DVD-recensie

Jacobs' Don Giovanni:

Een Cherubino met de baard in zijn keel

 

© Paul Korenhof, mei 2008

 

 

Mozart: Don Giovanni

Johannes Weisser (Don Giovanni), Marcus Fink (Leporello), Alexandrina Pendatchanska (Donna Elvira), Malin Byström (Donna Anna), Werner Güra (Don Ottavio), Sunhae Im (Zerlina), Nikolay Borchev (Masetto), Alessandro Guerzoni (Il Commendatore), Innsbruck Festival Chorus, Freiburger Barockorchester
Dirigent: René Jacobs
Regie: Vincent Broussard

Harmonia Mundi HMD 9909013.14

Opname: 6 oktober 2006

Extra: Looking for Don Giovanni van Nayo Titzin


De opnamen die René Jacobs maakt van de opera's van Mozart, bevinden zich altijd in een merkwaardig spanningsveld. Muzikaal spettert het de pan uit en wordt de luisteraar meegesleept door opwindende tempi, accenten en orkestrale klanken, maar het drama lijdt aan onderbelichting en inconsequenties, of eenvoudigweg aan gevoel voor theater. De waardering is de internationale pers stemt daarmee overeen. La clemenza di Tito, een opera seria waarin het drama ondergeschikt is aan de muziek, werd allerwegen de hemel in geprezen, ook door schrijver dezes, maar ten aanzien van de Da Ponte-opera's lopen de meningen uiteen. Opvallen was ook het verschil tussen bijvoorbeeld de in Keulen opgenomen cd-versie van Le nozze di Figaro en de later in Parijs vastgelegde dvd-versie. Muzikaal was het dezelfde Jacobs, met frisse tempi en een afkeer van romantische sausjes, maar waar de cd's leden onder een gebrek aan karakterisering van de personages en dramatisch inconsequente fraseringen, had regisseur Jean-Louis Martinoty ervoor gezorgd dat de uitvoeringen in het Parijse Théâtre des Champs-Élysées op dat punt heel wat logischer en dramaturgisch beter verantwoord waren.

Vlakke regie

Een ander probleem zien we bij Don Giovanni, waarvan de cd's nog sterker uiteenlopende reacties opleverden. Critici die het werk benaderden vanuit het drama, kwamen tot sterk genuanceerde en zelfs negatieve beoordelingen (zie ook de recensie op deze site), maar een benaderingen puur vanuit de muziek en zonder al te sterke dramaturgische insteek leidden tot ongebreidelde lof en zelfs weer een 'opera-Edison' (niet de eerste Edison van de afgelopen jaren waarbij vraagtekens geplaatst kunnen worden...).
Met spanning wachtte ik dus op de dvd's in de hoop dat hier hetzelfde effect zou optreden als bij Le nozze di Figaro, maar die hoop bleek vergeefs. Regisseur Vincent Boussard kwam niet verder dan het toevoegen aan de muziek van een theatrale vormgeving, maar van een visie op karakters, drijfveren en situaties is weinig te merken. Het lijkt of hij zich geheel aansluit bij de visie van Jacobs, die volledig uitgaat van de praktijk in Mozarts tijd, en daaraan hooguit een moderne vormgeving heeft willen toevoegen. De kostuums doen redelijk modern aan, evenals het decor, een soort reactorvat dat we van binnen en van buiten te zien krijgen, maar afgezien van Zerlina, Masetto en tot op zekere hoogte Donna Elvira, blijven de karakterisering steken in clichés en tweedimensionale typeringen.

Leutige puber

Het gebrek aan persoonlijkheid in de individuele interpretaties komt het sterkste naar voren in de titelrol van de jonge bariton Johannes Weisser. Over hem constateerde ik naar aanleiding van de cd's al dat zijn vertolking geen diepte, weinig raffinement en totaal geen erotiserende dreiging bevatte, maar met het beeld erbij wordt dat nog sterker. Deze Don Giovanni is weinig meer dan een leutige puber die achter de vrouwen aanzit, een overjarige Cherubino, en je vraagt je vol verbazing af waarom de dames ze hem niet gewoon een pak slaag geven en zeggen dat hij maar moet terugkomen als hij volwassen is. Dat een Zerlina zich in beschonken toestand laat verleiden met een zak snoep (sic!), kan ik mij nog wel een beetje voorstellen, maar zelfs de kleurloze, meisjesachtige Donna Anna van Malin Byström zou deze melkmuil toch op zijn nummer moeten kunnen zetten. De aan het idolate grenzende toewijding van Donna Elvira is echter onbegrijpelijk, zeker bij een consequent volgen van de Weense versie. , waarin Don Giovanni's echtgenote (ook al niet zo geloofwaardig) toch iets serieuzer, bijna tragischer overkomt dan in de oorspronkelijke Praagse versie. Alexandrina Pendatchanska doet haar best en heeft daarbij heel mooie momenten, maar schiet soms ook te kort, onder meer in de opening van de tweede akte, waar dat prachtige terzet 'Ah taci, ingiusto core' met merkwaardig weinig bezieling gezongen wordt.

Gezuiverde interpretatie

Jacobs - met Boussard in zijn kielzog - wil Don Giovanni zoveel mogelijk ontdoen van het stempel - zeg maar rustig: de mis-interpretatie - die de 19de eeuw erop heeft gedrukt, maar hij vergeet dat hij in het theater een uitvoering niet kan ontdoen van het publiek. Natuurlijk, Don Giovanni is geen tweelingbroer van Faust, wat de 19de eeuw in zekere zin van hem gemaakt heeft, daarin heeft Jacobs gelijk, maar hij is ook geen tweelingbroer van Cherubino.
Het feit dat de eerste vertolker van de titelrol, Luigi Bassi, op dat moment pas 24 was, nog twee jaar jonger dan Weisser tijdens de opname, is een verkeerd argument. Niet alleen omdat iemand van 24 in Mozarts tijd relatief toch een stuk ouder was dan iemand van 24 nu is, maar ook omdat toen heel anders naar theater gekeken werd.
Jacobs mag dan - terecht! - het werk willen zuiveren van de alle romantische, sterk door E.T.A. Hoffmann beïnvloede 19de-eeuwse interpretaties, maar vergeet dat hij een voorstelling maakt voor een publiek van de 21ste eeuw, niet voor de Weners in Mozarts eigen tijd. En voor de mens van nu is de 19de eeuw cultuurhistorisch wel degelijk een feit. Dat heeft niet met achterhaalde interpretaties te maken, maar met het feit dat de kunstbeschouwing van de mens van nu sinds Mozart twee eeuwen lang geëvolueerd is. Wij zijn bekend met de theorieën en het mensbeeld van Nietzsche, Freud, Jung en Adorno, en wij kijken heel anders naar problemen en situaties dan de 18de-eeuwer, ook in het theater.

Historisch besef

Een vergissing van Jacobs die bovendien haaks staat op zijn streven zo dicht mogelijk bij de 18de-eeuwse receptie te komen, betreft zijn theorie over de leeftijd van de titelrolvertolker. De 18de-eeuwer stelde in het operatheater hoge eisen aan de zangkunst, maar accepteerde zonder bezwaar veel van wat hem aan visuele elementen werd aangeboden, terwijl wij ook op dit punt een grote eis van geloofwaardigheid stellen.
Een goed voorbeeld biedt Mozarts Così fan tutte. Alle mensen die nog steeds neerkijken op het 'ridicule verhaaltje' van die opera, missen niet alleen historisch besef, ze missen vooral de fantasie en het inlevingsvermogen van de 18de-eeuwer. Als in Mozarts tijd een zanger een snor opplakte en een andere jas aantrok, en vervolgens aldus 'vermomd' het toneel terugkeerde op kwam, accepteerde het publiek zijn zogenaamde 'onherkenbaarheid' voor honderd procent. Niemand zou denken: 'Wat gek dat die vrouwen op het toneel hun verloofdes niet herkennen!' Vandaar ook het gemak waarmee naast theatrale verkleedpartijen ook de travestie werd toegepast, een element waarvan Hofmannsthal nog dankbaar gebruik maakt in zijn libretto voor de duidelijk 'mozartiaanse' opera Der Rosenkavalier. Van de weeromstuit nam niemand ook aanstoot aan jonge mannen die zonder noemenswaardige 'vermomming' een grijsaard speelden of oudere vrouwen in meisjesrollen.

Een 'jonge' Don Giovanni

Theater is geen realiteit maar suggestie, een plaats waar je zonder fantasie beter niet naar toe kunt gaan, en dat geldt ook voor een uitvoering van Don Giovanni. Voor de 18de-eeuwer was de leeftijd van de acteurs onbelangrijk, ook die van de titelrolvertolker. Bassi gaf een indicatie van wat hij geacht werd uit te beelden en de fantasie van het publiek vulde dat verder in. Pas in de 19de eeuw, ten tijde van E.T.A. Hoffmann, ontstond het bekende 'romantisch realisme' waarmee de hedendaagse regisseur zo graag de vloer aanveegt en begon een periode waarin steeds meer visueel werd ingevuld. Onder invloed van het toenemende realiteitsgehalte van wat ons visueel wordt aangeboden, beginnend met de uitvinding van fotografie en film en inmiddels uitmondend in 'reality-tv' en 'docudrama', wordt onze theaterfantasie nog verder teruggedrongen en verlangen we een steeds realistischer uitbeelding. In combinatie met onze behoefte aan karakters en psychologische motivatie ('geloofwaardige personages') levert dat een situatie op die zo totaal verschilt van die in het theater van de 18de eeuw, dat de 'dramaturgische' theorieën van Jacobs op dit punt voor het huidige theater iedere grond missen.

Precisie...

Wat blijft is uitstekend, vaak opwindend orkestspel, waarbij wederom opvalt dat Jacobs' tempowisselingen niet altijd dramaturgisch verklaarbaar lijken. Daardoor, maar ook door zijn pauze en opmerkelijke accenten weet hij ook hier het gevoel van verbrokkeling niet te vermijden. Het opbouwen van spanningsbogen, en zeker melodische spanningsbogen, wordt door hem zorgvuldig vermeden. Natuurlijk, Mozart is geen Wagner, maar zijn muziek bezit wel degelijk een dramatische adem die effectiever wordt naarmate hij zich over een langere periode kan uitstrekken. Jacobs lijkt dat bewust te willen vermijden, onder meer door regelmatig een recitatief niet naadloos in een zangnummer te laten overgaan.
Een bijkomend voordeel van de in de studio opgenomen cd-productie is bovendien de grote precisie op het punt van inzetten en samenzang. Dat is hier het evidente nadeel van een live-opname, al kan men stellen dat veel kleine oneffenheden bij een goede dirigent met goede solisten toch niet zouden mogen voorkomen

Invalster?

Ik signaleerde al dat de overtuigendste solistische bijdragen komen van Sunhae Im (Zerlina) en Nikolay Borchov (Masetto) als een levendig, kleurrijk en muzikaal boerenstelletje. De Donna Elvira van Alexandrina Pendatchanska is goed gezongen, maar lijkt te twijfelen tussen een serieuze en een iets lichtere aanpak, terwijl de vocaal uitmuntende Marcos Fink niet de ironie ten toon spreidt die men van een oudere Leporello zou verwachten (Gabriel Bacquier in de regie van Götz Friedrich was op dat punt onovertroffen). Werner Güra zingt een fraaie Don Ottavio, maar ontplooit in zijn vocalistiek iets van het 19de-eeuws romantische idioom dat Jacobs juist probeert te vermijden, en de Donna Anna van Malin Byström is weinig meer dan lief en charmant. (In de begeleidende film Looking for Don Giovanni, die tijdens de repetities werd gedraaid, zien we Svetlana Doneva in die rol, wat doet vermoeden dat Byström een invalster is.) De technische afwerking is verder prima, met een goede stereo- en surroundklank (dts), maar visueel is het allemaal weinig opwindend.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links