DVD-recensie

Een Figaro van alle tijden

 

© Paul Korenhof, oktober 2012

 

 

Mozart: Le nozze di Figaro

Ludovic Tézier (Il conte di Almaviva), Barbara Frittoli (La contessa), Luca Pisaroni (Figaro), Ekaterina Siurina (Susanna), Karine Deshayes (Cherubino), Ann Murray (Marzelline), Robert Lloyd (Bartolo), Robin Leggate (Don Basilio), Antoine Normand (Don Curzio), Maria Virginia Savastano (Barbarina), Christian Tréguier (Antonio), Théâtre National de L'Opéra de Paris
Dirigent: Philippe Jordan
Regie: Giorgio Strehler

Bel Air BAC071 (2 dvd's)

Opname: Parijs, oktober/november 2010


Over het algemeen houd ik er niet van om tien keer dezelfde voorstelling te zien, maar van Le nozze di Figaro in de fameuze Parijse productie van Giorgio Strehler kan ik nog steeds niet genoeg krijgen. De oorspronkelijke voorstelling, het aantreden van Georg Solti bij de Parijse Opéra, ken ik helaas alleen van matige Japanse laserdiscs, maar wel zag ik de voorstelling later in de Bastille en een paar maanden geleden mocht ik een redelijk recente Scala-versie van dezelfde productie bespreken (klik hier). Aan Bel Air danken we nu een registratie van de Parijse productie uit 2010, maar daarnaast blijf ik hopen op een dvd met de allereerste registratie, die nog onder supervisie van Strehler zelf tot stand kwam en die Georg Solti in 1973 in Versailles presenteerde.

Ik heb het eerder betoogd: die Parijse Nozze werd bovenal een triomf voor de Italiaanse regisseur en toneeltovenaar Giorgio Strehler, die daarbij profiteerde van een bijzonder esthetische vormgeving van Ezio Frigerio (decors) en Franca Squarciapina (kostuums). In een breed palet aan pasteltinten en in een sublieme ruimtewerking ontwierp hij voor deze opera een gedetailleerde en evenwichtige personenregie die zelden geëvenaard werd. Enkele jaren later verhuisde de de productie naar de Palais Garnier en uit die periode dateert een registratie van 14 juli 1980 met Gundula Janowitz, Lucia Popp, Frederica von Stade, José van Dam en Gabriel Bacquier die ooit op Japanse laserdiscs werd uitgebracht. Na de bouw van de Bastille volgde weer een verhuizing en daar staat deze voorstelling nu nog altijd op het repertoire, al blijf ik van mening dat zowel de magie van Strehlers beelden als de muziek van Mozart beter tot hun recht komen zijn binnen de bescheidener afmetingen van de oude Opéra.

Philippe Jordan
Uit de Bastille komt ook de registratie op twee dvd's onder leiding staat van de huidige chefdirigent van dat instituut, de nu 38 jaar oude Zwitser Philippe Jordan, zoon van de dirigent Armin Jordan. Wie onlangs op ARTE de Bayreuther Parsifal van dit jaar zag en die nu legt naast deze Nozze, begrijpt snel waarom Jordan inmiddels beschouwd wordt als de legitieme opvolger van de inmiddels bijna legendarische Georges Prêtre. Vloeiende lijnen, een uitgebalanceerd ensemblespel en een voorbeeldige klankverzorging gaan constant gepaard met de zeggingskracht waaraan men in iedere maat de grote dirigent herkent. Zijn uitvoering van Mozart's komedie bevindt zich daarmee voor mij in de lijn van Vittorio Gui, Carlo Maria Giulini en andere grootmeesters van het theatrale bel canto, terwijl zijn musiceren bovendien constant harmonieert met het toneelgebeuren - wat overigens mede te danken is aan het concept van Strehler.

Ideale bezetting
De bezetting wordt aangevoerd door twee van de beste baritons die men zich voor deze opera wensen kan. Voor Luca Pisaroni is dit inmiddels zijn derde of vierde dvd-registratie van de titelrol, maar dat is alleen maar dat is in deze tijd zonder exclusieve contracten alleen maar begrijpelijk. Hij is in stem en verschijning ideaal voor Figaro, heeft daarbij zowel de humor als de serieuze ondertonen en is een voortreffelijk acteur. Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor Ludovic Tézier, de belangrijkste Franse bariton van dit moment wiens Almaviva we ook al kenden van een recente uitgave van een opname in het Teatro Real te Madrid, waar hij eveneens Pisaroni als tegenspeler had (klik hier xxxxxx).
Ook hun beide partners zijn uitstekend aan elkaar gewaagd, waarbij we bovendien Barbara Frittoli terugzien, die eveneens in Madrid op het toneel stond. Beiden zijn lyrische sopranen, maar Ekaterina Siurina ontplooit als Susanna een iets donkerder timbre dan Barbara Frittoli in de rol van de gravin, precies zoals men op grond van de partituur zou verwachten, maar zoals we het in het theater niet altijd horen. Aan de andere kant heeft Frittoli in haar timbre een kern die duidelijk overwicht suggereert en met haar op italianità gebaseerde Mozart-stijl is zij een heerlijk overtuigende gravin, misschien iets minder fluwelig dan Renée Fleming die ik in dezelfde productie hoorde, maar 'vrouwelijker' en vooral met meer temperament in haar karakterisering. En ik moet hier iets recht zetten. Bij mijn bespreking van de Madrileense uitvoering vond ik Frittoli een beetje saai en stelde ik dat ik dat eveneens vond van haar Parijse vertolking, maar die woorden neem ik terug!

Ekaterina Siurina
Uitstekend is daarbij het contrast met jeugdiger maar bepaald niet naïevere Susanna van Siurina. Deze jonge sopraan, echtgenote van de tenor Charles Castronovo die onlangs in het Concertgebouw furore maakte in Les Pêcheurs de perles, behoort tot de generatie jonge Russische zangeressen die in het voetspoor van Anna Netrebko het westerse operatoneel veroveren en van de diverse Susanna's die ik de afgelopen jaren zowel op het toneel als op het beeldscherm voorbij heb zien komen, heeft zij mijn voorkeur, al is het wel moeilijk kiezen tussen haar en Miah Persson in een recente opname uit Covent Garden onder Antonio Pappano. De test voor iedere Susanna is voor mij altijd het recitatief 'Giunse alfin' in IV, en dan vooral in vergelijking met de vertolking van Irmgard Seefried, die daar een bijna hemels legato ten toon spreidde. Siurina klinkt meer 'warmbloedig aards' dan hemels en met een bezieling die eenvoudig onweerstaanbaar is. Haar scène met de daarop volgende aria 'Deh, vieni' is in zang en spel een absoluut hoogtepunt binnen een vierde akte die ik zelden mooier heb gezien en gehoord.
Als Cherubino is de Franse Karine Deshayes weinig jongensachtig in uiterlijk, maar vocaal blijkt zij zo charmant en sprankelend als ik mij van een mezzosopraan in een travestierol maar wensen kan. De kleinere rollen zijn bezet op het niveau dat men van de Parijs Opéra verwachten kan, waarbij opvalt dat voor het trio Marcellina-Bartolo-Basilio drie gerenommeerde oudgedienden van het Britse operatoneel aantreden. Ann Murray is eenvoudig kostelijk als trouwlustige oude vrijster, Robin Leggate behoort al vele jaren tot de beste karaktertenorenter wereld en Robert Lloyd amuseert zich merkbaar uitstekend, hoewel bij de laatste de jaren hier weer hoorbaar meespelen. De sopraan Maria Virginia Savastano lijkt mij echter wat dun en klein van stem voor de grote Bastille.

Toelichting Strehler
De opname, gemaakt in HD, staat in 1080/60p zo haarscherp en met alle kleurdetails op de beeldbuis, dat ik daar wel eens de blu-ray-versie naast zou willen leggen en de klank, warm en doorzichtig tegelijk (48kHz/16 bit 1.5 Mbps), is op alle momenten prachtig in balans met het beeld. Het begeleidende boekje werd niet alleen met veel smaak uitgevoerd, maar bevat ook de oorspronkelijke toelichting van Giorgio Strehler in het Frans en het Engels. Bravo!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links