodanig wordt aangesproken.

Ondertussen is wel duidelijk dat Loy geen raad wist met de weemoedige ballade die Els in het derde bedrijf zingt, volgens Schreker in haar eigen kamertje. In deze opera over de werking van de muziek is de kern van het eerste, tweede en vierde bedrijf een lied van Elis. Hier is het de beurt van Els, maar tijdens haar zang, muziekdramatisch essentieel, zien we haar als een soort entertainster, staande op een tafel waaromheen enkele personages zitten te luisteren. Wat een onmisbaar moment is in Schreker's muziekdrama, exact in het centrum van het werk, wordt hier een scène die nergens op slaat en die bovendien uitgaat als een nachtkaars als iedereen daarna zonder een woord van het toneel verdwijnt.

Een ander saillant voorbeeld is het optreden van de koningin, een zwijgende rol die bij Schreker slechts in het vierde bedrijf een kleine rol heeft, maar die bij Loy regelmatig nadrukkelijk aanwezig is, geaccentueerd door zowel haar oogverblindende witte avondjurk als door de elegantie waarmee Doke Pauwels haar tot zwijgende hoofdrol uitbouwt. Daarbij suggereert Loy niet alleen dat zij minnaars heeft, maar hij laat haar ook actief deelnemen aan de orgie die hij in het derde bedrijf opbouwt rond het Tristan-en-Isolde-achtige liefdesduet van Els en Elis. (Laten we hopen dat Loy nooit gevraagd wordt Tristan und Isolde te ensceneren!)

… maar sterk muziekdrama
Muzikaal is dit echter een uitgave die ik prefereer boven de cd-versie onder leiding van dezelfde dirigent die gemaakt werd op basis van de voorstellingen bij DNO (klik hier). Met het NedPhO kwam Marc Albrecht weliswaar tot een helderder en soms pregnanter klankbeeld, maar met het orkest van de DOB geeft hij de partituur meer warmte en meer theatrale kracht. Het lijkt ook of de melodische kanten hier meer kansen krijgen (en de nog altijd tonale Schreker kan soms heel melodisch schrijven!), waardoor niet alleen de relatie met Tristan und Isolde duidelijker naar voren komt. Opmerkelijk is ook (en dat is mij in Amsterdam en bij het beluisteren van de cd's ontgaan) de invloed met zelfs enkele bijna-citaten ven de toen in Duitsland bijzonder populaire opera Tiefland van Eugen d'Albert.

Een nog groter verschil is de plaats van de zang in het geheel. In Amsterdam werden de solisten soms door het orkest weggedrukt, terwijl de cd-uitgave meer symfonisch dan theatraal van sfeer is. Hier staan de stemmen helder en prominent in het klankbeeld zodat het Berlijnse publiek ieder woord kon verstaan - en dus ook begrijpen. Dat ik de solisten in Berlijn prefereer boven die bij DNO, is zeker mede te danken aan hun verstaanbaarheid.
Der Schatzgräber
is geen bel canto-opera waarin het draait om fraaie cantilenen en mooie aria's, ook geen wagneriaans muziekdrama waarbij de liefhebber kan wegdeinen op brede en tekstueel bekende melodische stromen, maar het is muziektheater in optima forma. Dat betekent dat de tekst even duidelijk moet overkomen als in de schouwburg bij een toneelstuk van Shakespeare, Schiller, Ibsen, Anouilh of willekeurig welke andere toneelschrijver. En dat gebeurt hier - zelfs op sublieme wijze!

Recenseerde ik kort geleden een Meistersinger uit Berlijn waarbij ik over het vocale aspect minder enthousiast was, hier hebben we een voorstelling waarbij de Deutsche Oper zich ook op dit punt van haar beste kant laat zien. Prachtig van klank en gedreven in haar expressie, haar zang en spel doortrokken van bezetenheid, twijfel en later ook wroeging en wanhoop, is de Els van de Zweedse Elisabet Strid. De afgelopen jaren maakte zij vooral naam in het 'jugendliche' repertoire en met haar ronde en heldere sopraan lijkt zij inderdaad ideaal voor Elsa, Elisabeth en Sieglinde, maar ook voor Fidelio, Tiefland en Agathe in Der Freischütz. Een zangeres om in de gaten te houden!

Als Elis komt haar landgenoot Daniel Johansson iets te solide over. Zijn krachtige tenor heeft iets ruigs dat zijn vertolking meer karakter geeft dan ik bij Raymond Very in Amsterdam hoorde, maar in zijn timbre mis ik het mysterieuze en ongrijpbare van een rondreizende troubadour met een magische luit. Voor een deel kan dat overigens het gevolg zijn van de visuele invulling door regisseur Christof Loy en door een kostumering die beter zou passen bij een hoge ambtenaar.

Dezelfde stijl van kostumering maakt van de derde hoofdrol, die van de nar, een 'kleine ambtenaar', maar dat geeft deze rol juist extra reliëf. De vocale invulling en het schlemielige spel van de tenor Michael Laurenz tillen het cliché van de tragische clown daarbij boven zichzelf uit. Heel knap! Andere opmerkelijke vertolkingen komen van de bariton Thomas Johannes Maier als een nu eens jaloerse, dan weer dreigende politiechef, en van de Finse basbariton Tuomas Pursio als een wankelmoedige en na een stevig glas ook wankelende koning.

Op de technische kwaliteiten van de Blu-ray Disc (audio: 2.3Mbps) is niets aan te merken en erg prettig is dat Naxos weer heeft afgezien van een irritante muzikale 'intro'. In het bijgevoegde boekje vinden we naast een paar foto's een echte tracklist en een uitgebreid interview met regisseur en dirigent. Opvallend is dat dirigent Marc Albrecht daarin wel zijn medewerking aan een productie in Hamburg (1989) vermeldt, maar niet de voorstellingen en de cd-opname in Amsterdam!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links